De Klimaattafel

Vorige week kreeg ik de kans om in de gemeente waar ik werk, deel te nemen aan een klimaattafel. Tof! Ik leerde weer wat gelijkgezinde mensen kennen. En goesting mannekes, goesting dat ik daarvan gekregen heb. Als alle tips die we gegeven hebben, gaan verwezenlijkt worden, dan gaat dat hier mooi worden!

De gemeente waar ik werk, heeft vorig jaar het ‘Burgemeestersconvenant’ ondertekend en belooft daarmee om 40% minder CO2 uit te stoten tegen 2030.

Er waren al twee studiedagen hiervoor. Een collega en ik gingen naar ene over duurzaam wonen. Hij ging begin januari ook naar ene over duurzame mobiliteit. Daar kwam hij echter een beetje gedesillusioneerd van terug. Koning Auto is nog heel machtig.

Nu was er een klimaattafel voor burgers. Bedoeling was te brainstormen over praktische oplossingen.

Mensen zijn er echt wel mee bezig. Dat ondervond ik deze avond. Het deed deugd want overdag had ik me heel alleen gevoeld. Voor sommige mensen aan wie ik tips gevraagd had, leek het op het eerste zicht niet prioritair te zijn, dat klimaat. Bedoelden ze dat echt zo?! Verdrietig was ik daarvan geworden.

De hamvraag van de avond was dan ook: hoe overtuigen we de anderen? Weten jullie het? Een warme oproep om positieve ideeën aan te leveren…

Knotwilgen

Stoere rijen geknotte bomen in het landschap, ik was nog maar een klein meisje toen ik dit al prachtig vond. Ik wist al snel dat ik later ook zo’n rij robuuste bomen vol leven wilde.

Langer dan tien jaar staan die kerels hier nu. En knotwilgen moet je … knotten natuurlijk. Vier jaar geleden deed ik het de laatste keer zelf. Maar nu zijn het zo’n forse bomen geworden, dat ik het niet meer zelf durf.

Een vriend met ‘verstand van groenwerken’ wilde dit wel doen. Ik sprak met hem af dat hij de helft van de bomen zou knotten. De andere helft moest blijven staan. Want op meerjarig hout van wilgen komen wilgenkatjes. Het stuifmeel daarvan is superfood voor vroege bijen. Dat wil ik hen niet afpakken natuurlijk. Volgende keer kunnen deze geknot worden en blijven die van nu staan.

Hij kon alleen maar in de kerstvakantie, in de week dat ik met de nacht moest werken. Toeme toch, ik had er nochtans graag bij geweest.

Gelukkig is het een lieve vriend. Hij beloofde dat hij zijn kettingzaag elke keer onder het raam waar ik lag te slapen zou komen in gang trekken. “Da’s goed jong”, antwoordde ik “dan kap ik ‘mijne pispot’ over uwe kop.” Zo rap als tellen, repliceerde hij: “ik ben zeker dat ge dan nog ‘ne pispot’ moet gaan kopen.” 2 -1 voor hem, het leven van de werkende vrouw is hard…

Maar nu kan ik me wel amuseren: buiten spelen en hout opruimen. De fijnste takken ga ik verhakselen. Daarmee kan ik de paadjes in de moestuin terug opvullen. De dikste stammen zaag ik in stukken, die zijn voor de houtmijt.

En voor de langste buigzame takken heb ik een tof projectje gevonden. Binnenkort gaan we onze poel eens terug uitdiepen. Dat komt de vriend ‘met verstand van groenwerken’ doen met een kraantje. Op twee plaatsen is de wand wat ingezakt. Mijn vader heeft me geholpen om daar palen (gerecupereerde boompalen) in de grond te drijven. Daar ben ik nu aan ’t vlechten met die takken: een soort ‘oeverversteviging’ aan ’t maken. Bedoeling is om de ruimte op te vullen met grond die uit de poel komt.

Ge ziet, ik ben mij weer aan ’t amuseren. Van ’t werk moeten ze nu even niet meer bellen, ik heb al overuren genoeg. En de was, plas en strijk blijft ook even staan. Leve de tuin!

Het alfabet van 2019

Ik zag het enkele collega-bloggers dit jaar doen: bloggen op alfabet. Leuk om te lezen, vond ik. Daarom wil ik het ook eens proberen. Ziehier mijn jaaroverzicht van 2019, alfabetisch gerangschikt.

Agastache ‘Blue Fortune’: Deze Dropplant was nieuw in de tuin dit jaar. Hij stal de show. Mooi blauw, rechtopstaand, lang bloeiend en magneet voor insecten. Hij zou alleen niet zo langlevend zijn. Ik hoop dat hij terugkomt want ondanks mijn goed voornemen dat ik nu ook eens ging stekken, heb ik het niet gedaan. Duim met me mee aub…

Biobloembollen: Ik kocht ze al een aantal jaren. Als je goed zocht, vond je ze wel. Maar sinds dit jaar kan je ze bij Velt kopen, ook in onze afdeling natuurlijk. Allemaal samen hebben we er meer dan 420 000 gekocht en in de grond gestoken! Onze bijen zullen er wel bij varen.

Comité Jean Pain in Londerzeel kreeg dit jaar een zwaar verlies te verwerken. Jackie, ook bestuurslid in onze Veltafdeling, overleed deze zomer heel onverwachts. We bleven toch wel wat verweesd achter want Jackie was zeer actief en ineens moesten al haar taken onder ons verdeeld worden. We werden als bestuursgroep nog hechter. We beseften dat het ineens rap kan gedaan zijn en onze vriendschap werd nog warmer. Ik ben zo dankbaar dat ik deel mag uitmaken van zo’n toffe groep!

DIY: ook dit jaar werd er hier geknutseld. Buurman ‘tefferde’ een tof plantenbakje voor mij. Met onze Veltafdeling maakten we bijenwasdoekjes maar ook een insectenhotel. In de keuken ging ik aan de slag met veel meer groenten, ook niet-alledaagse (wat niet altijd naar de goesting van jongste zoon was). Ik maakte ook zelf veggieburgertjes.

Ecotuindagen: het eerste weekend van juni en hoogdagen voor Velt-leden. We deden dit jaar met onze afdeling nog eens mee en ontvingen een massa volk in de tuin van Frans en Moniek. ’t Was weer heel gezellig. Mensen konden ervaren wat een toffe bende wij zijn. De zon, lachende gezichten, hapjes en drankjes en genieten van een prachtige tuin … ’t leven kan zwaar zijn …

Fruitbomen: ik zette er dit jaar nog wat bij, dat kan je hier lezen. Dat bericht gaat hier anders veel te lang worden.

Greta Thunberg: ik las deze zomer haar boek ‘Ons huis staat in brand’. Respect heb ik voor dat meiske, enorm veel respect! Hoe ze omgaat met haar stoornis en haar angsten en terwijl het klimaatprobleem op de politieke agenda krijgt. Hoe ze belachelijk gemaakt wordt en toch doorgaat … zij doet tenminste iets en niemand is perfect, vind ik hè.

Hutsepot werd hier dit jaar ook enkele keren gemaakt en de groenten die kwamen van de buurderij.

Inkululeku Swenga Mushana is de volledige naam van onze puppy. Ze is nu acht maanden oud en nog steeds een enthousiast, grappig, lief zotteke.

Jager: hier moet ik voorzichtig zijn met wat ik schrijf. Een man met een geweer mag je niet in de weg lopen, zelfs niet in je eigen tuin. Maar ik nam maatregelen.

Klimaatverandering: die is nu wel serieus ingezet en men begint het stilaan door te hebben dat we niet goed bezig zijn. Er zijn nog steeds klimaatontkenners maar daar wil ik geen energie meer in steken. Je hebt altijd mensen die zullen blijven geloven dat de aarde plat is. Laat ons kleine en grote dingen ondernemen met de mensen die wel vooruit willen. Ook in de blogwereld vond ik dit jaar zo’n mensen.

Limonade vind ik lekker, zeker als die zelfgemaakt is. Dit jaar maakte ik die van bloesems, planten en bessen uit de tuin. Zoveel soorten!

Meer dan sprietjes: één van de boeken van Velt die dit jaar verschenen. Met veel foto’s uit onze tuin. ‘k Ben er fier op…

Naaktslakken: Duizenden zaten er dit jaar in de tuin. Gelukkig kreeg ik de hulp van enkele stekelige vrienden. Terwijl ik ’s nachts samen met de hond op strooptocht door de tuin ging, kwam ik ze geregeld tegen. Ik knipte de slakken doormidden, de egels aten ze op.

Ons economisch model tegenover de circulaire economie: oudste zoon is in oktober een doctoraatsstudie begonnen over het rechtsaspect van de circulaire economie. Ge kunt u wel voorstellen dat ik daar fier op ben.

Plantenkwekerijen, ik ontdekte er dit jaar enkele die ik heel tof vond: Bruckeveld, De Linde, Fil Roses en Hessenhof.

Q … en hier pas ik. Veel te moeilijke letter.

Rozen: eigenlijk staan er hier niet zo veel en ik besefte dit jaar dat ik er eigenlijk wel wil. Dus da’s een projectje voor 2020…

Serre: eind mei kwam er hier eindelijk één in de tuin. Ik heb me daar al zo in geamuseerd. Het tuinseizoen wordt gewoon verlengd en dat vind ik fantastisch.

Tomaten stonden er natuurlijk in, zelfgezaaid en al. Ik kreeg zaadjes van Eddy, tomatenman van Velt. Dus wij hebben kunnen smullen van rassen die je in de winkel niet vindt. Er zijn enorm veel tomatenrassen, volgend jaar ga ik weer andere proberen. Spannend hè…

Uit de buurderij: groenten, als we ze niet meer hebben in de tuin, komen ze van ‘Boeren en buren’, de plukboerderij of de Seizoensmaak. Het voelt goed zo lokaal mogelijk te kopen. Ook de verpakkingsvrije winkel Tarra, daar ga ik graag naartoe.

Velt, aja natuurlijk! Dé vereniging waar ik me als een vis in het water voel. ‘k Heb daar al veel geleerd en toffe mensen leren kennen. Een vereniging voor de meerwaardezoeker, ecologist, natuurliefhebber, smulpaap en tuinier… En echte vriendschap vind je daar!

Wereldverbeteraars dat vind ik toffe mensen. ’t Moeten altijd geen grote acties zijn. Vele kleintjes maken ook een groot. Ik kreeg dit jaar een mooi gedicht hierover.

Xxx: die zijn voor jullie, mijn volgers. Dit jaar kwamen jullie 26 075 keer kijken op mijn virtueel erf. Ongelooflijk vind ik dat! Ook jullie reacties waren steeds hartverwarmend. Dikke, dikke merci daarvoor!!!

Yzerhard of Verbena bonariensis deed het dit jaar zo goed in de tuin dat ik het zelfs onkruid vond. Het had zich in heel de kippenren uitgezaaid. Zolang ze bloemden, kon ik de planten niet verwijderen. Ze waren fantastisch voor bijen en vlinders. Na de bloem heb ik wel van mijn hart een steen gemaakt en de meeste in de kippenren verwijderd. Er staan er nog genoeg in de tuin.

Zonder is gezonder! Dat zal voor altijd mijn leuze blijven in de tuin. De lieve wederhelft zegt dat ik niet van mijn woord ben. Hij doelt op de Velt kabouter zonder kleren achter zijn kruiwagen, mascotte van een tiental jaar geleden. Ik bedoel zonder vergif, natuurlijk…

Fruitboompjes planten

Tussen november en maart is het de moment om fruitbomen te planten.

Ik koos twee laagstam appels: Transparente de Lesdain RGF en Red Topaz. En een laagstam pruim: Sainte Cathérine RGF. Van vorig jaar heb ik al een Alkmene appelboompje staan dat ik als spilvorm wil opkweken.

Appel Transparente de Lesdain is een eetappel met zoet vruchtvlees en een geelgroene en gladde schil met een zacht rode blos aan de zonnezijde. Ik koos voor deze appel omdat je die zomaar niet in elke winkel vindt. En vooral omdat hij het RGF label heeft.

Dat RGF label, wat is dat eigenlijk? Wel, RGF is een project opgestart in de Waalse gemeente Gembloux. Je kan dus ook spreken van Gembloux-rassen. Deze rassen zijn zeer interessant voor mensen die fruit op een ecologische manier willen kweken zonder gebruik te maken van vergif. Het zijn steeds oude, vergeten fruitboomrassen die uiteindelijk beter bestand blijken te zijn tegen tal van hedendaagse ziektes. Je vindt deze rassen niet zomaar bij elke boomkweker. Ik vond mijn bomen bij boomkwekerij De Linde in Kemmel.

Transparente de Lesdaine is geen zelfbestuivende appel. Dus moest ik nog een boompje hebben om mee in het huwelijk te treden. Bart van De Linde raadde me er enkele aan en daaruit koos ik Red Topaz. Dit is een knappend, zoetzure oranjekleurige appel. Hij is zeer aromatisch en bovendien schurftresistent.

In de kwekerij konden we de verschillende soorten vruchten in ’t echt bekijken en ruiken. Zalig!

De pruim Sainte-Cathérine RGF is een groengeel, middelgroot, licht langwerpig pruimpje. Het is matig sappig en lekker zoet, geschikt als dessert of in de keuken. Mmmm! Ik zette het boompje in het kippenhok.

Het planten zelf dan: de laagstam appelbomen moesten aan een dikke kastanjehouten paal van 3 meter lang gezet worden. Eén meter moest in de grond geduwd worden. Ik haalde de ‘drijver’ van mijn vader, een zware metalen gesloten buis met handvaten eraan. Buurman die dat gezien had, stuurde een berichtje: “Koekoe, ga je de hulp van Brutus nodig hebben straks? Indien ja, wanneer?” Tof hè! Met enkele rake stoten stonden de palen op een wip een meter diep in de grond. De pruimenboom had een korter paaltje nodig. Binnen drie jaar kan die zelfstandig staan. Maar een laagstam appelboom moet heel zijn leven ondersteund worden. Ook het Alkmene appelaartje kreeg een stevigere paal.

Restte alleen nog het vastmaken van de boompjes aan de palen. Met binddraad in de vorm van een 8 gebonden zodat de stammetjes niet insnoeren.

Kletsnat van de regen maar echt content ben ik daarna in een warm bad gekropen. Laat ze maar groeien, ik droom al van de eerste bloesems…

Bloemenweide update

Als een vrouw bedreigd wordt, eerst in haar tuin, daarna aan de telefoon en uiteindelijk binnen in haar huis, dan heeft ze een uitlaatklep nodig. Die vond ik in de bloemenweide.

Eerst die bedreiging, daar kan ik eigenlijk niks over publiceren. Te gevaarlijk. Brave ziel die ik ben, zocht ik eerst de schuld bij mezelf. Tot het te gortig werd en ik (de allereerste keer in mijn leven) echt de politie moest inlichten. En van de agent ook andere mensen, zelfs mijn werkgever moest verwittigen. Buurman en goede vriend zei dat dit #MeToo was, gelukkig niet letterlijk maar eigenlijk ging het er inderdaad wel naartoe.

Om de schrik en stress van me af te schudden, ben ik vorige vrijdag de tuin in gedoken. Het deed deugd! Mijn botten en tuinjas, drupneus van de kou maar lekker in ’t warm van de arbeid.

In de bloemenweide dus. Elders in de tuin hadden zich gewone margrieten (Leucanthemum vulgare) uitgezaaid. Nu het gras gemaaid is, heb ik enkele zoden afgeplagd en daar de margrieten ingeplant. Ook een Echium die in de moestuin terecht gekomen was, heb ik in de bloemenweide gezet. Vorige herfst deed ik dit ook met Sint-Janskruid (Hypericum perforatum), Beemdkroon (Knautia) en Knoopkruid (Centaurea jacea).

Als je informatie gaat zoeken over hoe je best een bloemenweide aanlegt, lees je vaak dat je moet frezen of spitten om te starten en dan een bloemenmengsel inzaaien. Ik deed het niet zo. Luie tuinier, weet je wel. Ik liet gewoon stukken in het gazon niet-gemaaid. Heel snel gingen zich daar wilde bloemen vestigen. Zelfs Pinksterbloemen (Cardamine pratensis) kwamen overgewaaid uit de weide achteraan. Ook Korenbloem (dankzij onze mol want Korenbloem is geen graslandplant maar groeit alleen in verstoorde grond)

Zaaien tussen het sterke gras, lukt hier niet. Dus doe ik in het najaar een update. Ik steek enkele graszoden uit en daarin zet ik planten die ik elders opgekweekt heb of die zich daar uitgezaaid hebben. Ze zijn dan groot genoeg om te kunnen concurreren met het gras.

Hopelijk kan ik volgende zomer foto’s tonen van veel margrieten tussen het wuivende gras.

En hoe gaat het met Swenga?

Het WhatsApp berichtje ‘En hoe gaat het met Swenga?’ op zondagmorgen katapulteerde me terug naar deze zomer op het strand van Cadzand.

We hadden haar al zien zitten, genietend van de zon, kijkend naar de kinderen die in de branding aan ’t ravotten waren. Haar rolstoel stond net niet in het water en de spetters die ze over haar heen kreeg, deerden haar niet. Ze straalde positiviteit uit, puur respect voelden we voor haar.

Onze puppy vond de spetters water niet zo leuk. We waren met haar op een hete julidag naar zee gekomen om haar te laten wennen aan al die prikkels. De kinderen vond ze tof, het zand om in te graven grandioos maar die zee, brrr. ’t Is een echte Rhodesian Ridgeback, onze Swenga, als de dood voor water…

Met een hond raak je makkelijker aan de praat met mensen. De mama van het positieve meisje sprak ons aan. Dat zij ook zo zot is van Ridgebacks en haar dochter ook. En als ze later alleen ging wonen, wilde ze er ook ene. Dat zinnetje brak het ijs. We hadden een gezellige babbel, namen foto’s en wisselden telefoonnummers uit.

En ik beloofde dat ik af en toe eens ging schrijven over Swenga.

Volgende week wordt ze zeven maanden oud. In de hondenschool doorliepen we al twee puppyklassen. Groot was mijn verbazing dat we twee weken geleden mochten overgaan naar de A-klas. “Ze zal nog wel een tijdje een ‘spring-in-‘t-veld’ blijven”, lachte de instructeur “maar haar oefeningen doet ze goed dus jullie mogen overgaan.”

We doen vooral aan socialisatie en oefenen de commando’s ‘zit’, ‘liggen’, ‘staan’, ‘aan de voet’ en leren ‘tandjes laten bekijken’ en wandelen naast de baas en terwijl de andere hondjes gerust laten. (Da’s ne moeilijke voor al die speelvogels 😉 )

De sfeer in de hondenschool is heel tof. Als onze les gedaan is, zitten de mannen van de hoogste groep met hun perfecte honden te wachten op het terras. Daar moet ik dan met mijn ‘huppelend, trekkend springkonijn’ voorbij geraken. Mijne sloeber vindt dat allemaal heel plezant. Verontschuldigend glimlachend en mompelend: “had me beter ne Chiwawa genomen”, probeer ik daar dan zo elegant als mogelijk voorbij te schrijden. Gelukkig kan ik wel op begrip rekenen: “Veel geduld en hondenkoeken jong, en dat komt helemaal goed.” lachen ze dan.

Thuis is Swenga een schatje. Ze slaapt in een bench. Overdag staat het deurtje gewoon open en ook dan gaat ze er graag een dutje doen. In huis is ze super rustig. Maar in de tuin is ze ‘mijn partner in crime’. Molshopen om uit te graven, dat vindt ze fantastisch. Kaartjes aan de planten, dat vindt ze niet mooi, die moeten eruit. Ze heeft gelijk hè. Misschien komt het er zo eens van om plannetjes te maken van waar ik al mijn planten gezet heb…

En wist je al dat ze een lief heeft? Een tweejarige chocoladekleurige labrador reu van onze buren. Hij komt regelmatig op bezoek en als de buren op weekend gaan, mag hij blijven slapen. Hoe die twee door de tuin kunnen dollen, niet te doen! Hij is een echte gentleman voor haar. Ze mag alles, zelfs in zijn nekvel hangen, hij verdraagt het allemaal. Maar hij kan haar serieus uitdagen! Gaat lopen met haar bal, horendol wordt ze ervan want ze kan hem niet vatten. Tot ze de interesse verliest, dan komt hij op zijn kousenvoeten de bal netjes bij haar leggen. Het spel tussen man en vrouw … zalig!

Toen was ze nog klein, wacht maar …

Man en vrouw op gelijke hoogte, zo hoort het … 😉

Wij zijn het klimaat

Zo was ik begonnen deze zomer. Ik vond het nog terug in mijn concepten:

Vakantie, dat is : tijd hebben om naar de bib te gaan en onder de notenboom te gaan liggen lezen…

Ik bracht het boekje ‘Wij zijn het klimaat Een brief aan iedereen’ mee. Opgetekend door Jeroen Olyslaegers van Anuna De Wever en Kyra Gantois. Ik vind die twee dames heldinnen! Ze worden door velen door het slijk gehaald en belachelijk gemaakt maar toch houden ze vol. Respect!

Ik bracht nog een ander boek mee : ‘Klimaatrelativisme’ van Johan Albrecht. Johan is doctor in de economische wetenschappen en publiceert vooral over milieu- en energievraagstukken. Ik heb diene mens nog gekend toen we pubers waren en naar dezelfde fuiven gingen.

Waarom ik deze twee boeken onder mijn notenboom wilde gaan lezen, was omdat ik graag wil begrijpen waarom zoveel mensen Anuna en Kyra aanvallen, hen niet geloven, hen belachelijk maken, …

En toen zat ik vast…

Het boek van Johan Albrecht heb ik niet uitgelezen. Al in het tweede hoofdstuk vond ik allerlei onwaarheden over windenergie. Hij geloofde niet in windmolenparken! Huh? Tot ik eens ging kijken wanneer het boek geschreven is. Tja, in 2007, helemaal achterhaald dus. Gelukkig staan we nu al veel verder.

En nu … zit ik nog steeds vast.

Wat ik voel over heel de klimaat- en milieukwestie kan ik nog steeds niet verwoord krijgen. Maar het ‘broebelt’ enorm vanbinnen. Ik word zo kwaad van alle plastiek die onze aardbol overspoelt. De regenwouden die platgebrand worden om palmolieplantages aan te leggen. En de multinationals die dat ondersteunen en terwijl ons, goedgelovige consument wijsmaken dat ze duurzaam bezig zijn. Onze regeringsleiders die maar blijven aanmodderen en maar niet kunnen beginnen terwijl de tijd zo dringt. Ik kan zo nog wel even verder gaan.

En als collega’s dan heel ostentatief hun plastieken bekertje voor mijn neus kapot duwen, in de vuilbak gooien en zeggen: “Ge kunt daar toch niks aan doen. Het is al te laat.”, dan word ik zó kwaad.

Als mijn toekomstige kleinkinderen later zouden vragen: “Wat heb jij eraan gedaan?”, dan wil ik wel iets kunnen antwoorden.

Nu bracht ik het boek ‘In het oog van de klimaatstorm’ van Jean-Pascal van Ypersele mee. Dat is tenminste een échte klimaatwetenschapper. Eens kijken wat hij schrijft …