De ecologische zwemvijver (3)

Heel lang voor gespaard en jaren en jaren naar uitgekeken. Dit is de eerste zomer van de zwemvijver hier.

Geen chloor zoals in een zwembad. Het water wordt zuiver gehouden dankzij een plantenfilter. Daardoor heb je ook ‘randbeleving’ en geef je kansen aan de natuur. Wij hebben er hier een ‘home cinema’ van gemaakt. Je vindt ons dikwijls naast het water waar we al dat leven observeren en genieten van de capriolen van al die beestjes.

Naast het zwemgedeelte en de filter van de vijver wilden we ook een amfibieënpoel met stilstaand water. Hier krioelt het van het leven. Libellen komen er hun eitjes leggen. Da’s echt zalig om te zien! Bootsmannetjes roeien heen en weer. Schaatsenrijders wandelen over het water. Een geelgerande watertor laat zich af en toe zien. Mini salamandertjes schieten vlug onder de planten als ik te dichtbij kom. Er wonen nu zelfs twee groene kikkers. Froggy was de eerste. Ze is niet zo groot en ze heeft mooie bruine billetjes waarmee ze graag in de zon ligt. In de ingegraven metserskuip met waterplanten aan de andere kant van het terras zat enkele weken daarna Kermit. Hij is wat groter en heeft groene billetjes. We ontdekten hem toen hij op een avond ineens begon te kwaken en Froggy vanuit de vijver antwoordde. Een ontluikende romance waar wij getuigen van waren, spannend hoor! Ondertussen zijn de twee gaan samenwonen in de vijver.

Zelf hebben we ook al veel gezwommen, de eerste keer op paasmaandag. Er is nochtans geen verwarming geïnstalleerd. De combinatie van een zwarte folie en de zon is voldoende. Het water is zalig zacht en ruikt heerlijk.

Dinsdag ben ik na een zwoele nacht in het woonzorgcentrum en een warme middag in mijn bed, van mijn pyjama in mijn bikini recht de vijver ingedoken. Relaxed dobberde ik op mijn rug in het water. Alleen mijn neus kwam boven en af en toe bewoog ik eens sloom om niet kopje onder te gaan. De blauwe lucht sidderde van de hitte, het was 40°C en het was toen dat Menck een ei gebakken heeft op zijn terrastegels. Het water in de vijver was zalig lauw, puur genieten was dat.

Vanuit het water zag ik ineens dat de Zwanebloem in de amfibieënpoel twee bloeistengels gekregen had. Stilletjes zei ik vol bewondering “wauw” zodat de twee zonen nieuwsgierig kwamen aangelopen. “Moeder toch!” grinnikten ze toen ze zagen dat het ‘maar’ over een bloem ging. Ze doken met veel misbaar net naast mij in het water. Gedaan met de rust … 😉

Mooie plantencombinaties begin juli.

Hier ben ik er nog eens mee. Geïnspireerd door Lievesgarden die met dit projectje startte en zeer enthousiast reageerde toen ik vroeg of ik mocht meedoen. Ondertussen ontmoette ik haar in ’t echt en ondervond wat een toffe dame ze is.

Door de aanleg van de vijver was de tuin hier wat ‘bloot’ geraakt. Daar waar het kraantje moest passeren, deed ik de planten uit, liet er enkele overwinteren in de moestuin en gaf er ook veel weg. Veel kans om nieuwe dingen te proberen dus, jeuj!

Op de voorgrond Physocarpus opulifolius ‘Darts Gold’, gekregen van buurman. Ik deed er de voorlaatste buxus uit de tuin voor weg. Daarrond Calendula, Salvia viridis, Leeuwenbek, Consolida ajacis, Leonotis nepitifolia en Coreopsis ‘Moonbeam’
Jeneverbes struikje met links Geranium oxonianum ‘Sue Cox’ en rechts Euphorbia (ik weet niet meer dewelke 😉 ) en Lavendel

Achter de vijver onteigende ik de kippen een deel van hun kippenhok en legde ik nog een border aan. Nog niet helemaal tevreden van het resultaat maar er zijn ook al toffe combinaties. In het najaar ga ik hier nog wat verder kunnen buitenspelen of zoals Lieve het zo mooi zegt: “schilderen met planten”.

Agastache ‘Black Adder’ met op de voorgrond eigenzinnige gevulde pioenen die zichzelf daar gezet hebben. Mooie combinaties vormen soms zichzelf. De pioenen staan tussen Asters ‘Pink Button’s’ die later zullen bloeien.

Nog zo’n eigenzinnig papavertje dat zich voor Lythrum salicaria gezet heeft

Appelmunt met Veronica longifolia ‘Martje’ en op de achtergrond Veronicastrum virginicum ‘Lavendelturm’

Monarda ‘Ou Charm’ die zeer langzaam uitbreidt in het midden met links Roomse kervel, achteraan Geranium oxonian ‘Sue Cox’ en Teucrium hyrcanicum ‘Paradise Delight’ en rechts Lavendel.

Op de voorgrond Slangenkruid, Echium (waar ik zot van ben, heb al gezien dat ik er volgend jaar terug meer zal hebben) met erachter Sint-Janskruid, Hypericum perforatum. ’t Zijn wilde bloemen en die moet je echt in de tuin hebben, vind ik.

Bloggodinnen

Dit kind mocht gisteren nog eens buiten en dat zullen ze geweten hebben. 🙂

Op een ontiegelijk vroeg uur voor een zondagochtend stapte ik naar het station. Een beetje later deed Heidi in Wetteren hetzelfde. We waren uitgenodigd door Vief in Kortrijk. We gingen Menck bezoeken, die van opentuindag deed in Ichtegem. Zijn vrouwtje Katrien stelde terwijl haar keramiek tentoon. De sfeer zat er al direct goed in. Meisjes van 50 lachen graag hè. Vanop de trein stuurde ik Heidi een berichtje dat ik even aan de deur zou komen wuiven zodat ze wist in welke wagon ze moest instappen. “Roep dan eens hè, want ik zie niet goed meer.” stuurde ze laconiek terug. Van de dame met rugzak aan de andere kant van het gangpad kreeg ik een strenge blik omdat ik zo zat te gniffelen.

In Kortrijk kregen we een stadsrondleiding van Vief en gingen we eten in het project waar zij vrijwilliger is. We ontdekten dat niemand van ons Menck eigenlijk al in ’t echt gezien had, ook al volgen we hem al jaren. Dat is zo leuk aan bloggen: het is een wereld waarin je elkaar toch wel zeer goed leert kennen dus als je dan eens écht bij elkaar komt, is dat wel spannend.

Vief kreeg ineens een ondeugend idee toen we een rommelmarktje passeerden: “Als we nu eens voor Menck een tuinkabouter meedoen, en we zetten die stiekem in zijn tuin?” Heidi en ik snapten direct wat ze bedoelde, Menck heeft een bloedhekel aan kitscherige tuinkabouters. Dus hem zo eens plagen en dan afwachten wat zijn reactie zou zijn, dat leek ons wel leuk.

We vonden geen kabouter maar wel een lelijke, kitscherige egel. Een strikje errond doen en een ondeugend kaartje leverde al de helft van het plezier.

De tuin van Menck was prachtig! Een echte verzameltuin maar toch een oase van rust. Ook Tiny kwamen we er tegen. Vief en Tiny genoten vooral van het zen-gevoel in de tuin. Heidi en ik waren als kinderen in een snoepwinkel: “Kijk wat een mooie Salvia! Wat voor een Persicaria zou dat zijn?!” We haalden Menck de pieren uit zijn neus.

De werken van Katrien waren magnifiek mooi! Enkele vaasjes om bloemen uit de tuin in te zetten, kon ik echt niet laten staan.

’s Avonds was het plezier nog niet gedaan. Dan was het spannend afwachten of en wanneer Menck ons ‘cadeautje’ zou vinden. En toen werden we op Facebook ineens ‘bloggodinnen’ genoemd. Hij had het gevonden op zijn egelhuis en vond het grandioos. De dag was meer dan geslaagd!

Lievesgarden

Moet ge nu es weten waar ik geweest ben?! Ha nee, ja, ge weet het al, van in de titel. 😉

Al jaren volg ik Lieve haar prachtige tuinblog en was super benieuwd naar haar tuin. Maar op de vraag of die ook te bezoeken was, antwoordde ze dat ze omwille van haar leeftijd geen opentuindagen meer deed.

Maar toen was er de oorlog in Oekraïne die Lieve en haar man Herman enorm naar de keel greep. Ze dachten eraan vluchtelingen in hun huis op te vangen. Maar door hun 81-jarige leeftijd lieten ze dat idee toch maar varen. Toch wilden ze iets doen en besloten dan hun tuinpoorten nog eens open te zetten en hun passie te delen met het grote publiek.

Lievesgarden is een romantische cottagetuin met 17 verschillende borders en tuinkamers. De tuin is 20 are groot en de eigenaars hebben hem volledig zelf ontworpen. De serre en een biologische moestuin is het paradepaardje van Herman. Lieve heeft hem daarvan wel een stukje ontfutseld en er een grassen- en prairieborder van gemaakt. Lievesgarden is een echte ‘verzameltuin’: meer dan 560 verschillende vaste planten, 130 verschillende heesters, 40 verschillende variëteiten rozen en enkele eenjarigen. De waterpartijen vond ik heel gezellig. En de secret garden zou ik zonder Lieve haar hulp nooit gevonden hebben. In de verschillende tuinkamers vind je gezellige zithoekjes en vlinders, hommels, bijen, kikkers, salamanders en egels voelen zich er helemaal thuis.

Ik vond het zo tof om Lieve eindelijk eens in ’t echt te zien. Hoe ze kan praten over haar planten, ze is zo’n gepassioneerde dame. Ook jongste dochter was in de tuin aanwezig met een tentoonstelling van haar abstracte schilderijen. Her en der vonden we een mooi tuinornament of een bloemschikkunstwerkje.

De inkom van 2,5 € gaat integraal naar het Consortium 12-12 voor Oekraïne. Lieve verkoopt ook zelfgekweekte planten voor het goede doel. Ge kunt u voorstellen dat ik daar dus zonder schuldgevoelens mijn koopdrang toeliet.

Lievesgarden in de Bosstraat 68 b in 1742 Sint-Katherina-Lombeek is nog open op 10 en 31 juli, 14 en 28 augustus en 11 september van 14 tot 17 uur. Ik ga zeker nog eens terug want Lieve heeft me nog plantjes beloofd. 😉

Home cinema

Aan de vijver, naast het tuinhuis, waar niemand ons ziet zitten, hebben we twee gemakkelijke stoelen geplaatst.

Na het middagmaal, voordat de lieve wederhelft terug naar kantoor vertrekt, gaan we daar steeds even zitten. Hij met een tas koffie, ik met een theetje. En dan kijken we naar alles wat er op en rond het water gebeurt.

We voelen ons zoals toeristen op safari, in onze eigen tuin. Zo konden we al vijf soorten libellen/waterjuffers determineren.

Vuurjuffer, de eerste libel die bij onze nieuwe vijver verscheen.
Azuurwaterjuffers, een koppeltje dat zich van ons gluren niks aantrok
Lantaarntje. De foto is serieus mislukt maar je ziet wel duidelijk het ‘lantaarntje’ dat ze achteraan meedraagt.
Weidebeekjuffer. Heel mooi als ze rondvliegt zoals een vlinder.
Adellijk bezoek: de Grote Keizerlibel. Groot en brommend, af en toe even gaan zitten terwijl ze haar legboor in het water doopt. Hopelijk heeft ze veel eitjes gelegd.

Gisteren kwam ik net met een grote bloemkool uit de moestuin toen dochter riep: “Moeke, er is volk!” Het tuinpoortje zwaaide open en Moniek en Frans, ‘mijn Veltouders’ stapten binnen. Wat een leuke verrassing! Ze hadden geen tijd om binnen te komen, maar een rondleiding in de tuin, dat zagen ze wel zitten. Na veel oh’s en ah’s zei ik dat ik volgend jaar graag terug eens zou meedoen met de Ecotuindagen van Velt. “Dan gaat ge nog eens moeten komen controleren of mijn tuin wel ecologisch genoeg is he”, grapte ik tegen Frans.

De pretlichtjes in zijn ogen verraadden dat hij een uitspraak ging doen en hij begon te vertellen. “Vroeger hebben wij veel tuinbezoeken gedaan. Zelfs tot in het buitenland en bij bekende tuiniers. Awel, er was geen enkele tuin bij die zo mooi is als de jouwe.” Zoiets uit de mond van Frans, dat kwam binnen. Hij heeft vroeger in het onderwijs gestaan en daardoor (het is waarschijnlijk beroepsmisvorming) kan hij heel goed verwoorden welke punten verbeterd kunnen worden. Ik kreeg er geen.

“Deze tuin moet gezien worden.” zei hij nog. Dus bij de volgende Ecotuindagen van Velt mag iedereen naar de home cinema komen.

De Vlindertuin

Na een toffe tip van een tuin-, blog- en Veltvriend ben ik enkele weken geleden in de Vlindertuin terecht gekomen. Wat een paradijs!

De Vlindertuin in Bonheiden is een kwekerij van bijzondere borderplanten, siergrassen en bijen- en vlinderplanten. De tuinman daar is een dame, een heel bijzondere dame. Annemie staat helemaal alleen in voor de 6000 m2 toontuin én de kwekerij. En het is er perfect!

De tbv-vriend had verteld over haar concept en dat intrigeerde me enorm. Annemie kweekt volledig ecologisch. Haar moederplanten heeft ze ooit gekocht in Hessenhof, een biologische vaste plantenkwekerij in Nederland. Ze zet haar planten niet in de kleine P9 potjes maar wel in anderhalve liter potten of P11 potten. Zo zijn ze veel groter en sterker. Ze doet ook niet aan weefselkweek*, ze werkt met stekken. Pesticiden kunnen niet in haar kwekerij.

Ik snuisterde eerst wat op haar website maar daar zijn haar planten niet geprijsd. De tbv-vriend had gezegd dat de planten een beetje duurder zijn dan in een gangbare kwekerij. Maar ze zijn wel veel sterker en groter. Op een mailtje kreeg ik aanstonds een antwoord dat ik een wenslijst mocht opsturen en dan zou ze me vrijblijvend een offerte geven. Haar planten zijn niet duurder! Sommigen wel een beetje maar er waren er verschillende die zelfs goedkoper waren dan bij de kwekerij in onze buurt. Kon ik nog wat extra planten toevoegen.

Ik mailde mijn bestelling door en we spraken af wanneer ik de planten zou afhalen. Het onthaal was zeer persoonlijk. Annemie kwam ons tegemoet en gaf ons een rondleiding doorheen de hele tuin. Zo’n warme en toffe vrouw! We zaten direct op dezelfde golflengte. Haar liefde voor haar planten en dieren in de tuin was zo mooi. Op een bepaald moment landde er een dagpauwoog (vlinder) op haar arm. Hij bleef even zitten luisteren naar ons en vloog dan weer verder. Magisch toch hè?

Ik ga daar nog naartoe gaan! Hier vind je meer info over die magische plek.

*weefselkweek = op een kunstmatige, steriele voedingsbodem met een klein stukje plant een kweek opzetten. Uit die kweek kan je duizenden planten maken. Economisch is dat interessant, er kan snel en veel gekweekt worden. Helaas zijn de planten dikwijls niet zo sterk en kan er vanalles mis gaan (bv: ongewilde mutaties die optreden of minder sterke moederplanten die duizenden keren vermeerderd worden)

De wilde tuin in mei

Geen strak gemaaid gazon, netjes aangeharkte paadjes of onkruidvrije borders hier. En dat is prima. Op het terras staan ‘stoepplantjes’ en dat mag. Op de rozen zitten bladluizen en dat mag ook. ‘The circle of life’ heet dat.

Er is zoveel te beleven in een wilde tuin! Tussen de rommel in het tuinhuis heeft een roodborst een nest gebouwd en vijf kleintjes grootgebracht. Nog effe wachten met opruimen dus, geen probleem.

De bladluizen hebben larven van lieveheersbeestjes aangetrokken. En prachtige zweefvliegen. Ik probeer er eentje te fotograferen. Maar ze wil niet gaan zitten. Elke keer als ik afdruk, draait ze net haar gat naar mij. Ik snap niet hoe natuurfotografen dat doen, grr!

Bovenop ons dak zit een macho mus de hele dag te tsjilpen alsof heel den hof van hem alleen is. Onopvallend verdwijnt hij regelmatig onder de dakpannen. Niemand die doorheeft dat hij daar een nest heeft, denkt hij.

In het nestkastje aan de rozenboog zitten ook kleintjes. Ma en pa pimpelmees vliegen constant af en aan met lekkere hapjes. Volgens de lieve wederhelft gaan er struisvogels uit dat nestkastje komen.

Ik ga regelmatig op safari in de tuin. Foto’s nemen van beestjes en dan invoeren in de app Obsidentify. Zo boeiend! Aan de vijver ontdekte ik al drie soorten waterjuffers: Een Vuurjuffer, enkele Lantaarntjes en een tandem Azuurwaterjuffer. Het zijn algemeen voorkomende soorten, leer ik, maar voor een nieuw aangelegde vijver is dat toch niet slecht he.

Een prachtig blauw gekleurd kevertje heet ‘fraaie schijnbok’ ontdek ik. Wat zo leuk is aan de app: je waarnemingen worden gevalideerd door vrijwilligers. Ze sturen een mailtje als ze je waarneming aanpassen. Heel leerrijk allemaal!

Ik heb nochtans ook gewerkt in de tuin: achter de vijver een nieuw stuk border aangelegd. Het is er dus nog wel wat ‘bloot’. Nu is het afwachten tot alles in bloei zal staan. Is jouw tuin ook zo lekker wild?

De DIY parfumeur

Een vlot leesbaar boek, met mooie foto’s waarvan je goesting krijgt om zelf aan de slag te gaan.

Karen Vande Wiele van Ortiga uit Merchtem, mijn bestie waarmee ik ‘Onze Aarde Vieren‘ schreef, deed het toch maar weer. De DIY parfumeur is haar tweede meesterwerk! Ik mocht de proefdruk lezen en ben super aangenaam verrast.

De laatste jaren, sinds ik wist dat het allemaal ‘synthetische brol’ is, was ik niet meer zo geïnteresseerd in parfum. Niet gezond voor mijn lijf, voor onze planeet en dan ook nog eens ‘pokkeduur’. Tot Karen, herborist en aromatherapeute, zelf begon te experimenteren met natuurlijke geurwaters en er een boek over schreef.

In het eerste hoofdstuk leer ik al direct vanalles. Dat de stelling van de buurvrouw: ‘Bij natuurlijk parfum kan de geur toch niet zo lang blijven hangen als bij de synthetische variant’, niet klopt. Karen legt uit hoe je kan ‘fixeren’ of ‘bridgen’. Ik leer over topnoten, hartnoten en basisnoten. Ik krijg richtlijnen over hoe ik mijn persoonlijk parfum kan ontwikkelen. En ik verbaas me over het feit dat Jasmijn de geur van ‘kaka’ kan versterken. Niet gebruiken in het kleinste kamertje dus. Dat en nog veel meer weetjes. Heerlijk geschreven!

De volgende hoofdstukken worden ingedeeld in geuren. Bloemig, kruidig, exotisch, citrus, warm, vert en fruitig. Ik leer er dat al onze zintuigen belangrijk zijn. Naast parfumcreaties die ik kan namaken, vind ik ook andere recepten. Bloemenboter, Vinaigre des 4 voleurs, Kokos panna cotta met witte chocolade, dat wil ik ook allemaal proberen. En de scones, mocht ik al proeven tijdens een uitstapje met ons beiden in de plantentuin in Meise. Hemels lekker!

Mag ik ook even vermelden dat tussen de modellen die de creaties uitproberen, oudste zoon en zijn vriendin staan? Ik ben er echt fier op!

Ik heb mijn lievelingsgeur alvast ontdekt: Belle! Het was liefde op het eerste gezicht, euh … geur. Karen verstuifde haar op mijn pols en wauw! Belle is een fruitig geurtje. Nochtans zijn fruitgeuren, behalve citrus allemaal synthetisch. Maar dan ken je Karen niet. Haar is het gelukt om een aardbei geur te pakken in alcohol. Het leuke is dat ze in het boek vertelt hoe en dat het niet eens zo moeilijk is. Jij en ik kunnen dat ook! De andere ingrediënten van Belle staan ook in het recept.

Wat ik zeker nog wil vertellen: Karen gaat huiskamersessies doen om haar boek voor te stellen. Ze gaat demonstreren en ons laten ruiken en proeven. Je kan dan haar boek en ingrediënten die je nodig hebt om jouw persoonlijk parfum te maken, kopen. Ik heb alvast heel gezellig zo’n avond voor mijn collega’s, vriendinnen en mezelf geboekt.

‘De DIY parfumeur’, uitgegeven door Stichting Kunstboek, vind je vanaf begin juni in de betere boekhandel. Hier kan je er al een glimp van opvangen. Als je Karen zelf wil steunen, kan je het boek hier kopen. En ik steun haar ook, dus bij mij ga je het ook kunnen kopen. 😉

Oorlogsvoedsel?

Dat was de bedoeling: tien kuikens die ik zou opkweken. De kippen voor de eieren en de hanen voor het vlees. Ik ging mij daar niet aan hechten.

Ze waren al enkele dagen oud toen ze hier aankwamen, dus bang en schuw. Eerst sliepen ze in de living en als ze wat groter werden, in de garage in een konijnenhok.

Zondagavond waren we aan het aperitieven en jongste zoon vertelde hoe één van zijn vrienden bijna over mijn kuikens in de garage gevallen was. Nochtans een toffe gast hoor. Zo ene met dreadlocks die in een tiny house op recreatiegrond wil gaan wonen. Weet je wat die zei?! “Ja, uw ma, dat is ook een ‘zweefteef’ hè.” Ik verslikte mij begot in mijn zelf gebrouwen gin-tonic en de rest van het gezin gierde het uit.

Maar die ‘zweefteef’ heeft nu wel een probleem. Die tien asociale kuikens zijn nu zo’n zelfbewuste en aanhankelijke pubers geworden. Ondertussen wonen ze in het kippenhok en ze gebruiken al hun charmes. Een zieke kip uit haar lijden verlossen of een kwaaie haan in de pot draaien, dat kan ik. Maar deze schatjes?

Als ze mijn stem horen, komen ze alle tien aangevlogen. Ze kunnen maar niet genoeg krijgen van het scharrelen in het gras en als er ene een dikke pier gevonden heeft, is het kermis. Ik heb van hen ook al iets geleerd: als je pubers op de juiste manier aanpakt, willen die wél helpen. Het veldje schijnaardbei en kruipende boterbloem dat ik in het kippenhok vond, was met ons elven rap opgekuist.

Gaan slapen, dat is net zoals bij alle pubers, niet zo gemakkelijk. Ze hebben het deurtje van het nachthok nog niet gevonden. Maar als ik er dan aan ga zitten en hen roep, komen ze alle negen aangelopen en springen ze langs het trapje naar binnen. Eentje niet, dat is onze ‘dweize kiek’ (dwarse kip voor de Nederlanders 😉 ). Ze is de kleinste, is al enkele keren uitgebroken en ons alle hoeken van den hof laten zien.

Het is weer heel plezant, al dat jong leven hier. Ik vind dat Poetin er echt wel mag mee gaan ophouden. Want oorlogsvoedsel, dat gaan ze niet worden, denk ik.

Poule de Bresse

Eerst effe een bekentenis: ik durf niet op de autosnelweg rijden. Werk er wel aan momenteel maar het blijft moeilijk.

Mensen durven zich daar wel eens vrolijk over maken. Als ik het al te gortig vind worden, zeg ik dan: “Durft gij een kieken slachten?” Dan stoppen ze wel met lachen. Allee nee, meestal lachen ze dan nog harder. Maar ik vind dat nuttiger dan op de autosnelweg durven rijden. Want als het oorlog wordt en het voedsel heel duur, zal ik eten hebben en zij niet. Zover mijn redenering.

Ik heb het ook niet zonder slag of stoot geleerd hoor. Als ‘kippenmoeder’ had ik af en toe zieke dieren die ik niet meer kon redden. Die dan laten creperen, vond ik vreselijk. Dan dacht ik aan hoe ik als student verpleegkundige de eerste keer een bloedafname bij een patiënt moest doen. Dat was ook vreselijk maar nodig. Als ik durfde bloed prikken bij mensen moest ik ook zieke kippen uit hun lijden durven verlossen, vond ik.

En toen hadden we die ene jonge haan die iedereen die maar in de buurt durfde te komen, aanviel. Het werd zelfs gevaarlijk voor onze peuterdochter. Een collega, ‘poeliersdochter’ heeft me toen geleerd een haantje ‘panklaar’ te maken. We hebben coq au vin van hem gemaakt. Zo’n fijn en lekker vlees kan je eigenlijk niet kopen. Sinds dan durf ik slachten. Niet dat ik het graag doe maar nood breekt wet.

En nu is het oorlog in Europa. En zag ik op de Tweedehands site een berichtje over poule de Bresse kuikens passeren. Ze waren enkele dagen oud en konden verder opgekweekt worden. De hennen voor de eieren en de haantjes voor het vlees. Ik heb tien kuikens gekocht.

Eerst zaten ze onder een warmhoudplaat in de living. Nu slapen ze in een konijnenhok in de garage. Overdag zitten ze onder een rennetje in het gras. Het rennetje is nog effe nodig om hen tegen eksters te beschermen.

Deze morgen ging ik met het hok in de handen naar buiten. O jee! In het vervolg moet ik de onderkant vasthouden. De bak schoot los en tuimelde op de grond. Ik had alleen de bovenkant nog vast en de kuikens fladderden naar alle kanten. Er bleven er vier verbaasd ter plaatse trappelen. Drie pubers repten zich richting Buggenhout. En drie sloebers schoten in de loop naar Steenhuffel. Daar ging ons oorlogsvoedsel.

Het ras Poule de Bresse is ontstaan in Frankrijk. De kippen hebben een rode kam, witte veren en blauwe poten, de kleuren die voorkomen in de Franse vlag. Ze groeien snel en met vier maanden zijn de hennen al aan de leg.

Dankzij de chicken run op zondagochtend was ik direct wakker. Van mij mogen ze snel groeien. Dan kunnen ze zo vlug mogelijk gewoon bij de andere kippen in de tuin.