Polarisatie

Ik weet niet wat dat tegenwoordig is, maar ik zie onze maatschappij zo polariseren.

Zo was ik vorige week getuige van een discussie tussen twee haantjes op de FB pagina van Natuurpunt. Blijkbaar laat Natuurpunt zich sponsoren door Horta, een tuincentrum van ‘de boeren’. Het ene haantje vond dat niet kunnen. Want als je op de website van Horta terecht komt, word je aangespoord om een robotmaaier te kopen. En door robotmaaiers worden er tegenwoordig zoveel egels gekwetst. Horta verkoopt ook vlotjes ‘gewasbeschermingsmiddelen’, vergif . Ik snapte dus volledig zijn punt.

Maar het andere haantje had het over de vrijheid van keuze voor kort of lang gras. Voor netjes of wild. Hij had ook gelijk natuurlijk. Maar zoals echte haantjes, ze gaven allebei niet toe. Of ze er uiteindelijk uitgeraakt zijn, weet ik niet. Maar het liet me niet los. Waar ik eerst volledig in het ene haantje zijn standpunt mee was, begon ik te denken: “waarom doet Natuurpunt zoiets?”

En ik denk dat ik het snap. Groene jongens (en meisjes) hebben altijd lijnrecht tegenover de landbouwers gestaan. Er is inderdaad heel veel misgelopen in de gangbare landbouw. Maar vanuit de landbouwers hun standpunt lijkt het wel of ‘die groenen’ niet snappen dat het die mensen hun broodwinning is. Polarisatie dus …

Onze milieu- en klimaatcrisis wordt catastrofaal en als we ieder aan onze kant van ons gelijk blijven staan, gebeurt er niets. Dus in die optiek snap ik waarom Natuurpunt reclame maakt voor Horta. Ik kom regelmatig in de plaatselijke Horta vestiging, niet voor gewasbeschermi… vergif dus, maar wel voor kippeneten. En ik heb inderdaad gemerkt dat er daar ’t één en ’t ander aan het veranderen is. Ze bieden nu ook natuurlijke vijanden aan ipv vergif voor plagen in de tuin. Je kan er nu ook nestkastjes van Natuurpunt kopen. Er is dus toenadering en de natuur kan daar alleen maar wel bij varen. Ook Velt beseft dat met hun enorme expertise over ecologische teelt van groenten, ze de landbouw kunnen helpen en wil daar nu gaan op inzetten. Prachtige voorbeelden van depolarisatie!

Rond de klimaatverandering is er ook zo veel polarisatie. Je hebt de ‘believers’ en de ‘non-believers’. Er zijn wereldwijd talloze bewijzen geleverd door wetenschappers van het IPCC dat de klimaatopwarming een feit is én dat het veroorzaakt is door de mens. En toch blijven sommige randwetenschappers proberen om mensen van het tegendeel te overtuigen. Waarom toch? Het draait om geld. Want een wetenschapper die een belangrijk bewijs kan weerleggen, die zijn broodje is gebakken.

Ook de pers speelt een belangrijke rol in de polarisatie van onze maatschappij. Zo las ik deze ochtend een artikel in De Morgen over de ongekend hoge temperaturen in Noord-Rusland momenteel en het alarm dat klimaatwetenschappers daarover slaan. En hier komt het, ik citeer: “Dit jaar belooft mede door die hittegolf het heetste jaar sinds het begin van de metingen te worden, ondanks de verminderde uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de coronacrisis.”

Allee zeh! Wat is hier nu de bedoeling van? Ze weten toch dat wetenschappers gezegd hebben dat als we morgen direct zouden stoppen met het uitstoten van broeikasgassen, de temperatuur nog zal blijven stijgen met 0,1 tot 0,3°C! Met andere woorden, er zit een vertraging op het systeem. Natuurlijk kunnen we het effect van de coronacrisis nu nog niet voelen. Maar de man in de straat zou nu wel kunnen concluderen dat de klimaatverandering toch niet door de invloed van de mens komt. En dat helpt ons niet vooruit. Integendeel, hoe langer we dralen om in actie te schieten, hoe moeilijker en duurder het wordt om het tij nog te keren.

Die coronacrisis, da’s nog zoiets. Daar heb je de mensen die nauwgezet de veiligheidsregels volgen en anderen die er hun broek aan vegen en afterparty’s organiseren. Beide kampen staan furieus tegenover elkaar.

Het toppunt van polarisatie vond ik de betogingen voor Black Lives Matter na de dood van George Floyd. Zo juist dat mensen daarvoor op straat kwamen maar het moment zo verkeerd gekozen, in volle corona-crisis, als afstand houden nog zo belangrijk is. De polarisatie blank versus zwart, de aanklacht tegen racisme, verdween gewoon in … een andere polarisatie …

Wat is jouw idee daarover?

Compost 2.0

‘Het zwarte goud’. Zo wordt compost genoemd door menig ecotuinier. Er bestaat inderdaad niks beter voor je planten. Meststof en mulchmateriaal tegelijk. En als dat dan ook nog eens zelfgemaakt is, van je eigen groenafval, mmm …

“Al jaren en jaren doet ons moeder dat”: mijn zonen kunnen het zo smakelijk uitleggen. Maar ’t is waar, ge gaat mij niet tegenkomen in ’t containerpark met groenafval. Ik verwerk het allemaal in drie bakken, hoe ik dat doe en wie me daarmee helpt, kan je hier lezen. 😉

Ik had echter mijn compost nog nooit gezeefd. Lompweg en heel lui, kapte ik hem steeds zo tussen mijn planten. Da’s geen probleem. Mijn ‘personeel’ (pieren, mieren en andere beestjes) maakt dat dan wel fijner en uiteindelijk bekom je hetzelfde resultaat. Maar ’t is inderdaad wel veel properder als alles al fijn is.

Ik had dus een compostzeef nodig. Maar hoe ging ik daar aan geraken met mijn twee linkerhanden?

En toen kwam Corona. En de handige buurman die plots technisch werkloos was en zich steendood verveelde. Ik moest diene mens toch helpen?

Ik vond hier een technische uitleg om een compostzeef te maken en stuurde die naar hem. Dat zag hij helemaal zitten. Een weekje later stond hij er al mee op den hof. Met zijn haar nog vol houtschaafsel en met blinkende ogen, zo fier als een gieter. Ik vond zijn creatie prachtig!

‘k Heb dan mijn compost nog eens omgeschept en gemengd met grasmaaisel en regenwater. Zo kon hij nog eens goed ‘broeien’.

Vorig weekend was het dan zover. De compost was klaar. Nu kon ik dus de eerste keer in mijn leven compost zeven. Jongste zoon kwam eens lachen: “Doe de da na geiren?” Het duurt ongeveer een half uurtje om een overvolle kruiwagen met lekker geurende, fijne compost te bekomen. Al wrijvend met mijn tuinhandschoenen door de grove compost, stoot ik de lade van de zeef heen en weer. ‘k Krijg er rode oortjes van. Want een ritmisch gebonk stijgt uit boven ons vogelboske. Wat zouden de buren daar wel van denken? De grove stukken die overblijven, worden terug in de eerste bak gegooid.

“Of ik dat na geiren doe”? Ja! Want het resultaat is een product dat zo heerlijk is. Als ik er mijn neus in steek, waan ik me in het bos. Helemaal zelf gemaakt, gratis en van super kwaliteit.

De bloemenweide

Zo’n bloemenweide, dat is een gerief jong! Ge moet uw gras niet afrijden en ge kunt u daar met een boekske achter verstoppen …

Iedereen was er hier eerst tegen want dat was veel te slordig, vonden ze. Maar als je daar met de grasmachine paadjes rond en door maait, krijg je een mooie structuur en is je tuin ineens zoveel meer dan een saai biljartlaken. Geniet even mee …

Mooie plantencombinaties in mei

Een projectje waar ik vorig jaar ook al wat in gedeeld had. LievesGarden begon ermee en er waren nog tuinbloggers die volgden. Wie doet nog mee? (Deze foto’s zijn nog van de vorige maand, mei)

Paeonia ‘Sarah Bernhardt’ met Damastbloemen erachter. Ik ben zot van damastbloemen, vooral van hun geur ’s avonds
ongekende Pioenen met Akeleien
Limnanthes douglasii op de voorgrond met Akeleien en gele Meconopsis erachter
Uitzicht vanuit de keuken
Silene dioica ( dagkoekoeksbloem) met damastbloemen
Allium christophii met Salvia nemorosa ‘Viola Klose’ en Erysimum ‘Constant Cheer’

Ecotuindagen Velt 2020

Het eerste weekend van juni zijn het traditioneel hoogdagen voor Velters. Dan kan je in heel Vlaanderen en Nederland tuinen gaan bekijken. Tuinen waar er getuinierd wordt zonder gif en met respect voor mens en dier.

Maar zoals voor zovele andere dingen stak Corona hier ook een stokje voor. In Vlaanderen mogen er nu nog geen grote evenementen plaats vinden. Daarom vertrok er een mail van Velt aan alle tuineigenaars die al meegedaan hadden met de Ecotuindagen, om een filmpje te maken van onze tuinen. Zo kunnen de mensen dit jaar ‘vanuit hun kot’ toch nog van de Ecotuindagen genieten.

Ziehier het mijne:

Kom je graag ook bij Velt? Meer info vind je op www.velt.nu

Safari in de tuin, drie ontmoetingen

Door covid-19 zitten we nog steeds in onze beperkte bubbel. Op vakantie gaan zit er nog niet in maar geen nood, in de tuin kunnen we ook op safari.

Zo kwam ik vorig weekend tijdens een ochtendwandeling een echte sukkelaar tegen. Hij was duidelijk in moeilijkheden. Met zijn logge bruine lijf kon hij niet veel beginnen tegen verschillende behendige belagers. Een kever die aangevallen werd door een kolonie mieren op een blad van mijn jonge appelboompje. De mieren deden daar duidelijk aan landbouw. Het waren meer bepaald veetelers. Verschillende stallen met bladluizen hadden ze onder hun hoede. Daarom waren ze niet blij met de lompe bezoeker.

Ik vroeg me af wat soort kever het was. Waarnemingen.be kon me niet echt helpen, een meikever kreeg ik als optie. Maar dat was het duidelijk niet. Hulp gevraagd in de Velt Facebookgroep dan, daar kan je altijd terecht. Iemand zei een junikever maar daarvoor was hij ook te klein. Een rozenkever, opperde men dan. En inderdaad dat was het.

Ik had eigenlijk gehoopt dat hij ook een bladluizeneter was maar helaas hij eet ook blaadjes. ‘k Heb dan maar enkele bladluizen plat geknepen. Kwestie van wat geur te verspreiden en lieveheersbeestjes, gaasvliegen en rode weekschildkevers te lokken.

Van de tweede ontmoeting sprong ik een gat in de lucht van ’t verschieten. Ik kwam om het hoekje van ons huis en toen ritselde vlak voor mijn voeten vliegensvlug iets de struiken in. Boven mij op de elektriciteitsdraad begon een kauw vreselijk te krijsen. Voor ik goed en wel besefte dat ik haar jong verrast had, zat ik ineens in een scène van Hitchcock’s Birds. Zeker twintig kauwen kwamen boven mij in de lucht gecirkeld! Adembenemend jong! Ik ben stillekes afgedropen. Een safari kan soms echt spannend zijn.

De derde ontmoeting, dat was pure gelukzaligheid! ‘Kweeniehoeveel’ honingbijen die op zoek waren naar nectar in mijn papavers. Dat was daar een gezellige bedrijvigheid! Daar doet een mens het voor hè …

Indringers

Eén keer per jaar houd ik een onverbiddelijke razzia. Als de bosaardbeien (Fragaria vesca) beginnen te bloeien, duik ik onder de trampoline.

Ik ben zot van bosaardbeien. Ze zijn zoveel zoeter en subtieler van smaak dan gewone aardbeien. Mijn ecomaat vertelde een aantal jaren geleden eens hoe zijn vrouw een hele kom geplukt had en dat hij die ‘met de lepel’ mocht opeten. Decadent vond ik dat! Van ware liefde gesproken 😉

Maar die razzia nu. Sinds een jaar of drie komt er een indringer onder de trampoline. Ene met prachtige gele bloemetjes: de schijnaardbei, Potentilla indica of Duchesnea indica. Ik ben er echt niet zot van. Hij krijgt smakeloze vruchten en hij is super invasief. Hij dringt mijn bosaardbeien weg. Ik heb hem nooit in onze tuin gezet. Ik denk dat hij uit een bostuin komt, zo’n 200 meter van hier want daar heb ik hem ook gezien.

Het is niet zo makkelijk om bosaardbeien en schijnaardbeien uit elkaar te houden. Behalve als je ze beiden hebt, dan zie je het verschil wel goed. Als ze bloemen, is het makkelijk: de bosaardbei bloemt wit, de schijnaardbei geel. Aan de vruchtjes kan je het ook zien. De bosaardbei heeft ‘hangende’ vruchtjes, de schijnaardbei ‘staande’. Het blad van de schijnaardbei is iets donkerder groen dan dat van de bosaardbei.

De schijnaardbei staat op de Consensus lijst van Alterias. Dit wil zeggen dat ze in België niet meer mag gekweekt of verkocht worden omdat het eigenlijk een invasieve exoot is. Hij is inheems in Azië. In de jaren ’50 werd hij aangeplant rond het domein van Hertoginnedal in Brussel als sierplant en vandaar is hij aan zijn opmars begonnen. In Wallonië zou hij nog niet voorkomen. Of hij echt schade aanricht in natuurgebieden, daar is men nog niet helemaal uit. (Zoals Japanse Duizendknoop, Fallopia Japonica). Maar voorzichtigheid is wel geboden. Ik beschouw deze indringer dus als niet welkom in onze tuin …

 

 

De klimaatbestendige tuin

Net voor de corona-lockdown (wat waren dat zalige tijden) had ik de gelegenheid een lezing van Wim Collet bij te wonen.  Wim is landschaps- en tuinarchitect en docent.  Dus hij kan heel boeiend vertellen.  De provincie Vlaams-Brabant en de Regionale Landschappen hadden hem uitgenodigd om tips te geven hoe we onze tuinen kunnen aanpassen aan het veranderende klimaat.

Zijn presentatie kan je op deze pagina vinden.

Het is heel boeiende materie en er is echt ’t één en ’t ander serieus binnen gekomen bij mij.

Wim legt eerst uit wat er momenteel mis loopt.

Er is een toename van de hoeveelheid regenwater in l / vierkante meter / jaar.  Toch verlaagt de grondwaterspiegel serieus ondanks die meer regen.  Omdat de bodem bijna niet meer doorlaatbaar is, wij verharden te veel, loopt veel water verloren door de riolering.  Eigenlijk zou elke druppel hemelwater die op een terrein valt en niet huishoudelijk gebruikt wordt, op hetzelfde terrein moeten kunnen infiltreren.  Zo krijgt je tuin een betere vochtbalans en is er een toename van de grondwaterstand.

Hij toonde een kaart over kwetsbare bodems.  Grond die uitgedroogd is, heeft 500 tot 1000 jaar nodig om terug in de juiste structuur te komen.  België staat even rood gekleurd als de Sahel!

Dan is er ook het hitte-eiland effect.  Op hete dagen is het in steden met veel bebouwing 9°C warmer dan buiten de stad!

Als je een tuin hebt, kan je echt een verschil maken als het gaat over klimaatverandering of biodiversiteit!!!

Want in Vlaanderen bestaat 9 procent van het land uit privétuinen!  Natuurgebieden nemen maar 3 procent in en bossen 11 procent.  Ik word daar blij van als ik er iets kan aan doen en grijp heel graag deze kans met beide handen.

Wat kunnen we doen?

Eerst en vooral verhardingen beperken.  Geen cement of stabilisé gebruiken onder terrassen maar wel zand of gebroken betonpuin.  Dat is even sterk en beter waterdoorlaatbaar.  (geen mengpuin want dat koekt onregelmatig bijeen en dan zakt je terras scheef)  Geen geotextiel gebruiken want dat vervilt en is dan niet meer doorlaatbaar.  Ook gronddoeken (de zogezegde worteldoeken die toch niet helpen, wortels boren zich daar door) houden water tegen en maken het bodemleven kapot.

Maar ook kortgeschoren gazon hoort eigenlijk bij verharding volgens hem.  De wortels zijn even kort als het gras zelf.  Daardoor wordt het zo vlug dor bij aanhoudende droogte.  En bij stortbuien dringt maar 30% van het water door de bodem.  De rest spoelt weg naar de riool.

Nog veel erger is kunstgras!  Dat heeft maar 10% infiltratie en indien op stabilisé gelegd, 0%!  Je draagt ook bij aan de plasticsoep en wat biodiversiteit betreft, tja …  Daarbij is dat ook zwaar om te onderhouden.  Je moet dat stofzuigen en het mos eruit krabben.

En dan die ene trend: de ‘steentuinen’ …

Drie dingen die we echt kunnen doen:

1. Een ‘wadi’ aanleggen.  Klinkt moeilijk maar zelfs ik kan dit! Het is een ‘uitdieping’ in het gras waar niet langer dan 24 u water blijft instaan.  Je kan dit in de vorm van greppels van ‘1 schup’ breed en diep maken.  Het regenwater na een fikse bui blijft daarin staan en loopt niet direct naar de riolering.  Je kan die wadi zelfs beplanten met planten die er geen probleem van maken om wisselend nat / droog te staan.

Ik maakte iets gelijkaardig hier.  Het is minder diep dan een echte wadi, ik verwijderde gewoon de graszode.  Maar bij hevige regenval merk ik wel dat het water daar even blijft staan.  Het is dus ook een goede ‘waterretentiezone’.

2. De bodem zoveel mogelijk bedekken met planten of mulch.  Een bodem moet je koesteren!  Heb uw bodem lief, zet hem niet in zijn blootje!  Als je dezer dagen langs velden rijdt, waar aan gangbare landbouw gedaan wordt, dan zie je de grond stuiven en wegwaaien door de wind.  Dit is erosie.  Door het gif en de chemische meststoffen is die bodem dood.  Geef hem liever een goede mulchlaag.  Zo zorg je voor een goede kruimelstructuur en bodemleven en heeft hij een maximale infiltratie en capillaire werking.

3. Maak een goede plantenkeuze.  Ga niet zomaar naar een tuincentrum maar naar een plantenkwekerij.  We hebben er heel veel in Vlaanderen.  Maar die planten worden vooral uitgevoerd en in de tuincentra komen alleen enkele algemene soorten terecht.  Da’s spijtig eigenlijk hè.  Hoe komt het dat de Vlaming de weg er naartoe niet vindt?

Over die plantenkeuze kan ik hier nog wel efkens doorgaan maar dan wordt dat hier te lang.  Voorzie zeker een boom die mag groeien.  Een boom die steeds moet ingekort worden, da’s zo zonde.  Geen plaats voor een boom?  Kies dan een klimplant.  Zelfs voor uw huis is een klimplant geen gevaar, integendeel: dat isoleert.  Ze houden je muren droger en in de zomer koeler.

Ben je net als ik helemaal enthousiast over deze materie?  Dan kan je een profiel aanmaken van je tuin op mijntuinlab.be.  Je krijgt daar heel wat tips en info en je kan je tuinscore berekenen.  Ik kreeg 91%.  Hoeveel is jouw score?

Hoe maak je een bloemenweide?

Vorige week kreeg ik een berichtje van iemand uit ons dorp. Dat ze graag een bloemenweide wilde bekomen. En of ik wist of ze hun gazon moesten omspitten of ze bloemen rechtstreeks in de grasmat konden zaaien. En of ik een zaadjesmengsel kon aanbevelen?

Heel blij werd ik van dat bericht! De kortgeschoren gazons die eruit zien als een biljartlaken, die zijn nu eindelijk stilaan aan het verdwijnen. Ge kunt die niet meer mooi houden door de klimaatverandering. Zo’n kort gras wortelt niet diep genoeg en in onze tegenwoordig droge, hete zomers wordt dat direct dor. Daarbij is zo’n woestijn van alleen maar grassprietjes niet interessant voor onze biodiversiteit.

Leve de nieuwe hype van de bloemenweides en bloemenakkers dus! Vele soorten insecten die massaal aan ’t uitsterven zijn maar die we broodnodig hebben, varen er wel bij. Alleen al om plaaginsecten onder controle te houden, hebben we hen nodig.

Maar wat is nu het verschil tussen een bloemenakker en een bloemenweide? In een bloemenakker groeien eenjarige bloemen zoals klaproos, korenbloem en kamille. Je zag die vroeger langs de akkerranden. Het zijn eenjarigen, dus je moet daarvoor elk jaar opnieuw de grond verstoren door te spitten of te freezen. De zaden die het jaar voordien in de grond gevallen zijn, kunnen dan terug kiemen. Verstoor je de grond niet, dan gaan deze bloemen weg en nemen andere soorten het over. Over een bloemenakker ga ik het hier verder niet hebben. Teveel werk voor mij, ik ben een luie tuinier… 😉

In een bloemenweide staan dus tweejarige en vaste soorten. Eigenlijk kan je op twee manieren een bloemenweide aanleggen: een snelle en een trage manier.

De snelle manier

Deze manier is eigenlijk het meest arbeidsintensief omdat je moet starten met verstoorde grond door te spitten of te frezen.  Dit doe je gelukkig maar één keer, alleen bij de aanleg.  Daarna, best in april of mei, ga je een bloemenmengsel zaaien. Je kiest hier voor een graslandmengsel met vaste en tweejarige bloemen. Bij De Bolderik of bij Ecoflora vind je toffe inheemse mengsels. Het is belangrijk niet voor ‘carnavalsmengsels’ te kiezen want die zijn niet interessant voor onze inheemse insecten, bijen en vlinders en daar helpen we hen dus niet mee. Het eerste jaar ga je nog niet veel bloem hebben van deze vaste en tweejarige planten. Daarom is het interessant er toch wat eenjarige bloemenzaden (korenbloem, klaproos, phacelia) tussen te mengen. Dan heb je na enkele weken al bloem en die maken dan in het jaar daarna plaats voor de andere soorten. En heb je het geluk dat er een mol in je bloemenweide woont, dan komen de klaprozen en korenbloemen terug daar waar hij gewroet heeft.  Grassen moet je er niet bij zaaien.  Die komen er wel vanzelf bij.  In je plaatselijke zadenbank zitten verschillende graszaden.

Aan de poel die wij deze winter wat uitgediept hebben waardoor de grond ernaast verstoord was, daar heb ik vorige week zo’n mengsel gezaaid. Ook in het weitje rechtover ons werd wat gewerkt door de buren waardoor er wat blote grond was. We spraken af daar ook wat te zaaien. Ik koos voor het vlinder en bijenmengsel vb2 van De Bolderik. En dat heb ik gemengd met Phacelia. Ik ben dus nu heel blij dat het regent zodat de zaden kunnen kiemen.

De trage manier

Op deze manier begon ik zo’n zeven jaar geleden. In het achterste deel van de tuin maaide ik het gazon niet meer. Ik reed gewoon nog met de grasmachine naar het poortje aan de poel en het poortje naar het vogelboske. En rond het geheel maaide ik ook een rand. Zo was direct het drogbeeld dat lang gras slordig zou zijn, doorprikt. Zelfs mijn schoonmoeder die het graag netjes en proper heeft en die niet moet hebben van lang gras, vond de structuur mooi.

Het eerste jaar hadden we alleen maar bloeiende grassen met wat boterbloemen ertussen. Ook heel mooi hoor! In het najaar heb ik dan gemaaid met de zeis en biobloembollen erin geplant. In het voorjaar hadden we krokussen en narcissen en werd dit stukje gedoopt tot ons biobloembollengraslandje.

Daarna kwamen er al wat meer bloemen uit de buurt: Pinksterbloemen, biggenkruid, duizendblad, … In juli en oktober maaide ik en voerde het maaisel af zodat de grond verschraalde. Een bloemenweide is het mooist op arme grond. Anders worden de planten te groot en vallen ze omver. En vanaf dan ben ik beginnen ‘bedrog doen’. Ik verzamelde zaden van wilde bloemen, knoopkruid uit de wegbermen, sint-janskruid van een velt-markt, zaadjes van wilde margrieten die ik gekregen had, … Die zaaide ik uit in de moestuin. En in het najaar als het gras de laatste keer gemaaid was en niet meer groeide, plantte ik deze plantjes uit in de bloemenweide. Tegen dat het gras in het voorjaar terug begint te groeien, zijn die plantjes goed geworteld en sterk geworden. Op deze manier kan ik steeds nieuwe soorten introduceren.

Waarom het een hype geworden is …

… omdat we nu doorhebben dat een gazon met alleen maar sprietjes saai is, veel werk en direct kapot in onze droge zomers.

Net voor de lockdown kon ik nog een lezing meepikken van landschaps- en tuinarchitect Wim Colet. Ook hij ziet alleen maar voordelen in bloemenweides ipv gazon. En ken je Louis De Jaegher? Hij is landschapsarchitect en lid van verschillende agro-ecologische denktanks. Ik ben fan van zijn acties zoals ByeByeGrass en Make Belgium Wild Again.

Laten we met z’n allen maar wat meer luisteren naar deze mannen! Zij helpen ons om onze tuinen klimaatbestendig te maken. En ’t is nog een mooie hype ook …

 

Weideoogst

Nu heb ik iets gevonden zeh! Wie mij een beetje kent, weet dat ge bij mij niet moet afkomen met een boeket bloemen. Nogal ambetant voor de echtgenoot want als die iets mispeuterd heeft, is ‘ne schone bloemekee geven, geen avance’.

Snijbloemen uit de traditionele teelt, ik heb daar schrik van. Hier lees je waarom, ze zitten vol met pesticidenresidu’s en zijn zo letterlijk een vergiftigd geschenk.

Daarom was ik zo blij toen ik Lies en haar project ‘Weideoogst’ ontdekte!

Foto Lies Van Ackeleyen

Lies woont ook in Malderen. Toen haar grootmoeder in 1994 overleed, kocht haar papa een lap grond in Grimbergen. Met de hele familie maakten ze daar een groene oase van. Er werden meer dan 400 inheemse bomen en struiken gezet, er grazen heel gezellig twee pony’s en ze hebben daar hoogstamfruit. Sinds 2016 is Lies daar beginnen moestuinieren en in het najaar van 2018 begon ze zalig onbezonnen aan het ‘experiment tulp’. Ze liet zich inspireren door ‘Bloem zkt vaas‘ en stak 650 tulpenbollen in de grond.

foto Lies Van Ackeleyen

En toen kreeg ze ‘tulpstress’, zoals ze het zelf zo mooi beschrijft. Want in het voorjaar van 2019 kwamen al die tulpen te voorschijn en hoe ging ze die nu verkopen? Ze vond een verkoopkanaal via ‘Hello Alice’ te Malderen en zo leerde ik Lies kennen.

foto Lies Van Ackeleyen

De tulpen vlogen de deur uit! Vooral omdat er een verhaal aan de bloemen vasthangt. Ze worden lokaal gekweekt, zonder bestrijdingsmiddelen en zonder energieverslindende maatregelen. Op het ritme van de natuur dus. Dat maakt dat de bloemen steeds seizoensgebonden zijn. In de winter heb je geen bloemen dus je kan er reikhalzend naar uitkijken. Dit zijn de zogenaamde ‘slow flowers’. Zalig toch hè?

foto Lies Van Ackeleyen

Door al die enthousiaste mensen die haar aanmoedigden, nam Lies de sprong en stopte nu 2000 tulpenbollen in de grond. Ze had nu wel een businessplan uitgedokterd. Normaal ging ze verkopen via geschenkenwinkeltje Titatimi te Opwijk en via koffiebars Zjat’O te Londerzeel, Zw.art te Meise en De Wereld van Alice te Merchtem. Maar de Corona-crisis gooide roet in het eten. De plannen staan nu dus on hold maar als de situatie terug veilig is, pikken ze de draad terug op.

foto Lies Van Ackeleyen

Want na de tulpen stopt het dit jaar niet. Yes! Er komen ook nog gladiolen, ranonkels, anemonen, dahlia’s en heel wat zaaibloemen zoals zinnia, rudbeckia, cosmos, zonnebloemen en strobloemen aan.

In Malderen en omgeving levert ze nu wel bloemen aan huis. Ze vraagt een berichtje te sturen via weideoogst@gmail.com, elektronisch te betalen en een emmertje buiten te zetten zodat alles veilig kan verlopen. Voor 5€ krijg je een boeket van 7 tulpen. Ze heeft gewone, dubbelbloemige, gefranjerde, parkiet- of pioenvormige tulpen en in allerlei kleuren. Ik koos voor mezelf een mix van dit alles en voor mijn buurvrouw en beste vriendin een bos antracietkleurige tulpen.

Wat ik ook zo tof vind: ze kiest voor geen plastieken verpakking! Via Redopapers, een bedrijfje dat werkt met papieroverschotten van drukkerijen, geraakt ze aan oude prints van posters. Een recupverpakking dus! Da’s toch de max hè!

Nog een kleine tip van Lies zelf (dit vertelde ze me vorig jaar al en ik ondervond dat het werkt): Doe elke dag een ijsblokje in het water van je tulpen. Dan blijven ze veel langer goed, een tulp heeft het graag fris. En ze heeft ook graag niet te veel water in de vaas, een flinke bodem is genoeg.

Ik blijf deze pittige dame zeker volgen! Want die is ‘zo goe bezig jong’! Helemaal blij word ik daarvan!

Foto Lies Van Ackeleyen