Vlijtige meisjes

Zaterdagmiddag ontdekte ik de eerste honingbij op onze krokussen in de voortuin. Vlug een berichtje naar mijn collega gestuurd: “Zijn jullie dametjes al wakker?” Zij en haar man hebben bijen.

“Jazeker!” antwoordde ze. “Eens boven 12°C vliegen ze. Meestal is dat deze periode rond en net na de middag. Ze vliegen vooral op krokussen, sneeuwklokjes en hazelaar.”

Zondagnamiddag was het daar effenaf een party in de voortuin. Tientallen honingbijen vlogen af en aan. Ik ben er met mijn neus bovenop gaan zitten. Gulzig dat ze waren! Dikke stuifmeelbrokken hingen aan hun pootjes. Hun gezellige gezoem, deed me zo deugd.

Ik heb er een filmpje van gemaakt en doorgestuurd naar mijn collega. Super enthousiast was die. “Ze zijn er zo zwaar mee geladen dat ze bijna niet meer kunnen vliegen!” stuurde ze.

Deze krokussen (Vanguard bio) stopte ik in het najaar van 2018 in de grond. Het zijn verwilderingsbollen en ze zijn inderdaad al serieus vermeerderd. Ik ben zo blij dat de bijen er zo zot van zijn. Want biobloembollen, dat wil zeggen dat ze niet met gif behandeld zijn. Verzamel maar vlijtig dit gezonde stuifmeel meisjes!

Drie oorzaken van wateroverlast en toch ons grondwaterpeil niet aangevuld krijgen

De eerste oorzaak, die kunnen we niet direct veranderen: de klimaatopwarming.

Door de klimaatopwarming is het temperatuurverschil tussen de polen van onze planeet en de evenaar kleiner geworden. De polen zijn serieus opgewarmd. Daardoor is de straalstroom ‘lui’ geworden.

De straalstroom ken je waarschijnlijk wel? Wijlen Armand Pien had het daar altijd over. Het is een zeer sterke wind op enkele kilometers hoogte. Hij is duizenden kilometers lang en enkele honderden kilometers breed. Hij kronkelt van west naar oost. Niet alleen boven Europa is er een straalstroom, er zijn er ook bij de evenaar en boven de polen. Dankzij het temperatuurverschil tussen de polen en de evenaar bewegen ze en verandert ons weer.

De straalstroom blijft nu langere tijd constant omdat de temperatuurverschillen tussen de polen en de evenaar niet zo groot meer zijn. Er wordt dus niet meer zo aan hem ‘getrokken’. Daardoor blijven we langer in hetzelfde weersysteem zitten: langdurige droogtes of periodes van zeer veel regen.

De tweede oorzaak: We hebben teveel beton.

De ‘bouwwoede’ van de mens is enorm. We willen grote huizen met grote terrassen errond. Onze straten zijn verhard. De fietspaden en voetpaden zijn zeer netjes verhard zodat ‘onkruid’ niet oprukt. De hype van ‘kiezeltuinen’ met worteldoek eronder is zeer populair. Of kunstgazon, zo makkelijk en geen onderhoud. Maar als het dan eindelijk en gedurende lange periode regent, kan het water niet in de bodem dringen. Het spoelt weg langs de riool. Die kan het overtollige water niet slikken en onze straten overstromen. Maar het grondwaterpeil wordt niet aangevuld.

De derde oorzaak is onze gangbare landbouw.

Is het je ook al opgevallen dat onze velden kletsnat staan? Het water stroomt er gewoon af. Dus is ons grondwaterpeil toch aangevuld, zou je denken? Toch staat dat momenteel nog steeds te laag. Heb je al van het fenomeen ‘ploegzool’ gehoord? Doordat onze landbouwgronden steeds geploegd worden, sterft het bodemleven. De grondlagen worden gekeerd. De bovenste laag die zuurstof bevat en waar organismen leven die zuurstof nodig hebben, komt onderaan terecht door het ploegen. Die organismen sterven door zuurstoftekort. De anaerobe organismen die normaal in de onderste grondlagen leven, komen ineens bovenaan in een zuurstofrijke laag terecht en sterven ook. De bodem is dood en op de diepte waar de ploeg niet kan komen, ontstaat een harde zool waar geen water meer kan doordringen.

Gelukkig zijn er al heel veel mensen die dit doorhebben. Ik word helemaal blij van verschillende initiatieven die we overal zien opduiken. Voor ons boek zijn we daar nu naar op zoek. De interviews met die mensen zijn zo bemoedigend! Het komt wel goed …

Jan de ekster

Ik denk dat ik zo’n jaar of twaalf, dertien was toen er voor ons huis een aftandse jeep stopte.

(foto van freepik)

Een collega van mijn vader stapte uit. Ne ‘rare’ volgens hem want hij ‘ hing altijd rond in de bossen’. Blijkbaar had hij aan de man verteld over mij, zijn dochter, dat ik ook een rare ben. Ik had heel graag een hond of kat gekregen maar ons moeder was onvermurwbaar. Dus had ik een kipje tam gemaakt. Zij werd als kuiken verstoten en ik nam haar onder mijn vleugels. Ze volgde me overal en meestal vond men ons samen in de tuin. Ik zittend in het gras met mijn neus in een spannend boek en mijn kipje gezellig op mijn schoot. Ze was zelfs zindelijk. Daar had ik mijn latijn moeten insteken want ik kreeg steeds onder mijn voeten als ik met een kleedje vol kippenstr… naar huis kwam. 😉

Maar, die rare collega die uit de jeep stapte dus …

Ik moest eens komen kijken want de man had iets voor mij. Hij had een jonge ekster gevonden, op de grond, uit het nest gevallen. Of ik die net zoals mijn kipje kon grootbrengen? Wauw! Natuurlijk! Ik hield hem in een doosje en gaf hem allerlei lekkere hapjes. Wat ik hem gaf, weet ik niet meer maar hij groeide goed. Ik leerde hem mee naar buiten gaan, eerst huppelen door het gras. Later vloog hij zelfs. Maar hij bleef in de buurt. Ik gaf hem een naam: Jan. Vader maakte een hokje voor hem maar lang heeft hij daar niet in geslapen.

Hij werd volwassen en sliep liever in de bomen. ’s Morgens als het licht in de badkamer aanging, kwam hij op de vensterbank zitten. Hij tikte met zijn bek tegen het raam en kraste de twee woordjes die hij kende: “Kom” en “Jan”.

In die tijd ging ik met de bus naar school. Hij vloog mee naar de bushalte, wachtte tot ik op de bus stapte en vloog terug naar huis. Daar ‘ambeteerde’ hij ons moeder. Als ze de was aan de wasdraad wilde ophangen, pikte hij de wasspelden uit haar handen. Of die keer dat hij met onderbroeken van de buren naar huis kwam, daar kon ze echt niet mee lachen. Wij wel …

Hij wist goed wanneer de bus terugkwam. Dan vloog hij naar het kruispunt en ging zitten wachten op één van de daken. Met geschreeuw werd ik steeds verwelkomd. Roefelen in mijn haar, vond hij geweldig. Of op mijn schouder zitten en zo mee naar huis gaan …

Hij was een slimmerik en een deugniet. Jaren en jaren bleef hij bij ons. Tot hij op een bepaalde dag verdwenen was. Veel mensen hebben toen naar hem gezocht. Zelfs de vrouw die wekelijks met de groentekar kwam, keek op haar ronde naar hem uit. “Hij zal een lief gevonden hebben.” zei ik toen tegen iedereen.

Hoe het komt dat ik daar nu ineens aan terugdenk? Gisteren zag ik een toffe film op Netflix: ‘Penguin Bloom’. Gebaseerd op een waar gebeurd verhaal over een ongeluk en een gevonden ekster. Echt een aanrader!

Helleborus

Begint het bij jullie ook te kriebelen? Het is al zichtbaar dat de dagen beginnen te lengen en dat doet deugd, vind ik.

De helleborussen staan hier al een tijdje te bloeien in de tuin. Elke dag ga ik eens kijken. Terwijl trek ik met mijn ogen het groen van de biobloembollen uit de grond.

Ik vind helleborussen of kerstrozen toffe planten. Heb ze al heel lang, van in onze vorige tuin. Ze beginnen rond kerst te bloeien en doen dat maanden lang. Ook als ze in zaad staan, blijven ze mooi. En lang houdbaar in bloemstukken.

Buurman heeft een hele donkere variëteit. (Eigenlijk had ik er een foto moeten van nemen) We ontdekken tientallen kleine zaailingen aan zijn voet. “Ge moet die opkweken in potjes jong!” zeg ik hem enthousiast. En prompt krijg ik er een heleboel mee naar huis. Het friemelen met dat klein, teer plantgoed werkt troostend. De tijden zijn hard nu maar de tuin en de ontluikende natuur biedt hoop.

Straf

Op 51-jarige leeftijd moeten straf schrijven. Wie dat al heeft voorgehad, mag nu rechtstaan. Nu staat ‘de dees’ dus recht.

Gewoon omwille van twee woordjes als reactie op de blog van Thomas Pannenkoek! Straf hè … Dit schreef hij:

Zeventien bladzijden straf. Je kunt kiezen: ofwel telkens hetzelfde lijntje schrijven: ‘Ik zal nooit meer mijn handen wassen in het wijwatervat’, of een verhandeling over ‘de kweek van patatten op de maan’.

Allee zeh, dat eerste kan ik toch niet doen?! Dan ben ik al mijn volgers kwijt. 😉 De verhandeling over ‘de kweek van patatten op de maan’ dan maar.

En nu zit ik hier schoon hè! Hoe begint ge daar nu aan?

In mezelf lachend met de ongebreidelde fantasie van meneer Pannenkoek, besluit ik eens te googelen. Ik val begot bijna achterover: de Chinezen zijn daar mee bezig! Ik wist dat niet. Dankjewel meester Pannenkoek, weer wat bijgeleerd.

In januari 2019 is er een onbemande Chinese ruimtesonde, de Chang’e-4 geland op de achterkant van de maan. Dat is de kant die wij vanop aarde nooit zien. Omdat de maan even snel rond haar as draait als rond de aarde zien wij steeds maar één kant. Op de achterkant zijn er veel meer kraters. Tussen de zuidpool en één van die kraters hebben de Chinezen hun ruimtesonde laten landen. Daarvoor hadden ze hulp nodig van een satelliet want de maan zat in de weg om radiocontact met de aarde te kunnen hebben.

En die patatten dan? Awel, zij hadden zaadjes van patatten mee! Ook katoenzaadjes, zijderupsen, fruitvliegjes en gist trouwens. Dat ecosysteempje hebben ze in een blik geplaatst op het maanoppervlak. In dat blik zit ook een buisje dat zonlicht binnenbrengt. De planten kunnen zuurstof afgeven waardoor de zijderupsen uit hun cocon komen. Zij produceren CO2 en afval waardoor de planten kunnen groeien. Slim bedacht hè! Makkelijk is het wel niet want de temperatuur op de maan varieert nogal sterk, 100°C overdag en -100°C ’s nachts. En de lage zwaartekracht heeft ook een invloed op de groei.

De katoenzaden zouden gekiemd zijn en groeien ondanks die moeilijkheden. Maar patatten op de maan? Dat zou nog niet gelukt zijn, meneer Pannenkoek. Eerst moeten de Chinezen uitzoeken hoe dat ecosysteempje zichzelf in evenwicht gaat houden. Bedoeling is dan in de toekomst eten te kweken in de ruimte, voor onderweg tijdens langere missies.

Dat ze maar doen hoor. Ik heb daar geen ambitie voor. Ik kweek mijn patatten in mijnen hof! Et voilà, mijn straf is ook geschreven. Is ’t goed zo, meneer Pannenkoek?

Kleine gelukjes van Groengenot

Ik zag deze passeren bij enkele bloggers en wil de mijne er ook wel aan toevoegen. In deze donkere, eenzame Corona-dagen doen zo’n kleine gelukjes echt deugd.

Eerst en vooral het bloggen zelf. Het doel was een dagboek maken van onze tuin zodat bezoekers ook online een beetje konden volgen. Wie had gedacht dat ik daar zo ‘rijk’ zou van worden?! Ik heb de blogwereld ontdekt en ben zo blij dat ik daar deel mag van uitmaken. ’t Is een warme wereld. Er zijn zelfs vriendschappen uit ontstaan. Nog elke dag leer ik nieuwe mensen kennen. Enkelen mocht ik al ‘live’ ontmoeten. Met Vief zijn er zelfs al vage, wilde plannen om na de Coronacrisis van grote blogmeet te doen. Daar kijk ik naar uit …

Nog een klein gelukje: in de moestuin bezig zijn en ineens op de oprit een zwaaiende man met pet, mondmasker en boek in de hand ontdekken. De zon zat vlak achter hem en dus herkende ik hem niet. Tot hij zijn mondmasker even naar beneden trok. Mijnen ecomaat Frans De Smedt begot! Dat was zo lang geleden door die stomme Corona! Of ik iets kon doen met een ‘Vademecum Wilde Planten’? Want hij had dat boek dubbel gekregen. Niet alleen super blij met het boek zelf maar ook omdat hij daarvoor aan mij dacht. We hadden ook weer zo nen toffen babbel. Ik heb al zoveel geleerd van hem en zijn vrouw!

Eigenlijk een groot geluk: Velt! Momenteel liggen activiteiten stil, door de gekende crisis. Maar onderhuids en online is er zoveel aan ’t ‘broebelen’. Het Messenger-groepje van onze plaatselijke afdeling is actiever dan ooit. Er wordt gezeverd en gelachen maar ook serieus gewerkt. En regelmatig steken we elkaar een hart onder de riem. Wacht maar, als we terug in ’t echt gaan mogen samenkomen …

Nog zo een tof online ding: de Malderse zadendoos. Op een avond in september was ik aan ’t chatten met twee Malderse dames. Van ’t één kwam ’t ander en er ontstond een idee om een zadenruilsysteem op te zetten. Zaden die we zelf geoogst hadden of teveel gekochte zaden in een doos stoppen en die doos laten rondgaan. We lanceerden ons idee in de Facebookgroep van ons dorp en kregen heel wat reacties. De doos is ondertussen vertrokken en zit al bij de vijfde deelnemer. Benieuwd hoe dit experiment gaat aflopen …

Nog een zot gelukje: onze hond. Hoe ze steeds enthousiast en super blij is als we thuiskomen … Hoe ze merkt als iemand verdrietig is en dan haar kopje op je schoot komt leggen … Haar vriendschap is zo warm …

Thin Ice

Gelukkig is dit fictie! Maar het zou erg genoeg wel werkelijkheid kunnen worden.

Deze serie over de klimaatcrisis was dit najaar op tv te zien maar eer ik dit door had, was ze al een tijdje bezig. Ik keek dan maar via https://www.vrt.be/vrtnu/a-z/thin-ice/.

Fijne acteerprestaties en mooie beelden van een winters Groenland. Het Zweedse of Deense taaltje (ik ken het verschil niet 😉 ), dat was smullen! Een ecothriller van topformaat! Eén van de hoofdpersonages is een Inuit. Dat maakt het hele verhaal nog meer beklijvend.

Elsa Engström, de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken neemt de klimaatcrisis zeer ernstig. Ze wil met alle leden van de Arctische Raad een verdrag tekenen om geen verdere olieontginning meer toe te staan. De Aarde warmt immers te snel op daardoor. In Groenland komen ze samen om zich over dit voorstel te buigen. Terwijl wordt er een onderzoeksschip aangevallen. Aan boord zit Elsa haar politieke raadgever Victor. De bemanningsleden en Victor worden gegijzeld. Liv, de Zweedse inlichtingenofficier die zwanger is van Victors kind, leidt haar eigen onderzoek. Enok, de plaatselijke politieagent die steeds maar ‘overschoefeld’ wordt, helpt haar. Hij is de held van het verhaal. En dat voorstel van Elsa?

Hoe dat afloopt, daarvoor moet je zelf kijken. In 8 afleveringen van ongeveer 40 minuten word je meegesleept in de intriges, de menselijke fouten en het bedrog. Leerrijke serie vind ik!

Ophokplicht

’t Is weer van dat! De vogelgriep is in ons land. Sinds 1 november moesten professionelen hun pluimvee ophokken. Maar vorige vrijdag zijn in het VOC in Oostende drie wilde vogels binnengebracht die positief testten op het virus. Dus nu moeten particulieren ook hun kippen, duiven en ander pluimvee binnen of afgeschermd van wilde vogels houden.

Toeme toch, gedaan met vrolijk en vrij buiten scharrelen. Wij in Corona-quarantaine en onze kippen in vogelgriep-quarantaine. Waar gaat dat toch naartoe?

De legkippen moeten nu in hun woonwagen blijven, ook overdag. De zijdehoentjes, die daar normaal ook slapen, heb ik nu in de serre gezet. De spinazie en veldsla die daar stond, daar hebben ze zich al tegoed aan gedaan. Ja zeh, ’t is erg genoeg voor de sukkelaars hè.

Gelukkig mag een knuffelcontact nog wel.

Aan zijn ‘franke ogen’ te zien, denk ik dat deze jongeling een haan zal worden.

Het droeve liefdesverhaal van Sieke en Fideel, kent ge dat nog? Ook voor hen is het nu gedaan met de pret. Sinds vorige winter vieren ze het leven in buurman zijn weide. Win-win voor iedereen: zij hebben terug gras (sinds de bomen in het vogelboske goed gegroeid zijn, is daar zoveel gras niet meer) én buurman moet zijn gras niet meer afrijden. Maar ook zij moeten nu binnen. Buurman stak zijn hoofd over de poort: “Hoe gaan we dat doen jong?”

Plezant was het in ieder geval wel! Met zijn tweeën door de weide draven, achter een koppel ganzen. Eens we ze in een hoek gedreven hadden, ging het snel. Snaterende, blazende bekken en klapperende vleugels, de pluimen vlogen ons rond de oren. Maar even later liepen we elk met een gans onder de arm, door onze straat.

Sieke en Fideel zitten nu in de fruitkooi. Ik ben er zeker van dat ze ’s nachts van hun groene weide dromen.

Enne, nu vind ik mijn duifje niet meer. Gisteren zag ik op tv dat er een duif voor 1,6 miljoen Euro verkocht is. Ze droeg ook zo’n groen ringetje gelijk de mijne. 😉

Het vogelgriepvirus zou al lang bij wilde vogels voorkomen. Maar de dieren hadden daar milde symptomen van: niet meer dan een ‘goei valling’. Maar griepvirussen kunnen muteren en super-virussen worden. Het H5N8 vogelgriepvirus dat nu de ronde doet is zo’n hoog-pathogeen virus. Wat zou nu toch de oorzaak zijn van al die miserie? Wilde vogels verspreiden het virus maar ik kan me moeilijk voorstellen dat bij hen deze gevaarlijke vorm ontstaan is. Ik denk niet dat daar al genoeg onderzoek naar gedaan is. Volgens sommigen ontstaan deze dodelijke griepvirussen in onze kippenfabrieken en legbatterijen. De mest afkomstig van deze bedrijven wordt op landbouwgrond verspreid. Wilde vogels scharrelen daarin en voilà, de cirkel is rond. Misschien toch niet zo goed bezig in onze gangbare landbouw?

Of dat er hier nog geblogd wordt?

Amai, ik verschiet dat het zo lang geleden is dat ik nog op mijn virtueel erf kwam!

Nochtans ben ik steeds maar aan ’t schrijven de laatste weken. Schrijven, lezen, nadenken, discussiëren, schrappen, herschrijven, luisteren, kijken, meningen vormen, hervormen, … Pff, bloggen da’s gemakkelijk. Maar een boek schrijven, soms denk ik dat het te hoog gegrepen is.

We namen ook al wat foto’s voor in dat boek. Bedoeling was een kip die een zandbad neemt, op beeld vast te leggen. Oh man! Ge kunt dat een kieken niet uitleggen hè wat ze moet doen. Maar met heel veel geduld en gelach is het toch gelukt. Die foto ga ik hier natuurlijk nog niet tonen hè.

(foto van Johan Dermaut)

Ondertussen is het hier herfst. Een Corona-herfst. Gisteren werden we op het werk in het WZC voor een derde keer getest. Morgen verwachten we de uitslag. Vorige week hadden we ineens twee positieve medewerkers. Onze bewoners werden getest. Er bleken er twee positief, gelukkig zonder symptomen. Ondertussen zijn ze terug negatief en wij hopen dat we onze mensen het leed dat dit virus veroorzaakt, kunnen besparen.

Maar herfst is ook tof. Ik vind het plezant dat ik dan terug ‘kansen’ krijg in de tuin. Planten en verplanten, ik leerde deze zomer stekjes nemen en kon de plantjes nu een plaats in de tuin geven.

De biobloembollen van Velt zijn toegekomen en ze in de grond steken, da’s effenaf spannend. Ik ben vol verwachting naar de lente en verheug me er al op.

In de tuin geven de Asters een laatste kleurenspektakel.

En ik kan het me niet laten er wat te plukken voor in huis. Het hout dat ik in het voorjaar oogstte van onze knotwilgen, wordt op kille avonden in de houtkachel gebrand. Een praline (of meer dan één 😉 ), een tas thee, de hond aan mijn voeten, een goed boek en de laatste kleuren uit de tuin op de salontafel … meer moet dat niet zijn.

Zot interludium: de mus

En toen zat er een mus in onze stoof!

Op een maandagmorgen, als iedereen vertrokken was en ik eens wat tijd voor mezelf gereserveerd had!

Ik moest dat beest toch eerst bevrijden! Ze vloog altijd maar tegen het raampje!

Maar … eigenlijk had ik de assen na vorige winter niet opgeruimd. En die mus hing al vol roet! En ’t is nu niet dat dat hier zó proper is, maar een roetmus tegen witte muren, ik zag het al gebeuren …

Dus voorbereidingen getroffen met een dekentje voor over het deurtje enzo …

En toen was de mus … weg! Terug naar boven in de schouw!

Wettewa? Dan schep ik eerst al die assen eruit en als ze terugkomt, is het er toch zo vuil niet. Goed plan toch hè?

Deurtje wagenwijd open en maar scheppen …

Komt daar ineens iets rond mijn oren gevlogen! De mus natuurlijk! Wat had je gedacht, slimmerik?!

Alle hoeken van ons huis heeft ze gezien … en ik ook!!!

Uiteindelijk tussen de zetel en de kast … heb ik ze kunnen pakken! Zo haar hartje bonken … en het mijne ook …

Heel triomfantelijk heb ik ze in de tuin laten vliegen. Vrolijk fladderde ze terug de vrijheid tegemoet. Oef! En nu ben ik van ’s morgens vroeg goed wakker 😉