Natuurkampje

Tien kleuters tussen vier en zes jaar vertellen over de tuin en hen ook iets laten doen … of ik dat zag zitten? Frauke van We-Time overviel me even met die vraag. Maar lang moest ik er niet over nadenken. Zoiets leek me echt wel tof!

De kindjes gingen van aan het station langs de veldbaantjes naar onze tuin wandelen. Dat was een kans om nog eens het kind in mezelf los te laten en ‘pijltje trek’ te doen. Met krijt hartjes, bloemetjes en pijlen op straat tekenen, dat was lang geleden. En zo vonden de kleuters de weg.

Om half één kwamen Frauke en Iris met die hele bende schattigheid door het tuinpoortje gestapt. Tijd om kennis te maken met onze kippen. Er werden eitjes geraapt en kippen geaaid en vastgehouden. De kinderen vroegen honderduit over eieren en kuikentjes en of er nu kuikentjes in die eieren zaten. Als onze haan een lekker hapje vond en zijn kippen riep om het op te eten, daarvan vielen hun mondjes open. De kip die steeds op wandel ging, dat vonden ze grappig. (“Blijf in uw kot!” van Maggie De Block is niet aan haar besteed.)

We gingen kikkers zoeken in de poel. Maar die vonden we spijtig genoeg niet. (De weide achter ons wordt tegenwoordig nogal erg bemest en onlangs zag ik dat er ook ‘korreltjes’ gestrooid werden.) Daardoor geen kikkers meer, vrees ik.

We zagen wel twee hazen in de wei die met elkaar aan ’t spelen waren. “Aan ’t vechten!” riep een jongetje. “Nee, ik denk dat ze verliefd zijn op elkaar” zei ik. Waarop een meisje met twee staartjes en grote ogen uitriep: “Gaan die dan mama en papa worden?”

Toen gingen we bloemetjes plukken. Ik voelde ineens een klein warm handje in mijn hand schuiven toen we ernaar toe wandelden. (Smelt!) Eigenlijk was het echt tof hoe nieuwsgierig die kindjes waren. Toen ik hondsdraf toonde en vroeg of iemand wist wat je daarmee kan doen, hingen ze aan mijn lippen. Er waren wel een paar kindjes bij die ooit al eens een ‘netelprik’ gekregen hadden. Toen ik vertelde dat ze dan zo’n plantje moeten kneuzen en erop wrijven en dat de pijn dan weg is, was er prompt een jongetje die dat wilde proberen. Hij mocht van Frauke maar het zou dan wel even pijn doen, verwittigde ze hem. Bij nader inzien heeft hij het dan toch maar niet gedaan.

Tijd voor het grote werk dan. Er waren namelijk dinoresten gevonden in onze tuin. Frauke had gevraagd om dinobotten te verstoppen en die mochten ze dan opgraven. Daar zijn ze wel even zoet mee geweest. Ik had ze nochtans onder een dun laagje aarde verstopt maar als tien kleuters gaan graven door elkaar… Eén meisje vond wel haar roeping. Zij gaat archeologe worden later. Op den duur ontstond er een soort van ‘teamwork’. Eén jongetje ging aan het poortje van het kippenhok staan. De regenwormen die gevonden werden, moesten bij hem gebracht worden zodat hij die aan de kippen kon geven. Eerst nog voorzichtig vanop afstand. Maar hij werd steeds moediger.

Dan werd het groepje in twee gesplitst. De ene helft ging eieren beschilderen aan de tuintafel met Iris. Frauke en ik trokken de moestuin in met de andere helft om erwtjes te zaaien. En in potjes mochten ze boontjes planten om mee naar huis te nemen. Daarna werd er gewisseld.

De archeologische site waar de kinderen alle dinoresten gevonden hadden, heb ik dan terug gelijk geharkt. En dan mochten ze bloemetjes voor de bijen zaaien. De metselbijen waren actief bezig in het insectenhotel en dat vonden ze ook boeiend.

Ik weet eigenlijk niet wie het meest genoten heeft van de namiddag, de kinderen of ik. Maar ik heb een vermoeden dat het die laatste is 😉

Malderse groene vingers

Het was het najaar van 2020 en ik was doelloos aan ’t scrollen op Facebook. Corona en geen mensen mogen ontmoeten, ge kent dat wel hè.

In een zadenruilgroep kwam ik een tof initiatief tegen: iemand stelde voor een doos te laten rondgaan in de provincie Oost-Vlaanderen. Wie wilde meedoen, mocht reageren. Wij wonen eigenlijk in Vlaams-Brabant maar wel op de grens met Oost-Vlaanderen. Dus ik gaf me op en tagde nog een paar vriendinnen, kwestie van wat meer kans te hebben dat de doos de provinciegrens over mocht.

Van ’t één kwam ’t ander en zo begonnen de vriendinnen en ik te chatten en stelden we voor in ons eigen dorp ook zo’n doos te lanceren. We verzamelden zaden die we oogsten in onze tuin of zaden die we teveel gekocht hadden, stopten ze in een wijndoos en lanceerden een berichtje in de Facebookgroep van ons dorp. Algauw hadden we een kleine twintig mensen die wilden meedoen.

We hebben er ons een hele winter mee geamuseerd. Veerle werd gebombardeerd tot beheerder van de doos. Om de privacy van de deelnemers te garanderen, werden alleen haar adresgegevens in de doos gestopt. Wie ze kreeg, mocht een berichtje naar Veerle sturen. Van haar kreeg die dan het adres van de volgende kandidaat. Zo konden we onze doos goed volgen, wisten we waar ze zat en kon ze niet verloren gaan.

De doos uit Oost-Vlaanderen die eigenlijk een envelop geworden was, passeerde hier ook. Ondertussen is die blijkbaar terug bij de initiatiefnemer en kan je bij hem zaadjes verkrijgen.

Twee weken geleden stond er dan ineens een dame uit Opwijk aan mijn deur. Op de dorpel stond (coronaproof) een megagrote doos met het etiket ‘Malderse Zadendoos’ dat ik in het najaar op een wijndoos geplakt had. “Amai, die is gegroeid!” was mijn reactie. Ik kwam nog potjes van mezelf tegen waar mensen al goed van geoogst hadden. En enorm veel andere zaden, zo plezant! Iemand had zelfs de groenten- en bloemenzaden apart gesorteerd in kleinere doosjes.

En nu is onze doos helemaal rond. Alle mensen die zich opgegeven hadden, hebben ze gekregen. We kregen zelfs enkele enthousiaste berichtjes over huiskamers die serres geworden zijn. Ik word daar echt gelukkig van. Eigenlijk hebben we een ‘gezond virus’ verspreid.

We hebben dus besloten om ons experiment verder te zetten. Veerle stelde voor een Facebookgroepje op te richten. We brainstormden over een naam en die werd: ‘Malderse groene vingers’. Iedereen die zich verbonden voelt met één van die drie woorden, mag meedoen. We hebben zelfs al leden vanuit Frankrijk!

Ondertussen is de doos terug begonnen aan haar reis. (Spijtig genoeg lukt dat alleen maar in Malderen en omstreken, ze is echt te groot geworden om via de post verstuurd te worden.) Via ons groepje bereikten we nog kandidaten die willen zaaien en genieten van groen. Ook andere groene goestingen worden in dat Facebookgroepje gedeeld. Benieuwd wat voor moois daar nog zal uit groeien!