Wij zijn het klimaat

Zo was ik begonnen deze zomer. Ik vond het nog terug in mijn concepten:

Vakantie, dat is : tijd hebben om naar de bib te gaan en onder de notenboom te gaan liggen lezen…

Ik bracht het boekje ‘Wij zijn het klimaat Een brief aan iedereen’ mee. Opgetekend door Jeroen Olyslaegers van Anuna De Wever en Kyra Gantois. Ik vind die twee dames heldinnen! Ze worden door velen door het slijk gehaald en belachelijk gemaakt maar toch houden ze vol. Respect!

Ik bracht nog een ander boek mee : ‘Klimaatrelativisme’ van Johan Albrecht. Johan is doctor in de economische wetenschappen en publiceert vooral over milieu- en energievraagstukken. Ik heb diene mens nog gekend toen we pubers waren en naar dezelfde fuiven gingen.

Waarom ik deze twee boeken onder mijn notenboom wilde gaan lezen, was omdat ik graag wil begrijpen waarom zoveel mensen Anuna en Kyra aanvallen, hen niet geloven, hen belachelijk maken, …

En toen zat ik vast…

Het boek van Johan Albrecht heb ik niet uitgelezen. Al in het tweede hoofdstuk vond ik allerlei onwaarheden over windenergie. Hij geloofde niet in windmolenparken! Huh? Tot ik eens ging kijken wanneer het boek geschreven is. Tja, in 2007, helemaal achterhaald dus. Gelukkig staan we nu al veel verder.

En nu … zit ik nog steeds vast.

Wat ik voel over heel de klimaat- en milieukwestie kan ik nog steeds niet verwoord krijgen. Maar het ‘broebelt’ enorm vanbinnen. Ik word zo kwaad van alle plastiek die onze aardbol overspoelt. De regenwouden die platgebrand worden om palmolieplantages aan te leggen. En de multinationals die dat ondersteunen en terwijl ons, goedgelovige consument wijsmaken dat ze duurzaam bezig zijn. Onze regeringsleiders die maar blijven aanmodderen en maar niet kunnen beginnen terwijl de tijd zo dringt. Ik kan zo nog wel even verder gaan.

En als collega’s dan heel ostentatief hun plastieken bekertje voor mijn neus kapot duwen, in de vuilbak gooien en zeggen: “Ge kunt daar toch niks aan doen. Het is al te laat.”, dan word ik zó kwaad.

Als mijn toekomstige kleinkinderen later zouden vragen: “Wat heb jij eraan gedaan?”, dan wil ik wel iets kunnen antwoorden.

Nu bracht ik het boek ‘In het oog van de klimaatstorm’ van Jean-Pascal van Ypersele mee. Dat is tenminste een échte klimaatwetenschapper. Eens kijken wat hij schrijft …

Serre winterklaar maken

Het is er hier ver mee gedaan. Er hangen nochtans nog wel wat tomaten aan de struiken maar door de koude rijpen ze niet meer. In ‘Seizoenen’, ons Velt tijdschrift lees ik dat het rijpingsproces van tomaten stilvalt als de nacht kouder is dan 10° Celsius.

Tijd dus om ze te oogsten en de planten uit te trekken. Maar de deur van mijn serre wordt nog niet dichtgetrokken. Er staat nog sla, zoete puntpaprika, pepertjes en ik verwonder me erover dat de komkommers nog steeds groeien. Basilicum krijgt nog even het voordeel van de twijfel. En de Salvia apiana die ik dit voorjaar zaaide, staat daar zó te pronken.

Waar de tomaten stonden, daar kan ik de bodem wel al ‘soigneren’. Ik verwijder de mulch waarmee die heel het seizoen bedekt was. (om onkruid tegen en water vast te houden) Ik geef liters en liters water. En dan bedek ik de bodem met een laag zelfgemaakte compost.

Ik glimlach terwijl en denk terug aan Jackie, compostmeester en collega in onze Veltafdeling. Ze overleed plots en onverwacht deze zomer en liet ons verweesd achter. Ze zou me hier en nu onder mijn voeten geven. Oh, wat wou ik graag dat dat nog eens kon! Ik heb mijn compost niet gezeefd. En dat kon zij, perfectioniste, niet hebben. Voor mij, luie tuinier, is het allang goed. Mijn planten zullen wel naast die enkele onverteerde takjes groeien.

Het ‘zwarte goud’ ruikt in ieder geval heerlijk! Naar pure bosgrond. Ik snuif en geniet. Swenga ook, regelmatig komt ze haar neus in de kruiwagen steken. Mijn vriendinneke…

De laatste Gogosari paprika’s, enkele zoete aardappelen en tomaten gaan mee naar binnen.

De onrijpe tomaten ga ik proberen laten narijpen. In de garage, onder een krant met een appel erbij. De appel komt van de buurderij in Buggenhout. Bart de imker en Bart mijn collega van in het WZC zijn zo goed bezig daar! Met een berichtje haalden ze me uit mijn serre. Of ik vandaag nog kwam of ze mijn boodschappen morgen naar Tarra, de verpakkingsvrije winkel moesten doen? Want het was niet erg duidelijk, de website had kuren. “Ik kom af” stuurde ik terug.

Ik geniet terug. De twee jonge, enthousiaste kerels vertellen over wat hen bezighoudt, wat ze nog willen doen en of Velt wil meedoen. Ja jong, heel graag! Ik popel al om op onze volgende bestuursvergadering mijn Veltcollega’s mee enthousiast te maken.

Mijn eigen kleine serre, mijn Veltafdeling en nu de grotere buurt ook nog. Ik wil heel graag een schakel zijn om de klimaat- en milieuproblematiek aan te pakken. Ik weet wel dat ik de grote wereld niet kan verbeteren. Maar ik wil wel een druppeltje op de hete plaat zijn. En er zijn zo al veel druppeltjes! En die vinden elkaar!

Wat gaat daar van komen???

Partner in crime

Ik moet iets bekennen! Ik heb sinds dit voorjaar tot nu vele misdrijven op mijn geweten. Moorden, duizenden moorden heb ik gepleegd!

’s Nachts, al sluipend door de tuin, met een pillamp op mijn hoofd en een schaar in mijn handen! Duizenden naaktslakken, minstens 200 per nacht heb ik zonder wroeging gewoon doormidden geknipt!

Ik las het graag: verschillende ecotuiniers die jubelden omdat ze, dankzij de voorbije droge zomer dachten ze, geen naaktslakken vonden in hun tuin. Ha nee, natuurlijk niet! Ze zaten allemaal bij mij!

Komt het omdat we al twee jaar geen loopeenden meer hebben? En omdat de zijdehoentjes voorbije winter niet in de tuin gescharreld hebben maar in de kippenren bleven? In ieder geval was het evenwicht dit jaar helemaal zoek. Jonge plantjes werden ’s nachts helemaal opgevreten, coleirig werd ik ervan. 😉

Eén voordeel was er wel aan al die slakken: er kwamen ook veel egeltjes in de tuin. Op onze nachtelijke strooptochten kwamen mijn puppy en ik ze regelmatig tegen. Eigenlijk wel grappig hoe ze blazen zoals een kat als Swenga eens wil snuffelen aan hen.

Vorige maand kwam ik er zelfs eentje overdag tegen. Dé kans om eens te filmen…

Slakkenvanger, scharrelend in de tuin

Deze winter mogen de zijdehoentjes terug in de tuin lopen. Of misschien verwelkomen we nog eens een koppeltje Indische loopeenden. En dan ben ik eens benieuwd hoe het evenwicht volgend jaar zal zijn. Ik zou natuurlijk ook slakkenkorrels kunnen strooien (Escar Go van Ecostyle is niet zo schadelijk) maar ik tuinier liever zonder…

Want … zonder is gezonder!

De ‘boomfabriek’

Vandaag ging ik op pad met twee leden van de Kerkfabriek. Niet dat ik zo’n heilig boontje ben hoor! Maar omwille van mijn ‘groene vingers’ waren ze bij mij terecht gekomen.

Eerst een beetje geschiedenis: ook in onze parochie bezit de Kerkfabriek wel wat gronden. Die werden hen vroeger geschonken in ruil voor ‘eeuwigdurende’ missen. Onze voorouders waren blijkbaar zeer vroom.

Die gronden, daar mag de Kerk niet zomaar wat mee doen. Blijkbaar is daar een hele wetgeving rond. Simpel gesteld moeten die verpacht worden aan arme boeren. En de Kerk als eigenaar moet de grote onderhoudswerken doen.

Daar wrong het schoentje. Ze hadden ‘onder hun voeten gekregen’ van de Vlaamse Milieumaatschappij. Want op die wei stonden 32 oude populieren die regelmatig zware takken verloren. Daardoor was het moeilijk voor hen om de Molenbeek die passeert aan de weide, te onderhouden. Ze raadden aan de kaprijpe bomen te rooien of anders elk jaar een boete te betalen. Gelukkig moesten ze wel 32 nieuwe hoogstambomen planten.

En zo kwamen ze bij mij terecht. Ik was echt content want aan zo’n tof project mijn steentje bijdragen, dat zag ik helemaal zitten. De weide ligt in een groen gebied waar wij in onze kinderjaren altijd gingen spelen. Ik nam contact op met het Regionaal Landschap Brabantse Kouters. Een Regionaal Landschap doet aan landschapsbeheer en -herstel en dit door middel van verschillende projecten. Dus ik dacht wel dat zij hier zouden kunnen helpen.

Deze ochtend trok ik mijn caoutchouc botten aan en samen met de ‘kerkmensen’ en een medewerker van het Regionaal Landschap gingen we de weide bekijken. De koeien die er stonden, lieten ons gelukkig met onze voeten op de grond.

We vonden er zelfs een dichtgeslibde poel. Ook herstel daarvan doet het Regionaal Landschap. En met een poel in de buurt, beheerd door Natuurpunt, zou dat heel waardevol zijn. De 32 populieren, die nu gekapt zijn, gaan vervangen worden door 32 stuks Zwarte Els, omdat het een nat gebied is. Daarbij zijn die waardevoller dan populieren voor de biodiversiteit.

Terwijl we nog wat praktische dingen bespraken, de werken gaan uitgevoerd worden door Pro Natura, wipte een eekhoorn net niet over onze voeten.

De warme chocomelk daarna ‘Onder den Toren’ die smaakte ook!

De wereld is klein

Vandaag ontmoette ik Willy, een jonge, knappe Zuid-Afrikaan.

Ik had hem opgemerkt aan het station in ons dorp. Zijn grote, donkere ogen zochten me al begreep ik niet waarom.

De laatste week rijd ik nogal regelmatig met de auto omdat de lieve wederhelft zijn voet gebroken heeft. Ik ben dus nu naast liefhebbende echtgenote, mama, werkende vrouw en huishoudstér ook nog eens taxichauffeur. 😉

En zo stonden we te wachten voor de gesloten overweg aan het station. De jonge Zuid-Afrikaan bleef kijken, raapte al zijn moed bij elkaar en kwam op ons toegestapt: “I saw the flags on your car, I’m from South-Africa.” zei de man. Hij had zijn trein gemist en moest een uur wachten voor de volgende maar als we hem naar het andere dorp zouden kunnen brengen, kon hij daar binnen 7 minuten een bus nemen.

Vlug de lieve wederhelft afgezet aan kantoor, teruggereden en de Zuid-Afrikaan opgepikt en wij weg naar het volgende dorp.

Hij begon spontaan te vertellen dat hij in België was voor een ‘girlfriend’, dat hij eigenlijk afkomstig was van Burundi maar in Khayelitsha, sloppenwijk naast Kaapstad, vrijwilligerswerk deed om ‘orphans’ te helpen. Hij vroeg vanwaar we die vlaggetjes op onze auto hebben. Dus ik vertelde over onze dochter die uit Khayelitsha komt, over adoptie, over onze liefde voor dat mooie, verre land.

Die 5 minuten in de auto waren zo warm en zo mooi. Hoe een mens zich door een toevallige ontmoeting zo rijk kan voelen hè… Ik heb de jongen afgezet aan het busstation en hem het allerbeste toegewenst. Ik hoop dat hij samen met zijn vriendinnetje nog heel veel wezen in Zuid-Afrika gaat helpen…

Bruckeveld

Deze zomer heb ik een toffe plantenkwekerij ontdekt. Een vriendin vroeg me om eens mee te gaan en amai! Dat ik daar nog nooit geweest was, het is zelfs bij ons in de buurt…

Verwoed pogingen doende om van mijn verbazing te bekomen, stelde de eigenares me direct gerust: “Eigenlijk weten veel mensen niet waarvoor wij staan.” Ik dacht allee jong, zo’n tof concept dat jullie hebben, dat moet ge toch van de daken schreeuwen!

In 1993 is deze plantenkwekerij gestart. Christine en haar echtgenoot Walter werken samen met één vaste arbeider. Tijdens de lente en zomermaanden krijgen ze hulp van seizoensarbeiders voor het oppotten en wieden.

Wat ik tof vind, is dat ze heel veel zelf kweken: zaaien, stekken en scheuren. Daarnaast zijn ze lid van een groep met andere kwekers zodat hun aanbod nog veel uitgebreider is. Ben je dus op zoek naar een plant die ze niet zelf gekweekt hebben, dan kan je die altijd bestellen.

Waar ik me dan helemaal goed bij voel, is dat ze duurzaam werken heel belangrijk vinden. Ze vangen het regenwater van de serres op. Ze hergebruiken de plastic potjes die de klanten terugbrengen. En de bestellingen worden in kisten met statiegeld klaargezet, dus geen wegwerpverpakkingen. Van de planten die niet verkocht zijn, nemen ze stek of ze scheuren ze. Snoeisel en onkruid wordt op het veld onder gefreesd.

Aan hun nieuwe website wordt op dit moment nog hard gewerkt. Er wordt een filter geïnstalleerd zodat je kan zoeken op standplaats, hoogte, bloemkleur en wintergroen. Dat zie ik helemaal zitten. Deze winter ga ik me kunnen amuseren en terug wat borders aanpassen.

Dit weekend, 21 en 22 september hebben ze opendeurdagen. Je moet zeker eens gaan kijken! Hun toontuinen zijn tof om eens door te wandelen en ideeën op te doen. En prijs – kwaliteit gezien, zijn hun planten voordeliger dan andere kwekerijen die ik al bezocht heb.

Indian summer

’s Morgens en ’s avonds voel en zie je het al goed: het zomerliedje is bijna uitgezongen. Daarom doet september nog even zijn best met veel kleuren.

Zalig vind ik dat: de laatste strootjes uit het dak trekken en nog even profiteren, wetende dat na de winter terug een nieuwe lente komt…

Ook in onze tuin vinden insecten ‘meer dan sprietjes’. Het nieuwe projectje mag er voor het eerste jaar best wezen, vind ik. Enkele vaste planten gekocht, eens in mijn zaaibakje gerommeld en wat overschotjes uit de rest van de tuin uitgeplant en het gazon is heel goedkoop ‘gepimpt’.

In de bloemenweide heeft zich een Speerdistel gevestigd. Ik ben content, hij heeft zich gezet waar ik het graag heb. ’t Is een afstammeling van mijn Gespierde Speerdistel die twee jaar geleden ineens in de tuin verscheen. Hier lees je hoe ik me wapende tegen de kritiek van sommigen.