Bloemenweide update

Als een vrouw bedreigd wordt, eerst in haar tuin, daarna aan de telefoon en uiteindelijk binnen in haar huis, dan heeft ze een uitlaatklep nodig. Die vond ik in de bloemenweide.

Eerst die bedreiging, daar kan ik eigenlijk niks over publiceren. Te gevaarlijk. Brave ziel die ik ben, zocht ik eerst de schuld bij mezelf. Tot het te gortig werd en ik (de allereerste keer in mijn leven) echt de politie moest inlichten. En van de agent ook andere mensen, zelfs mijn werkgever moest verwittigen. Buurman en goede vriend zei dat dit #MeToo was, gelukkig niet letterlijk maar eigenlijk ging het er inderdaad wel naartoe.

Om de schrik en stress van me af te schudden, ben ik vorige vrijdag de tuin in gedoken. Het deed deugd! Mijn botten en tuinjas, drupneus van de kou maar lekker in ’t warm van de arbeid.

In de bloemenweide dus. Elders in de tuin hadden zich gewone margrieten (Leucanthemum vulgare) uitgezaaid. Nu het gras gemaaid is, heb ik enkele zoden afgeplagd en daar de margrieten ingeplant. Ook een Echium die in de moestuin terecht gekomen was, heb ik in de bloemenweide gezet. Vorige herfst deed ik dit ook met Sint-Janskruid (Hypericum perforatum), Beemdkroon (Knautia) en Knoopkruid (Centaurea jacea).

Als je informatie gaat zoeken over hoe je best een bloemenweide aanlegt, lees je vaak dat je moet frezen of spitten om te starten en dan een bloemenmengsel inzaaien. Ik deed het niet zo. Luie tuinier, weet je wel. Ik liet gewoon stukken in het gazon niet-gemaaid. Heel snel gingen zich daar wilde bloemen vestigen. Zelfs Pinksterbloemen (Cardamine pratensis) kwamen overgewaaid uit de weide achteraan. Ook Korenbloem (dankzij onze mol want Korenbloem is geen graslandplant maar groeit alleen in verstoorde grond)

Zaaien tussen het sterke gras, lukt hier niet. Dus doe ik in het najaar een update. Ik steek enkele graszoden uit en daarin zet ik planten die ik elders opgekweekt heb of die zich daar uitgezaaid hebben. Ze zijn dan groot genoeg om te kunnen concurreren met het gras.

Hopelijk kan ik volgende zomer foto’s tonen van veel margrieten tussen het wuivende gras.

En hoe gaat het met Swenga?

Het WhatsApp berichtje ‘En hoe gaat het met Swenga?’ op zondagmorgen katapulteerde me terug naar deze zomer op het strand van Cadzand.

We hadden haar al zien zitten, genietend van de zon, kijkend naar de kinderen die in de branding aan ’t ravotten waren. Haar rolstoel stond net niet in het water en de spetters die ze over haar heen kreeg, deerden haar niet. Ze straalde positiviteit uit, puur respect voelden we voor haar.

Onze puppy vond de spetters water niet zo leuk. We waren met haar op een hete julidag naar zee gekomen om haar te laten wennen aan al die prikkels. De kinderen vond ze tof, het zand om in te graven grandioos maar die zee, brrr. ’t Is een echte Rhodesian Ridgeback, onze Swenga, als de dood voor water…

Met een hond raak je makkelijker aan de praat met mensen. De mama van het positieve meisje sprak ons aan. Dat zij ook zo zot is van Ridgebacks en haar dochter ook. En als ze later alleen ging wonen, wilde ze er ook ene. Dat zinnetje brak het ijs. We hadden een gezellige babbel, namen foto’s en wisselden telefoonnummers uit.

En ik beloofde dat ik af en toe eens ging schrijven over Swenga.

Volgende week wordt ze zeven maanden oud. In de hondenschool doorliepen we al twee puppyklassen. Groot was mijn verbazing dat we twee weken geleden mochten overgaan naar de A-klas. “Ze zal nog wel een tijdje een ‘spring-in-‘t-veld’ blijven”, lachte de instructeur “maar haar oefeningen doet ze goed dus jullie mogen overgaan.”

We doen vooral aan socialisatie en oefenen de commando’s ‘zit’, ‘liggen’, ‘staan’, ‘aan de voet’ en leren ‘tandjes laten bekijken’ en wandelen naast de baas en terwijl de andere hondjes gerust laten. (Da’s ne moeilijke voor al die speelvogels 😉 )

De sfeer in de hondenschool is heel tof. Als onze les gedaan is, zitten de mannen van de hoogste groep met hun perfecte honden te wachten op het terras. Daar moet ik dan met mijn ‘huppelend, trekkend springkonijn’ voorbij geraken. Mijne sloeber vindt dat allemaal heel plezant. Verontschuldigend glimlachend en mompelend: “had me beter ne Chiwawa genomen”, probeer ik daar dan zo elegant als mogelijk voorbij te schrijden. Gelukkig kan ik wel op begrip rekenen: “Veel geduld en hondenkoeken jong, en dat komt helemaal goed.” lachen ze dan.

Thuis is Swenga een schatje. Ze slaapt in een bench. Overdag staat het deurtje gewoon open en ook dan gaat ze er graag een dutje doen. In huis is ze super rustig. Maar in de tuin is ze ‘mijn partner in crime’. Molshopen om uit te graven, dat vindt ze fantastisch. Kaartjes aan de planten, dat vindt ze niet mooi, die moeten eruit. Ze heeft gelijk hè. Misschien komt het er zo eens van om plannetjes te maken van waar ik al mijn planten gezet heb…

En wist je al dat ze een lief heeft? Een tweejarige chocoladekleurige labrador reu van onze buren. Hij komt regelmatig op bezoek en als de buren op weekend gaan, mag hij blijven slapen. Hoe die twee door de tuin kunnen dollen, niet te doen! Hij is een echte gentleman voor haar. Ze mag alles, zelfs in zijn nekvel hangen, hij verdraagt het allemaal. Maar hij kan haar serieus uitdagen! Gaat lopen met haar bal, horendol wordt ze ervan want ze kan hem niet vatten. Tot ze de interesse verliest, dan komt hij op zijn kousenvoeten de bal netjes bij haar leggen. Het spel tussen man en vrouw … zalig!

Toen was ze nog klein, wacht maar …

Man en vrouw op gelijke hoogte, zo hoort het … 😉

Wij zijn het klimaat

Zo was ik begonnen deze zomer. Ik vond het nog terug in mijn concepten:

Vakantie, dat is : tijd hebben om naar de bib te gaan en onder de notenboom te gaan liggen lezen…

Ik bracht het boekje ‘Wij zijn het klimaat Een brief aan iedereen’ mee. Opgetekend door Jeroen Olyslaegers van Anuna De Wever en Kyra Gantois. Ik vind die twee dames heldinnen! Ze worden door velen door het slijk gehaald en belachelijk gemaakt maar toch houden ze vol. Respect!

Ik bracht nog een ander boek mee : ‘Klimaatrelativisme’ van Johan Albrecht. Johan is doctor in de economische wetenschappen en publiceert vooral over milieu- en energievraagstukken. Ik heb diene mens nog gekend toen we pubers waren en naar dezelfde fuiven gingen.

Waarom ik deze twee boeken onder mijn notenboom wilde gaan lezen, was omdat ik graag wil begrijpen waarom zoveel mensen Anuna en Kyra aanvallen, hen niet geloven, hen belachelijk maken, …

En toen zat ik vast…

Het boek van Johan Albrecht heb ik niet uitgelezen. Al in het tweede hoofdstuk vond ik allerlei onwaarheden over windenergie. Hij geloofde niet in windmolenparken! Huh? Tot ik eens ging kijken wanneer het boek geschreven is. Tja, in 2007, helemaal achterhaald dus. Gelukkig staan we nu al veel verder.

En nu … zit ik nog steeds vast.

Wat ik voel over heel de klimaat- en milieukwestie kan ik nog steeds niet verwoord krijgen. Maar het ‘broebelt’ enorm vanbinnen. Ik word zo kwaad van alle plastiek die onze aardbol overspoelt. De regenwouden die platgebrand worden om palmolieplantages aan te leggen. En de multinationals die dat ondersteunen en terwijl ons, goedgelovige consument wijsmaken dat ze duurzaam bezig zijn. Onze regeringsleiders die maar blijven aanmodderen en maar niet kunnen beginnen terwijl de tijd zo dringt. Ik kan zo nog wel even verder gaan.

En als collega’s dan heel ostentatief hun plastieken bekertje voor mijn neus kapot duwen, in de vuilbak gooien en zeggen: “Ge kunt daar toch niks aan doen. Het is al te laat.”, dan word ik zó kwaad.

Als mijn toekomstige kleinkinderen later zouden vragen: “Wat heb jij eraan gedaan?”, dan wil ik wel iets kunnen antwoorden.

Nu bracht ik het boek ‘In het oog van de klimaatstorm’ van Jean-Pascal van Ypersele mee. Dat is tenminste een échte klimaatwetenschapper. Eens kijken wat hij schrijft …

Serre winterklaar maken

Het is er hier ver mee gedaan. Er hangen nochtans nog wel wat tomaten aan de struiken maar door de koude rijpen ze niet meer. In ‘Seizoenen’, ons Velt tijdschrift lees ik dat het rijpingsproces van tomaten stilvalt als de nacht kouder is dan 10° Celsius.

Tijd dus om ze te oogsten en de planten uit te trekken. Maar de deur van mijn serre wordt nog niet dichtgetrokken. Er staat nog sla, zoete puntpaprika, pepertjes en ik verwonder me erover dat de komkommers nog steeds groeien. Basilicum krijgt nog even het voordeel van de twijfel. En de Salvia apiana die ik dit voorjaar zaaide, staat daar zó te pronken.

Waar de tomaten stonden, daar kan ik de bodem wel al ‘soigneren’. Ik verwijder de mulch waarmee die heel het seizoen bedekt was. (om onkruid tegen en water vast te houden) Ik geef liters en liters water. En dan bedek ik de bodem met een laag zelfgemaakte compost.

Ik glimlach terwijl en denk terug aan Jackie, compostmeester en collega in onze Veltafdeling. Ze overleed plots en onverwacht deze zomer en liet ons verweesd achter. Ze zou me hier en nu onder mijn voeten geven. Oh, wat wou ik graag dat dat nog eens kon! Ik heb mijn compost niet gezeefd. En dat kon zij, perfectioniste, niet hebben. Voor mij, luie tuinier, is het allang goed. Mijn planten zullen wel naast die enkele onverteerde takjes groeien.

Het ‘zwarte goud’ ruikt in ieder geval heerlijk! Naar pure bosgrond. Ik snuif en geniet. Swenga ook, regelmatig komt ze haar neus in de kruiwagen steken. Mijn vriendinneke…

De laatste Gogosari paprika’s, enkele zoete aardappelen en tomaten gaan mee naar binnen.

De onrijpe tomaten ga ik proberen laten narijpen. In de garage, onder een krant met een appel erbij. De appel komt van de buurderij in Buggenhout. Bart de imker en Bart mijn collega van in het WZC zijn zo goed bezig daar! Met een berichtje haalden ze me uit mijn serre. Of ik vandaag nog kwam of ze mijn boodschappen morgen naar Tarra, de verpakkingsvrije winkel moesten doen? Want het was niet erg duidelijk, de website had kuren. “Ik kom af” stuurde ik terug.

Ik geniet terug. De twee jonge, enthousiaste kerels vertellen over wat hen bezighoudt, wat ze nog willen doen en of Velt wil meedoen. Ja jong, heel graag! Ik popel al om op onze volgende bestuursvergadering mijn Veltcollega’s mee enthousiast te maken.

Mijn eigen kleine serre, mijn Veltafdeling en nu de grotere buurt ook nog. Ik wil heel graag een schakel zijn om de klimaat- en milieuproblematiek aan te pakken. Ik weet wel dat ik de grote wereld niet kan verbeteren. Maar ik wil wel een druppeltje op de hete plaat zijn. En er zijn zo al veel druppeltjes! En die vinden elkaar!

Wat gaat daar van komen???

Partner in crime

Ik moet iets bekennen! Ik heb sinds dit voorjaar tot nu vele misdrijven op mijn geweten. Moorden, duizenden moorden heb ik gepleegd!

’s Nachts, al sluipend door de tuin, met een pillamp op mijn hoofd en een schaar in mijn handen! Duizenden naaktslakken, minstens 200 per nacht heb ik zonder wroeging gewoon doormidden geknipt!

Ik las het graag: verschillende ecotuiniers die jubelden omdat ze, dankzij de voorbije droge zomer dachten ze, geen naaktslakken vonden in hun tuin. Ha nee, natuurlijk niet! Ze zaten allemaal bij mij!

Komt het omdat we al twee jaar geen loopeenden meer hebben? En omdat de zijdehoentjes voorbije winter niet in de tuin gescharreld hebben maar in de kippenren bleven? In ieder geval was het evenwicht dit jaar helemaal zoek. Jonge plantjes werden ’s nachts helemaal opgevreten, coleirig werd ik ervan. 😉

Eén voordeel was er wel aan al die slakken: er kwamen ook veel egeltjes in de tuin. Op onze nachtelijke strooptochten kwamen mijn puppy en ik ze regelmatig tegen. Eigenlijk wel grappig hoe ze blazen zoals een kat als Swenga eens wil snuffelen aan hen.

Vorige maand kwam ik er zelfs eentje overdag tegen. Dé kans om eens te filmen…

Slakkenvanger, scharrelend in de tuin

Deze winter mogen de zijdehoentjes terug in de tuin lopen. Of misschien verwelkomen we nog eens een koppeltje Indische loopeenden. En dan ben ik eens benieuwd hoe het evenwicht volgend jaar zal zijn. Ik zou natuurlijk ook slakkenkorrels kunnen strooien (Escar Go van Ecostyle is niet zo schadelijk) maar ik tuinier liever zonder…

Want … zonder is gezonder!

De ‘boomfabriek’

Vandaag ging ik op pad met twee leden van de Kerkfabriek. Niet dat ik zo’n heilig boontje ben hoor! Maar omwille van mijn ‘groene vingers’ waren ze bij mij terecht gekomen.

Eerst een beetje geschiedenis: ook in onze parochie bezit de Kerkfabriek wel wat gronden. Die werden hen vroeger geschonken in ruil voor ‘eeuwigdurende’ missen. Onze voorouders waren blijkbaar zeer vroom.

Die gronden, daar mag de Kerk niet zomaar wat mee doen. Blijkbaar is daar een hele wetgeving rond. Simpel gesteld moeten die verpacht worden aan arme boeren. En de Kerk als eigenaar moet de grote onderhoudswerken doen.

Daar wrong het schoentje. Ze hadden ‘onder hun voeten gekregen’ van de Vlaamse Milieumaatschappij. Want op die wei stonden 32 oude populieren die regelmatig zware takken verloren. Daardoor was het moeilijk voor hen om de Molenbeek die passeert aan de weide, te onderhouden. Ze raadden aan de kaprijpe bomen te rooien of anders elk jaar een boete te betalen. Gelukkig moesten ze wel 32 nieuwe hoogstambomen planten.

En zo kwamen ze bij mij terecht. Ik was echt content want aan zo’n tof project mijn steentje bijdragen, dat zag ik helemaal zitten. De weide ligt in een groen gebied waar wij in onze kinderjaren altijd gingen spelen. Ik nam contact op met het Regionaal Landschap Brabantse Kouters. Een Regionaal Landschap doet aan landschapsbeheer en -herstel en dit door middel van verschillende projecten. Dus ik dacht wel dat zij hier zouden kunnen helpen.

Deze ochtend trok ik mijn caoutchouc botten aan en samen met de ‘kerkmensen’ en een medewerker van het Regionaal Landschap gingen we de weide bekijken. De koeien die er stonden, lieten ons gelukkig met onze voeten op de grond.

We vonden er zelfs een dichtgeslibde poel. Ook herstel daarvan doet het Regionaal Landschap. En met een poel in de buurt, beheerd door Natuurpunt, zou dat heel waardevol zijn. De 32 populieren, die nu gekapt zijn, gaan vervangen worden door 32 stuks Zwarte Els, omdat het een nat gebied is. Daarbij zijn die waardevoller dan populieren voor de biodiversiteit.

Terwijl we nog wat praktische dingen bespraken, de werken gaan uitgevoerd worden door Pro Natura, wipte een eekhoorn net niet over onze voeten.

De warme chocomelk daarna ‘Onder den Toren’ die smaakte ook!

De wereld is klein

Vandaag ontmoette ik Willy, een jonge, knappe Zuid-Afrikaan.

Ik had hem opgemerkt aan het station in ons dorp. Zijn grote, donkere ogen zochten me al begreep ik niet waarom.

De laatste week rijd ik nogal regelmatig met de auto omdat de lieve wederhelft zijn voet gebroken heeft. Ik ben dus nu naast liefhebbende echtgenote, mama, werkende vrouw en huishoudstér ook nog eens taxichauffeur. 😉

En zo stonden we te wachten voor de gesloten overweg aan het station. De jonge Zuid-Afrikaan bleef kijken, raapte al zijn moed bij elkaar en kwam op ons toegestapt: “I saw the flags on your car, I’m from South-Africa.” zei de man. Hij had zijn trein gemist en moest een uur wachten voor de volgende maar als we hem naar het andere dorp zouden kunnen brengen, kon hij daar binnen 7 minuten een bus nemen.

Vlug de lieve wederhelft afgezet aan kantoor, teruggereden en de Zuid-Afrikaan opgepikt en wij weg naar het volgende dorp.

Hij begon spontaan te vertellen dat hij in België was voor een ‘girlfriend’, dat hij eigenlijk afkomstig was van Burundi maar in Khayelitsha, sloppenwijk naast Kaapstad, vrijwilligerswerk deed om ‘orphans’ te helpen. Hij vroeg vanwaar we die vlaggetjes op onze auto hebben. Dus ik vertelde over onze dochter die uit Khayelitsha komt, over adoptie, over onze liefde voor dat mooie, verre land.

Die 5 minuten in de auto waren zo warm en zo mooi. Hoe een mens zich door een toevallige ontmoeting zo rijk kan voelen hè… Ik heb de jongen afgezet aan het busstation en hem het allerbeste toegewenst. Ik hoop dat hij samen met zijn vriendinnetje nog heel veel wezen in Zuid-Afrika gaat helpen…