Razzia

Het is gebeurd! Jaren en jaren waren ze me al aan ’t ‘ambeteren’ en nu was het plots rood geworden voor mijn ogen. Het moest gedaan zijn! Met de grove borstel ging ik erdoor gaan! Niks maar dan ook niks zou ik nog heel laten!

Ik heb me helemaal laten gaan vorig weekend. Zie mezelf nog hijgend en in het zweet staan maar de overwinning smaakte zo zoet. Allemaal, echt allemaal legden ze het loodje. Niet zonder weerstand en zo geniepig maar bij elke afknapping groef ik nog een stukje dieper. Genadeloos!

Hoe het kwam dat ik zoveel energie had? Aha, net Corona overwonnen en naast die ambetante virussen wilde ik deze sloebers ook temmen. De winter duurt me ook al te lang en ik wil terug buiten spelen.

Je kent ze waarschijnlijk wel: die mooie, frĆŖle, witte bloemetjes in de vorm van een ‘pispotje’? De planten draaien zich overal rond en eens je ze in de tuin hebt, raak je er niet meer vanaf. Ze waren meegekomen met enkele planten die ik van een tante gekregen had. Ik had het helemaal gehad met die haagwinde!

Haagwinde (Convulvus sepium) is een pest voor tuinen. Hij komt heel laat in het voorjaar op zodat je niet direct in de gaten hebt dat hij er is. En dan groeit hij verschrikkelijk snel, overal rond en doorheen. Als je hem laat gaan, verstikt hij met zijn bladeren de andere planten. Hij heeft dikke, witte wortels die je direct herkent. Als je ze wil verwijderen, breken ze af en elk stukje dat blijft zitten, wordt een nieuwe plant. Grrr! Ik ben hem dus gelijk een razende boer die enkele pubers in zijn appelboomgaard ontdekt, met mijn riek te lijf gegaan.

Ik vind zijn bloemen (juni – september), ergens anders dan in mijn tuin, heel mooi hoor. Hij is de waardplant voor de windepijlstaart, een nachtvlinder en ook bijen en hommels smullen van zijn nectar. Dus hem bestrijden met vergif, zou ik nooit of nooit doen. Maar …

Hij is veel te opdringerig dus ik was heel streng maar rechtvaardig en mijn wraak voelt zo zoet šŸ™‚

(gratis foto pixabay)

De ecologische zwemvijver (2)

Het was een werk van lange adem. Door de Covid-crisis was materiaal niet voorhanden en zo, ge kent dat he. Maar ondertussen is hij helemaal af en wachten we ongeduldig op de lente.

De vijver bestaat uit drie delen: een zwemzone, een filterzone en een amfibieƫnzone met stilstaand water. Tussen de zwemzone en de andere twee zones is een muur gemetst. In heel de kuip ligt een folie in EPDM Greenyard. In de filterzone liggen lavasteentjes waar waterplanten in gezet zijn. Ik koos voor grote waterweegbree (Alisma plantago aquatica), gewone dotterbloem (Caltha palustris), Japanse Iris (Iris ensata), kattenstaart (Lythrum salicaria), watermunt (Mentha aquatica), witte waterkers (Nasturtium officinale) en pijlkruid (Sagittaria sagittifolia). Ik zie het al helemaal zitten als die allemaal gaan bloeien! En al dat leven dat daar gaat naartoe komen!

De planten in de amfibieĆ«nzone ga ik zetten in het voorjaar. De zone is zo’n 30 cm diep en ongeveer 2 m2 groot. Tips voor mooie planten die niet woekeren, zijn altijd welkom.

Toen kwam het moment dat we mochten vullen met water. Blijkbaar raadt men aan om een zwemvijver met leidingwater te vullen. Maar Ecoworks zei dat we de helft regenwater mochten gebruiken. Da’s zelfs beter voor de pH. Dan is het water niet te basisch of te zuur. Wij vulden met 2/3 regenwater en 1/3 leidingwater. Daarna voegden we een ‘starter’ voor het vijverwater toe. Dit zijn heterotrofe microƶrganismen. In mensentaal wil dit zeggen: reinigingsbacteriĆ«n die vuil in het water opeten en zo kunnen blijven leven. Zij zorgen ervoor dat nitriet en ammonium wordt afgebroken en het water zuiver blijft. Eigenlijk kan je dit vergelijken met de microƶrganismen in onze darmen (probiotica) en de schimmels en bacteriĆ«n in een gezonde tuinbodem. Zij zorgen er ook voor dat ons lichaam voedingsstoffen kan opnemen.

‘Levende’ darmen waar geen antibiotica nodig is. Een ‘levende’ bodem waar geen pesticiden nodig zijn. En ‘levend’ zwemwater waar geen chloor nodig is.

Daarbij sturen de pompen ook nog eens al dat water vier keer per dag door de filterzone. Je kan je dus wel voorstellen dat zo’n water zeer aangenaam en zacht gaat zijn om in te zwemmen.

Dat zwemmen, daar kon hier trouwens niet mee gewacht worden. Twee weken geleden om twee uur ’s nachts heeft een kameraad van jongste zoon de vijver ‘ingezwommen’. Hilarisch! Ik zat nog beneden wegens niet kunnen slapen door de nachtdiensten die nog niet verteerd waren. Ik hoorde hen overleggen: “Gaat ge dat nu wel doen?” “Ja, hou de handdoek klaar.” En toen een plons en brullen van de kou. Welgeteld 24 seconden en hij was er terug uit! Ik ben toen lekker warm wat dieper onder mijn dekentje gekropen en heb zitten lachen met zoveel jeugdig enthousiasme.

De ecologische zwemvijver (1)

Naast dat ene, zijn we hier nog met een ander project bezig. Den hof is hier momenteel een bouwwerf en ligt helemaal overhoop. De lieve wederhelft kan het bijna niet meer zien, al die rommel. Maar het resultaat zal zalig zijn. Volgende zomer geven we hier de ene poolparty na de andere! šŸ˜‰

Ik droomde er allang van maar het duurde wel eventjes voor we daar tijd voor hadden (en terwijl wrijf ik met mijn duim en wijsvinger over elkaar). Op hete zomerdagen zwemmen in de tuin, in natuurlijk levend water, ik zag dat helemaal zitten.

Wat ons helemaal over de streep trok om dit project op te starten, waren de problemen met onze poel. Waar vroeger het weiland achter onze tuin een charmante bloemenweide was, is dat de laatste jaren een grasland geworden dat over bemest wordt. In april, juni en augustus komt de ‘beerkar’ tonnen stalmest lozen. Als ik ’s morgens van mijn werk naar huis gefietst kom, ruik ik al waar ik moet zijn als ik onze straat in kom. Door al die mest is de waterkwaliteit van onze poel natuurlijk sterk achteruit gegaan. Twaalf jaar geleden hadden we hier bruine en groene kikkers, padden, verschillende soorten salamanders, prachtige libellen in alle kleuren, …

Nu hebben we alleen nog padden en af en toe een salamander. Libellen zien we hier niet meer, ook al wordt gezegd dat het een goed libellenjaar was. Het water heeft een bruine schijn en draadalgen tieren weelderig. Ook brandnetels staan te dringen aan de perceelsgrens. Ik heb nog geen bodem- of waterstaal genomen maar het is zo wel duidelijk dat hier veel te veel stikstof aanwezig is.

Maar veel kunnen we daar niet aan doen. Ons huidig, niet zo gezond landbouwsysteem is zeer machtig. Wie ons wilde helpen, stootte op allerlei uitzonderingsregeltjes in de wetgeving waardoor het nog steeds toegelaten is onze natuur te verstikken. Voorlopig blijft de weide achter ons een ‘kakweide’ en het waterleven in onze poel zal langzaam allemaal verdwijnen.

Daarom sloegen we twee vliegen in Ć©Ć©n klap.

Wat hier niet zo moeilijk is, want met al die kak, veel vliegen šŸ˜‰ : Een zwemvijver waardoor wij kunnen zwemmen in de tuin Ć©n gezond water hebben voor al die diertjes.

Op de website van Velt vond ik een firma die ecologische zwemvijvers aanlegt, Ecoworks uit Vilvoorde. Hoe die mensen meedenken, da’s echt tof. Ik vertelde Geoffrey die de tuin kwam bekijken over mijn bezorgdheid over onze poel. Hij maakte me erop attent dat een zwemvijver geen oplossing zou zijn. AmfibieĆ«n en libellen zouden wel kunnen komen drinken. Maar om zich te kunnen voortplanten, is het water in een zwemvijver teveel in beweging. Het wordt vier keer per dag door pompen door een plantenfilter gestuwd.

Geoffrey zag mijn teleurstelling en kwam prompt met een oplossing. We zouden naast de zwemzone en de filter ook nog een amfibieƫnpoel kunnen maken. Een stukje dat niet zo diep is en waar het water min of meer stilstaat. Top idee!

Deze maand begonnen Olivier en Michael met de graafwerken en maakten ze de kuip. Steven kwam opmeten en nu wordt er een folie in EPDM Greenyard op maat gemaakt. Zo ver zijn we al. Ik ben benieuwd naar het vervolg…

Hoe je rijk wordt door niks te doen

Waarschijnlijk heb je wel al gehoord over ‘MaaiMeiNiet’? Wij voegden er nog iets aan toe: ‘EnJuniHalf’.

Eigenlijk hang ik hier al jaren de luierik uit. Waar ik vroeger elke week plichtsgetrouw mijn gazon minutieus maaide, wordt er nu ‘met de klak naar gesmeten’. En ik moet zeggen, die aanpak loont. Mijn saai biljartlaken is omgetoverd naar een paradijs voor allerlei bijen, vlinders, padden, egels, vogels, …

‘Niks doen’ is eigenlijk een klein beetje gelogen. Ik doe wel iets, namelijk: gefaseerd maaien. Eens in de twee weken maai ik de stukken gras waar we veel lopen en willen zitten. Rond de fruitboompjes wordt maar Ć©Ć©n keer per maand gemaaid. En het biobloembollengraslandje twee keer per jaar. De eerste keer in augustus als alle bloemen uitgebloeid zijn, de tweede keer in oktober. Het gras gaat dan kort de winter in zodat in het vroege voorjaar de krokussen goed zichtbaar zijn. In en rondom dat graslandje worden dan wel om de twee weken weggetjes gemaaid.

Echt rijk ben ik daardoor geworden! Al die bloemen die zich hier uitgezaaid hebben, (ik heb maar een heel klein beetje bedrog gedaan door in het najaar enkele plantjes tussen het gras te zetten) da’s echt tof!

Zelfs in het kippenhok werden we rijk door niks te doen. Vorig jaar beet een vos bijna alle kippen aan het tuinhuis dood. Iedereen die overschoot, werd verhuisd naar de woonwagen bij de andere kippen. De ren aan het tuinhuis bleef leeg. En zie ne keer nu:

Door niks te doen, heb ik daar nu ook een bloemenzee … Ik denk dat ik maar blijf niks doen …

Compost 2.0

‘Het zwarte goud’. Zo wordt compost genoemd door menig ecotuinier. Er bestaat inderdaad niks beter voor je planten. Meststof en mulchmateriaal tegelijk. En als dat dan ook nog eens zelfgemaakt is, van je eigen groenafval, mmm …

“Al jaren en jaren doet ons moeder dat”: mijn zonen kunnen het zo smakelijk uitleggen. Maar ’t is waar, ge gaat mij niet tegenkomen in ’t containerpark met groenafval. Ik verwerk het allemaal in drie bakken, hoe ik dat doe en wie me daarmee helpt, kan je hier lezen. šŸ˜‰

Ik had echter mijn compost nog nooit gezeefd. Lompweg en heel lui, kapte ik hem steeds zo tussen mijn planten. Da’s geen probleem. Mijn ‘personeel’ (pieren, mieren en andere beestjes) maakt dat dan wel fijner en uiteindelijk bekom je hetzelfde resultaat. Maar ’t is inderdaad wel veel properder als alles al fijn is.

Ik had dus een compostzeef nodig. Maar hoe ging ik daar aan geraken met mijn twee linkerhanden?

En toen kwam Corona. En de handige buurman die plots technisch werkloos was en zich steendood verveelde. Ik moest diene mens toch helpen?

Ik vond hier een technische uitleg om een compostzeef te maken en stuurde die naar hem. Dat zag hij helemaal zitten. Een weekje later stond hij er al mee op den hof. Met zijn haar nog vol houtschaafsel en met blinkende ogen, zo fier als een gieter. Ik vond zijn creatie prachtig!

‘k Heb dan mijn compost nog eens omgeschept en gemengd met grasmaaisel en regenwater. Zo kon hij nog eens goed ‘broeien’.

Vorig weekend was het dan zover. De compost was klaar. Nu kon ik dus de eerste keer in mijn leven compost zeven. Jongste zoon kwam eens lachen: “Doe de da na geiren?” Het duurt ongeveer een half uurtje om een overvolle kruiwagen met lekker geurende, fijne compost te bekomen. Al wrijvend met mijn tuinhandschoenen door de grove compost, stoot ik de lade van de zeef heen en weer. ‘k Krijg er rode oortjes van. Want een ritmisch gebonk stijgt uit boven ons vogelboske. Wat zouden de buren daar wel van denken? De grove stukken die overblijven, worden terug in de eerste bak gegooid.

“Of ik dat na geiren doe”? Ja! Want het resultaat is een product dat zo heerlijk is. Als ik er mijn neus in steek, waan ik me in het bos. Helemaal zelf gemaakt, gratis en van super kwaliteit.

Indringers

EĆ©n keer per jaar houd ik een onverbiddelijke razzia. Als de bosaardbeien (Fragaria vesca) beginnen te bloeien, duik ik onder de trampoline.

Ik ben zot van bosaardbeien. Ze zijn zoveel zoeter en subtieler van smaak dan gewone aardbeien. Mijn ecomaat vertelde een aantal jaren geleden eens hoe zijn vrouw een hele kom geplukt had en dat hij die ‘met de lepel’ mocht opeten. Decadent vond ik dat! Van ware liefde gesproken šŸ˜‰

Maar die razzia nu. Sinds een jaar of drie komt er een indringer onder de trampoline. Ene met prachtige gele bloemetjes: de schijnaardbei, Potentilla indica of Duchesnea indica. Ik ben er echt niet zot van. Hij krijgt smakeloze vruchten en hij is super invasief. Hij dringt mijn bosaardbeien weg. Ik heb hem nooit in onze tuin gezet. Ik denk dat hij uit een bostuin komt, zo’n 200 meter van hier want daar heb ik hem ook gezien.

Het is niet zo makkelijk om bosaardbeien en schijnaardbeien uit elkaar te houden. Behalve als je ze beiden hebt, dan zie je het verschil wel goed. Als ze bloemen, is het makkelijk: de bosaardbei bloemt wit, de schijnaardbei geel. Aan de vruchtjes kan je het ook zien. De bosaardbei heeft ‘hangende’ vruchtjes, de schijnaardbei ‘staande’. Het blad van de schijnaardbei is iets donkerder groen dan dat van de bosaardbei.

De schijnaardbei staat op de Consensus lijst van Alterias. Dit wil zeggen dat ze in BelgiĆ« niet meer mag gekweekt of verkocht worden omdat het eigenlijk een invasieve exoot is. Hij is inheems in AziĆ«. In de jaren ’50 werd hij aangeplant rond het domein van Hertoginnedal in Brussel als sierplant en vandaar is hij aan zijn opmars begonnen. In WalloniĆ« zou hij nog niet voorkomen. Of hij echt schade aanricht in natuurgebieden, daar is men nog niet helemaal uit. (Zoals Japanse Duizendknoop, Fallopia Japonica). Maar voorzichtigheid is wel geboden. Ik beschouw deze indringer dus als niet welkom in onze tuin …

 

 

Winterwerk?

Eigenlijk was ik nog aan mijn winterwerken bezig hier en hier. En toen ontdekte ik ineens al de eerste krokussen. We noteren 2 februari, drie weken eerder dan vorig jaar.

Ik ging deze winter ook nog de zolder opruimen want die valt bijna op onze kop. Legoblokken en playmobil waar ons kroost nu wel uitgegroeid is. Pottekes en bakjes van ’t bloemschikken, een hobby die er echt niet meer van komt, zelfs nog babygerief, …. Tijd om razzia te houden. Het is te hopen dat we de komende weken nog heel slecht weer krijgen. Want anders wordt dit alles weer uitgesteld.

Ik had het al gehoord op de radio, dat er niet Ć©Ć©n maar echt groepen ooievaars teruggekomen waren in Plankendael. De lente is dus echt al begonnen? Zo vroeg!

Ik zag in de tuin al de eerste eenzame honingbij. Ze foerageerde dapper op een Bergenia bloem. Buiten het stuifmeel van wat hazelaarkatjes, sneeuwklokjes en krokussen is er nog niet veel te halen voor haar. Ik neem me direct voor dit jaar nog meer biobloembollen te bestellen. Een collega die imkert, vertelde me dat haar bijen al druk aan ’t vliegen zijn. Ze hebben er goesting in. Taak voor ons om hen aan voedsel te helpen want Moeder Natuur is een beetje ontregeld.

Buurman is nog steeds op jacht naar mollen. Maar hij kan ze niet vatten. Ik lach met hem: “Laat die ‘bistekes’ toch doen, mollen vangen, dat is zo passĆ©!” Bij ons mogen ze graven, binnenkort rijf ik de molshopen wel terug gelijk. Da’s niet slordig, da’s leven en laten leven…

Buurvrouw heeft de strijd gewonnen. Ze wil al heel lang een vlierstruik maar krijgt er geen van haar partner. Ze houdt het echter in haar achterhoofd (wat herken ik dit šŸ˜‰ ) en nu met het onderhandelen over een nieuwe auto, komt het terug boven. Ze doet een toegeving over de kleur van die auto en krijgt haar vlier. Zalig! Ik draag vlug een stekje weg voor haar partner terug van gedacht verandert…

In de moestuin groeien de bloemkolen gelijk … kool. Ik probeerde de eerste keer ‘weeuwenteelt’ en het lijkt te lukken. Binnenkort verse bloemkool uit den hof. In de serre heb ik al jonge plantjes gezet. En spinazie en sla gezaaid…

Het is bijna Valentijn en dan kunnen we paprika’s zaaien. En daarachter tomaten, yes!

De voortuin werd al ‘proper’ gelegd…

En dan zou ik nu de zolder moeten opruimen? We zien nog wel … šŸ˜‰

Beheerswerken

Ondertussen hebben we hier nog serieus buiten gewerkt. Zo van die echte ‘winterwerkjes’, plezant…

De poel die hier nu twaalf jaar ligt, moest dringend terug eens uitgediept worden. Daarvoor heb ik de hulp van de vriend ‘met verstand van groenwerken’ nog eens ingeroepen. We huurden een kraantje. Buurman die net aan zijn ontbijt zat, verslikte zich in zijn koffie toen hij dat gevaarte achter de haag zag passeren.

De vriend ‘met verstand van groenwerken’ heeft enkele uren gegraven en alle grond uitgespreid naast de poel. Mijn ultieme wens is nu daar een bloemenmengsel met weidebloemen in zaaien. Al zal het niet simpel zijn om die zware, plakkerige kleigrond te bewerken. Ik wacht nog even tot het wat droger wordt. Misschien zal ik dan eens een tuinfrees huren, ik zie nog wel…

Op mijn vader zijn weide mag ik nu ook buiten spelen. Daar zijn ook wilgen geknot. Vader zaagt het dikke hout in stukken. Ik mag de fijnere takken verhakselen.

Een deel voor neef zijn tuin en al de rest voor de mijne. Ik gebruik dat om de wegjes in de moestuin te bedekken en om tussen de planten in de borders te strooien. Goed om onkruidgroei te onderdrukken en de bodem niet zo snel te laten uitdrogen.

Knotwilgen

Stoere rijen geknotte bomen in het landschap, ik was nog maar een klein meisje toen ik dit al prachtig vond. Ik wist al snel dat ik later ook zo’n rij robuuste bomen vol leven wilde.

Langer dan tien jaar staan die kerels hier nu. En knotwilgen moet je … knotten natuurlijk. Vier jaar geleden deed ik het de laatste keer zelf. Maar nu zijn het zo’n forse bomen geworden, dat ik het niet meer zelf durf.

Een vriend met ‘verstand van groenwerken’ wilde dit wel doen. Ik sprak met hem af dat hij de helft van de bomen zou knotten. De andere helft moest blijven staan. Want op meerjarig hout van wilgen komen wilgenkatjes. Het stuifmeel daarvan is superfood voor vroege bijen. Dat wil ik hen niet afpakken natuurlijk. Volgende keer kunnen deze geknot worden en blijven die van nu staan.

Hij kon alleen maar in de kerstvakantie, in de week dat ik met de nacht moest werken. Toeme toch, ik had er nochtans graag bij geweest.

Gelukkig is het een lieve vriend. Hij beloofde dat hij zijn kettingzaag elke keer onder het raam waar ik lag te slapen zou komen in gang trekken. “Da’s goed jong”, antwoordde ik “dan kap ik ‘mijne pispot’ over uwe kop.” Zo rap als tellen, repliceerde hij: “ik ben zeker dat ge dan nog ‘ne pispot’ moet gaan kopen.” 2 -1 voor hem, het leven van de werkende vrouw is hard…

Maar nu kan ik me wel amuseren: buiten spelen en hout opruimen. De fijnste takken ga ik verhakselen. Daarmee kan ik de paadjes in de moestuin terug opvullen. De dikste stammen zaag ik in stukken, die zijn voor de houtmijt.

En voor de langste buigzame takken heb ik een tof projectje gevonden. Binnenkort gaan we onze poel eens terug uitdiepen. Dat komt de vriend ‘met verstand van groenwerken’ doen met een kraantje. Op twee plaatsen is de wand wat ingezakt. Mijn vader heeft me geholpen om daar palen (gerecupereerde boompalen) in de grond te drijven. Daar ben ik nu aan ’t vlechten met die takken: een soort ‘oeverversteviging’ aan ’t maken. Bedoeling is om de ruimte op te vullen met grond die uit de poel komt.

Ge ziet, ik ben mij weer aan ’t amuseren. Van ’t werk moeten ze nu even niet meer bellen, ik heb al overuren genoeg. En de was, plas en strijk blijft ook even staan. Leve de tuin!

Fruitboompjes planten

Tussen november en maart is het de moment om fruitbomen te planten.

Ik koos twee laagstam appels: Transparente de Lesdain RGF en Red Topaz. En een laagstam pruim: Sainte CathƩrine RGF. Van vorig jaar heb ik al een Alkmene appelboompje staan dat ik als spilvorm wil opkweken.

Appel Transparente de Lesdain is een eetappel met zoet vruchtvlees en een geelgroene en gladde schil met een zacht rode blos aan de zonnezijde. Ik koos voor deze appel omdat je die zomaar niet in elke winkel vindt. En vooral omdat hij het RGF label heeft.

Dat RGF label, wat is dat eigenlijk? Wel, RGF is een project opgestart in de Waalse gemeente Gembloux. Je kan dus ook spreken van Gembloux-rassen. Deze rassen zijn zeer interessant voor mensen die fruit op een ecologische manier willen kweken zonder gebruik te maken van vergif. Het zijn steeds oude, vergeten fruitboomrassen die uiteindelijk beter bestand blijken te zijn tegen tal van hedendaagse ziektes. Je vindt deze rassen niet zomaar bij elke boomkweker. Ik vond mijn bomen bij boomkwekerij De Linde in Kemmel.

Transparente de Lesdaine is geen zelfbestuivende appel. Dus moest ik nog een boompje hebben om mee in het huwelijk te treden. Bart van De Linde raadde me er enkele aan en daaruit koos ik Red Topaz. Dit is een knappend, zoetzure oranjekleurige appel. Hij is zeer aromatisch en bovendien schurftresistent.

In de kwekerij konden we de verschillende soorten vruchten in ’t echt bekijken en ruiken. Zalig!

De pruim Sainte-CathƩrine RGF is een groengeel, middelgroot, licht langwerpig pruimpje. Het is matig sappig en lekker zoet, geschikt als dessert of in de keuken. Mmmm! Ik zette het boompje in het kippenhok.

Het planten zelf dan: de laagstam appelbomen moesten aan een dikke kastanjehouten paal van 3 meter lang gezet worden. EĆ©n meter moest in de grond geduwd worden. Ik haalde de ‘drijver’ van mijn vader, een zware metalen gesloten buis met handvaten eraan. Buurman die dat gezien had, stuurde een berichtje: “Koekoe, ga je de hulp van Brutus nodig hebben straks? Indien ja, wanneer?” Tof hĆØ! Met enkele rake stoten stonden de palen op een wip een meter diep in de grond. De pruimenboom had een korter paaltje nodig. Binnen drie jaar kan die zelfstandig staan. Maar een laagstam appelboom moet heel zijn leven ondersteund worden. Ook het Alkmene appelaartje kreeg een stevigere paal.

Restte alleen nog het vastmaken van de boompjes aan de palen. Met binddraad in de vorm van een 8 gebonden zodat de stammetjes niet insnoeren.

Kletsnat van de regen maar echt content ben ik daarna in een warm bad gekropen. Laat ze maar groeien, ik droom al van de eerste bloesems…