We eten ons dood

We eten ons dood

Ik volgde Louis De Jaeger al een tijdje als fan van zijn acties ‘Bye Bye Grass’ en ‘maai mei niet’. Prominent aanwezig in de media, jong en enthousiast en afkomstig uit de Westhoek. Niet iemand die ik ooit persoonlijk zou ontmoeten … dacht ik.

En toen was ons boek ‘Onze Aarde Vieren’ af en gingen we op zoek naar een uitgever. Snel waren er twee zeer geïnteresseerd en eentje wilde zelfs direct een afspraak met ons. Tot ze daags voordien afbelde. Want Louis De Jaeger had ook een boek geschreven, zei ze. Over dezelfde thematiek als wij, met focus op de landbouw. En vermits hij zo’n mediafiguur is, wilde ze zich met ons niet in een financieel avontuur storten.

Toeme toch! Onze teleurstelling was gelukkig van korte duur want de klik die we daarna met Stichting Kunstboek hadden, was fantastisch.

Als we nu eens aan Louis vroegen om ons boek te lezen en een commentaar op de achterflap te zetten. Want hij had ‘ons goed liggen gehad’ en kon nu maar iets terugdoen, vonden we zeer stout. (En nu hoor ik zijn zalige lach bulderen tot hier)

Louis bleek ook gewoon in de omgang een zeer toffe gast te zijn! We werden uitgenodigd op zijn boekvoorstelling en hij kwam naar de onze. Een warme vriendschap ontstond. ‘Samen voor onze planeet, alle kleintjes doen ertoe en we trekken iedereen mee’ is het gevoel dat we hebben.

‘We eten ons dood’ leek mij aan de titel te zien een negatief boek. Maar de ondertitel ‘Hoe we met onze landbouw de wereld kunnen redden’ geeft hoop. Het verhaal leest als een trein en een plooifietske (als je het boek leest, kan je mee). Ik werd helemaal meegezogen in de avonturen van Louis en zijn vriendin.

De achtienjarige Louis wil boer worden maar weet niet goed wat voor een soort boer. Daarom trekt hij samen met zijn vriendin op reis. Hij begint een zoektocht gedurende vijf jaren van in Amerika tot in de Westhoek en bezoekt allerlei boeren.

Ik vind het zo mooi hoe hij zichzelf voortdurend in twijfel trekt. Louis stelt zich ook open voor landbouwmethodes waar hij instinctief een afkeer voor heeft. Hij gaat zelfs op bezoek bij Bayer-Monsanto. De Sustainable Operations Manager, Marc Sneyders, die hem ontvangt is zo’n vriendelijk man. Die vertelt dat Bayer zich in de toekomst veel minder met pesticiden zal bezighouden. ‘Precision farming’ is de toekomst. Als Louis hem vraagt of hij zijn kinderen liever onbespoten appels of pesticidenappels geeft, kiest hij resoluut voor het laatste! Hij gelooft écht dat pesticiden geen kwaad kunnen. Louis is er helemaal zijn kluts van kwijt en gaat uithuilen bij zijn vriendin. Hij heeft er een ‘identiteitscrisis’ van zoals hij zelf zo mooi beschrijft.

Het gaat natuurlijk over veel meer dan pesticiden alleen in dit boek. Louis praat met bodemdeskundigen, professors, topdokter Guy T’Sjoen (endocrinoloog), klimaatexpert Pieter Boussemaere, … Zelfs met Kate Raworth, uitvinder van de donuteconomie, drinkt hij een biertje. En velen meer. Je krijgt het ene inzicht na het andere en denkt ‘maar ja, dat is het!’

Wat mij het meest bijgebleven is uit dit boek is hoe hij vertelt over onze maatschappij die polariseert. Die polarisatie is niet ‘bio’ tegen ‘non-bio’. Maar wel: ‘we moeten zorg dragen voor de bodem’ tegen ‘we moeten de wereld voeden’.

Naar mijn gevoel is dat ‘de wereld voeden’ niet helemaal juist. We voeden momenteel de wereld toch niet? Hoeveel armoede en honger is er niet? Deze stelling wordt gebruikt als excuus voor het feit dat we onze planeet en de dieren aan het uitbuiten zijn!

Zo vertelt Louis over koeien die gras eten. Ha ja, want gras heeft de beste energie-eiwitverhouding voor hen. Maar het landbouwbedrijf moet zo rendabel mogelijk zijn. Da’s het belangrijkste. Met gras alleen kan een koe niet de productiviteit halen waarvoor ze gefokt is. Daarom wordt er ook maïs gegeven. En soja waarvoor regenwouden in Brazilië gekapt worden. Dat wordt dan met vervuilende schepen naar Europa vervoerd. Zo ontstaat er een ‘stikstofonbalans’. Ik citeer wat Louis schrijft: “We onttrekken alle stikstof aan Brazilië, exporteren die naar Europa om onze dieren mee te voederen, die dieren doen ‘kaka’ en die ‘kaka’ komt op onze bodem terecht.” De natuur in Vlaanderen wordt verstikt door de stikstof en in Brazilië is er te weinig.

Ik denk aan wat wij schreven in ons boek over koeien. Koeien zijn niet slecht voor het klimaat. We moeten ze gewoon in het gras laten. Daarvoor zijn ze gemaakt. Er zijn wereldwijd veel permanente graslanden, waar niks anders kan groeien. Maar mensen eten geen gras. Door koeien te laten grazen, zetten ze niet eetbaar land voor de mens om tot beefsteak, voedsel voor ons.

Enorm veel bewondering heb ik voor Louis! Hij wil de ‘symptoombestrijdingsmaatschappij’ achter ons laten en het ‘tijdperk van samenwerken’ ingaan. Zijn jeugdigheid, intelligentie en bevlogenheid zouden er wel eens kunnen voor zorgen dat het hem lukt onze planeet te redden! Na #ByeByeGrass en #maaimeiniet wil hij nu een #ByeByePesticide revolutie starten. Blijf hem zeker volgen!

Hoe Apodemus het hazenpad koos

Ik hol nog steeds achter de feiten aan door dat ene project. Maar gisteren was het er uiteindelijk toch van gekomen om de serre winterklaar te maken. Een maand te laat, ik weet het. Het enige wat ik nu nog kon proberen, was pluksla en veldsla zaaien.

Eerst begon ik met de laatste tomaten en komkommers te oogsten. De gele bes tomaat had niet zo goed opgebracht, vond ik. Nochtans hadden er veel bloemetjes op de struik gestaan. Tijdens het opruimen van de struiken zag ik ineens hoe de grond omgewoeld was en met een bergje lag.

Mmm, toch maar eens met mijn riek in geprikt. Vliegensvlug sprongen daar drie pluizige beestjes uit. Twee ervan vonden direct de weg door de open deur. De derde sprong, holde zichzelf voorbij en zoefde steeds voorbij de deur. Het beestje was helemaal in paniek. Hij had een glimmende, gezonde vacht met een beetje een rosse schijn. Dat kon ik al waarnemen terwijl hij me steeds maar voorbij rende.

Uiteindelijk, helemaal buiten adem kwam hij in een hoekje van de serre terecht. Voorzichtig bukte ik me en vroeg zijn naam. Hij antwoordde niet maar bleef me brutaal met zijn donkere oogjes aankijken. Dan maar een foto genomen en Waarnemingen.be vertelde me dat hij Apodemus sylvaticus heet.

Apodemus vertrouwde het echt niet. Trillend bleef hij me in ’t oog houden en ik hem. Het was een man, dat wist ik zeker. Want omdat ik zo bleef staren, werd ie helemaal onzeker. Hij begon zijn schattige handjes te wassen. Wilde hij een goede indruk maken op mij? Of zou hij me nu terstond een pandoering willen geven? Voorzichtig schuifelde ik een beetje dichter. Zoveel avances had ik niet mogen maken want Apodemus sprong op, liep vliegensvlug weg en verstopte zich onder een blaadje in de serre.

Daar moest ik geen moeite meer in steken, die zou ik toch nooit over zijn angst voor vrouwen heen krijgen. Dus besloot ik hem maar te negeren en ging ik terug verder tomaten plukken.

Apodemus deed me denken aan ‘Circle of life’ uit The Lion King. Hij hoort erbij. In het wild leeft hij ongeveer een jaar en staat op het menu van bosuilen en wezels. Maar ook vossen, marterachtigen, kerkuilen en ransuilen lusten hem. Die komen hier allemaal in den hof. Hijzelf is een opportunist en eet wat hij kan vinden. Maar hij eet ook slakken! In Groengenot zijn dat de enige beesten die een beetje té overvloedig aanwezig zijn.

Op een bepaald moment had Apodemus toch de deur gevonden. Want toen ik even opkeek door het raam, zag ik hem door den hof ‘sjeezen’. Hij had het hazenpad gekozen. Of was het het ‘bosmuizenpad’?

Infuus

Nee, deze titel heeft niks te maken met mijn job in de zorg. 😉

Wel met mijn bijberoep. Ja, zot hè, ik ben nu een schrijver in bijberoep. Heb een ondernemingsnummer moeten aanvragen en mag nu net als andere kleine zelfstandigen klungelen met papieren en paperassen. Oh help, ik krijg daar koorts van!

Maar allee, we wijken af. Een boek schrijven, deden Karen en ik eerst voor de fun maar dat ging ons zo goed af dat Stichting Kunstboek ons oppikte. Wie had toen gedacht dat ik als gevolg daarvan voor publiek ging moeten spreken? Had ik dat geweten, …

Karen is dat al gewoon maar op 21 november is het mijn vuurdoop in Infuus – Theehuis in Ternat. We gaan daar een interactieve lezing geven, een boekvoorstelling ‘Onze Aarde Vieren’. Ik heb daar best wel wat zenuwen voor, mijn verlegenheid speelt me parten.

Daarom gingen we gisteren al eens kennismaken. Karen had er een levering van tisanes te doen en zo kon ik ook al eens Eric, de sympathieke uitbater van Infuus, ontmoeten. Eric is een goedlachse man met baardje en pet die leeft voor zijn zaak. We werden verwend met thee en koffie en gezellige babbels tussendoor.

We bleven er een hele voormiddag om onze boekvoorstelling voor te bereiden. Werken in zo’n theehuis, da’s echt wel het aangename aan het nuttige koppelen hoor. De gezellige inrichting, zitten tussen de mensen die van een drankje kwamen genieten, de zon die door het grote raam naar binnen scheen, het uitzicht over Eric zijn kruidentuintje, ik kon dat daar wel uithouden.

Heb je goesting om onze eerste lezing mee te maken? Dan ben je welkom op zondag 21 november om 14 u. Graag inschrijven via de website van Infuus Ternat.

Ladies night

Samen lachen en giechelen en honderduit babbelen, het deed deugd! Op haar kousenvoeten via een berichtje had Stien gevraagd of ik goesting had om mee te doen. Natuurlijk! Dat wilde ik niet missen. Allemaal samen de pashokjes in duiken, nieuwe outfits showen, elkaar stijladvies geven, ik vind dat plezant.

Place to be, vorige vrijdagavond, was de nieuwe kledingwinkel ‘Green Dresscode‘ van Jessy in Londerzeel. Niet zomaar een winkel, nee ze verkoopt alleen duurzame én fairtrade merken. Voorlopig alleen nog nieuwe kleding, handtassen en schoenen van plantaardig leder. Maar ze denkt er zelfs aan een tweedehands afdeling toe te voegen.

Jessy was de perfecte gastvrouw. We kregen prompt een glaasje bubbels (of iets anders) in onze handen gedrukt. Een chipke en ander lekkers daarbij en de toon was gezet.

Jessy vertelde zeer vlot en enthousiast haar verhaal. Eigenlijk was deze winkel haar ‘midlife crisis’ grapte ze. Ze had altijd een bureaujob bij Pfizer gedaan maar ze wilde meer uit het leven halen. Ze wist al een hele tijd dat de productie van onze kleding een zeer vervuilend proces is. En dat er tot op vandaag nog steeds zeer veel arbeiders in de kledingindustrie uitgebuit worden. Daar kan ze niet tegen dus kocht ze alleen nog de merken waarvan ze zeker wist dat die te vertrouwen zijn. Maar omdat ze die merken in onze buurt niet vond, kocht ze online. Wat dan eigenlijk ook niet zo ecologisch is. Want wat niet past, moet je terugsturen.

Om een lang verhaal kort te maken: als ze in de buurt zo’n winkel wilde, moest ze er maar zelf voor zorgen dat die er kwam. En zo werd ‘Green Dresscode’ van heldin Jessy een feit.

Op ‘Good on You‘ kan je trouwens checken hoe betrouwbaar jouw kledingmerk is. En in ons boek ‘Onze Aarde Vieren’ vind je ook informatie over de kledingindustrie.

Duurzame kleding heeft wel nog steeds het stigma oubollig en niet modieus te zijn. Om dat te testen had ik onze puberdochter meegenomen. Zij is dit schooljaar met een modeopleiding begonnen. Zeer hip, op de hoogte van de laatste trends en zeer kritisch wat kledingoutfits betreft. Oh man! Ik moet dikwijls wat horen van dat kind! Ze draaide met haar ogen zoals alleen een bijna 15-jarige puber dat kan toen ik vroeg of ze meewilde. “Een winkel met duurzame kleding, moeke toch! ’t Zal weer wat zijn!” Maar haar nieuwsgierigheid overwon het en cool slenterend, zeker geen interesse tonend, kreeg ik ze mee. Heb ik daar plezier gehad toen ik haar helemaal zag ontdooien en gretig tussen de rekken graaien. Ons schatteke kon haar enthousiasme niet verbergen. De stelling ‘duurzame kleding is oubollig’ klopt dus niet!

In het voorjaar wil ik ook zo’n ladies night organiseren bij Jessy. En zou je dat graag voor jouw vriendinnen ook eens doen? Het kan nog steeds en is echt een aanrader. Je moet eens gaan snuisteren in haar winkel. Woon je te ver van Londerzeel? Ze heeft ook een webwinkel. Hoe duurzaam en fair is jouw kledingkast eigenlijk?

De ecologische zwemvijver (1)

Naast dat ene, zijn we hier nog met een ander project bezig. Den hof is hier momenteel een bouwwerf en ligt helemaal overhoop. De lieve wederhelft kan het bijna niet meer zien, al die rommel. Maar het resultaat zal zalig zijn. Volgende zomer geven we hier de ene poolparty na de andere! 😉

Ik droomde er allang van maar het duurde wel eventjes voor we daar tijd voor hadden (en terwijl wrijf ik met mijn duim en wijsvinger over elkaar). Op hete zomerdagen zwemmen in de tuin, in natuurlijk levend water, ik zag dat helemaal zitten.

Wat ons helemaal over de streep trok om dit project op te starten, waren de problemen met onze poel. Waar vroeger het weiland achter onze tuin een charmante bloemenweide was, is dat de laatste jaren een grasland geworden dat over bemest wordt. In april, juni en augustus komt de ‘beerkar’ tonnen stalmest lozen. Als ik ’s morgens van mijn werk naar huis gefietst kom, ruik ik al waar ik moet zijn als ik onze straat in kom. Door al die mest is de waterkwaliteit van onze poel natuurlijk sterk achteruit gegaan. Twaalf jaar geleden hadden we hier bruine en groene kikkers, padden, verschillende soorten salamanders, prachtige libellen in alle kleuren, …

Nu hebben we alleen nog padden en af en toe een salamander. Libellen zien we hier niet meer, ook al wordt gezegd dat het een goed libellenjaar was. Het water heeft een bruine schijn en draadalgen tieren weelderig. Ook brandnetels staan te dringen aan de perceelsgrens. Ik heb nog geen bodem- of waterstaal genomen maar het is zo wel duidelijk dat hier veel te veel stikstof aanwezig is.

Maar veel kunnen we daar niet aan doen. Ons huidig, niet zo gezond landbouwsysteem is zeer machtig. Wie ons wilde helpen, stootte op allerlei uitzonderingsregeltjes in de wetgeving waardoor het nog steeds toegelaten is onze natuur te verstikken. Voorlopig blijft de weide achter ons een ‘kakweide’ en het waterleven in onze poel zal langzaam allemaal verdwijnen.

Daarom sloegen we twee vliegen in één klap.

Wat hier niet zo moeilijk is, want met al die kak, veel vliegen 😉 : Een zwemvijver waardoor wij kunnen zwemmen in de tuin én gezond water hebben voor al die diertjes.

Op de website van Velt vond ik een firma die ecologische zwemvijvers aanlegt, Ecoworks uit Vilvoorde. Hoe die mensen meedenken, da’s echt tof. Ik vertelde Geoffrey die de tuin kwam bekijken over mijn bezorgdheid over onze poel. Hij maakte me erop attent dat een zwemvijver geen oplossing zou zijn. Amfibieën en libellen zouden wel kunnen komen drinken. Maar om zich te kunnen voortplanten, is het water in een zwemvijver teveel in beweging. Het wordt vier keer per dag door pompen door een plantenfilter gestuwd.

Geoffrey zag mijn teleurstelling en kwam prompt met een oplossing. We zouden naast de zwemzone en de filter ook nog een amfibieënpoel kunnen maken. Een stukje dat niet zo diep is en waar het water min of meer stilstaat. Top idee!

Deze maand begonnen Olivier en Michael met de graafwerken en maakten ze de kuip. Steven kwam opmeten en nu wordt er een folie in EPDM Greenyard op maat gemaakt. Zo ver zijn we al. Ik ben benieuwd naar het vervolg…

Onze Aarde vieren

Zo blij met de aandacht die we kregen van Steven Vromman, de lowimpactman uit Gent!
Momenteel is het hier een rollercoaster. De ene deadline na de andere buitelt hier binnen en mijn virtueel erf én ander erf wordt verwaarloosd. Ik maak het ‘daarachter’ allemaal goed. Beloofd!

Ik heb het hier al vaker gezegd, we hebben nood aan inspirerende verhalen in deze tijd vol verandering. Met veel plezier vraag ik even aandacht voor een prachtig boek dat binnenkort uitkomt. Een boek dat heel erg inzet op het herstellen van de connectie. Connectie tussen hoofd en hart, tussen mens en natuur, tussen mens en mens.

Onze Aarde Vieren is een eerbetoon aan het leven op onze planeet aan de hand van vier hoofdstukken. Het woord vieren bevat zowel de verwijzing naar ‘eren’ als naar de ‘vier’ hoofdstukken. Er bestaan 4 natuurelementen die de basis vormen van het bestaan. Elk hoofdstuk is opgedragen aan een van de vier elementen.

Het boek is geschreven door Karen Vande Wiele (herboriste van Ortiga) en Hilde Cassimons, blogger van GroenGenot.

De auteurs willen in hoofdzaak een positieve boodschap brengen over het klimaat. Ze maken het hoofdstuk met de problematiek luchtiger door…

View original post 136 woorden meer

Onze Aarde Vieren – Enthousiasme in tijden van klimaatverandering

Eind 2019 deed ik samen met een collega mee met de Klimaatgesprekken van de gemeente waar ik werk. Ik weet dat onze planeet er erg aan toe is, maar besef dat we ons leven toch nog kunnen redden. Wetenschappers vertellen ons hoe we dat kunnen doen.  Ze brengen het alleen wat ‘moeilijk’ over en dat schrikt ons, gewone mensen, af.

De collega werd wanhopig omdat het gemeentebestuur de ernst van de situatie niet inzag en geen echte acties wilde ondernemen. Via mail vroeg hij me om eens goed na te denken. Hij vond dat ik een boek moest schrijven. Geen moeilijk boek, iets verstaanbaar, hoopvol waardoor mensen ‘goesting’ krijgen om de klimaatproblematiek van onze planeet aan te pakken.

Eerst moest ik heel hard lachen. Dat kon ik toch helemaal niet?!

Maar het liet me niet meer los. De collega had zijn zaadje geplant maar meer input van hem, kwam er niet meer. Zo’n project wilde ik echter niet alleen doen en dus vertelde ik mijn droom aan Karen,  onze voorzitter van Velt Neer Brabant. Zij zag mijn ogen blinken, ging helemaal mee in mijn verhaal en werd even enthousiast. We werden een schrijversduo.

En toen brak er een wereldwijde pandemie uit. Het werd zeer druk op mijn werk in de zorg en de eerste maanden overheerste Covid ons een beetje. Maar we bleven lezen en opzoekingen doen over de problematiek van onze planeet.

We ontdekten dat al vele mensen de weg naar de ‘oplossingen’ ingeslagen zijn. Er begint vanalles te groeien waardoor het voor Moeder Aarde goed gaat uitdraaien. Het is alleen nog een beetje te stil rondom deze projecten. Er worden geen megagrote reclamecampagnes voor gedaan. Want er kan niemand specifiek rijk van worden. Nochtans gaan we er allemaal rijker van worden.  En daarom willen wij het graag met iedereen delen!!!

We deden de interviews met deze mensen via videocall. Want omwille van de lockdown mochten we niemand fysiek ontmoeten. Eigenlijk waren deze gesprekken als een  medicijn voor ons. Ook al werden we als sociale mens beknot, wij haalden enorm veel energie uit de online ontmoetingen die we hadden. En we schreven en schreven … en belden met elkaar … soms tot wanhoop van onze huisgenoten. ‘Zijn jullie woorden nu nog niet op?!’ vroegen die soms.

En nu is ons kindje af! Het werd zeer snel opgepikt door uitgeverij Stichting Kunstboek. Zij waren benieuwd over hoe wij onze Aarde willen vieren en ze waren gecharmeerd door ons hoopvolle verhaal. We voelden tijdens onze gesprekken met de uitgever heel  snel aan dat we op dezelfde golflengte zaten.

Kom je graag meer te weten over Nuova, onze Moeder Aarde?  Het boek ‘Onze Aarde Vieren – Enthousiasme in tijden van klimaatverandering’ (ISBN 978-90-5856-674-4) is verkrijgbaar in de boekhandel vanaf eind oktober voor 24,95€.

Vanaf 30.8.2021 tot 10.10.2021 te koop als pre-sale pakket via http://www.ortiga.be. Je krijgt dan voor 24.95€ een gesigneerd exemplaar door ons beiden  en een limited edition ‘Onze Aarde Vieren’ tisane gratis thuis bezorgd uiterlijk 1 week voor de officiële release datum.

ISBN 978-90-5856-674-4

Mooie plantencombinaties eind juli

LievesGarden begon er ooit mee en ik deed haar al een paar keren na. Zie bij categorieën aan de rechterkant van je scherm onder ‘Mooie plantencombinaties’. Eigenlijk zou ik er in het voorjaar eens moeten aan denken want dan zijn er hier ook toffe.

Gele en blauwachtige kleuren staan in de kleurencirkel tegenover elkaar. Als je die combineert, versterken ze beiden. Hier staat het gele Sint-Janskruid bij het blauwe Slangenkruid. In het midden ruig klokje (Campanula trachelium). De lila knopjes ertussen is Knautia arvensis. De lila metershoge pluimen zijn Veronicastrum virginicum ‘Lavendelturm’
De hevig roze prikneus (Lychnis coronaria) met warm gele Hemerocallis ‘Aten’ in knop en een gele Alant achteraan. Links een witte aangewaaide en niet als onkruid veroordeelde Achillea (duizendblad), achteraan de lila Veronicastrum ‘Lavendelturm’ en vooraan in het midden één bloem van Verbena bonariensis
Gele Kokardebloem (Gaillardia) uit de Malderse zadendoos gecombineerd met Lychnis coronaria. Achteraan gele Alant. Links achteraan oranje Hemerocallis. Daarvoor de zaaddozen van Lupine en Ruig klokje (Campanula trachelium)

Ik vind het plezant om planten te combineren in de tuin en zo ‘wilde boeketten’ te vormen. Ik begrijp eigenlijk niet zo goed de ‘strakke tuin concepten’. Het kan misschien rustgevend en netjes zijn maar mij gaat dat al snel vervelen. Niks te ontdekken daar en om dat netjes te houden, daar ben je toch slaaf van? Hier is in de tuin werken geen slavernij maar elke keer opnieuw een feest.

Fietssnelweg F 27 ‘Leirekensroute’

Eigenlijk moet ik toegeven dat ik het niet zo heel erg gevolgd heb. Want van politieke discussies en welles-nietes spelletjes word ik niet echt gelukkig. Maar in het kader van de recente overstromingen en klimaatrampen, zelfs in België, is dit wel zeer actueel geworden.

Ik heb de toestemming van de voorzitter van onze plaatselijke Natuurpuntafdeling om een stukje van de afdelingsnieuwsbrief te delen.

Volgens de laatste ontwikkelingen is de gemeente afgestapt van het oorspronkelijke plan om de verlenging van het fietspad ten noorden van de Watermolenstraat volledig te laten verlopen langs de oude spoorbedding tot aan het treinstation. Uiteindelijk zien ook zij in dat de impact op de bestaande natuur en bos toch zeer groot zijn. Er werd een bijkomende studie uitgevoerd naar alternatieve tracés die elk een score kregen via een multicriteria-analyse. Na beraadslaging kiezen de gemeente en de provincie nu voor een scenario waarbij deels wordt afgeweken van het historische tracé. Deze zogenaamde variant 7 dwarst de Watermolenstraat en volgt de oude treinbedding tot net voorbij de visput (Kalkput) om dan diagonaal een laaggelegen  weide te kruisen en iets verderop aansluiting te geven op een veldbaantje naar de Drietorenstraat.   

Natuurpunt en de buurtbewoners blijven echter bij hun standpunt dat een functionele fietssnelweg F27 hier niet nodig is en dat variant 2 via de Watermolenstraat en Drietorenstraat te verkiezen is als veilige fietsverbinding langs bestaande wegen. De multicriteria-analyse is een subjectieve beoordeling waarbij sommige criteria als extra  betonnering, zwerfvuil, versnippering en andere negatieve aspecten niet aan bod komen. Het voorkeursscenario van gemeente en provincie loopt nog steeds een tweehonderdvijftig meter op de vroegere spoorbedding met het onvermijdelijke gevolg dat volwassen bomen zullen moeten gekapt worden. Uiteraard zal de natuur en het rustgebied van vele dieren worden verstoord. De weide die diagonaal gekruist wordt, is een overstromingsgevoelig weiland dat elke winter onder water komt te staan! Hier een fietsostrade doortrekken is totaal onverantwoord. Gebruik het voorziene budget o.a. om de bestaande route te verbeteren en om de veiligheid, vooral ter hoogte van de oversteekplaatsen, te versterken. Het geld verkwisten aan de dure aankoop (onteigening) van bos en landbouwgronden om deze te betonneren, te versnipperen, op te hogen,… en het mooie landschap te ontsieren, is niet meer van deze tijd en in tegenspraak met de eigen doelstellingen van de overheid  (betonstop, ontsnippering, ruimte voor water, meer bos,…).
We hopen dat gemeente en provincie zich nog bedenken en kiezen voor de meest logische oplossing, nl. de bestaande route via de Watermolenstraat en de  Drietorenstraat

foto Eric Daelemans – Foto van 4/02/2021 – fietssnelweg F27 gaat door lage, natte weide van linksboven (visput of ‘Kalkput’) naar rechtsonder! 
foto Eric Daelemans – Foto van 4/02/2021 – de 4 meter brede fietssnelweg F27 volgt het water: komende van links en via het veldbaantje naar de Drietorenstraat

Ik ben zeker niet tegen fietssnelwegen, integendeel! We kunnen echt nog wat leren van onze Noorderburen wat fietsinfrastructuur betreft. Maar hier snap ik de gemeente en provincie niet. Vooral omdat er in de Watermolenstraat zelf een mooi breed fietspad is en in de Drietorenstraat nieuwe, brede fietspaden zijn aangelegd. Waarom moet 400 meter daarnaast natuur- en overstromingsgebied opgeofferd worden? Ik vraag me zelfs af of de afstand die de fietsers zouden moeten afleggen langs die fietssnelweg niet hetzelfde is als langs de bestaande wegen. Ik begrijp de buurtbewoners en onze Natuurpuntafdeling. Als dat overstromingsgebied verhard en opgehoogd wordt, waar moet het water dan naartoe? En moesten gemeenten niet gaan ontharden en meer ruimte aan natuur geven ipv verharden?

Hier kan je ook op Ring-tv nog eens zien waarover het gaat.

Wat heb ik gemist waardoor ik de gemeente en provincie niet snap?

Carnavalsmengsel

Eigenlijk leerde ik het dit voorjaar aan de kindjes van We-time niet helemaal juist.

Ik liet hen bloemen zaaien voor de bijen en gebruikte daarvoor een mengsel dat ik nog ergens in mijn zadenbakje gevonden had: een carnavalsmengsel. Dit is een mengsel met uitheemse, vrolijke, kleurrijke bloemen: cosmea, slaapmutsjes, meisjesogen, korenbloemen en klaprozen in verschillende kleuren, …

Ik vertelde hen dat onze bijen, vlinders en andere insecten het stuifmeel en de nectar uit de bloemen nodig hebben als voedsel. Op dat moment waren de rosse metselbijen in het insectenhotel boven ons hoofd druk aan ’t uitvliegen. En op de krokussen zaten teddybeertjes, dikke hommels, te brommen.

Kwistig en zeer ijverig strooiden de kindjes de zaden in het rond. Vorige week kwamen ze nog eens op natuurkamp in de tuin en zagen dat het resultaat van hun werk zeer geslaagd was.

Maar ik leerde het hen niet helemaal juist dus hè.

De bloemen die ze gezaaid hebben, zijn eigenlijk ‘kijkbloemen’. Heel mooi voor ons, mensen, maar onze insecten hebben er niet zoveel aan. Zij eten nectar en stuifmeel. Maar het stuifmeel in die uitheemse bloemen is genetisch helemaal anders dan dat van onze inheemse soorten. Veel van onze insecten herkennen het niet en verhongeren.

Honingbijen en meer algemene hommelsoorten eten de nectar wel. Maar meer kwetsbare soorten komen niet aan hun trekken. Ook voor hun voortplanting hebben ze inheemse waardplanten nodig. Het is zelfs zo dat het zaad van die inheemse planten best niet uit het buitenland komt. Biologen ontdekten dat die een genetisch andere samenstelling kunnen hebben dan diegene die in onze streken voorkomen. Een korenbloem gekweekt in Oosterse landen is hier dus volkomen nutteloos. Daarom is het zo belangrijk om als je echt iets wil betekenen voor onze insecten, je zaden koopt bij onze kwekerijen zoals Ecoflora in Halle in plaats van gewoon in het tuincentrum.

In de tuin is dat nu niet zo heel erg. Die is er ook voor de mens en mag ook gewoon mooi zijn. Daarom liet ik de kinderen het mengsel toch zaaien. Maar ik let er wel op dat ik wilde peen, witte dovenetel, paardenbloemen, hondsdraf, … ook hun plaats gun. Onze akkerranden en openbaar groen daarentegen, daar gebruikt men die uitheemse mengsels beter niet.

Nu ben ik wel zeer nieuwsgierig of jullie dit al wisten.