Dagboek van een tuinranger (2)

Opgewonden zoals een kind op de eerste schooldag fietste ik zaterdag naar Londerzeel. Helemaal klaar voor de eerste les van de Tuinrangers.

Het is dus inderdaad gelukt! Ik mag meedoen!

Het Tuinrangersteam in Londerzeel bestaat uit 7 madammen. Dat dat heel plezant is, moet ik u niet uitleggen zeker? Samen met 6 mensen uit Edegem zaten we ‘in de klas’, het zaaltje van Gerard Walschap. Eigenlijk gingen er ook nog 3 mensen uit Sint-Niklaas meedoen. Maar die waren al aan ’t ‘brossen’.

Frans De Smedt, lesgever van dienst, begon met het uitdelen van ons lesmateriaal en cursus. Zo’n schoon gerief! In ons team klikt het echt, zo tof. Annick, onze verantwoordelijke, maakte al een WhatsApp-groepje. Met Erna, het nieuwe vriendinnetje naast mij in de klas heb ik al honderduit zitten babbelen. We gaan nog moeten oppassen of meester Frans zwiert ons uit elkaar. 😉

We werkten wel goed mee hoor. Zo goed dat Frans ons op een bepaald moment wel even temperde. “Jullie zijn allemaal zo enthousiast. Maar besef wel dat je bij de mensen met kleine stapjes zal moeten beginnen.” zei hij. Dat gaan we doen. Met zachte hand en veel begrip, zoals alleen vrouwen dat kunnen. Maar we hebben allemaal hetzelfde doel. Wij willen, hoe klein onze inbreng ook is, deel uitmaken van die groeiende groep mensen die onze planeet terug mooi en gezond wil maken. Zodat wij als mensheid nog lang kunnen blijven. Het voelt goed iets te kunnen doen in deze toch wel rare tijd.

En hoe begin je daar best aan? Door eerst in onze eigen vijver te vissen, dicht bij huis. In Vlaanderen beslaan tuinen 12% van de open ruimte. Als we al die tuinen ecologisch en klimaatvriendelijk inrichten, is dat al een enorme winst. Want we hebben onze natuur en biodiversiteit nodig om ons te helpen de klimaatcrisis te bestrijden.

Daarom nam de gemeente Londerzeel ons in dienst. Als vrijwilligersteam gaan we Londerzeelse mensen helpen hun tuin zo in te richten dat vogels, bijen, vlinders, libellen, egels, … terug meer plaatsen vinden om te leven. Want we hebben hen broodnodig. Eigenlijk is het makkelijk en simpel: In een tuin met veel variatie en ook wat inheemse planten ontstaat een natuurlijk evenwicht en dan heb je geen pesticiden nodig. Want dat is het enige waar wij heel streng tegenover zijn: pesticiden gebruiken we echt niet. En ook tuinen met alleen maar stenen, daar hebben we het niet voor.

Ik heb al enorm veel goesting in de volgende lessen. Onze theoretische cursus gaan we verder verwerken in 3 online lessen. Om te oefenen, gaan we 3 tuinbezoeken doen. En op 13 mei is er een bijeenkomst van alle tuinrangers in Vlaanderen. Daarna kunnen we starten. In september is er een terugkomdag. Hier zit een ‘content kind’! 😉

Mooie plantencombinaties in februari

In de maand februari had ik in deze reeks nog niks gedeeld, zag ik. Tijd dus om dat eens te doen. Effe tonen dat de bloeiboog in Groengenot bijna het hele jaar overspant. Die bloeiboog is heel belangrijk voor teddybeertjes zoals deze. Als zij nu al wakker worden, hebben ze voedsel nodig.

De allereerste bloemen die hier in december al verschijnen, zijn breedbladige sneeuwklokjes (Galanthus elwesii). Op de foto zie je dat ze nu uitgebloeid zijn. Om ze te vermeerderen, kan ik nu de pol opnemen, delen en opnieuw wat uit elkaar planten. Galanthus nivalis, achteraan rechts op de foto is het gewoon sneeuwklokje dat nu pas begint te bloeien hier.

Daarna komen de krokussen. De gele biokrokussen zijn de eerste. Ik vind ze nogal hard van kleur maar samen met de paarse Crocus vernus combineren ze wel tof. (Volgens ‘Obsidentify’ is het C. vernus. Ik ben het moeten gaan opzoeken want heb ooit enkele bolletjes gekregen). Eigenlijk gedraagt hij zich hier zoals onkruid, hij zaait zichzelf uit. Heel tof!

Vanaf nu kunnen de speurtochten in de bloemenweide beginnen. Er komt altijd wel iets nieuw boven.

Samen met Crocus chrysanthus ‘Romance’ combineert die Crocus vernus trouwens ook tof.

Eigenlijk vind ik die romantische krokus de allermooiste? Welke is jouw favoriet?

Ook in de voortuin is die romantisch subtiel aanwezig.

En de Crocus vernus ‘Vanguard’ in de voortuin, daar blijven mensen regelmatig voor staan. Maar ja, hij staat daar echt met zijn goesting. Iedere pol van 7 bolletjes die ik 4 jaar geleden in de grond stopte, ziet er nu zo enorm uit. Ook de witte Crocus chrysanthus ‘Ard Schenk’ staat in de voortuin.

Herfst en lente samen in de bloemenweide. Crocus vernus ‘King of the Striped’ blijft hier bescheiden aanwezig. Maar dat is helemaal perfect. Hij is iets te grotesk en zelfgenoegzaam voor mij.

Ondanks zijn harde kleur is deze gele biokrokus dan toch sympathieker he?

Anemone blanda op de voorgrond en de kleine narcisjes ‘TĂȘte-a-tĂȘte’ zijn heel tof om te combineren samen met krokussen. Kriebelt de lente bij jou ook al zo?

Hoe krijgt een 16-jarige haar zin?

Stel je voor, je bent 16 en je wil wat: weeral een jas. En je weet zeker dat je van je ‘duurzaam denkende moeder’ ze niet zal krijgen. Dan moet je creatief zijn hĂš.

Drie weken geleden trokken Antje en Jitske naar Antwerpen. Ze houden ervan om te snuisteren in tweedehands kledingwinkels en hebben echt een neus voor toffe spulletjes. Deze keer hadden ze een ‘keimooie’ jas gevonden. Maar geen van beiden had nog genoeg geld op haar rekening om ze te kopen.

Wat hebben ze dan gedaan? Hun centen bij elkaar gelegd en de jas samen gekocht. Het is nu een ‘deel-jas’. Wij hebben zalig gelachen met zoveel creativiteit. De eerste week bleef de jas bij Antje. Op zaterdagavond gingen ze wisselen en zo hebben ze nu een soort van co-ouderschap over de jas.

De eerste zaterdagse ‘overdracht’ was er al eentje met obstakels. Antje moest vertrekken naar de fuif die ze met haar Chirogroep organiseerde. Maar Jitske was nog niet thuis. Geen probleem, wij hadden vrienden op bezoek en gingen de jas wel overhandigen. Zoals afgesproken ging rond achten de deurbel maar daar stond Dauke in plaats van Jitske. Zij kwam de jas halen. De lieve wederhelft zei wat lacherig: “Ik hoop dat ik de jas nu aan de juiste persoon meegegeven heb hĂš.” Waarop Ă©Ă©n van de vrienden opperde: “Ze hebben hem misschien voor een avond verhuurd?” Hilariteit alom!

En wat denkt ge? Een uur daarna ging de deurbel weer. De lieve wederhelft ging terug opendoen en wij zagen van aan de livingtafel dat Jitske aan de deur stond. Oh nee! Toch de jas aan iemand verkeerd meegegeven?

Dus ging ik ook even kijken. Jitske had de jas aan, naast haar stond Dauke en nog een vriendin die we niet kennen. Jaja, alles was in orde hoor. Maar of ze mijn zonnebril niet mochten meenemen voor Antje? Want zij gingen ook vertrekken naar de fuif en Antje die er al hard aan ’t werken was, was die vergeten. “Aha, voor haar imago zeker?” knipoogde ik. De meisjes grinnikten om zo’n begripvolle moeder.

Ik zeg het u! Pubers in huis, da’s steeds avontuur en plezier. En wij genieten mee!

PS: Loes haar blogbericht deed me eraan denken om dit waargebeurd verhaal te delen.

Dagboek van een Tuinranger (1)

Vorige maand was ik present op de infoavond over de Tuinrangers in onze gemeente. Er waren een kleine twintig toehoorders. Projectleider Werner Van Craenenbroeck kwam ons vertellen wat de tuinrangers doen en hoe je er ene kan worden.

Ik volg hen al van bij de start en vind het fantastisch wat ze doen. ‘Tuinrangers‘ is een dienst van Inverde voor steden en gemeenten om bij te dragen aan hun klimaat- en biodiversiteitsbeleid via de tuinen van inwoners. Dit gebeurt via een lokale vrijwilligerswerking. Want 12% van de open ruimte in Vlaanderen is ‘vertuind’. Dat wil zeggen dat we zelf gigantisch veel mogelijkheden hebben in de strijd tegen de klimaat- en biodiversiteitscrisis. En voelen dat je er iets kan aan doen, dat maakt gelukkig.

Door onderzoek in tuincentra is gebleken dat mensen vol goede wil zitten om onze inheemse wilde dieren te helpen. De afdeling met producten voor tuinbewoners (nestkastjes, vetbollen, insectenhotels, …) is enorm winstgevend. Alleen is er een probleem. Een nestkastje in een compleet verharde tuin, dat werkt niet. Want jonge koolmezen eten geen vetbollen, maar rupsen. En voor rupsen heb je inheemse bomen en struiken nodig. Vlinders en bijen hebben bloemen nodig. En egels in een volledig afgesloten tuin? Die raken er niet in of uit.

Maar zo’n dingen worden niet verteld door een tuinaannemer of -architect. Daarom is de Tuinranger-methode uitgevonden. Zoals de vrijwilliger het hulpje van de verpleegkundige in het woonzorgcentrum is, is de tuinranger dat van de tuinaannemer of -architect. Tuinrangers kunnen ook advies geven over welke aannemers of architecten in de buurt natuurvriendelijk werken.

Wat doen Tuinrangers dus niet? Ze geven geen technisch advies over tuinaanleg. Maken geen tuinontwerp of geven geen esthetisch oordeel.

Wat doen ze dan wel? Op maat van jouw tuin en jouw leven geven ze (gratis) advies over hoe je meer natuur kan verwelkomen. Ze kijken naar de bodem en de oriëntatie van de tuin. En wat haalbaar is, bijvoorbeeld geen grote eik in een kleine voortuin. Ze werken op maat van de mensen, hun smaak en hun tuingebruik. Bijvoorbeeld als er veel gevoetbald wordt in de tuin, gaan ze geen bloemenweide voorstellen.

Er zijn nochtans boeken en websites over natuurvriendelijk tuinieren. Toch hebben veel mensen nog schroom. Want we hebben wel van onze ouders geleerd hoe we het gras moeten afrijden. Maar hoe onderhoud je bijvoorbeeld een bloemenakker? Dat leer je niet zo makkelijk uit een boek. Daarom is er de Tuinranger! Hoe begin je daaraan? En hoe zit het specifiek voor jouw tuin? Je tuin moet natuurlijk een tuin blijven, het moet geen wildernis worden.

De opleiding van de Tuinranger en de bezoeken die hij aflegt, worden gefinancierd door de gemeente. Gedurende een tweetal uurtjes komt hij bij je thuis advies op maat geven. Hij werkt rond tuinbiotopen, tuinproblemen en hulp voor specifieke diersoorten. Hij gaat ook met jou op ‘tuinsafari’. Je krijgt een pakket met een mapje in A4-formaat met adviesmateriaal en een safarikit met zoekkaarten en een vergrootglaspotje. Ook zadenmengsels en een tuinbordje zitten in het pakket. Bedoeling is je vooral ‘goesting in tuinnatuur’ te geven. Je tonen dat je met weinig moeite een aards paradijs aan je achterdeur kan creĂ«ren.

Da’s iets waar ik heel graag wil aan meehelpen. Ik heb gesolliciteerd en op 4 maart start de opleiding. Wordt hopelijk vervolgd!

9.6 Een verweer

… omdat ik er zo van onder de indruk ben …

Theater dat ontroert, je met de mond vol tanden doet zwijgen en blijft nazinderen … daar ben ik fan van. De dag erna moet je dat dan opschrijven, omdat het niet loslaat.

Gisteren zagen we ‘9.6 Een verweer’ van theatergezelschap Het Nieuwstedelijk. Een rauw, alternatief, modern stuk over de klimaatcrisis. Actrice Sara Vertongen is helemaal doordrongen van de urgentie van de crisis waar we ons nu in bevinden. Ze vroeg aan regisseur Stijn DevillĂ© om voor haar een monoloog te schrijven.

“Amai, die speelt dat goed!” fluisterde de lieve wederhelft op een moment. “Nee, die speelt dat niet, die IS zo.” antwoordde ik vol ontzag. Prachtig gewoon, hoe zij ons vanop dat podium toesprak. Ze begeesterde ons! De emoties van woede en kwaadheid tegenover zij die al decennia weten waar ze mee bezig zijn en toch voor het lieve geld voortdoen. De talmende minister die zijn ontlasting niet kwijtraakt. De zwaluwen die uit hun nest vallen van de hitte. De overstromingen. Het meisje met de vlechten. En terwijl blijft het letterlijk regenen op de scĂšne.

We schreven al boeken, liepen hand in hand en zongen voor het klimaat. Maar het helpt allemaal niks. Het wordt erger en erger. Dit theater roept op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Ik besef, hoezeer dit me ook tegen de borst stuit, dat het zal nodig zijn.

Als ze overmand door verdriet is neergezegen op de grond omdat ze het allemaal al gezegd heeft en het niet helpt, lopen mijn ogen ook vol. Toeme toch! De onmacht en de liefde voor onze planeet is immens. Hoe kunnen we haar en onze kinderen toch redden?!

Ze staat voor een scherm waarop videokunstenaar Walter Verdin zeer experimenteel lichtflitsen en abstracte beelden op ons loslaat. (Walter Verdin ken je van de groep Pas de deux en de song ‘Rendez-vous’ op het Eurovisie songfestival in 1983). De muziek van Bert Hornikx en Joy Adegoke is buitengewoon excentriek, prachtig.

En nu de vraag die me maar niet loslaat: Waarom blijven wij eigenlijk zo braaf? Moeten we echt burgerlijk ongehoorzaam worden? Kan jij het me zeggen?

Als de wijn is in de vrouw …

… ligt zo’n weggetje er gauw.

De quote is van Menck. En dat zit zo.

In de border achter de zwemvijver ligt de pomp van de filter van die vijver. Maar ik had vorig jaar alles vol planten gezet en er geen rekening mee gehouden dat je daar eigenlijk nog moet aan kunnen. Slim he? Deze winter ben ik dus een weggetje daar naartoe aan ’t maken. En heb het eigenlijk al een naam gegeven: ‘Het zat weggetje’.

Het moet een heel smal weggetje worden met hakselhout en afgeboord met omgekeerde wijnflessen. Dat moeten natuurlijk allemaal wat dezelfde flessen zijn he. Hier bij ons in ’t Streukke wordt er wel regelmatig wat wijn gedronken. Als we bijeen geraken, is het altijd heel gezellig. Dus ik koos de wijn die de buren op dit moment lekker vinden en zette een oproep op Facebook om te helpen … met drinken.

Mijn oproep werd 17 keer gedeeld en ik kreeg veel toffe reacties. ‘Straks lopen ze in Malderen allemaal op hunne kop!’ ‘Aanzetten tot drinken, is dat niet strafbaar?’ ‘Ik drink normaal niets in januari, maar ja, als ik iemand kan helpen natuurlijk …’ ‘Nu weet ik wie de drankorgels zijn van de familie’ En de beste vond ik van Menck: ‘Als de wijn is in de vrouw, ligt zo’n weggetje er gauw.

Ondertussen ben ik met hulp van familie, vrienden en buren aan 54 flessen geraakt. Ik heb er in totaal 112 nodig. Dus da’s toch wel nog veel he. Ik heb nu veel gehakseld hout van de wilgen en weinig geduld om te wachten. Daarom gingen we dit weekend eten naar het Molenhuis in Malderen. Wij gaan daar graag. De eigenaars zijn super vriendelijk, het is er gezellig ingericht en het eten is zeer lekker. We vroegen er om de lege flessen van de huiswijn bij te houden en dat gaan ze nu doen met veel plezier. Die kan ik dan combineren met de flessen die ik al heb.

Ik kreeg de opmerking van iemand dat ik niet ecologisch bezig ben omdat ik niet recycleer. Hij heeft dus niet helemaal begrepen waar het over gaat. Ken jij het 5R model?

  1. Refuse: Deze is de belangrijkste. Afval weigeren, nee zeggen. (geen plastic zakjes in de winkel nemen, een sticker ‘geen reclamedrukwerk’ op je brievenbus plakken, geen onnodige aankopen doen)
  2. Reduce: Of verminderen. Alleen datgene wat je echt nodig hebt, kopen en niks meer.
  3. Reuse: Of hergebruiken. Dit is wat ik met de lege wijnflessen ga doen. Ipv ze naar de glascontainer te doen om opnieuw te laten smelten en andere flessen van te maken, gebruik ik ze zo. De flessen krijgen een andere leven en ik moet niks nieuw kopen om mijn weggetje af te boorden.
  4. Recycle: Deze komt dus pas op de 4de plaats. Als het niet lukte om de vorige 3 stappen te volgen, kunnen we nog recycleren. Goed sorteren is hiervoor belangrijk.
  5. Rot: Dit is zeker niet de vuilste R. Nee, als je de vorige stappen goed hebt doorlopen, hou je hier enkel materiaal over dat in de natuur kan verteren, rotten. En dan krijg je het zwarte goud: compost.

Doe jij creatieve of zotte dingen die passen in dit 5R model? Wij hebben er hier in ieder geval al veel plezier mee gehad. Hik 😉

Winterwerken

Dat je in de winter niet kan buitenspelen? Wie zegt dat?

Half december is de ‘vriend met verstand van groenwerken’ nog eens komen helpen om de wilgen te knotten. Wij hebben acht knotwilgen. De helft daarvan hebben we teruggezet tot op de stammen. De andere helft zullen we binnen een jaar of twee doen. Zo zullen onze vroege bijen dit voorjaar niet verhongeren, ze hebben nog vier bomen waarop ze stuifmeel vinden. Op de vier geknotte bomen zullen dit jaar nog geen wilgenkatjes groeien. Daarom knotten we ze nooit allemaal tegelijk.

Het was heel koud maar het had nog steeds niet geregend in december. Daardoor stond er geen water in de (poel)gracht. Eigenlijk was dat wel makkelijk. Alleen met de afsluiting moesten we rekening houden. Daarvoor bond de ‘vriend met verstand van groenwerken’ een spankabel rond de takken in de boom. Mijn vader en ik trokken die dan naar de richting van de weide. En dan gaan lopen als die gevaartes met veel gedruis op ons afkwamen. Een spannend werkje en rennen op bevroren ondergrond, da’s niet zo makkelijk.

Eens het knotten zelf gedaan was, mocht vader naar huis. Hij is vorig jaar op tram 8 gestapt en is wat rapper moe ook al wil hij dat natuurlijk zelf niet toegeven ;). Al de takken en stammen op den hof sleuren, dat was de volgende klus waar we ons konden mee verwarmen.

Mijn pijp is uit …

’s Avonds vanuit de zetel stuurde ik deze foto van Swenga naar de ‘vriend met verstand van groenwerken. “En hoe is het met uw pijp?” antwoordde hij. “Mijn koppeke is nog fris maar mijne rug jong😅!” stuurde ik terug. “Daarmee dat ik wat langer gebleven ben om u te helpen om alles uit de beek te halen.” Ik voel me heel rijk met zo’n vrienden!

Het hout sorteren, dat was nog zo’n tof werkje waar ik het lekker warm van kreeg. De takken snoeien, dikke stammen bij elkaar en dunnere takjes bij elkaar leggen. De dunnere takjes heb ik ondertussen gehakseld. Deze week begin ik te zagen. De stammen he, in huis zaag ik al genoeg, zegt de tienerdochter.

In de moestuin heb ik de randen van de bedden hersteld. Daarvoor had ik van iemand uit ons dorp oude dakpannen gekregen. De weggetjes heb ik bedekt met het gehakseld hout.

Tijdens al die winterwerken merk ik dat de dagen stilaan beginnen te lengen. Het heeft gelukkig eindelijk geregend maar op een maand tijd is er zoveel regen gevallen dat de gracht overloopt. Gaat het straks terug maanden droog blijven eens het stopt met regenen? We krijgen een raar klimaat, vind ik.

Tuinrangers gezocht

Een stoere ranger die je in een Afrikaans wildpark meeneemt op safari, op zoek gaat naar wilde dieren en je allerlei feiten vertelt over het reservaat waar hij opereert. Dit was het beeld dat ik voor ogen kreeg toen ik voor het eerst over tuinrangers hoorde.

Iets minder spectaculair is het, maar toch ook echt cool hoor. Ik wil het graag worden.

Wist je dat 9% van Vlaanderen uit tuinen bestaat? Da’s best veel als je weet dat we maar 3% natuurgebied hebben en 11% bos. Een enorm potentieel dus om klimaatverandering en biodiversiteitsverlies een beetje tegen te houden. Alle beetjes helpen. Dus daarom wil Vlaanderen haar gemeenten ondersteunen om inwoners te informeren hoe ze hun tuinen meer biodivers en klimaatrobuust kunnen maken. Een koelere tuin die regenwater beter vasthoudt, waar vlinders en vogels zich thuis voelen en waarin je zelf helemaal tot rust kan komen, da’s toch een droom voor iedereen?

De tuinrangers, die in 2020 het levenslicht zagen, zorgen dat die droom werkelijkheid wordt. Een tuinranger werkt als vrijwilliger voor de gemeente. Je krijgt van hen een boeiende opleiding bij Inverde en daarna kan je gratis tuinadvies op maat gaan geven aan tuineigenaars. Dat klonk als muziek in mijn oren. Da’s toch echt iets voor mij he?

Ik sprak dus de verantwoordelijken in onze gemeente aan maar ge weet hoe dat gaat als iets wat geld kost he. Gelukkig wint de aanhouder meestal en nu heeft Londerzeel zich uiteindelijk toch ingeschreven. Er zouden 5 tuinrangers mogen starten bij ons. Frans De Smedt, Velt-lesgever, gaat in Londerzeel de opleiding geven. De cursus, mooi gedocumenteerd met natuurfoto’s, ziet er echt prachtig uit. Er zijn ook toffe hulpmiddelen en documentatie die je kan meenemen op de tuinbezoeken.

Op 25 januari gaat er in Londerzeel een infomoment door en hier kan je je inschrijven als je ook graag komt luisteren. Want misschien wil jij ook wel tuinranger worden? Ik kijk er iig al enorm naar uit!

Bijna verdronken teddybeer gered in Malderen

Het gebeurde half september dit jaar, na een lange, droge, warme zomer. Eindelijk regende het. Pijpenstelen!

Tussen twee regenbuien door was ik snel de kippen gaan eten geven. De zon kwam door de wolken gepriemd en ineens voelde ik een dikke modderspetter die op mijn broek kwakte. Dacht ik. Maar bij nader inzien, was het een ongelukkige hommel. Ze was helemaal doorweekt. Haar ‘pelsen frakske’ plakte tegen haar lijfje en ze trilde helemaal, ocharme!

Ik reikte haar mijn hand, nee een vinger en ze klampte zich vast en klom omhoog. Het lukte. Met haar voorpootje probeerde ze haar kapsel wat te fatsoeneren. Kwestie van wat deftig onder de mensen te komen, maar dat was tevergeefs. Haar haartjes geraakten alleen nog meer verfomfaaid. Ze zag er niet uit. Voorzichtig liet ik haar in mijn hand kruipen en maakte een kommetje zodat ze goed beschermd zat. Zo gingen we in de zon zitten. Dat deed haar zichtbaar deugd en ik kon haar een beetje beter bekijken. Het trillen verminderde en met haar voelsprietjes tastte ze m’n hand af. Met haar facetoogjes keek ze me aan. Of dacht ik dat alleen maar? Zachtjes haar haartjes droogblazen vond ze in ieder geval leuk. Met haar middelste pootjes wreef ze over haar rug, kopje en voelsprieten. Wist je dat zelfs daar haartjes opstaan? Zo’n schattige berenpootjes had ze.

De zon verdween weer en een volgende regenbui kondigde zich aan. Haar zomaar buiten achterlaten, kon ik niet over mijn hart krijgen. Maar haar mee naar binnen nemen, mijn huisgenoten verklaren me nu al zot.

Gelukkig was daar de serre. Ik had er zelfs nog bloemen staan. Stekjes die ik genomen had van Agastache. Ik heb haar wel even moeten porren tegen haar dikke kont maar uiteindelijk is ze toch op zo’n bloemetje geklommen.

Valt het op dat ik verliefd ben op hommels? Nu het winter is, mis ik ze verschrikkelijk in de tuin. Ik kijk al uit naar de lente als ze er weer zijn. Brommend en donzig, zoekend naar nectar. En vooral grappig onhandig als ze met hun dik lijf op een te frĂȘle bloemetje willen landen en pardoes naar beneden tuimelen. Zaaalig! Vind jij dat ook?

Alternatieve kerstboom

Dochter was weer al weken aan het zeuren voor een echte kerstboom dit jaar.

Vorig jaar had ik na zoveel jaren ecologisch te gaan, nog eens toegegeven. Ik had in het tuincentrum een exemplaar gekocht waarvan ze beloofden dat hij Ă©cht zijn naalden niet zou verliezen. Ik zou hem zelfs na de kerstdagen in de tuin kunnen zetten en het jaar nadien opnieuw gebruiken. Met open ogen tuimelde ik in hun verkooppraatjes, kieken da ‘k ben. Ik gaf hem alle dagen water en besproeide zijn naalden met water uit de plantenspuit. Maar het was zelfs nog geen kerst en ik kon al kilo’s naalden bijeen vegen. Ik heb toen gezworen dat ik me nooit meer ging laten vangen.

Maar dochter wilde dus een echte boom. Desnoods een plastieken. Zo’n exemplaar hebben we vroeger ook jaren gehad. Die was dan versleten en de plastiek brokkelde in stukjes uiteen. Microplastics dus. Voelde ik me schuldig toen we die weggegooid hebben. Nooit nog een plastieken kerstboom voor mij!

Als alternatief heb ik in de tuin twee takken afgezaagd van een struik die toch moest gesnoeid worden. Helemaal overtuigd is ze niet: “Moeke, twee takken in een pot, da’s geen kerstboom.” meesmuilde ze. Maar de lieve wederhelft en zonen vinden het wel gezellig.

Wat denk jij over de ‘kerstboomtraditie’?