Hoe je rijk wordt door niks te doen

Waarschijnlijk heb je wel al gehoord over ‘MaaiMeiNiet’? Wij voegden er nog iets aan toe: ‘EnJuniHalf’.

Eigenlijk hang ik hier al jaren de luierik uit. Waar ik vroeger elke week plichtsgetrouw mijn gazon minutieus maaide, wordt er nu ‘met de klak naar gesmeten’. En ik moet zeggen, die aanpak loont. Mijn saai biljartlaken is omgetoverd naar een paradijs voor allerlei bijen, vlinders, padden, egels, vogels, …

‘Niks doen’ is eigenlijk een klein beetje gelogen. Ik doe wel iets, namelijk: gefaseerd maaien. Eens in de twee weken maai ik de stukken gras waar we veel lopen en willen zitten. Rond de fruitboompjes wordt maar één keer per maand gemaaid. En het biobloembollengraslandje twee keer per jaar. De eerste keer in augustus als alle bloemen uitgebloeid zijn, de tweede keer in oktober. Het gras gaat dan kort de winter in zodat in het vroege voorjaar de krokussen goed zichtbaar zijn. In en rondom dat graslandje worden dan wel om de twee weken weggetjes gemaaid.

Echt rijk ben ik daardoor geworden! Al die bloemen die zich hier uitgezaaid hebben, (ik heb maar een heel klein beetje bedrog gedaan door in het najaar enkele plantjes tussen het gras te zetten) da’s echt tof!

Zelfs in het kippenhok werden we rijk door niks te doen. Vorig jaar beet een vos bijna alle kippen aan het tuinhuis dood. Iedereen die overschoot, werd verhuisd naar de woonwagen bij de andere kippen. De ren aan het tuinhuis bleef leeg. En zie ne keer nu:

Door niks te doen, heb ik daar nu ook een bloemenzee … Ik denk dat ik maar blijf niks doen …

Compost 2.0

‘Het zwarte goud’. Zo wordt compost genoemd door menig ecotuinier. Er bestaat inderdaad niks beter voor je planten. Meststof en mulchmateriaal tegelijk. En als dat dan ook nog eens zelfgemaakt is, van je eigen groenafval, mmm …

“Al jaren en jaren doet ons moeder dat”: mijn zonen kunnen het zo smakelijk uitleggen. Maar ’t is waar, ge gaat mij niet tegenkomen in ’t containerpark met groenafval. Ik verwerk het allemaal in drie bakken, hoe ik dat doe en wie me daarmee helpt, kan je hier lezen. 😉

Ik had echter mijn compost nog nooit gezeefd. Lompweg en heel lui, kapte ik hem steeds zo tussen mijn planten. Da’s geen probleem. Mijn ‘personeel’ (pieren, mieren en andere beestjes) maakt dat dan wel fijner en uiteindelijk bekom je hetzelfde resultaat. Maar ’t is inderdaad wel veel properder als alles al fijn is.

Ik had dus een compostzeef nodig. Maar hoe ging ik daar aan geraken met mijn twee linkerhanden?

En toen kwam Corona. En de handige buurman die plots technisch werkloos was en zich steendood verveelde. Ik moest diene mens toch helpen?

Ik vond hier een technische uitleg om een compostzeef te maken en stuurde die naar hem. Dat zag hij helemaal zitten. Een weekje later stond hij er al mee op den hof. Met zijn haar nog vol houtschaafsel en met blinkende ogen, zo fier als een gieter. Ik vond zijn creatie prachtig!

‘k Heb dan mijn compost nog eens omgeschept en gemengd met grasmaaisel en regenwater. Zo kon hij nog eens goed ‘broeien’.

Vorig weekend was het dan zover. De compost was klaar. Nu kon ik dus de eerste keer in mijn leven compost zeven. Jongste zoon kwam eens lachen: “Doe de da na geiren?” Het duurt ongeveer een half uurtje om een overvolle kruiwagen met lekker geurende, fijne compost te bekomen. Al wrijvend met mijn tuinhandschoenen door de grove compost, stoot ik de lade van de zeef heen en weer. ‘k Krijg er rode oortjes van. Want een ritmisch gebonk stijgt uit boven ons vogelboske. Wat zouden de buren daar wel van denken? De grove stukken die overblijven, worden terug in de eerste bak gegooid.

“Of ik dat na geiren doe”? Ja! Want het resultaat is een product dat zo heerlijk is. Als ik er mijn neus in steek, waan ik me in het bos. Helemaal zelf gemaakt, gratis en van super kwaliteit.

Indringers

Eén keer per jaar houd ik een onverbiddelijke razzia. Als de bosaardbeien (Fragaria vesca) beginnen te bloeien, duik ik onder de trampoline.

Ik ben zot van bosaardbeien. Ze zijn zoveel zoeter en subtieler van smaak dan gewone aardbeien. Mijn ecomaat vertelde een aantal jaren geleden eens hoe zijn vrouw een hele kom geplukt had en dat hij die ‘met de lepel’ mocht opeten. Decadent vond ik dat! Van ware liefde gesproken 😉

Maar die razzia nu. Sinds een jaar of drie komt er een indringer onder de trampoline. Ene met prachtige gele bloemetjes: de schijnaardbei, Potentilla indica of Duchesnea indica. Ik ben er echt niet zot van. Hij krijgt smakeloze vruchten en hij is super invasief. Hij dringt mijn bosaardbeien weg. Ik heb hem nooit in onze tuin gezet. Ik denk dat hij uit een bostuin komt, zo’n 200 meter van hier want daar heb ik hem ook gezien.

Het is niet zo makkelijk om bosaardbeien en schijnaardbeien uit elkaar te houden. Behalve als je ze beiden hebt, dan zie je het verschil wel goed. Als ze bloemen, is het makkelijk: de bosaardbei bloemt wit, de schijnaardbei geel. Aan de vruchtjes kan je het ook zien. De bosaardbei heeft ‘hangende’ vruchtjes, de schijnaardbei ‘staande’. Het blad van de schijnaardbei is iets donkerder groen dan dat van de bosaardbei.

De schijnaardbei staat op de Consensus lijst van Alterias. Dit wil zeggen dat ze in België niet meer mag gekweekt of verkocht worden omdat het eigenlijk een invasieve exoot is. Hij is inheems in Azië. In de jaren ’50 werd hij aangeplant rond het domein van Hertoginnedal in Brussel als sierplant en vandaar is hij aan zijn opmars begonnen. In Wallonië zou hij nog niet voorkomen. Of hij echt schade aanricht in natuurgebieden, daar is men nog niet helemaal uit. (Zoals Japanse Duizendknoop, Fallopia Japonica). Maar voorzichtigheid is wel geboden. Ik beschouw deze indringer dus als niet welkom in onze tuin …

 

 

Winterwerk?

Eigenlijk was ik nog aan mijn winterwerken bezig hier en hier. En toen ontdekte ik ineens al de eerste krokussen. We noteren 2 februari, drie weken eerder dan vorig jaar.

Ik ging deze winter ook nog de zolder opruimen want die valt bijna op onze kop. Legoblokken en playmobil waar ons kroost nu wel uitgegroeid is. Pottekes en bakjes van ’t bloemschikken, een hobby die er echt niet meer van komt, zelfs nog babygerief, …. Tijd om razzia te houden. Het is te hopen dat we de komende weken nog heel slecht weer krijgen. Want anders wordt dit alles weer uitgesteld.

Ik had het al gehoord op de radio, dat er niet één maar echt groepen ooievaars teruggekomen waren in Plankendael. De lente is dus echt al begonnen? Zo vroeg!

Ik zag in de tuin al de eerste eenzame honingbij. Ze foerageerde dapper op een Bergenia bloem. Buiten het stuifmeel van wat hazelaarkatjes, sneeuwklokjes en krokussen is er nog niet veel te halen voor haar. Ik neem me direct voor dit jaar nog meer biobloembollen te bestellen. Een collega die imkert, vertelde me dat haar bijen al druk aan ’t vliegen zijn. Ze hebben er goesting in. Taak voor ons om hen aan voedsel te helpen want Moeder Natuur is een beetje ontregeld.

Buurman is nog steeds op jacht naar mollen. Maar hij kan ze niet vatten. Ik lach met hem: “Laat die ‘bistekes’ toch doen, mollen vangen, dat is zo passé!” Bij ons mogen ze graven, binnenkort rijf ik de molshopen wel terug gelijk. Da’s niet slordig, da’s leven en laten leven…

Buurvrouw heeft de strijd gewonnen. Ze wil al heel lang een vlierstruik maar krijgt er geen van haar partner. Ze houdt het echter in haar achterhoofd (wat herken ik dit 😉 ) en nu met het onderhandelen over een nieuwe auto, komt het terug boven. Ze doet een toegeving over de kleur van die auto en krijgt haar vlier. Zalig! Ik draag vlug een stekje weg voor haar partner terug van gedacht verandert…

In de moestuin groeien de bloemkolen gelijk … kool. Ik probeerde de eerste keer ‘weeuwenteelt’ en het lijkt te lukken. Binnenkort verse bloemkool uit den hof. In de serre heb ik al jonge plantjes gezet. En spinazie en sla gezaaid…

Het is bijna Valentijn en dan kunnen we paprika’s zaaien. En daarachter tomaten, yes!

De voortuin werd al ‘proper’ gelegd…

En dan zou ik nu de zolder moeten opruimen? We zien nog wel … 😉

Beheerswerken

Ondertussen hebben we hier nog serieus buiten gewerkt. Zo van die echte ‘winterwerkjes’, plezant…

De poel die hier nu twaalf jaar ligt, moest dringend terug eens uitgediept worden. Daarvoor heb ik de hulp van de vriend ‘met verstand van groenwerken’ nog eens ingeroepen. We huurden een kraantje. Buurman die net aan zijn ontbijt zat, verslikte zich in zijn koffie toen hij dat gevaarte achter de haag zag passeren.

De vriend ‘met verstand van groenwerken’ heeft enkele uren gegraven en alle grond uitgespreid naast de poel. Mijn ultieme wens is nu daar een bloemenmengsel met weidebloemen in zaaien. Al zal het niet simpel zijn om die zware, plakkerige kleigrond te bewerken. Ik wacht nog even tot het wat droger wordt. Misschien zal ik dan eens een tuinfrees huren, ik zie nog wel…

Op mijn vader zijn weide mag ik nu ook buiten spelen. Daar zijn ook wilgen geknot. Vader zaagt het dikke hout in stukken. Ik mag de fijnere takken verhakselen.

Een deel voor neef zijn tuin en al de rest voor de mijne. Ik gebruik dat om de wegjes in de moestuin te bedekken en om tussen de planten in de borders te strooien. Goed om onkruidgroei te onderdrukken en de bodem niet zo snel te laten uitdrogen.

Knotwilgen

Stoere rijen geknotte bomen in het landschap, ik was nog maar een klein meisje toen ik dit al prachtig vond. Ik wist al snel dat ik later ook zo’n rij robuuste bomen vol leven wilde.

Langer dan tien jaar staan die kerels hier nu. En knotwilgen moet je … knotten natuurlijk. Vier jaar geleden deed ik het de laatste keer zelf. Maar nu zijn het zo’n forse bomen geworden, dat ik het niet meer zelf durf.

Een vriend met ‘verstand van groenwerken’ wilde dit wel doen. Ik sprak met hem af dat hij de helft van de bomen zou knotten. De andere helft moest blijven staan. Want op meerjarig hout van wilgen komen wilgenkatjes. Het stuifmeel daarvan is superfood voor vroege bijen. Dat wil ik hen niet afpakken natuurlijk. Volgende keer kunnen deze geknot worden en blijven die van nu staan.

Hij kon alleen maar in de kerstvakantie, in de week dat ik met de nacht moest werken. Toeme toch, ik had er nochtans graag bij geweest.

Gelukkig is het een lieve vriend. Hij beloofde dat hij zijn kettingzaag elke keer onder het raam waar ik lag te slapen zou komen in gang trekken. “Da’s goed jong”, antwoordde ik “dan kap ik ‘mijne pispot’ over uwe kop.” Zo rap als tellen, repliceerde hij: “ik ben zeker dat ge dan nog ‘ne pispot’ moet gaan kopen.” 2 -1 voor hem, het leven van de werkende vrouw is hard…

Maar nu kan ik me wel amuseren: buiten spelen en hout opruimen. De fijnste takken ga ik verhakselen. Daarmee kan ik de paadjes in de moestuin terug opvullen. De dikste stammen zaag ik in stukken, die zijn voor de houtmijt.

En voor de langste buigzame takken heb ik een tof projectje gevonden. Binnenkort gaan we onze poel eens terug uitdiepen. Dat komt de vriend ‘met verstand van groenwerken’ doen met een kraantje. Op twee plaatsen is de wand wat ingezakt. Mijn vader heeft me geholpen om daar palen (gerecupereerde boompalen) in de grond te drijven. Daar ben ik nu aan ’t vlechten met die takken: een soort ‘oeverversteviging’ aan ’t maken. Bedoeling is om de ruimte op te vullen met grond die uit de poel komt.

Ge ziet, ik ben mij weer aan ’t amuseren. Van ’t werk moeten ze nu even niet meer bellen, ik heb al overuren genoeg. En de was, plas en strijk blijft ook even staan. Leve de tuin!

Fruitboompjes planten

Tussen november en maart is het de moment om fruitbomen te planten.

Ik koos twee laagstam appels: Transparente de Lesdain RGF en Red Topaz. En een laagstam pruim: Sainte Cathérine RGF. Van vorig jaar heb ik al een Alkmene appelboompje staan dat ik als spilvorm wil opkweken.

Appel Transparente de Lesdain is een eetappel met zoet vruchtvlees en een geelgroene en gladde schil met een zacht rode blos aan de zonnezijde. Ik koos voor deze appel omdat je die zomaar niet in elke winkel vindt. En vooral omdat hij het RGF label heeft.

Dat RGF label, wat is dat eigenlijk? Wel, RGF is een project opgestart in de Waalse gemeente Gembloux. Je kan dus ook spreken van Gembloux-rassen. Deze rassen zijn zeer interessant voor mensen die fruit op een ecologische manier willen kweken zonder gebruik te maken van vergif. Het zijn steeds oude, vergeten fruitboomrassen die uiteindelijk beter bestand blijken te zijn tegen tal van hedendaagse ziektes. Je vindt deze rassen niet zomaar bij elke boomkweker. Ik vond mijn bomen bij boomkwekerij De Linde in Kemmel.

Transparente de Lesdaine is geen zelfbestuivende appel. Dus moest ik nog een boompje hebben om mee in het huwelijk te treden. Bart van De Linde raadde me er enkele aan en daaruit koos ik Red Topaz. Dit is een knappend, zoetzure oranjekleurige appel. Hij is zeer aromatisch en bovendien schurftresistent.

In de kwekerij konden we de verschillende soorten vruchten in ’t echt bekijken en ruiken. Zalig!

De pruim Sainte-Cathérine RGF is een groengeel, middelgroot, licht langwerpig pruimpje. Het is matig sappig en lekker zoet, geschikt als dessert of in de keuken. Mmmm! Ik zette het boompje in het kippenhok.

Het planten zelf dan: de laagstam appelbomen moesten aan een dikke kastanjehouten paal van 3 meter lang gezet worden. Eén meter moest in de grond geduwd worden. Ik haalde de ‘drijver’ van mijn vader, een zware metalen gesloten buis met handvaten eraan. Buurman die dat gezien had, stuurde een berichtje: “Koekoe, ga je de hulp van Brutus nodig hebben straks? Indien ja, wanneer?” Tof hè! Met enkele rake stoten stonden de palen op een wip een meter diep in de grond. De pruimenboom had een korter paaltje nodig. Binnen drie jaar kan die zelfstandig staan. Maar een laagstam appelboom moet heel zijn leven ondersteund worden. Ook het Alkmene appelaartje kreeg een stevigere paal.

Restte alleen nog het vastmaken van de boompjes aan de palen. Met binddraad in de vorm van een 8 gebonden zodat de stammetjes niet insnoeren.

Kletsnat van de regen maar echt content ben ik daarna in een warm bad gekropen. Laat ze maar groeien, ik droom al van de eerste bloesems…

Bloemenweide update

Als een vrouw bedreigd wordt, eerst in haar tuin, daarna aan de telefoon en uiteindelijk binnen in haar huis, dan heeft ze een uitlaatklep nodig. Die vond ik in de bloemenweide.

Eerst die bedreiging, daar kan ik eigenlijk niks over publiceren. Te gevaarlijk. Brave ziel die ik ben, zocht ik eerst de schuld bij mezelf. Tot het te gortig werd en ik (de allereerste keer in mijn leven) echt de politie moest inlichten. En van de agent ook andere mensen, zelfs mijn werkgever moest verwittigen. Buurman en goede vriend zei dat dit #MeToo was, gelukkig niet letterlijk maar eigenlijk ging het er inderdaad wel naartoe.

Om de schrik en stress van me af te schudden, ben ik vorige vrijdag de tuin in gedoken. Het deed deugd! Mijn botten en tuinjas, drupneus van de kou maar lekker in ’t warm van de arbeid.

In de bloemenweide dus. Elders in de tuin hadden zich gewone margrieten (Leucanthemum vulgare) uitgezaaid. Nu het gras gemaaid is, heb ik enkele zoden afgeplagd en daar de margrieten ingeplant. Ook een Echium die in de moestuin terecht gekomen was, heb ik in de bloemenweide gezet. Vorige herfst deed ik dit ook met Sint-Janskruid (Hypericum perforatum), Beemdkroon (Knautia) en Knoopkruid (Centaurea jacea).

Als je informatie gaat zoeken over hoe je best een bloemenweide aanlegt, lees je vaak dat je moet frezen of spitten om te starten en dan een bloemenmengsel inzaaien. Ik deed het niet zo. Luie tuinier, weet je wel. Ik liet gewoon stukken in het gazon niet-gemaaid. Heel snel gingen zich daar wilde bloemen vestigen. Zelfs Pinksterbloemen (Cardamine pratensis) kwamen overgewaaid uit de weide achteraan. Ook Korenbloem (dankzij onze mol want Korenbloem is geen graslandplant maar groeit alleen in verstoorde grond)

Zaaien tussen het sterke gras, lukt hier niet. Dus doe ik in het najaar een update. Ik steek enkele graszoden uit en daarin zet ik planten die ik elders opgekweekt heb of die zich daar uitgezaaid hebben. Ze zijn dan groot genoeg om te kunnen concurreren met het gras.

Hopelijk kan ik volgende zomer foto’s tonen van veel margrieten tussen het wuivende gras.

Meer dan sprietjes

Vorig jaar tijdens de Ecotuindagen van Velt bezochten we ook de tuin van landschaps- en tuinarchitect Wim Collet. Daar zag ik iets tof in het gazon. Zoiets gelijkaardig wilde ik ook maken.

Ik heb nog heel veel mogelijkheden in onze tuin. Toen we hier kwamen wonen, zijn we gestart met heel veel gras dat ik beheerde als gazon. Hier en daar heb ik dan borders aangelegd. Elke keer pak ik een ander stukje aan en dat maakt het zo boeiend, vind ik. Hoe de tuin uiteindelijk zal worden, dat weet ik niet. Moet ik ook nog niet weten want dan is het spannende eraf… 😉

Eind augustus begon ik eraan : een vorm uitleggen met de tuinslang en dan gras afplaggen. Onze zonen bekeken het argwanend. “Moeke, wat gaat ge nu weer doen? En daarbij, dat is scheef!” Mijn lieve zonen uitgelegd dat dat de bedoeling was en dat ze wel zouden zien wat het ging worden.

In september zette ik wat vaste planten in de bochten en zaaide phacelia in. Kwestie van de bodem niet onbedekt de winter in te laten gaan.

In het voorjaar nog wat gespeeld met plantjes van elders uit de tuin en andere zaadjes. En nu begint het al ‘op iets te trekken’, vind ik. Oudste zoon bekende onlangs zelfs dat hij foto’s van de tuin genomen had voor op zijn kot in Leuven. Zalig hè…

Fier op deze zelfgezaaide Echium 😉

‘Meer dan sprietjes’ is niet alleen de titel van dit bericht maar ook een boek uitgegeven door Velt, met heel veel foto’s erin uit onze tuin.

Meer dan sprietjes – de weg naar minder gazon
Velt
Lekker wild, zoveel mooier dan een ‘saai biljartlaken’

De bloedende notenboom

Ik ben kwaad op mezelf!  Onze notenboom bloedt en dat is mijn schuld!

IMG_2121

Het zit zo : deze zomer vonden we dat zijn takken veel te laag doorhingen.  We konden er niet meer onder zitten en juist onder die boom zitten, dat vinden wij de max.  Ik wist wel dat je niet zomaar gelijk wanneer een notenboom mag snoeien.  Maar wanneer het dan wel precies mag, dat wist ik niet.  Dus ik zou het wel vlug eens googelen.  De eerste site die verscheen, klikte ik aan.  Daarop werd uitgelegd dat je niet mag snoeien als notenbomen in blad staan en ook niet in de lente.  Dat je moet wachten tot het blad eraf is en liefst in de winter als de boom in rust is.  Dat klonk me heel logisch dus deze zomer eens goed gekeken welke takken ik in de winter zou wegdoen.

Zo gezegd zo gedaan.  Op 21 december nam ik mijn kettingzaag ter hand en haalde twee takken van 7 cm en twee takken van 2 cm diameter onderaan uit de boom.  Hout van notenbomen is heel hard.  Maar alles was goed gegaan en de wonden bleven mooi droog.

Vorig weekend schrok ik me echter een ongeluk.  Onze notenboom, die stond daar te bloeden!  Hoe kon dat nu?!  Ik ging terug googelen en kwam weer op die bewuste site terecht.  Ik had het toch goed gedaan?!  Nog eens verder gezocht en andere sites spreken gewoon die eerste tegen.  Toeme toch!  Het klonk me zo logisch dat ik gewoon niet verder gekeken heb!

IMG_2122

Hoe moet het dan wel?  Notenbomen worden best gesnoeid in volle zomer, in juli of augustus.  De snoeiwonden overgroeien dan meteen en gaan niet bloeden.  En eigenlijk wist ik dat wel he!  Want ik heb ooit eens een zaailing van een notenboom afgezaagd.  Eën notenboom in onze tuin is genoeg.  Maar tegen het najaar stond die gewoon terug in blad.

IMG_2120

Wat gaat er nu gebeuren met onze notenboom?  Ik zocht nog eens verder maar nu op veel verschillende sites en sprak er ook over met Frans van velt.  Ik lees oplossingen als : ‘de wond dichtbranden’.  Maar dat ga ik niet doen.  Door dat branden kan je het cambium beschadigen.  ( Cambium is een weefsellaag in bomen.  Daar worden nieuwe cellen gemaakt).  Of je kan er ook ‘iets opsmeren om het bloeden te stoppen’.  Maar zo’n middelen zijn ook niet onschuldig.  Door zo’n ‘sapstop’ ontstaat er een heel vochtig milieu en daarin kunnen zich heel makkelijk schimmels en bacteriën vormen.  Daardoor gaat de boom verder inrotten.

Niks aan doen dus, dat zal nog het beste zijn.  Het bloeden zou vanzelf stoppen in maart.  Ocharme mijn boom, ik ben benieuwd hoe hij het er zal vanaf brengen!

IMG_2119