De DIY parfumeur

Een vlot leesbaar boek, met mooie foto’s waarvan je goesting krijgt om zelf aan de slag te gaan.

Karen Vande Wiele van Ortiga uit Merchtem, mijn bestie waarmee ik ‘Onze Aarde Vieren‘ schreef, deed het toch maar weer. De DIY parfumeur is haar tweede meesterwerk! Ik mocht de proefdruk lezen en ben super aangenaam verrast.

De laatste jaren, sinds ik wist dat het allemaal ‘synthetische brol’ is, was ik niet meer zo geïnteresseerd in parfum. Niet gezond voor mijn lijf, voor onze planeet en dan ook nog eens ‘pokkeduur’. Tot Karen, herborist en aromatherapeute, zelf begon te experimenteren met natuurlijke geurwaters en er een boek over schreef.

In het eerste hoofdstuk leer ik al direct vanalles. Dat de stelling van de buurvrouw: ‘Bij natuurlijk parfum kan de geur toch niet zo lang blijven hangen als bij de synthetische variant’, niet klopt. Karen legt uit hoe je kan ‘fixeren’ of ‘bridgen’. Ik leer over topnoten, hartnoten en basisnoten. Ik krijg richtlijnen over hoe ik mijn persoonlijk parfum kan ontwikkelen. En ik verbaas me over het feit dat Jasmijn de geur van ‘kaka’ kan versterken. Niet gebruiken in het kleinste kamertje dus. Dat en nog veel meer weetjes. Heerlijk geschreven!

De volgende hoofdstukken worden ingedeeld in geuren. Bloemig, kruidig, exotisch, citrus, warm, vert en fruitig. Ik leer er dat al onze zintuigen belangrijk zijn. Naast parfumcreaties die ik kan namaken, vind ik ook andere recepten. Bloemenboter, Vinaigre des 4 voleurs, Kokos panna cotta met witte chocolade, dat wil ik ook allemaal proberen. En de scones, mocht ik al proeven tijdens een uitstapje met ons beiden in de plantentuin in Meise. Hemels lekker!

Mag ik ook even vermelden dat tussen de modellen die de creaties uitproberen, oudste zoon en zijn vriendin staan? Ik ben er echt fier op!

Ik heb mijn lievelingsgeur alvast ontdekt: Belle! Het was liefde op het eerste gezicht, euh … geur. Karen verstuifde haar op mijn pols en wauw! Belle is een fruitig geurtje. Nochtans zijn fruitgeuren, behalve citrus allemaal synthetisch. Maar dan ken je Karen niet. Haar is het gelukt om een aardbei geur te pakken in alcohol. Het leuke is dat ze in het boek vertelt hoe en dat het niet eens zo moeilijk is. Jij en ik kunnen dat ook! De andere ingrediënten van Belle staan ook in het recept.

Wat ik zeker nog wil vertellen: Karen gaat huiskamersessies doen om haar boek voor te stellen. Ze gaat demonstreren en ons laten ruiken en proeven. Je kan dan haar boek en ingrediënten die je nodig hebt om jouw persoonlijk parfum te maken, kopen. Ik heb alvast heel gezellig zo’n avond voor mijn collega’s, vriendinnen en mezelf geboekt.

‘De DIY parfumeur’, uitgegeven door Stichting Kunstboek, vind je vanaf begin juni in de betere boekhandel. Hier kan je er al een glimp van opvangen. Als je Karen zelf wil steunen, kan je het boek hier kopen. En ik steun haar ook, dus bij mij ga je het ook kunnen kopen. 😉

Oorlogsvoedsel?

Dat was de bedoeling: tien kuikens die ik zou opkweken. De kippen voor de eieren en de hanen voor het vlees. Ik ging mij daar niet aan hechten.

Ze waren al enkele dagen oud toen ze hier aankwamen, dus bang en schuw. Eerst sliepen ze in de living en als ze wat groter werden, in de garage in een konijnenhok.

Zondagavond waren we aan het aperitieven en jongste zoon vertelde hoe één van zijn vrienden bijna over mijn kuikens in de garage gevallen was. Nochtans een toffe gast hoor. Zo ene met dreadlocks die in een tiny house op recreatiegrond wil gaan wonen. Weet je wat die zei?! “Ja, uw ma, dat is ook een ‘zweefteef’ hè.” Ik verslikte mij begot in mijn zelf gebrouwen gin-tonic en de rest van het gezin gierde het uit.

Maar die ‘zweefteef’ heeft nu wel een probleem. Die tien asociale kuikens zijn nu zo’n zelfbewuste en aanhankelijke pubers geworden. Ondertussen wonen ze in het kippenhok en ze gebruiken al hun charmes. Een zieke kip uit haar lijden verlossen of een kwaaie haan in de pot draaien, dat kan ik. Maar deze schatjes?

Als ze mijn stem horen, komen ze alle tien aangevlogen. Ze kunnen maar niet genoeg krijgen van het scharrelen in het gras en als er ene een dikke pier gevonden heeft, is het kermis. Ik heb van hen ook al iets geleerd: als je pubers op de juiste manier aanpakt, willen die wél helpen. Het veldje schijnaardbei en kruipende boterbloem dat ik in het kippenhok vond, was met ons elven rap opgekuist.

Gaan slapen, dat is net zoals bij alle pubers, niet zo gemakkelijk. Ze hebben het deurtje van het nachthok nog niet gevonden. Maar als ik er dan aan ga zitten en hen roep, komen ze alle negen aangelopen en springen ze langs het trapje naar binnen. Eentje niet, dat is onze ‘dweize kiek’ (dwarse kip voor de Nederlanders 😉 ). Ze is de kleinste, is al enkele keren uitgebroken en ons alle hoeken van den hof laten zien.

Het is weer heel plezant, al dat jong leven hier. Ik vind dat Poetin er echt wel mag mee gaan ophouden. Want oorlogsvoedsel, dat gaan ze niet worden, denk ik.

Poule de Bresse

Eerst effe een bekentenis: ik durf niet op de autosnelweg rijden. Werk er wel aan momenteel maar het blijft moeilijk.

Mensen durven zich daar wel eens vrolijk over maken. Als ik het al te gortig vind worden, zeg ik dan: “Durft gij een kieken slachten?” Dan stoppen ze wel met lachen. Allee nee, meestal lachen ze dan nog harder. Maar ik vind dat nuttiger dan op de autosnelweg durven rijden. Want als het oorlog wordt en het voedsel heel duur, zal ik eten hebben en zij niet. Zover mijn redenering.

Ik heb het ook niet zonder slag of stoot geleerd hoor. Als ‘kippenmoeder’ had ik af en toe zieke dieren die ik niet meer kon redden. Die dan laten creperen, vond ik vreselijk. Dan dacht ik aan hoe ik als student verpleegkundige de eerste keer een bloedafname bij een patiënt moest doen. Dat was ook vreselijk maar nodig. Als ik durfde bloed prikken bij mensen moest ik ook zieke kippen uit hun lijden durven verlossen, vond ik.

En toen hadden we die ene jonge haan die iedereen die maar in de buurt durfde te komen, aanviel. Het werd zelfs gevaarlijk voor onze peuterdochter. Een collega, ‘poeliersdochter’ heeft me toen geleerd een haantje ‘panklaar’ te maken. We hebben coq au vin van hem gemaakt. Zo’n fijn en lekker vlees kan je eigenlijk niet kopen. Sinds dan durf ik slachten. Niet dat ik het graag doe maar nood breekt wet.

En nu is het oorlog in Europa. En zag ik op de Tweedehands site een berichtje over poule de Bresse kuikens passeren. Ze waren enkele dagen oud en konden verder opgekweekt worden. De hennen voor de eieren en de haantjes voor het vlees. Ik heb tien kuikens gekocht.

Eerst zaten ze onder een warmhoudplaat in de living. Nu slapen ze in een konijnenhok in de garage. Overdag zitten ze onder een rennetje in het gras. Het rennetje is nog effe nodig om hen tegen eksters te beschermen.

Deze morgen ging ik met het hok in de handen naar buiten. O jee! In het vervolg moet ik de onderkant vasthouden. De bak schoot los en tuimelde op de grond. Ik had alleen de bovenkant nog vast en de kuikens fladderden naar alle kanten. Er bleven er vier verbaasd ter plaatse trappelen. Drie pubers repten zich richting Buggenhout. En drie sloebers schoten in de loop naar Steenhuffel. Daar ging ons oorlogsvoedsel.

Het ras Poule de Bresse is ontstaan in Frankrijk. De kippen hebben een rode kam, witte veren en blauwe poten, de kleuren die voorkomen in de Franse vlag. Ze groeien snel en met vier maanden zijn de hennen al aan de leg.

Dankzij de chicken run op zondagochtend was ik direct wakker. Van mij mogen ze snel groeien. Dan kunnen ze zo vlug mogelijk gewoon bij de andere kippen in de tuin.

FlowerPower De Tuin

Eind vorig jaar kwam ik dit artikel tegen in Knack. ‘Maai Mei Niet, maar dan voor diehards’ dat klonk als muziek in mijn oren.

Ik stelde me dus kandidaat. Eind januari kwam het bericht dat ik geselecteerd was. Meer dan 1300 mensen hadden zich aangegeven voor maar 500 pakketten. Wat een geluk dat ik erbij was!

FlowerPower De Tuin is een burgerwetenschapsonderzoek. Bedoeling is te bekijken hoe we makkelijkst gazon kunnen omvormen tot bloemrijk grasland. Dankzij ‘Maai Mei Niet’ begint iedereen in te zien dat onze klassieke gazons niet zo gezond zijn voor onze planeet. Elke week maaien, bemesten, pesticiden gebruiken tegen ‘onkruid’, dat heeft een hoge CO2-voetafdruk. Daarbij vinden onze insecten, die we nodig hebben voor bestuiving van onze voedselgewassen, geen voedsel in die groene woestijnen.

In Vlaanderen bestaat zo’n 10% van de oppervlakte uit tuinen (we hebben maar 3% natuurgebieden). Wij allemaal kunnen dus heel veel doen tegen klimaatverandering. Natuurlijk moet ons gazon geen slordige boel worden. Maar alles eraf zoals een saai biljartlaken, dat is eerlijk gezegd ondertussen echt achterhaald en ouderwets. Ik vind een gazon waar je patronen en weggetjes in maait, veel toffer. Zelfs in een klein gazon kan je experimenteren met creatief maaien. Hier kan je inspiratie vinden.

Het onderzoek zelf nu. Dat gaat zo’n twee jaren duren. We hebben allemaal drie proefvlakjes van 1,5 m2 afgebakend. Eind februari hebben we een pakket gekregen met materiaal om een bodemonderzoek van de proefvlakjes uit te voeren. En twee zakjes zaden van inheemse graslandplanten van Ecoflora. In vlak A moesten we niks doen. Dat gaan we gewoon twee keer maaien, de eerste keer eind juni, de tweede keer in september. De andere vlakken maaien we dan ook. Vlak B, daar zaaide ik het ene zakje zadenmengsel gewoon tussen het gras. Aan vlak C was wat meer werk. Daar werden de graszoden verwijderd en daarna gezaaid. Elk vlak kreeg evenveel zaden.

Nu moeten we geduld hebben. Er beginnen al wat plantjes te kiemen maar als je daar alle dagen gaat naar kijken, duurt dat lang he. 😉

In juni kan het echte werk beginnen. Dan mogen we bloemen en bloembezoekers tellen en invoeren via de app Obsidentify. Die is heel tof om mee te werken trouwens!

We krijgen regelmatig een nieuwsbrief en een podcast. Er is ook een Facebookgroep waar ik al wat bekenden tegenkwam. De wereld is toch klein hè. Er gaan zelfs FlowerPowercafés met workshops en gespreksmomenten komen. En als we vragen hebben, kunnen we mailen naar de onderzoekers Jorunn en Stephanie van HOGENT. Ik denk dat we veel gaan leren en uiteraard hou ik jullie op de hoogte.

Trouwens vanaf nu mag ik mezelf #graslandnerd noemen. Je snapt waarschijnlijk wel dat ik fier ben op die titel?

Mooie plantencombinaties in maart

Ooit begon Lievesgarden er mee en ik deed haar al een paar keer na. Deze keer heb ik er aan gedacht om ook in de vroege lente eens wat foto’s te nemen.

Crocus vernus ‘King of the Striped’ BIO met Narcissus ‘Sailboat’ BIO
Allesbehalve een ‘schoon pelouse’, geen ‘groene woestijn’ maar wel voedsel voor vroege bestuivers

Het bloemrijk graslandje is in oktober gemaaid en nu staan de biobloembollen in bloei. Ze zijn het eerste voedsel voor hommels en vroege bijen. Daarom is het belangrijk dat ze zonder vergif geteeld zijn. Het duurt jaren eer het gif uit zo’n bol weg is en elke keer die bloemt, wordt het aangeboden aan onze vroege bestuivers. Zij sterven daarvan.

nog krokussen en narcissen

Anemone blanda met Narcis ‘Tête-à-Tête’ BIO en Crocus ‘Ard Schenk’ BIO
Onze Marans haan achter Helleborus

‘Grooten’ heet onze haan. Hij kan serieus kraaien en dat heeft jongste zoon geweten. Zaterdagnamiddag lag hij op de tuinbank in de zon nog een beetje ‘uit te kateren’ terwijl Grooten van zijn oren aan ’t maken was. Oudste zoon en ik waren bij jongste zoon gaan zitten en die lag wat te grommelen dat de haan veel te veel lawaai maakte. Wij plezier natuurlijk. Grooten kraaide nog eens extra hard. En toen richtte jongste zoon zich op en met pretlichtjes naar ons en een kwaad oog naar de haan, riep hij: “Komt dat hier eens doen!” Zijn broer kwam niet meer bij. En Grooten … die kraaide voort. 🙂

En toen zat ik bijna te janken

Momenteel ben ik de cursus ‘Klimaatcontact’ aan het volgen.

Waarschijnlijk heb je daar nog nooit van gehoord want de cursus bestaat nog niet zo lang in België. We hadden het er ook over in ‘Onze Aarde Vieren’.  Het concept is ontstaan in het Verenigd Koninkrijk en heet daar ‘Carbon Conversations’. Nederland volgde met ‘Klimaatgesprekken’. En nu kan je het ook bij ons volgen.

Bedoeling is dat mensen samenkomen en aan de hand van een boek en werkboek leren hoe ze hun koolstofvoetafdruk kunnen verlagen. En hun handafdruk verhogen. Om de klimaatverandering tegen te gaan.  Blogvriendin Loes is één van de coaches en door haar wilde ik er meer over te weten komen.

Een groep bij ons in de buurt vond ik niet en kilometers gaan rijden om te praten over hoe je minder fossiele brandstoffen kan gebruiken, vond ik al te zot. Dus koos ik voor de online versie onder begeleiding van Kathleen en Emeliek. Beide dames doen dat fantastisch! We hadden al vier bijeenkomsten en hebben er nu nog twee tegoed.

We zijn met z’n achten en hebben al enorm veel tips gekregen en gegeven aan elkaar. We werkten al rond wonen, voeding en vervoer. Niemand van ons is ‘klimaatheilig’. En dat moet ook niet. De sfeer in de groep is heel sereen en respectvol.

Tot hiertoe hadden we het altijd over zeer praktische dingen gehad. Over hoe je kan besparen op verwarming. Of lekkere recepten zonder vlees gedeeld. Een ‘vervoersdagboek’ bijgehouden en besproken. Daarbij kwam ook steeds de opdracht om te proberen met andere mensen een ‘klimaatgesprek’ aan te gaan. Zeer boeiend allemaal.

Vorige week kwam de opdracht om eens te verwoorden hoe we ons voelen bij de klimaatverandering. We werden in een ‘break-out groepje’ per twee gezet en ik kwam bij Emeliek terecht. Dat was zo’n zalig gesprek!

De klimaatverandering roept bij mij ambivalente gevoelens op. Ik kan daar soms zo verdrietig, teleurgesteld, kwaad en moedeloos van worden. Zoals toen beslist werd dat vliegtuigtickets binnen Europa 10 € duurder gingen worden om klimaatverandering tegen te gaan. Wat helpt dat nu? De trein moet goedkoper. Zodat mensen andere keuzes kunnen maken. En de échte kost van een vliegtuigreis is veel hoger dan 10 € extra. Van zulke ‘nepoplossingen’ kan ik zo wanhopig worden. Hebben onze politiekers nu echt niet door dat de tijd dringt?!

Langs de andere kant heb ik wel iets gevonden om ermee om te gaan. Ik heb het nooit zo beseft tot ik het vorige week op tv een psycholoog hoorde uitleggen. “ Doorheen alle moeilijke momenten in het leven is het belangrijk dat je jouw doel voor ogen houdt en daarop focust. Je mag je door tegenslagen wel eens laten gaan. Maar denk aan je doel en wat je kan doen om dat te bereiken.” Mijn doel is onze planeet terug in evenwicht brengen. Wat een grootheidswaanzin, ik kan dat natuurlijk niet. Maar dan denk ik aan de quote die Louis De Jaeger vorige week deelde: ‘Als je een probleem wil oplossen dat je nog in je eigen leven kan oplossen, dan denk je niet groot genoeg.’ – Wes Jackson. Zo kan je het natuurlijk ook bekijken.

Door als kleintje mee te proberen dat doel te bereiken, heb ik al heel veel mensen leren kennen. Mensen die ook vanalles willen doen. Met hen erover praten, doet me terug grip krijgen over die negatieve gevoelens. Als ik denk aan wat we misschien wel zouden kunnen bereiken, dan word ik zelfs gelukkig.

En toen zei Emeliek: “Jouw doel is dus ‘Onze Aarde Vieren’.” Dat pakte me zo en toen zat ik bijna te janken van geluk. Dan deelde Emeliek haar gevoelens rond klimaatverandering en dat was zó herkenbaar. De verbondenheid die ik toen voelde, dat deed zo deugd.

Terug in de grote groep praatten we nog verder over die gevoelens. Gelukkig zijn de schermpjes in een zoom-meeting niet zo groot want ik zat weer te vechten tegen opkomende tranen. Het komt misschien nog wel goed met onze planeet. Toch als al deze mensen die ik de laatste tijd leer kennen, blijven verder doen waarmee ze bezig zijn. Doe jij ook mee?

Wat vind jij van hormoonverstoorders?

Of wij als kleintjes daar iets over te vinden hebben of daar zelfs iets kunnen aan doen? Enkele jaren geleden ondervond ik professioneel dat dat zeer moeilijk is. Maar daar kan ik uiteraard hier niks over vertellen.

Het zou zelfs goed kunnen dat de gemiddelde lezer hier zelfs niet weet wat hormoonverstoorders zijn. Waarmee ik uiteraard niet wil zeggen dat mijn lezers dom zouden zijn! We krijgen er gewoon geen informatie over.

Wat zijn ze?

Hormoonverstoorders zijn chemische stoffen die het hormonaal systeem van mens en dier ontregelen. Ze zitten in water, bodem, lucht, voeding, speelgoed, cosmetica, bouwmaterialen, kleding, enz. Ze hebben een ‘chronische giftigheid’. Het is niet zo dat je van de x-stof de y-ziekte krijgt. Nee, door de cocktail van al die giftige stoffen krijgen we allerlei ziektes en afwijkingen. Het kan zelfs pas na een generatie duidelijk worden dat er iets mis is. Vooral zwangere vrouwen en baby’s zijn kwetsbaar maar eigenlijk is het voor niemand gezond. In Europa kosten deze stoffen zo’n 150 à 200 miljard euro per jaar. Vooral de blootstelling aan pesticiden jaagt de volksgezondheid op kosten. In België wordt de kost geschat op 4,4 miljard euro per jaar. 

En dat ‘de politiek’ daarmee bezig zou zijn, wist je dat?

Ik ben het te weten gekomen dankzij vriendin Barbara die in het federaal parlement zetelt. In haar blog vraagt ze ons om te reageren op ‘NAPED’. Dit is een openbare raadpleging over het ontwerp van het nationaal actieplan hormoonverstoorders. Tot en met 14 februari ’22, 17 uur, kunnen wij, burgers, onze opmerkingen daarover geven.

Dat nationaal actieplan is ontstaan dankzij een informatierapport over hormoonverstoorders. In 2018 heeft de senaat daarover gestemd. Het ontwerpplan is nu klaar en op basis van opmerkingen die ze van de bevolking ontvangen, gaat dit verfijnd worden. (Mijn bedenking hierbij is dat dit in elke krant en op het journaal had mogen meegedeeld worden, maar soit)

Dat plan bevat drie pijlers:

  1. preventie (ons informeren)
  2. reglementering (juridisch kader om ons te beschermen)
  3. wetenschappelijk onderzoek (deze stoffen verder bestuderen)

Doel van dit eerste nationaal actieplan (van 2022 tot 2026) is de blootstelling aan hormoonverstoorders verminderen en onze gezondheid en milieu beter beschermen.

Sinds 2006 is er de REACH-regelgeving waardoor producenten moeten info geven over welke schadelijke stoffen ze gebruiken. Die schadelijke stoffen zijn hier opgelijst. Maar verder dan dit, komen onze beleidsmakers niet. Er is nog altijd geen regelgeving om ons tegen die hormoonverstoorders te beschermen. Probleem is dat er zoveel belangengroepen zijn die vrezen dat als Europa voor de gezondheid van zijn burgers zou kiezen, ze economische schade zullen hebben.

Met het actieplan dat nu in de maak is, gaan onze beleidsmakers ons nog steeds niet kunnen beschermen. Wat ze eigenlijk zeggen, is: “Een gezonde leefomgeving waarin geen hormoonverstorende stoffen zitten, kunnen we jullie niet garanderen. Daarom vragen we jullie om zelf heel bezorgd te zijn en producten waarin deze stoffen zitten, te vermijden.”

Allee zeh! Daar word je toch kwaad van? Ik alleszins wel! Dus wilde ik dat actieplan lezen. Amai, dat was 88 bladzijden vol moeilijke tekst. Welke normale burger reageert daar op?! Ik heb het dus maar diagonaal gelezen en me wat laten helpen door Barbara.

Wat ik schreef als reactie? Dat ik van onze beleidsmakers graag wat meer ambitie zou willen. Dit plan is tijdverlies en een voorbeeld van ‘gelobby’ om zoveel mogelijk partijen ‘content’ te stellen. Het helpt ons niet om het doel te verwezenlijken: de burgers hun gezondheid beschermen.

Naast de drie pijlers zou ik er nog ene aan toevoegen: over de producten die zouden moeten verboden worden.

Bij actie A2 schreef ik dat producten met hormoonverstorende stoffen zouden moeten gelabeld worden met grote waarschuwingen (zoals bij sigaretten) en dat ze op deze producten meer taxen zouden moeten heffen zodat gezonde producten goedkoper worden.

Bij actie B5 merkte ik op dat ze maximaal zouden moeten inzetten op alternatieven die wel gezond zijn. (zoals het voorbeeld in ons boek over de ecologische bouw) zodat de industrie geen reden tot lobby meer heeft omdat hun giftige producten zogezegd ‘onvervangbaar en noodzakelijk’ zouden zijn.

Ga jij ook eens ‘goed je gedacht’ zeggen? Je kan dat hier. Veel succes!

Razzia

Het is gebeurd! Jaren en jaren waren ze me al aan ’t ‘ambeteren’ en nu was het plots rood geworden voor mijn ogen. Het moest gedaan zijn! Met de grove borstel ging ik erdoor gaan! Niks maar dan ook niks zou ik nog heel laten!

Ik heb me helemaal laten gaan vorig weekend. Zie mezelf nog hijgend en in het zweet staan maar de overwinning smaakte zo zoet. Allemaal, echt allemaal legden ze het loodje. Niet zonder weerstand en zo geniepig maar bij elke afknapping groef ik nog een stukje dieper. Genadeloos!

Hoe het kwam dat ik zoveel energie had? Aha, net Corona overwonnen en naast die ambetante virussen wilde ik deze sloebers ook temmen. De winter duurt me ook al te lang en ik wil terug buiten spelen.

Je kent ze waarschijnlijk wel: die mooie, frêle, witte bloemetjes in de vorm van een ‘pispotje’? De planten draaien zich overal rond en eens je ze in de tuin hebt, raak je er niet meer vanaf. Ze waren meegekomen met enkele planten die ik van een tante gekregen had. Ik had het helemaal gehad met die haagwinde!

Haagwinde (Convulvus sepium) is een pest voor tuinen. Hij komt heel laat in het voorjaar op zodat je niet direct in de gaten hebt dat hij er is. En dan groeit hij verschrikkelijk snel, overal rond en doorheen. Als je hem laat gaan, verstikt hij met zijn bladeren de andere planten. Hij heeft dikke, witte wortels die je direct herkent. Als je ze wil verwijderen, breken ze af en elk stukje dat blijft zitten, wordt een nieuwe plant. Grrr! Ik ben hem dus gelijk een razende boer die enkele pubers in zijn appelboomgaard ontdekt, met mijn riek te lijf gegaan.

Ik vind zijn bloemen (juni – september), ergens anders dan in mijn tuin, heel mooi hoor. Hij is de waardplant voor de windepijlstaart, een nachtvlinder en ook bijen en hommels smullen van zijn nectar. Dus hem bestrijden met vergif, zou ik nooit of nooit doen. Maar …

Hij is veel te opdringerig dus ik was heel streng maar rechtvaardig en mijn wraak voelt zo zoet 🙂

(gratis foto pixabay)

Pronkbonen

Hebben jullie ook al zo’n goesting in de lente nu je begint te zien dat de dagen al een heel klein beetje aan ’t lengen zijn?

Wij zijn terug met de Malderse zadendoos begonnen. We hebben er nu zelfs twee dozen van gemaakt opdat we mensen nog sneller kunnen bereiken. Wie in Malderen of dichte omgeving woont, kan nog altijd meedoen. Het opzet is simpel. Je krijgt de doos, haalt er uit wat je graag wil zaaien en als je zelf zaadjes over hebt, mag je die er in steken. Dat laatste is niet verplicht. Maar misschien wil je dan wel zaadjes oogsten voor het jaar nadien. Want onze bedoeling is om in Malderen zoveel mogelijk dingen te zaaien.

Vorig jaar zaten er in die doos mooie grote pronkbonen (Phaseolus coccineus). Ik had die ooit al eens in een tuin zien bloeien dus wilde die wel eens proberen.

Zalig! Ik heb daar kunnen van plukken en weken na elkaar boeketjes van maken. Na de bloemen kwamen de peulen. Die kan je eten als snijbonen. Maar ik vond ze nogal ruw en mijn gezin is niet zo zot van snijbonen. Dus dat hebben wij niet gedaan. Eens de peulen geel werden en droogden in de wind, heb ik de bonen geoogst en binnen laten verder drogen.

Die een nachtje laten weken, drie kwartiertjes koken en dan een hartige bonensoep en heerlijk verwarmende ratatouille mee maken.

En natuurlijk hield ik wat bonen over om dit voorjaar weer te planten.

niet op de voorpagina vandaag

Een spijtige aanvulling op mijn vorige bericht. Toeme toch! We moeten echt sneller in actie schieten, we lopen allemaal gelijk ratten in de val. 😥

Low Impact Man

Dit zou een hoofdpunt moeten zijn in alle kranten en nieuwsuitzendingen vandaag. Een nieuwe studie over het overschrijden van de grenzen van vervuiling. Samen met alles wat we al weten over de planetaire grenzen is dit bijzonder verontrustend nieuws.

Het concept van planetaire grenzen werd in 2009 bedacht door de wetenschappers van het Stockholm Resilience Center. Een poging om zo accuraat mogelijk weer te geven hoe het zit met cruciale indicatoren die de gezondheid van de planeet in kaart brengen. Bij de eerste editie waren nog verschillende vakken leeg bij gebrek aan voldoende betrouwbare data. De update van 2015 (figuur links) bracht voor het eerst ook de situatie van de biodiversiteit in kaart. Binnenkort zal de meest recente versie verschijnen met ook gegevens over ‘nieuwe entiteiten’, dan gaat het over plastics, forever chemicals (PFOS) en andere stoffen die door de mens in het leefmilieu zijn gebracht. Recent zijn daar de

View original post 362 woorden meer