Carnavalsmengsel

Eigenlijk leerde ik het dit voorjaar aan de kindjes van We-time niet helemaal juist.

Ik liet hen bloemen zaaien voor de bijen en gebruikte daarvoor een mengsel dat ik nog ergens in mijn zadenbakje gevonden had: een carnavalsmengsel. Dit is een mengsel met uitheemse, vrolijke, kleurrijke bloemen: cosmea, slaapmutsjes, meisjesogen, korenbloemen en klaprozen in verschillende kleuren, …

Ik vertelde hen dat onze bijen, vlinders en andere insecten het stuifmeel en de nectar uit de bloemen nodig hebben als voedsel. Op dat moment waren de rosse metselbijen in het insectenhotel boven ons hoofd druk aan ’t uitvliegen. En op de krokussen zaten teddybeertjes, dikke hommels, te brommen.

Kwistig en zeer ijverig strooiden de kindjes de zaden in het rond. Vorige week kwamen ze nog eens op natuurkamp in de tuin en zagen dat het resultaat van hun werk zeer geslaagd was.

Maar ik leerde het hen niet helemaal juist dus hè.

De bloemen die ze gezaaid hebben, zijn eigenlijk ‘kijkbloemen’. Heel mooi voor ons, mensen, maar onze insecten hebben er niet zoveel aan. Zij eten nectar en stuifmeel. Maar het stuifmeel in die uitheemse bloemen is genetisch helemaal anders dan dat van onze inheemse soorten. Veel van onze insecten herkennen het niet en verhongeren.

Honingbijen en meer algemene hommelsoorten eten de nectar wel. Maar meer kwetsbare soorten komen niet aan hun trekken. Ook voor hun voortplanting hebben ze inheemse waardplanten nodig. Het is zelfs zo dat het zaad van die inheemse planten best niet uit het buitenland komt. Biologen ontdekten dat die een genetisch andere samenstelling kunnen hebben dan diegene die in onze streken voorkomen. Een korenbloem gekweekt in Oosterse landen is hier dus volkomen nutteloos. Daarom is het zo belangrijk om als je echt iets wil betekenen voor onze insecten, je zaden koopt bij onze kwekerijen zoals Ecoflora in Halle in plaats van gewoon in het tuincentrum.

In de tuin is dat nu niet zo heel erg. Die is er ook voor de mens en mag ook gewoon mooi zijn. Daarom liet ik de kinderen het mengsel toch zaaien. Maar ik let er wel op dat ik wilde peen, witte dovenetel, paardenbloemen, hondsdraf, … ook hun plaats gun. Onze akkerranden en openbaar groen daarentegen, daar gebruikt men die uitheemse mengsels beter niet.

Nu ben ik wel zeer nieuwsgierig of jullie dit al wisten.

Katleen de kip

Eigenlijk heet ze voluit Katleen 2.0 want ik had al eens een Katleen toen ik tien jaar oud was.

Een foto van haar vind je hier. Katleen was een klein ‘Engels’ kipje dat ik tam gemaakt had. Ik ging met haar enkele jaren na elkaar naar de kinderjaarmarkt in Opdorp en kreeg steeds de eerste prijs. Op zo’n jaarmarkt werden alle dieren in een hokje gezet maar ik zette mijn kipje er bovenop. Het hokje zelf versierde ik met tekeningen en verhaaltjes en een heuse stamboom van onze kippen. Katleen mocht samen met de buurmeisjes en mij daar naartoe wandelen. We droegen haar in onze armen en dat vond die knuffelkip het allerleukst. Af en toe zetten we haar eens in de ‘graskant’ om haar behoefte te kunnen doen. 🙂

Sinds vorig jaar heb ik terug ‘een Katleen’. Deze keer is het een wit zijdehoentje. De kuikens die ik zelf kweek, zijn nogal handtam. Samen met moeder kip slapen ze in het tuinhuis in een hokje. Elke dag neem ik ze uit dat hokje en zet ze in een rennetje op het gazon. Daardoor zijn ze het gewoon om opgepakt te worden.

Katleen is een speciale. Als kuiken was ze al ‘haantje de voorste’. Ze was de kleinste van den hoop maar ze wist steeds eerst de lekkerste hapjes te bemachtigen. Deze winter verbleven de zijdehoentjes in de serre omwille van de vogelgriep. Als ik daar binnenkwam, kon ze niet rap genoeg bij mij zijn. Regelmatig botste ze gewoon tegen me op! Zo lomp dat dat klein geval was!

Katleen is zeer vrijgevochten. ‘Blijf in uw kot!’, da’s niet aan haar besteed. Onder de poort heeft ze de draad een beetje weggeduwd zodat er een gaatje ontstaan is waar zij alleen door kan. De haan vindt dat niet tof en als hij haar aanstalten ziet maken om erdoor te kruipen, pikt hij in haar staart. Maar dat trekt ze zich lekker niet aan hoor.

Als wij in de tuin komen, zien we haar een spurt trekken om zo snel mogelijk bij ons te zijn. De lieve wederhelft zegt dat ik haar een helmpje en pilootbrilletje moet kopen. Ze gaat echt eens op haar bek gaan, vrezen we.

Als we ’s avonds op het terras zitten, komt ze gezellig erbij. Bedoeling is dat ze naast de hond op de grond blijft. Gelukkig kan ze niet vliegen want ze zou zo graag ook in de zetel zitten. Reikhalzend met een draaiend kopje staat ze steeds te zoeken hoe ze daar toch zou in geraken. Als de hond dan nieuwsgierig wordt en haar besnuffelt, krijgt die een pik in de neus. De erge tik!

Enkele weken geleden heeft ze een vreselijk avontuur beleefd. We waren haar bijna kwijt. Karen, de vriendin waarmee ik ons boek schreef, was hier met haar hond Kiah. Onze hond Swenga en Kiah kunnen heel mooi samen spelen. We laten ze dat dus heel regelmatig doen. Maar Kiah is geen kippen gewoon. En dat wist ons Katleen niet. Ze was dus toch weer terug onder de poort geglipt. Ineens zagen wij Kiah wegspurten en hoorden we vlak daarna een vreselijke schreeuw. We holden naar van waar het geluid kwam, zagen daar een spoor van witte, donzige pluimpjes en Katleen in de bek van Kiah.

Alles gebeurde in een fractie van een seconde. Ik sprong naar de hond, trok Katleen uit haar bek en die hing half verdoofd te hijgen in mijn handen. De helft van haar pluimen weg, bijtwonden op haar rug en buik en een darm die uitpuilde. Die kon ik voorzichtig terugduwen en toen kwam ze bij. Coleirig dat ze was! Ze begon terug te schreeuwen, precies of ik kon er aan doen dat dit haar overkomen was. Het kieken!

Zo kon ze echt niet meer terug in het kippenhok. De wonden, daar zouden vliegen naartoe komen en ze zouden infecteren.

Karen, die was ondertussen helemaal van haar melk. Razend kwaad op haar hond en bijna huilend vroeg ze of ik nu kwaad was op haar. Allee! Ik ging toch niet een kieken tussen ons laten komen?! Die arme Kiah had ook alleen maar haar instinct gevolgd. Ik had er moeten aan denken dat Katleen niet in haar kot kan blijven.

Tijd voor actie dan. Katleen werd in een badje met babyshampoo gezet. Haar verwondingen vielen wel mee, zag ik. Die werden goed ontsmet en regelmatig ingesmeerd met een desinfecterende zalf die ik nog had van de hond. Ze mocht zelfs op hotel: in een konijnenhok in de living, op de hondenbench naast de valkparkiet van jongste zoon. (Die kan nu ook kakelen zoals een kip) Haar pluimpjes waren dankzij de babyshampoo stralend wit en mooi donzig geworden. “Alleen spijtig dat er maar zo weinig meer opstaan”, zei de lieve wederhelft. Ambiance hoor, zo’n kieken in huis 😉

“Bewijs dat ik me beter voel. Alleen ik kan zeggen dat ik een ei gelegd heb in de living. 😉 “

Katleen is helemaal hersteld nu. Ze draaft terug door de tuin en heeft het hoogste woord. Samen met mij wieden, vindt ze helemaal gezellig. Ik de ongewenste plantjes, zij de miereneitjes, slakjes en andere lekkere beestjes. Hebben jullie eigenlijk kippen? Ik zou ze niet meer kunnen missen!

Hoe je rijk wordt door niks te doen

Waarschijnlijk heb je wel al gehoord over ‘MaaiMeiNiet’? Wij voegden er nog iets aan toe: ‘EnJuniHalf’.

Eigenlijk hang ik hier al jaren de luierik uit. Waar ik vroeger elke week plichtsgetrouw mijn gazon minutieus maaide, wordt er nu ‘met de klak naar gesmeten’. En ik moet zeggen, die aanpak loont. Mijn saai biljartlaken is omgetoverd naar een paradijs voor allerlei bijen, vlinders, padden, egels, vogels, …

‘Niks doen’ is eigenlijk een klein beetje gelogen. Ik doe wel iets, namelijk: gefaseerd maaien. Eens in de twee weken maai ik de stukken gras waar we veel lopen en willen zitten. Rond de fruitboompjes wordt maar één keer per maand gemaaid. En het biobloembollengraslandje twee keer per jaar. De eerste keer in augustus als alle bloemen uitgebloeid zijn, de tweede keer in oktober. Het gras gaat dan kort de winter in zodat in het vroege voorjaar de krokussen goed zichtbaar zijn. In en rondom dat graslandje worden dan wel om de twee weken weggetjes gemaaid.

Echt rijk ben ik daardoor geworden! Al die bloemen die zich hier uitgezaaid hebben, (ik heb maar een heel klein beetje bedrog gedaan door in het najaar enkele plantjes tussen het gras te zetten) da’s echt tof!

Zelfs in het kippenhok werden we rijk door niks te doen. Vorig jaar beet een vos bijna alle kippen aan het tuinhuis dood. Iedereen die overschoot, werd verhuisd naar de woonwagen bij de andere kippen. De ren aan het tuinhuis bleef leeg. En zie ne keer nu:

Door niks te doen, heb ik daar nu ook een bloemenzee … Ik denk dat ik maar blijf niks doen …

Spookkasteel in de tuin

’t Is weer de moment van het jaar. Iedereen griezelt in de periode rond Halloween. Wij doen dat nu.

In het vogelboske hangen slierten en webben. Jakkes! Sommige struiken zijn zelfs helemaal kaalgevreten. Het is een troosteloos en griezelig gezicht. En toch kan dit helemaal geen kwaad.

Hier is de kardinaalsmutsstippelmot aan het werk geweest. Dit is een klein wit nachtvlindertje met zwarte stippen. Je kan de vlinder waarnemen tussen eind juni en eind augustus. Dan legt die eitjes in onze kardinaalsmuts struiken. De eitjes overwinteren, er komen rupsen uit en nu, in mei tot eind juni zijn die actief.

Ze vreten onze struiken kaal en spinnen zich in draden om zichzelf tegen vijanden te beschermen. Dat is echt nodig. Hun grootste vijanden zijn kool- en pimpelmezen. En die zitten hier veel. Zij gebruiken de rupsen om hun jongen groot te brengen. Zo’n 50 tot 100 rupsen per jong vogeltje per dag plukken zij uit de struiken! Je begrijpt nu wel dat ik die rupsen koester he.

Eind juni zijn de mezen groot en hebben ze bijna alle rupsen opgegeten. Degenen die het gehaald hebben, zijn verpopt tot vlinder, leggen eitjes en zorgen zo voor voedsel voor de mezen voor volgend jaar. De struiken zijn weer ‘proper’ en krijgen terug blad. Na enkele weken staan ze terug gezond en frisgroen alsof er niks gebeurd is. Wonderlijk toch hè.

Vorige week sprak de buurman me enigszins bezorgd aan. Dat er buxusrupsen en spinnenwebben in zijn jong appelboompje zaten. En wat hij nu moest doen. Aha, dit waren geen buxusrupsen maar nog een andere stippelmot: de appelstippelmot. Zelfde verhaal hier. De mezen die aan ’t opgroeien zijn in zijn nestkastje eten hen op. Alleen moet je bij jonge boompjes of struiken wel even opletten. Als alle blaadjes van zo’n jong exemplaar opgegeten worden, kan de plant wel sterven. Om dat te voorkomen, kan je even de tuinslang op de klusters richten of hen handmatig uit je boompje plukken.

Dat het allemaal een kwestie van evenwicht is eigenlijk hè … en dat we zonder chemische bestrijdingsmiddelen dat evenwicht het best kunnen bereiken …

foto Koen Goossens

Verbinding

Deze voormiddag hadden we nog eens een fotoshoot voor ons boek. We trokken naar ‘Tarra’, de verpakkingsvrije winkel van Nora. Nu verhuisd van Buggenhout naar Dendermonde.

We hadden enkele influencers uitgenodigd om te komen shoppen. Dat was zo gezellig en plezant! Nora achter haar toonbank, de fotograaf achter zijn fototoestel en wij maar babbelen en winkelen.

Ik leerde Esmee van Heartfully Conscious kennen. En loopbaancoach Lies De Landtsheer. En Lies Knapen die strijdt tegen ‘menstruatie-armoede‘. We babbelden over hormonen en het klimaat. Over armoede en hoe je als je niet weet hoe de eindjes aan elkaar te knopen, niet de luxe hebt om te kunnen nadenken over het klimaat. Over vrouwen- en mannenproblemen en nog vanalles anders.

En toen kwam Adèle met haar loopkarretje voorbij. Ze zag ons op de stoep staan. (We gingen immers niet allemaal samen in de winkel omwille van corona). Ze vroeg zich af wat voor een soort nieuwe winkel er daar gekomen was.

We vertelden haar over het concept verpakkingsvrij winkelen en dat het eigenlijk zoals haar vroegere kruidenier was. Adèle was direct fan. Ze wilde weten of we voor tv bezig waren. Dat het maar voor een boek was, vond ze even goed.

Ik vond het een magisch moment: al die vrouwen, zelfs over de generaties heen, met elkaar verbonden. Dat deed zo’n deugd!

Enne … wist je al dat we een uitgever gevonden hebben?! Yes! ‘Onze Aarde Vieren – Enthousiasme in tijden van klimaatverandering’ zal uitgegeven worden door Stichting Kunstboek. Eind oktober, begin november zal je het in de winkels en online kunnen vinden. Spannend!

Spannende verrassingen in de tuin

Een zacht en schattig gepiep, dat deed me voorbije zaterdag op zoek gaan.

Het kwam van aan de poel. Al turend door het hoge gras, viel mijn oog ineens op hen: een eend met twaalf kuikens. Haha, ik had het nog gedacht. Sinds enkele maanden kwam hier steeds een koppeltje ‘romantisch doen’. Maar nu was vader nergens meer te bekennen. Misschien omdat de horeca terug open is?

Gisteren waren ze er weer. Het wieden in de fruitkooi met dat gefrunnik en gepiep van het klein grut op de achtergrond, was effenaf gezellig.

En dan … ’s Avonds rond een uur of elf ga ik steeds mijn kippen ‘in hun bed leggen’. De zijdehoenders willen voor ze gaan slapen, steeds nog wat op hun terras zitten. Genieten van de zonsondergang en van de merel zijn avondlied. Maar dan vallen ze daar in slaap en da’s te gevaarlijk in een biodiverse tuin. Ik steek ze dan in hun kot en doe het deurtje dicht.

Op weg naar het kippenhok, hoorde ik in de verte moeder eend luid snaterend van haar oren maken. Welke kleine was er nu al te laat thuis gekomen? Of zat er een kat misschien? Vlug mijn zaklamp genomen en eens poolshoogte gaan nemen. Was me dat verschieten zeg! Anderhalve meter van mij (ja echt! Coronaproof!) zat in het hoge gras een vos! Ik scheen met mijn lamp op zijn kop (een prachtige kop trouwens, met schattige oortjes) en hij had het niet eens door. Zo geconcentreerd was hij op zijn prooi.

Ik voelde me zoals op safari in Afrika. Ontmoetingen met wilde natuur vind ik zo spannend. Moeder eend was naar het midden van de poel gezwommen en haar kuikens wriemelden rond haar heen. De kop van het vosje volgde en ik zag hoe hij zijn spieren opspande. Zou een vos kunnen zwemmen eigenlijk? Ik hield mijn adem in maar toen ik zag dat hij wilde springen, was het sterker dan mezelf. Heel instinctief riep ik ‘Hey!’. Voor mijn ogen een moord laten gebeuren, dat lukte niet. Vosje sprintte als een pijl uit een boog weg en op het water keerde de rust weer.

Allee! Wat had ik nu gedaan?! Zo ingegrepen in de natuur! Nu moest het beestje met honger terug de nacht in. En dertien eenden op onze poel, dat kan toch nooit goed komen? Er zitten wel veel dikkoppen van padden in het water maar die populatie zal snel uitgedund worden met al die hongerige snaters.

In bed vroeg de lieve wederhelft: ‘Zou hij deze nacht terugkomen?’

Deze morgen ben ik nog in pyjama direct eens gaan kijken. Alle eendjes zwommen in het water. Vrolijk piepend en moeder eend druk in de weer om haar kroost bij elkaar te houden. Oef …

Hoe geef je een boek uit?

Voor jullie een vraag en voor ons … ook.

Ons verhaal is af! Yes! Eigenlijk zijn we best wel fier op ons kindje. Karen en ik hebben er zoveel plezier aan beleefd en het is echt mooi.

Momenteel zijn we druk aan het herlezen en nog wat kleine dingen aan ’t veranderen. Deze week hadden we een videocall met de leesfee, Emy Geyskens. Zij schreef al 60 kinderboeken en maakte ons wat wegwijs in de wereld van uitgeverijen. Zo boeiend!

We hebben onszelf nog maar eens een deadline opgelegd. Tegen woensdag moet ons script volledig herlezen en af zijn. Dan gaat het naar mijn nichtje. Zij doet op haar werk eindredactie en wil ons schrijfsel ook wel eens onderhanden nemen. Begin juni willen we het dan opsturen naar een uitgeverij.

We hebben al besloten dat we niet met een grote, commerciële partner willen werken. Het zou niet kloppen met ons verhaal. We schrijven over duurzaamheid en we laten lokale wereldverbeteraars aan het woord. Stel je voor dat ons gedrukt boek dan zou komen vast te zitten op een schip in het Suezkanaal! We zien onszelf dan weer wel liggen in zo’n schattig, klein boekenwinkeltje gelijk ’t Oneindige verhaal.

We gaan dus voor een kleine uitgeverij. Dan hebben we veel meer kans dat onze fotograaf ook zijn ‘eigen goesting’ mag doen. Of misschien geven we ons boek wel zelf uit? Dan zoeken we een professionele eindredacteur, vormgever en drukker. Nog veel werk voor de boeg, maar zo plezant!

Natuurkampje

Tien kleuters tussen vier en zes jaar vertellen over de tuin en hen ook iets laten doen … of ik dat zag zitten? Frauke van We-Time overviel me even met die vraag. Maar lang moest ik er niet over nadenken. Zoiets leek me echt wel tof!

De kindjes gingen van aan het station langs de veldbaantjes naar onze tuin wandelen. Dat was een kans om nog eens het kind in mezelf los te laten en ‘pijltje trek’ te doen. Met krijt hartjes, bloemetjes en pijlen op straat tekenen, dat was lang geleden. En zo vonden de kleuters de weg.

Om half één kwamen Frauke en Iris met die hele bende schattigheid door het tuinpoortje gestapt. Tijd om kennis te maken met onze kippen. Er werden eitjes geraapt en kippen geaaid en vastgehouden. De kinderen vroegen honderduit over eieren en kuikentjes en of er nu kuikentjes in die eieren zaten. Als onze haan een lekker hapje vond en zijn kippen riep om het op te eten, daarvan vielen hun mondjes open. De kip die steeds op wandel ging, dat vonden ze grappig. (“Blijf in uw kot!” van Maggie De Block is niet aan haar besteed.)

We gingen kikkers zoeken in de poel. Maar die vonden we spijtig genoeg niet. (De weide achter ons wordt tegenwoordig nogal erg bemest en onlangs zag ik dat er ook ‘korreltjes’ gestrooid werden.) Daardoor geen kikkers meer, vrees ik.

We zagen wel twee hazen in de wei die met elkaar aan ’t spelen waren. “Aan ’t vechten!” riep een jongetje. “Nee, ik denk dat ze verliefd zijn op elkaar” zei ik. Waarop een meisje met twee staartjes en grote ogen uitriep: “Gaan die dan mama en papa worden?”

Toen gingen we bloemetjes plukken. Ik voelde ineens een klein warm handje in mijn hand schuiven toen we ernaar toe wandelden. (Smelt!) Eigenlijk was het echt tof hoe nieuwsgierig die kindjes waren. Toen ik hondsdraf toonde en vroeg of iemand wist wat je daarmee kan doen, hingen ze aan mijn lippen. Er waren wel een paar kindjes bij die ooit al eens een ‘netelprik’ gekregen hadden. Toen ik vertelde dat ze dan zo’n plantje moeten kneuzen en erop wrijven en dat de pijn dan weg is, was er prompt een jongetje die dat wilde proberen. Hij mocht van Frauke maar het zou dan wel even pijn doen, verwittigde ze hem. Bij nader inzien heeft hij het dan toch maar niet gedaan.

Tijd voor het grote werk dan. Er waren namelijk dinoresten gevonden in onze tuin. Frauke had gevraagd om dinobotten te verstoppen en die mochten ze dan opgraven. Daar zijn ze wel even zoet mee geweest. Ik had ze nochtans onder een dun laagje aarde verstopt maar als tien kleuters gaan graven door elkaar… Eén meisje vond wel haar roeping. Zij gaat archeologe worden later. Op den duur ontstond er een soort van ‘teamwork’. Eén jongetje ging aan het poortje van het kippenhok staan. De regenwormen die gevonden werden, moesten bij hem gebracht worden zodat hij die aan de kippen kon geven. Eerst nog voorzichtig vanop afstand. Maar hij werd steeds moediger.

Dan werd het groepje in twee gesplitst. De ene helft ging eieren beschilderen aan de tuintafel met Iris. Frauke en ik trokken de moestuin in met de andere helft om erwtjes te zaaien. En in potjes mochten ze boontjes planten om mee naar huis te nemen. Daarna werd er gewisseld.

De archeologische site waar de kinderen alle dinoresten gevonden hadden, heb ik dan terug gelijk geharkt. En dan mochten ze bloemetjes voor de bijen zaaien. De metselbijen waren actief bezig in het insectenhotel en dat vonden ze ook boeiend.

Ik weet eigenlijk niet wie het meest genoten heeft van de namiddag, de kinderen of ik. Maar ik heb een vermoeden dat het die laatste is 😉

Malderse groene vingers

Het was het najaar van 2020 en ik was doelloos aan ’t scrollen op Facebook. Corona en geen mensen mogen ontmoeten, ge kent dat wel hè.

In een zadenruilgroep kwam ik een tof initiatief tegen: iemand stelde voor een doos te laten rondgaan in de provincie Oost-Vlaanderen. Wie wilde meedoen, mocht reageren. Wij wonen eigenlijk in Vlaams-Brabant maar wel op de grens met Oost-Vlaanderen. Dus ik gaf me op en tagde nog een paar vriendinnen, kwestie van wat meer kans te hebben dat de doos de provinciegrens over mocht.

Van ’t één kwam ’t ander en zo begonnen de vriendinnen en ik te chatten en stelden we voor in ons eigen dorp ook zo’n doos te lanceren. We verzamelden zaden die we oogsten in onze tuin of zaden die we teveel gekocht hadden, stopten ze in een wijndoos en lanceerden een berichtje in de Facebookgroep van ons dorp. Algauw hadden we een kleine twintig mensen die wilden meedoen.

We hebben er ons een hele winter mee geamuseerd. Veerle werd gebombardeerd tot beheerder van de doos. Om de privacy van de deelnemers te garanderen, werden alleen haar adresgegevens in de doos gestopt. Wie ze kreeg, mocht een berichtje naar Veerle sturen. Van haar kreeg die dan het adres van de volgende kandidaat. Zo konden we onze doos goed volgen, wisten we waar ze zat en kon ze niet verloren gaan.

De doos uit Oost-Vlaanderen die eigenlijk een envelop geworden was, passeerde hier ook. Ondertussen is die blijkbaar terug bij de initiatiefnemer en kan je bij hem zaadjes verkrijgen.

Twee weken geleden stond er dan ineens een dame uit Opwijk aan mijn deur. Op de dorpel stond (coronaproof) een megagrote doos met het etiket ‘Malderse Zadendoos’ dat ik in het najaar op een wijndoos geplakt had. “Amai, die is gegroeid!” was mijn reactie. Ik kwam nog potjes van mezelf tegen waar mensen al goed van geoogst hadden. En enorm veel andere zaden, zo plezant! Iemand had zelfs de groenten- en bloemenzaden apart gesorteerd in kleinere doosjes.

En nu is onze doos helemaal rond. Alle mensen die zich opgegeven hadden, hebben ze gekregen. We kregen zelfs enkele enthousiaste berichtjes over huiskamers die serres geworden zijn. Ik word daar echt gelukkig van. Eigenlijk hebben we een ‘gezond virus’ verspreid.

We hebben dus besloten om ons experiment verder te zetten. Veerle stelde voor een Facebookgroepje op te richten. We brainstormden over een naam en die werd: ‘Malderse groene vingers’. Iedereen die zich verbonden voelt met één van die drie woorden, mag meedoen. We hebben zelfs al leden vanuit Frankrijk!

Ondertussen is de doos terug begonnen aan haar reis. (Spijtig genoeg lukt dat alleen maar in Malderen en omstreken, ze is echt te groot geworden om via de post verstuurd te worden.) Via ons groepje bereikten we nog kandidaten die willen zaaien en genieten van groen. Ook andere groene goestingen worden in dat Facebookgroepje gedeeld. Benieuwd wat voor moois daar nog zal uit groeien!

Groene pipi

Een boek schrijven, da’s zelf veel lezen, je vastbijten in het onderwerp en dan allemaal toffe dingen tegenkomen.

Zo ontdekte ik de ‘GreenPee’. Geniaal vond ik dat! Uitgevonden door Nederlandse omgevingspsychologen dankzij het wildplasprobleem, hoe tof is dat?!

De GreenPee is eigenlijk een combinatie van een urinoir en een plantenbak. Hij is niet aangesloten op de waterleiding of moet geen afloop naar de riolering hebben. Dat is profijtig en duurzaam dus. De urine wordt gewoon opgevangen in een bak met geurabsorberende hennepvezels. Die vezel, vermengd met de urine wordt gecomposteerd waardoor men een fosfaatrijke biologische meststof bekomt. Daarmee kan een gemeente dan zijn groenperken bemesten.

Aan het systeem zit ook een 30 liter reservoir waarin regenwater opgevangen wordt. Zo moeten de planten die bovenaan in de bak staan niet veelvuldig bewaterd worden door de gemeentearbeiders.

Ik kon het me niet laten en heb het toch even in het oor gefluisterd van onze milieuschepen. Zij was enthousiast en deed een voorstel. Wie weet krijgen wij wel zo’n toffe bakken in onze gemeente? Nu hebben wij nog steeds zo’n lelijke plastic torens met steriele bloemen waar bijen niks aan hebben erin. Elk jaar worden daar nieuwe plantjes voor aangekocht. Daarbij durven mannen die uit ’t café komen daar al eens tegen plassen waardoor ze kapot gaan. Toch zonde van al het geld en de moeite hè?

Kennen jullie de GreenPee al? En vinden jullie dat tof?

Meer info op: greenpee.nl