Straf

Op 51-jarige leeftijd moeten straf schrijven. Wie dat al heeft voorgehad, mag nu rechtstaan. Nu staat ‘de dees’ dus recht.

Gewoon omwille van twee woordjes als reactie op de blog van Thomas Pannenkoek! Straf hè … Dit schreef hij:

Zeventien bladzijden straf. Je kunt kiezen: ofwel telkens hetzelfde lijntje schrijven: ‘Ik zal nooit meer mijn handen wassen in het wijwatervat’, of een verhandeling over ‘de kweek van patatten op de maan’.

Allee zeh, dat eerste kan ik toch niet doen?! Dan ben ik al mijn volgers kwijt. 😉 De verhandeling over ‘de kweek van patatten op de maan’ dan maar.

En nu zit ik hier schoon hè! Hoe begint ge daar nu aan?

In mezelf lachend met de ongebreidelde fantasie van meneer Pannenkoek, besluit ik eens te googelen. Ik val begot bijna achterover: de Chinezen zijn daar mee bezig! Ik wist dat niet. Dankjewel meester Pannenkoek, weer wat bijgeleerd.

In januari 2019 is er een onbemande Chinese ruimtesonde, de Chang’e-4 geland op de achterkant van de maan. Dat is de kant die wij vanop aarde nooit zien. Omdat de maan even snel rond haar as draait als rond de aarde zien wij steeds maar één kant. Op de achterkant zijn er veel meer kraters. Tussen de zuidpool en één van die kraters hebben de Chinezen hun ruimtesonde laten landen. Daarvoor hadden ze hulp nodig van een satelliet want de maan zat in de weg om radiocontact met de aarde te kunnen hebben.

En die patatten dan? Awel, zij hadden zaadjes van patatten mee! Ook katoenzaadjes, zijderupsen, fruitvliegjes en gist trouwens. Dat ecosysteempje hebben ze in een blik geplaatst op het maanoppervlak. In dat blik zit ook een buisje dat zonlicht binnenbrengt. De planten kunnen zuurstof afgeven waardoor de zijderupsen uit hun cocon komen. Zij produceren CO2 en afval waardoor de planten kunnen groeien. Slim bedacht hè! Makkelijk is het wel niet want de temperatuur op de maan varieert nogal sterk, 100°C overdag en -100°C ’s nachts. En de lage zwaartekracht heeft ook een invloed op de groei.

De katoenzaden zouden gekiemd zijn en groeien ondanks die moeilijkheden. Maar patatten op de maan? Dat zou nog niet gelukt zijn, meneer Pannenkoek. Eerst moeten de Chinezen uitzoeken hoe dat ecosysteempje zichzelf in evenwicht gaat houden. Bedoeling is dan in de toekomst eten te kweken in de ruimte, voor onderweg tijdens langere missies.

Dat ze maar doen hoor. Ik heb daar geen ambitie voor. Ik kweek mijn patatten in mijnen hof! Et voilà, mijn straf is ook geschreven. Is ’t goed zo, meneer Pannenkoek?

Kleine gelukjes van Groengenot

Ik zag deze passeren bij enkele bloggers en wil de mijne er ook wel aan toevoegen. In deze donkere, eenzame Corona-dagen doen zo’n kleine gelukjes echt deugd.

Eerst en vooral het bloggen zelf. Het doel was een dagboek maken van onze tuin zodat bezoekers ook online een beetje konden volgen. Wie had gedacht dat ik daar zo ‘rijk’ zou van worden?! Ik heb de blogwereld ontdekt en ben zo blij dat ik daar deel mag van uitmaken. ’t Is een warme wereld. Er zijn zelfs vriendschappen uit ontstaan. Nog elke dag leer ik nieuwe mensen kennen. Enkelen mocht ik al ‘live’ ontmoeten. Met Vief zijn er zelfs al vage, wilde plannen om na de Coronacrisis van grote blogmeet te doen. Daar kijk ik naar uit …

Nog een klein gelukje: in de moestuin bezig zijn en ineens op de oprit een zwaaiende man met pet, mondmasker en boek in de hand ontdekken. De zon zat vlak achter hem en dus herkende ik hem niet. Tot hij zijn mondmasker even naar beneden trok. Mijnen ecomaat Frans De Smedt begot! Dat was zo lang geleden door die stomme Corona! Of ik iets kon doen met een ‘Vademecum Wilde Planten’? Want hij had dat boek dubbel gekregen. Niet alleen super blij met het boek zelf maar ook omdat hij daarvoor aan mij dacht. We hadden ook weer zo nen toffen babbel. Ik heb al zoveel geleerd van hem en zijn vrouw!

Eigenlijk een groot geluk: Velt! Momenteel liggen activiteiten stil, door de gekende crisis. Maar onderhuids en online is er zoveel aan ’t ‘broebelen’. Het Messenger-groepje van onze plaatselijke afdeling is actiever dan ooit. Er wordt gezeverd en gelachen maar ook serieus gewerkt. En regelmatig steken we elkaar een hart onder de riem. Wacht maar, als we terug in ’t echt gaan mogen samenkomen …

Nog zo een tof online ding: de Malderse zadendoos. Op een avond in september was ik aan ’t chatten met twee Malderse dames. Van ’t één kwam ’t ander en er ontstond een idee om een zadenruilsysteem op te zetten. Zaden die we zelf geoogst hadden of teveel gekochte zaden in een doos stoppen en die doos laten rondgaan. We lanceerden ons idee in de Facebookgroep van ons dorp en kregen heel wat reacties. De doos is ondertussen vertrokken en zit al bij de vijfde deelnemer. Benieuwd hoe dit experiment gaat aflopen …

Nog een zot gelukje: onze hond. Hoe ze steeds enthousiast en super blij is als we thuiskomen … Hoe ze merkt als iemand verdrietig is en dan haar kopje op je schoot komt leggen … Haar vriendschap is zo warm …

Thin Ice

Gelukkig is dit fictie! Maar het zou erg genoeg wel werkelijkheid kunnen worden.

Deze serie over de klimaatcrisis was dit najaar op tv te zien maar eer ik dit door had, was ze al een tijdje bezig. Ik keek dan maar via https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/thin-ice/.

Fijne acteerprestaties en mooie beelden van een winters Groenland. Het Zweedse of Deense taaltje (ik ken het verschil niet 😉 ), dat was smullen! Een ecothriller van topformaat! Eén van de hoofdpersonages is een Inuit. Dat maakt het hele verhaal nog meer beklijvend.

Elsa Engström, de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken neemt de klimaatcrisis zeer ernstig. Ze wil met alle leden van de Arctische Raad een verdrag tekenen om geen verdere olieontginning meer toe te staan. De Aarde warmt immers te snel op daardoor. In Groenland komen ze samen om zich over dit voorstel te buigen. Terwijl wordt er een onderzoeksschip aangevallen. Aan boord zit Elsa haar politieke raadgever Victor. De bemanningsleden en Victor worden gegijzeld. Liv, de Zweedse inlichtingenofficier die zwanger is van Victors kind, leidt haar eigen onderzoek. Enok, de plaatselijke politieagent die steeds maar ‘overschoefeld’ wordt, helpt haar. Hij is de held van het verhaal. En dat voorstel van Elsa?

Hoe dat afloopt, daarvoor moet je zelf kijken. In 8 afleveringen van ongeveer 40 minuten word je meegesleept in de intriges, de menselijke fouten en het bedrog. Leerrijke serie vind ik!

Ophokplicht

’t Is weer van dat! De vogelgriep is in ons land. Sinds 1 november moesten professionelen hun pluimvee ophokken. Maar vorige vrijdag zijn in het VOC in Oostende drie wilde vogels binnengebracht die positief testten op het virus. Dus nu moeten particulieren ook hun kippen, duiven en ander pluimvee binnen of afgeschermd van wilde vogels houden.

Toeme toch, gedaan met vrolijk en vrij buiten scharrelen. Wij in Corona-quarantaine en onze kippen in vogelgriep-quarantaine. Waar gaat dat toch naartoe?

De legkippen moeten nu in hun woonwagen blijven, ook overdag. De zijdehoentjes, die daar normaal ook slapen, heb ik nu in de serre gezet. De spinazie en veldsla die daar stond, daar hebben ze zich al tegoed aan gedaan. Ja zeh, ’t is erg genoeg voor de sukkelaars hè.

Gelukkig mag een knuffelcontact nog wel.

Aan zijn ‘franke ogen’ te zien, denk ik dat deze jongeling een haan zal worden.

Het droeve liefdesverhaal van Sieke en Fideel, kent ge dat nog? Ook voor hen is het nu gedaan met de pret. Sinds vorige winter vieren ze het leven in buurman zijn weide. Win-win voor iedereen: zij hebben terug gras (sinds de bomen in het vogelboske goed gegroeid zijn, is daar zoveel gras niet meer) én buurman moet zijn gras niet meer afrijden. Maar ook zij moeten nu binnen. Buurman stak zijn hoofd over de poort: “Hoe gaan we dat doen jong?”

Plezant was het in ieder geval wel! Met zijn tweeën door de weide draven, achter een koppel ganzen. Eens we ze in een hoek gedreven hadden, ging het snel. Snaterende, blazende bekken en klapperende vleugels, de pluimen vlogen ons rond de oren. Maar even later liepen we elk met een gans onder de arm, door onze straat.

Sieke en Fideel zitten nu in de fruitkooi. Ik ben er zeker van dat ze ’s nachts van hun groene weide dromen.

Enne, nu vind ik mijn duifje niet meer. Gisteren zag ik op tv dat er een duif voor 1,6 miljoen Euro verkocht is. Ze droeg ook zo’n groen ringetje gelijk de mijne. 😉

Het vogelgriepvirus zou al lang bij wilde vogels voorkomen. Maar de dieren hadden daar milde symptomen van: niet meer dan een ‘goei valling’. Maar griepvirussen kunnen muteren en super-virussen worden. Het H5N8 vogelgriepvirus dat nu de ronde doet is zo’n hoog-pathogeen virus. Wat zou nu toch de oorzaak zijn van al die miserie? Wilde vogels verspreiden het virus maar ik kan me moeilijk voorstellen dat bij hen deze gevaarlijke vorm ontstaan is. Ik denk niet dat daar al genoeg onderzoek naar gedaan is. Volgens sommigen ontstaan deze dodelijke griepvirussen in onze kippenfabrieken en legbatterijen. De mest afkomstig van deze bedrijven wordt op landbouwgrond verspreid. Wilde vogels scharrelen daarin en voilà, de cirkel is rond. Misschien toch niet zo goed bezig in onze gangbare landbouw?

Of dat er hier nog geblogd wordt?

Amai, ik verschiet dat het zo lang geleden is dat ik nog op mijn virtueel erf kwam!

Nochtans ben ik steeds maar aan ’t schrijven de laatste weken. Schrijven, lezen, nadenken, discussiëren, schrappen, herschrijven, luisteren, kijken, meningen vormen, hervormen, … Pff, bloggen da’s gemakkelijk. Maar een boek schrijven, soms denk ik dat het te hoog gegrepen is.

We namen ook al wat foto’s voor in dat boek. Bedoeling was een kip die een zandbad neemt, op beeld vast te leggen. Oh man! Ge kunt dat een kieken niet uitleggen hè wat ze moet doen. Maar met heel veel geduld en gelach is het toch gelukt. Die foto ga ik hier natuurlijk nog niet tonen hè.

(foto van Johan Dermaut)

Ondertussen is het hier herfst. Een Corona-herfst. Gisteren werden we op het werk in het WZC voor een derde keer getest. Morgen verwachten we de uitslag. Vorige week hadden we ineens twee positieve medewerkers. Onze bewoners werden getest. Er bleken er twee positief, gelukkig zonder symptomen. Ondertussen zijn ze terug negatief en wij hopen dat we onze mensen het leed dat dit virus veroorzaakt, kunnen besparen.

Maar herfst is ook tof. Ik vind het plezant dat ik dan terug ‘kansen’ krijg in de tuin. Planten en verplanten, ik leerde deze zomer stekjes nemen en kon de plantjes nu een plaats in de tuin geven.

De biobloembollen van Velt zijn toegekomen en ze in de grond steken, da’s effenaf spannend. Ik ben vol verwachting naar de lente en verheug me er al op.

In de tuin geven de Asters een laatste kleurenspektakel.

En ik kan het me niet laten er wat te plukken voor in huis. Het hout dat ik in het voorjaar oogstte van onze knotwilgen, wordt op kille avonden in de houtkachel gebrand. Een praline (of meer dan één 😉 ), een tas thee, de hond aan mijn voeten, een goed boek en de laatste kleuren uit de tuin op de salontafel … meer moet dat niet zijn.

Zot interludium: de mus

En toen zat er een mus in onze stoof!

Op een maandagmorgen, als iedereen vertrokken was en ik eens wat tijd voor mezelf gereserveerd had!

Ik moest dat beest toch eerst bevrijden! Ze vloog altijd maar tegen het raampje!

Maar … eigenlijk had ik de assen na vorige winter niet opgeruimd. En die mus hing al vol roet! En ’t is nu niet dat dat hier zó proper is, maar een roetmus tegen witte muren, ik zag het al gebeuren …

Dus voorbereidingen getroffen met een dekentje voor over het deurtje enzo …

En toen was de mus … weg! Terug naar boven in de schouw!

Wettewa? Dan schep ik eerst al die assen eruit en als ze terugkomt, is het er toch zo vuil niet. Goed plan toch hè?

Deurtje wagenwijd open en maar scheppen …

Komt daar ineens iets rond mijn oren gevlogen! De mus natuurlijk! Wat had je gedacht, slimmerik?!

Alle hoeken van ons huis heeft ze gezien … en ik ook!!!

Uiteindelijk tussen de zetel en de kast … heb ik ze kunnen pakken! Zo haar hartje bonken … en het mijne ook …

Heel triomfantelijk heb ik ze in de tuin laten vliegen. Vrolijk fladderde ze terug de vrijheid tegemoet. Oef! En nu ben ik van ’s morgens vroeg goed wakker 😉

Weduwe in de zon

Ondanks dat de nachtshift weer zwoel was geweest, had ik deze keer overdag goed geslapen.

Het was al namiddag en ik snakte naar thee en de zon. Nog slaapdronken strompelde ik het terras op en toen zag ik ze zitten: een wespspin. Een prachtig exemplaar. Gewoon tussen wat stengels van bieslook die zich uitgezaaid had tussen de stenen. Lekker warm …

Drie jaar geleden zag ik er ook al eens zo eentje zitten hier in de tuin.

De wespspin of tijgerspin is de grootste Europese spin en eigenlijk afkomstig van rond de Middellandse Zee. Maar door de klimaatopwarming en onze warmere zomers vind je ze nu ook bij ons. Ze eten vooral sprinkhanen en libellen maar ook vliegen en kevers. Ze maken zo’n rond web laag tegen de grond en als een prooi daar in sukkelt, spinnen ze die vliegensvlug in en eten ze op. Gruwelijk hè.

Mijn spin is een vrouwtje vond ik op ‘tinternet’. De mannetjes zijn veel kleiner en bijlange zo knap niet. Maar wat ik wel straf vind: deze dame is letterlijk een mannenverslindster. Aan de rand van haar web zitten verschillende mannetjes te wachten tot ze geslachtsrijp is. Ze is echter zeer agressief, waarbij de mannetjes dikwijls wat poten verliezen als ze haar proberen het hof te maken. Eens er ene gelukzak kunnen paren heeft, wordt die na de daad ingesponnen, krijgt die een gifbeet en wordt hij opgegeten. Dan hebben onze mannen het nog niet zo kwaad, vind ik.

Daarna wordt er een coconnetje gemaakt waar de eitjes in gelegd worden. Ik vond toch wel zo’n coconnetje zeker! Zo tof! Die had daar al zo hard zitten werken en we hadden dat gewoon niet gezien. Na een maand komen uit die eitjes kleine spinnetjes maar die verlaten het coconnetje maar pas in maart.

Ik ga dat coconnetje dus goed bewaken deze winter. Nog even vermelden: zo’n wespspin is niet gevaarlijk voor vogels of mensen. Haar vermomming zoals een wesp is vooral bluf. Daardoor laten mogelijke vijanden haar met rust. Heb jij al eens zo’n spin gezien?

Een zwoele nacht

We hadden afgesproken, de Natuurpuntvriend en ik, dat we het de eerste warme zomernacht eens gingen doen in mijn tuin.

Zaterdagavond 1 augustus kwam hij met zijn fiets den hof opgereden. Hij had mee: een houten bak, een transformator en een hele straffe kwikdamplamp. We gingen nachtvlinders tellen.

Alles geïnstalleerd, ik vertrok voor de nachtshift naar mijn werk en we spraken af de volgende ochtend om kwart na zeven terug samen te komen om te kijken welke vlinders er in de bak zaten.

De zonen zakten die avond nog efkens door op het terras en hadden veel plezier met de interesses van hun zotte moeder. Ze gingen wedden hoeveel vlinders ze gevangen had. De ene zei 30 exemplaren, de andere gokte op 32. Maar toen ze een paar biertjes later eens gingen kijken, moesten ze vaststellen dat ze het toch wel serieus onderschat hadden.

Het ‘takje met pootjes’ rechts bovenaan is Wapendrager – Phalera bucephala.
Slimme camouflage hè!

De volgende ochtend arriveerde ik als eerste aan de lichtval. Wat daar allemaal in en op en rond zat! Wauw! Zo veel soorten vlinders bij elkaar had ik nog nooit gezien, echt prachtig! Ik moest effenaf lachen met de Natuurpuntvriend die even later aankwam. Zoals een kind in een snoepwinkel kon hij zijn plezier en ‘contentement’ niet verbergen.

Kleine beer – Phragmatobia fuliginosa (roodachtig vlindertje in ’t midden) en Karmozijnrood weeskind – Catocala sponsa (grote bovenaan)
Dennenpijlstaart – Sphinx pinastri
Groot avondrood – Deilephila elpenor

Zelfs twee ‘Spaanse vlaggen’, (vroeger zeer zeldzaam in Vlaanderen, nu meer verspreid én Europees beschermd) zaten bovenop de bak. Het was voor de Natuurpuntvriend de eerste keer dat hij ze ‘live’ zag en hij heeft op Waarnemingen.be nochtans 30 312 waarnemingen op zijn naam staan. Ge kunt u dus wel voorstellen dat ik fier was op onze tuin.

Spaanse Vlag – Euplagia quadripunctaria
even aanporren om zijn binnenkant te laten zien …

We telden 45 soorten nachtvlinders en om het aantal exemplaren te tellen, daar was gewoon geen beginnen aan. Al die fladderende, wriemelende beestjes; het waren er zeker een nulletje meer dan wat de zonen gegokt hadden.

Het op naam brengen van al die beestjes was een plezant werkje. De Natuurpuntvriend is een wandelende natuurencyclopedie en voor de beestjes waarvan hij de naam niet wist, had hij een nachtvlindergids bij.

Alle 45 namen ga ik hier niet opsommen. Ik vermeld gewoon diegene die ik het mooist vond klinken: Glad beertje, Schedeldrager, Karmozijnrood weeskind (een zeldzame blijkbaar), Hageheld, Schaapje, Kleine breedbandhuismoeder, Bleke grasuil, Parelmoermot (vond ik grappig), Goudvenstertje, Peper-en-zoutvlinder, Kameeltje, Lieveling, Brandnetelkapje, Donker klaverblaadje en nog zoveel meer.

Tegen mij moet je nu echt niet meer zeggen dat motten mottig zijn! Als ik tussen al die vlinders mag kiezen wat ik de allermooiste vond, neem ik de Zilveren groenuil. Een prachtig aaibaar beestje!

Zilveren groenuil – Pseudoips prasinana

HEEL DRINGEND GEZOCHT

HELD die het mensdom kan overtuigen dat we nu direct onze kar moeten keren!

Ben jij een ondernemend persoon, kan je overtuigen en heb je veel ambitie? Heb je verstand van marketingstrategieën, kan je ’t goed uitleggen en ben je niet bang van camera’s? Stuur dan vliegensvlug je motivatiebrief en cv naar … ja, naar waar?

Eigenlijk wist ik het al lang maar dat het zo ernstig was, besefte ik niet. Tot ik deze week een artikel uit De Standaard tegenkwam, een interview met de Mexicaanse conservatiebioloog Gerardo Ceballos. (De conservatiebiologie bestudeert onze biodiversiteit en het behoud en herstel daarvan)

Wetenschappers zijn slimme mensen maar eigenlijk ook niet. Zij bestuderen feiten, vinden bewijzen, publiceren die heel droog en saai zodat geen kat ze leest. Maar de mensheid overtuigen om in actie te schieten, dat kunnen ze niet. Daar hebben ze geen verstand van! Daarom zoeken ze jou … HELD!

Volgens Gerardo Ceballos hebben we nog twintig jaar om de mensheid te redden. Als we gedurende deze periode voortdoen zoals we bezig zijn, gaan er zo veel soorten dieren en planten uitsterven, dat ook voor de mens onze aarde niet meer leefbaar zal zijn. Onze beschaving zal gewoon instorten. Binnen twintig jaar, dat maken wij dus nog mee! Vergeet de coronacrisis en zelfs de klimaatcrisis, zegt hij. Daaraan kunnen we ons aanpassen. Maar aan deze uitstervingsgolf niet. Want eens een soort verdwenen is, komt die niet meer terug. En als er teveel stenen uit het fundament wegvallen, stort ons huis gewoon in.

Het is al van in 2015 dat hij ontdekte dat deze zesde massale uitstervingsgolf begonnen is. Onze aarde heeft er al vijf meegemaakt, in de prehistorie. Daardoor verdwenen ook de dinosaurussen. Waarschijnlijk door super vulkaanuitbarstingen en botsingen met hemellichamen. Maar deze zesde golf is veroorzaakt door de mens!

De vernietiging van het leven op aarde gaat zeer snel. Sinds 1900 zijn er 237 000 populaties gewervelde diersoorten uitgestorven. Een derde van alle gewervelde diersoorten die hij en zijn collega’s onderzochten, hebben het zeer moeilijk. In een eeuw tijd verloren we evenveel soorten als normaal in 10 000 jaar. En dat is een onderschatting want we kennen nog niet eens alle soorten op aarde.

Wij mensen moeten dringend gaan beseffen dat elk dier hier op aarde een functie heeft, ook al snappen we niet meteen de welke. Waarom moeten mieren in ons gazon dood? Zij zorgen dankzij hun nesten voor gaten in de bodem waardoor water beter kan doordringen. Waarom moeten marters, wezels, vossen, wolven die onze kippen opeten, dood? Zij zorgen ervoor dat populaties muizen en hertachtigen in evenwicht blijven. Die zijn gastheer voor teken die de ziekte van Lyme veroorzaken. Dus laat die carnivoren leven, we hebben ze nodig voor onze gezondheid! Zelfs vliegen hebben we nodig, het zijn onze mestverwerkers. En wespen eten plaaginsecten zoals bladluizen en muggen.

Kan jij het eens aan de mensheid uitleggen dat we moeten stoppen met levende wilde dieren te verhandelen op versmarkten? Vleermuizen en schubdieren in kooien op elkaar gestapeld waardoor waarschijnlijk covid-19 ontstond. Dat we moeten stoppen met regenwouden kappen om palmolieplantages aan te leggen. Want we komen te dicht bij de wilde dieren uit die wouden waardoor ze sterven. Maar ook virussen die al miljoenen jaren in die bossen verborgen leven, kunnen zo op ons overspringen.

We zijn te bruut voor onze Moeder Aarde. We misbruiken haar voor de industriële landbouw en technologie. Ben jij de GROTE HELD die dat de mensheid kan duidelijk maken? Of weet je wat? Als we ons nu eens allemaal als kleine helden gaan gedragen, in onze eigen tuin en huishouden?

Maar als jij die GROTE HELD zou zijn, twijfel niet …

Wespen

Voordat u hier gillend wegloopt, wil ik even wat troost bieden: de ene wesp is de andere niet. En dit wordt geen gruwelijk verhaal.

Het was vorige week, op zo’n zonnige ochtend. Het was nog zalig fris maar ik kon wel al merken dat het die dag warm ging worden. Bovenop de opgeschoten Venkel aan het keukenraam merkte ik een vrolijk gekrioel van allemaal beestjes.

Het waren wespen zag ik, maar geen limonadewespen. Ze waren veel slanker en ik mocht met mijn neus tot tussen hen staan, ze deden niks. Alleen interesse voor de Venkel bloemetjes. Dus nam ik een foto die ik invoerde in waarnemingen.be.

Groot was mijn verbazing toen ik als eerste (maar wel onzekere) voorspelling ‘Veldwespwaaiertje – Xenos vesparum’ kreeg. Toch geen wesp? Ik tikte ‘veldwespwaaiertje’ in op ‘tinternet’ en kreeg een gelijkaardige foto. Mm?

Op zo’n momenten is er dan Facebook. Ik deelde mijn twijfel in de groep ‘Wespen uit de benelux’ en kreeg al snel een antwoord. Het diertje op mijn foto was wel degelijk een Franse veldwesp. Het Veldwespwaaiertje is een parasiet van deze veldwesp. Om die te zien, moet je een foto maken van het achterlijf van de Franse veldwesp, kreeg ik als antwoord. Als er plaatjes van het achterlijf openstaan, zit daartussen die parasiet. Aha! Weer wat bijgeleerd. Terug met mijn neus tussen de Venkel bloemetjes, zag ik inderdaad diertjes met hun achterlijfje helemaal dicht maar ook enkele met open plaatjes. Daarin zat dus dat veldwespwaaiertje. Boeiend hè …

Nog even vermelden dat Franse veldwespen echt toffe wespen zijn hoor! Ze eten insecten zoals muggen en bladluizen en zijn niet geïnteresseerd in zoetigheid. Ze zijn ook helemaal niet agressief en zullen alleen steken als ze echt in gevaar zijn. Wij zitten daar naast te eten op het terras maar ze blijven mooi op de Venkel. En wij kunnen genieten van hun gezellig gezoem …