Hoe geef je een boek uit?

Voor jullie een vraag en voor ons … ook.

Ons verhaal is af! Yes! Eigenlijk zijn we best wel fier op ons kindje. Karen en ik hebben er zoveel plezier aan beleefd en het is echt mooi.

Momenteel zijn we druk aan het herlezen en nog wat kleine dingen aan ’t veranderen. Deze week hadden we een videocall met de leesfee, Emy Geyskens. Zij schreef al 60 kinderboeken en maakte ons wat wegwijs in de wereld van uitgeverijen. Zo boeiend!

We hebben onszelf nog maar eens een deadline opgelegd. Tegen woensdag moet ons script volledig herlezen en af zijn. Dan gaat het naar mijn nichtje. Zij doet op haar werk eindredactie en wil ons schrijfsel ook wel eens onderhanden nemen. Begin juni willen we het dan opsturen naar een uitgeverij.

We hebben al besloten dat we niet met een grote, commerciële partner willen werken. Het zou niet kloppen met ons verhaal. We schrijven over duurzaamheid en we laten lokale wereldverbeteraars aan het woord. Stel je voor dat ons gedrukt boek dan zou komen vast te zitten op een schip in het Suezkanaal! We zien onszelf dan weer wel liggen in zo’n schattig, klein boekenwinkeltje gelijk ’t Oneindige verhaal.

We gaan dus voor een kleine uitgeverij. Dan hebben we veel meer kans dat onze fotograaf ook zijn ‘eigen goesting’ mag doen. Of misschien geven we ons boek wel zelf uit? Dan zoeken we een professionele eindredacteur, vormgever en drukker. Nog veel werk voor de boeg, maar zo plezant!

Natuurkampje

Tien kleuters tussen vier en zes jaar vertellen over de tuin en hen ook iets laten doen … of ik dat zag zitten? Frauke van We-Time overviel me even met die vraag. Maar lang moest ik er niet over nadenken. Zoiets leek me echt wel tof!

De kindjes gingen van aan het station langs de veldbaantjes naar onze tuin wandelen. Dat was een kans om nog eens het kind in mezelf los te laten en ‘pijltje trek’ te doen. Met krijt hartjes, bloemetjes en pijlen op straat tekenen, dat was lang geleden. En zo vonden de kleuters de weg.

Om half één kwamen Frauke en Iris met die hele bende schattigheid door het tuinpoortje gestapt. Tijd om kennis te maken met onze kippen. Er werden eitjes geraapt en kippen geaaid en vastgehouden. De kinderen vroegen honderduit over eieren en kuikentjes en of er nu kuikentjes in die eieren zaten. Als onze haan een lekker hapje vond en zijn kippen riep om het op te eten, daarvan vielen hun mondjes open. De kip die steeds op wandel ging, dat vonden ze grappig. (“Blijf in uw kot!” van Maggie De Block is niet aan haar besteed.)

We gingen kikkers zoeken in de poel. Maar die vonden we spijtig genoeg niet. (De weide achter ons wordt tegenwoordig nogal erg bemest en onlangs zag ik dat er ook ‘korreltjes’ gestrooid werden.) Daardoor geen kikkers meer, vrees ik.

We zagen wel twee hazen in de wei die met elkaar aan ’t spelen waren. “Aan ’t vechten!” riep een jongetje. “Nee, ik denk dat ze verliefd zijn op elkaar” zei ik. Waarop een meisje met twee staartjes en grote ogen uitriep: “Gaan die dan mama en papa worden?”

Toen gingen we bloemetjes plukken. Ik voelde ineens een klein warm handje in mijn hand schuiven toen we ernaar toe wandelden. (Smelt!) Eigenlijk was het echt tof hoe nieuwsgierig die kindjes waren. Toen ik hondsdraf toonde en vroeg of iemand wist wat je daarmee kan doen, hingen ze aan mijn lippen. Er waren wel een paar kindjes bij die ooit al eens een ‘netelprik’ gekregen hadden. Toen ik vertelde dat ze dan zo’n plantje moeten kneuzen en erop wrijven en dat de pijn dan weg is, was er prompt een jongetje die dat wilde proberen. Hij mocht van Frauke maar het zou dan wel even pijn doen, verwittigde ze hem. Bij nader inzien heeft hij het dan toch maar niet gedaan.

Tijd voor het grote werk dan. Er waren namelijk dinoresten gevonden in onze tuin. Frauke had gevraagd om dinobotten te verstoppen en die mochten ze dan opgraven. Daar zijn ze wel even zoet mee geweest. Ik had ze nochtans onder een dun laagje aarde verstopt maar als tien kleuters gaan graven door elkaar… Eén meisje vond wel haar roeping. Zij gaat archeologe worden later. Op den duur ontstond er een soort van ‘teamwork’. Eén jongetje ging aan het poortje van het kippenhok staan. De regenwormen die gevonden werden, moesten bij hem gebracht worden zodat hij die aan de kippen kon geven. Eerst nog voorzichtig vanop afstand. Maar hij werd steeds moediger.

Dan werd het groepje in twee gesplitst. De ene helft ging eieren beschilderen aan de tuintafel met Iris. Frauke en ik trokken de moestuin in met de andere helft om erwtjes te zaaien. En in potjes mochten ze boontjes planten om mee naar huis te nemen. Daarna werd er gewisseld.

De archeologische site waar de kinderen alle dinoresten gevonden hadden, heb ik dan terug gelijk geharkt. En dan mochten ze bloemetjes voor de bijen zaaien. De metselbijen waren actief bezig in het insectenhotel en dat vonden ze ook boeiend.

Ik weet eigenlijk niet wie het meest genoten heeft van de namiddag, de kinderen of ik. Maar ik heb een vermoeden dat het die laatste is 😉

Malderse groene vingers

Het was het najaar van 2020 en ik was doelloos aan ’t scrollen op Facebook. Corona en geen mensen mogen ontmoeten, ge kent dat wel hè.

In een zadenruilgroep kwam ik een tof initiatief tegen: iemand stelde voor een doos te laten rondgaan in de provincie Oost-Vlaanderen. Wie wilde meedoen, mocht reageren. Wij wonen eigenlijk in Vlaams-Brabant maar wel op de grens met Oost-Vlaanderen. Dus ik gaf me op en tagde nog een paar vriendinnen, kwestie van wat meer kans te hebben dat de doos de provinciegrens over mocht.

Van ’t één kwam ’t ander en zo begonnen de vriendinnen en ik te chatten en stelden we voor in ons eigen dorp ook zo’n doos te lanceren. We verzamelden zaden die we oogsten in onze tuin of zaden die we teveel gekocht hadden, stopten ze in een wijndoos en lanceerden een berichtje in de Facebookgroep van ons dorp. Algauw hadden we een kleine twintig mensen die wilden meedoen.

We hebben er ons een hele winter mee geamuseerd. Veerle werd gebombardeerd tot beheerder van de doos. Om de privacy van de deelnemers te garanderen, werden alleen haar adresgegevens in de doos gestopt. Wie ze kreeg, mocht een berichtje naar Veerle sturen. Van haar kreeg die dan het adres van de volgende kandidaat. Zo konden we onze doos goed volgen, wisten we waar ze zat en kon ze niet verloren gaan.

De doos uit Oost-Vlaanderen die eigenlijk een envelop geworden was, passeerde hier ook. Ondertussen is die blijkbaar terug bij de initiatiefnemer en kan je bij hem zaadjes verkrijgen.

Twee weken geleden stond er dan ineens een dame uit Opwijk aan mijn deur. Op de dorpel stond (coronaproof) een megagrote doos met het etiket ‘Malderse Zadendoos’ dat ik in het najaar op een wijndoos geplakt had. “Amai, die is gegroeid!” was mijn reactie. Ik kwam nog potjes van mezelf tegen waar mensen al goed van geoogst hadden. En enorm veel andere zaden, zo plezant! Iemand had zelfs de groenten- en bloemenzaden apart gesorteerd in kleinere doosjes.

En nu is onze doos helemaal rond. Alle mensen die zich opgegeven hadden, hebben ze gekregen. We kregen zelfs enkele enthousiaste berichtjes over huiskamers die serres geworden zijn. Ik word daar echt gelukkig van. Eigenlijk hebben we een ‘gezond virus’ verspreid.

We hebben dus besloten om ons experiment verder te zetten. Veerle stelde voor een Facebookgroepje op te richten. We brainstormden over een naam en die werd: ‘Malderse groene vingers’. Iedereen die zich verbonden voelt met één van die drie woorden, mag meedoen. We hebben zelfs al leden vanuit Frankrijk!

Ondertussen is de doos terug begonnen aan haar reis. (Spijtig genoeg lukt dat alleen maar in Malderen en omstreken, ze is echt te groot geworden om via de post verstuurd te worden.) Via ons groepje bereikten we nog kandidaten die willen zaaien en genieten van groen. Ook andere groene goestingen worden in dat Facebookgroepje gedeeld. Benieuwd wat voor moois daar nog zal uit groeien!

Straf

Op 51-jarige leeftijd moeten straf schrijven. Wie dat al heeft voorgehad, mag nu rechtstaan. Nu staat ‘de dees’ dus recht.

Gewoon omwille van twee woordjes als reactie op de blog van Thomas Pannenkoek! Straf hè … Dit schreef hij:

Zeventien bladzijden straf. Je kunt kiezen: ofwel telkens hetzelfde lijntje schrijven: ‘Ik zal nooit meer mijn handen wassen in het wijwatervat’, of een verhandeling over ‘de kweek van patatten op de maan’.

Allee zeh, dat eerste kan ik toch niet doen?! Dan ben ik al mijn volgers kwijt. 😉 De verhandeling over ‘de kweek van patatten op de maan’ dan maar.

En nu zit ik hier schoon hè! Hoe begint ge daar nu aan?

In mezelf lachend met de ongebreidelde fantasie van meneer Pannenkoek, besluit ik eens te googelen. Ik val begot bijna achterover: de Chinezen zijn daar mee bezig! Ik wist dat niet. Dankjewel meester Pannenkoek, weer wat bijgeleerd.

In januari 2019 is er een onbemande Chinese ruimtesonde, de Chang’e-4 geland op de achterkant van de maan. Dat is de kant die wij vanop aarde nooit zien. Omdat de maan even snel rond haar as draait als rond de aarde zien wij steeds maar één kant. Op de achterkant zijn er veel meer kraters. Tussen de zuidpool en één van die kraters hebben de Chinezen hun ruimtesonde laten landen. Daarvoor hadden ze hulp nodig van een satelliet want de maan zat in de weg om radiocontact met de aarde te kunnen hebben.

En die patatten dan? Awel, zij hadden zaadjes van patatten mee! Ook katoenzaadjes, zijderupsen, fruitvliegjes en gist trouwens. Dat ecosysteempje hebben ze in een blik geplaatst op het maanoppervlak. In dat blik zit ook een buisje dat zonlicht binnenbrengt. De planten kunnen zuurstof afgeven waardoor de zijderupsen uit hun cocon komen. Zij produceren CO2 en afval waardoor de planten kunnen groeien. Slim bedacht hè! Makkelijk is het wel niet want de temperatuur op de maan varieert nogal sterk, 100°C overdag en -100°C ’s nachts. En de lage zwaartekracht heeft ook een invloed op de groei.

De katoenzaden zouden gekiemd zijn en groeien ondanks die moeilijkheden. Maar patatten op de maan? Dat zou nog niet gelukt zijn, meneer Pannenkoek. Eerst moeten de Chinezen uitzoeken hoe dat ecosysteempje zichzelf in evenwicht gaat houden. Bedoeling is dan in de toekomst eten te kweken in de ruimte, voor onderweg tijdens langere missies.

Dat ze maar doen hoor. Ik heb daar geen ambitie voor. Ik kweek mijn patatten in mijnen hof! Et voilà, mijn straf is ook geschreven. Is ’t goed zo, meneer Pannenkoek?

Kleine gelukjes van Groengenot

Ik zag deze passeren bij enkele bloggers en wil de mijne er ook wel aan toevoegen. In deze donkere, eenzame Corona-dagen doen zo’n kleine gelukjes echt deugd.

Eerst en vooral het bloggen zelf. Het doel was een dagboek maken van onze tuin zodat bezoekers ook online een beetje konden volgen. Wie had gedacht dat ik daar zo ‘rijk’ zou van worden?! Ik heb de blogwereld ontdekt en ben zo blij dat ik daar deel mag van uitmaken. ’t Is een warme wereld. Er zijn zelfs vriendschappen uit ontstaan. Nog elke dag leer ik nieuwe mensen kennen. Enkelen mocht ik al ‘live’ ontmoeten. Met Vief zijn er zelfs al vage, wilde plannen om na de Coronacrisis van grote blogmeet te doen. Daar kijk ik naar uit …

Nog een klein gelukje: in de moestuin bezig zijn en ineens op de oprit een zwaaiende man met pet, mondmasker en boek in de hand ontdekken. De zon zat vlak achter hem en dus herkende ik hem niet. Tot hij zijn mondmasker even naar beneden trok. Mijnen ecomaat Frans De Smedt begot! Dat was zo lang geleden door die stomme Corona! Of ik iets kon doen met een ‘Vademecum Wilde Planten’? Want hij had dat boek dubbel gekregen. Niet alleen super blij met het boek zelf maar ook omdat hij daarvoor aan mij dacht. We hadden ook weer zo nen toffen babbel. Ik heb al zoveel geleerd van hem en zijn vrouw!

Eigenlijk een groot geluk: Velt! Momenteel liggen activiteiten stil, door de gekende crisis. Maar onderhuids en online is er zoveel aan ’t ‘broebelen’. Het Messenger-groepje van onze plaatselijke afdeling is actiever dan ooit. Er wordt gezeverd en gelachen maar ook serieus gewerkt. En regelmatig steken we elkaar een hart onder de riem. Wacht maar, als we terug in ’t echt gaan mogen samenkomen …

Nog zo een tof online ding: de Malderse zadendoos. Op een avond in september was ik aan ’t chatten met twee Malderse dames. Van ’t één kwam ’t ander en er ontstond een idee om een zadenruilsysteem op te zetten. Zaden die we zelf geoogst hadden of teveel gekochte zaden in een doos stoppen en die doos laten rondgaan. We lanceerden ons idee in de Facebookgroep van ons dorp en kregen heel wat reacties. De doos is ondertussen vertrokken en zit al bij de vijfde deelnemer. Benieuwd hoe dit experiment gaat aflopen …

Nog een zot gelukje: onze hond. Hoe ze steeds enthousiast en super blij is als we thuiskomen … Hoe ze merkt als iemand verdrietig is en dan haar kopje op je schoot komt leggen … Haar vriendschap is zo warm …

Of dat er hier nog geblogd wordt?

Amai, ik verschiet dat het zo lang geleden is dat ik nog op mijn virtueel erf kwam!

Nochtans ben ik steeds maar aan ’t schrijven de laatste weken. Schrijven, lezen, nadenken, discussiëren, schrappen, herschrijven, luisteren, kijken, meningen vormen, hervormen, … Pff, bloggen da’s gemakkelijk. Maar een boek schrijven, soms denk ik dat het te hoog gegrepen is.

We namen ook al wat foto’s voor in dat boek. Bedoeling was een kip die een zandbad neemt, op beeld vast te leggen. Oh man! Ge kunt dat een kieken niet uitleggen hè wat ze moet doen. Maar met heel veel geduld en gelach is het toch gelukt. Die foto ga ik hier natuurlijk nog niet tonen hè.

(foto van Johan Dermaut)

Ondertussen is het hier herfst. Een Corona-herfst. Gisteren werden we op het werk in het WZC voor een derde keer getest. Morgen verwachten we de uitslag. Vorige week hadden we ineens twee positieve medewerkers. Onze bewoners werden getest. Er bleken er twee positief, gelukkig zonder symptomen. Ondertussen zijn ze terug negatief en wij hopen dat we onze mensen het leed dat dit virus veroorzaakt, kunnen besparen.

Maar herfst is ook tof. Ik vind het plezant dat ik dan terug ‘kansen’ krijg in de tuin. Planten en verplanten, ik leerde deze zomer stekjes nemen en kon de plantjes nu een plaats in de tuin geven.

De biobloembollen van Velt zijn toegekomen en ze in de grond steken, da’s effenaf spannend. Ik ben vol verwachting naar de lente en verheug me er al op.

In de tuin geven de Asters een laatste kleurenspektakel.

En ik kan het me niet laten er wat te plukken voor in huis. Het hout dat ik in het voorjaar oogstte van onze knotwilgen, wordt op kille avonden in de houtkachel gebrand. Een praline (of meer dan één 😉 ), een tas thee, de hond aan mijn voeten, een goed boek en de laatste kleuren uit de tuin op de salontafel … meer moet dat niet zijn.

De bloemenweide

Zo’n bloemenweide, dat is een gerief jong! Ge moet uw gras niet afrijden en ge kunt u daar met een boekske achter verstoppen …

Iedereen was er hier eerst tegen want dat was veel te slordig, vonden ze. Maar als je daar met de grasmachine paadjes rond en door maait, krijg je een mooie structuur en is je tuin ineens zoveel meer dan een saai biljartlaken. Geniet even mee …

Safari in de tuin, drie ontmoetingen

Door covid-19 zitten we nog steeds in onze beperkte bubbel. Op vakantie gaan zit er nog niet in maar geen nood, in de tuin kunnen we ook op safari.

Zo kwam ik vorig weekend tijdens een ochtendwandeling een echte sukkelaar tegen. Hij was duidelijk in moeilijkheden. Met zijn logge bruine lijf kon hij niet veel beginnen tegen verschillende behendige belagers. Een kever die aangevallen werd door een kolonie mieren op een blad van mijn jonge appelboompje. De mieren deden daar duidelijk aan landbouw. Het waren meer bepaald veetelers. Verschillende stallen met bladluizen hadden ze onder hun hoede. Daarom waren ze niet blij met de lompe bezoeker.

Ik vroeg me af wat soort kever het was. Waarnemingen.be kon me niet echt helpen, een meikever kreeg ik als optie. Maar dat was het duidelijk niet. Hulp gevraagd in de Velt Facebookgroep dan, daar kan je altijd terecht. Iemand zei een junikever maar daarvoor was hij ook te klein. Een rozenkever, opperde men dan. En inderdaad dat was het.

Ik had eigenlijk gehoopt dat hij ook een bladluizeneter was maar helaas hij eet ook blaadjes. ‘k Heb dan maar enkele bladluizen plat geknepen. Kwestie van wat geur te verspreiden en lieveheersbeestjes, gaasvliegen en rode weekschildkevers te lokken.

Van de tweede ontmoeting sprong ik een gat in de lucht van ’t verschieten. Ik kwam om het hoekje van ons huis en toen ritselde vlak voor mijn voeten vliegensvlug iets de struiken in. Boven mij op de elektriciteitsdraad begon een kauw vreselijk te krijsen. Voor ik goed en wel besefte dat ik haar jong verrast had, zat ik ineens in een scène van Hitchcock’s Birds. Zeker twintig kauwen kwamen boven mij in de lucht gecirkeld! Adembenemend jong! Ik ben stillekes afgedropen. Een safari kan soms echt spannend zijn.

De derde ontmoeting, dat was pure gelukzaligheid! ‘Kweeniehoeveel’ honingbijen die op zoek waren naar nectar in mijn papavers. Dat was daar een gezellige bedrijvigheid! Daar doet een mens het voor hè …

Pasen 2020

’t Is een rare Pasen dit jaar. Er zijn niet eens paaseieren! Niemand die eraan gedacht heeft ze mee te brengen van de bakker. En de klokken uit Rome hebben vliegverbod boven onze tuin gekregen. Die komen wel uit Italië hè, en met die Corona …

Toch is het razend gezellig in ons eigen kot. Een ontbijt met een fruitsapje van de wereldwinkel, een boke met kaas, muizenstrontjes of konfituur en kersenyoghurt van de buurderij smaakt ongelooflijk.

We aperitieven in ‘onze lounge’ en begluren terwijl een koppeltje bosduiven die de liefde aan ’t bedrijven zijn. Jongste zoon zijn commentaar is hilarisch. Na de daad zitten ze nog wat te flikflooien en dan zegt hij heel droog: “Allèh zeh, nu malkanders haar nog wat goed leggen en ze kunnen terug onder de mensen komen” Gieren!

Daarna doen we van barbecue. Ha ja de paasbloemen zijn hier al uitgebloeid, door de klimaatopwarming zitten we al een stapje verder. Barbecue op een oud gammel toestelletje, we kochten het ooit voor duizend frank toen we net getrouwd waren. We weigeren pertinent een nieuw te kopen. Voor ons geen barbecook of andere design toestanden. We willen ‘braaien’ zoals in Zuid-Afrika. En dat kan alleen maar op zo’n aftands dingetje.

Deze dag is voor nog een reden heel speciaal voor ons. Want het is 12 april. Twaalf jaar geleden kregen wij plots telefoon dat er een klein meisje in Zuid-Afrika op ons aan ’t wachten was. Of we even naar Geel naar ’t adoptiebureau wilden komen om te kijken of we dat zagen zitten. En of we dat zagen zitten!!! Ik lag nog in bed want had met de nacht gewerkt. Op een wip zaten we met het hele gezin in de auto op weg naar Geel waar we enkele uurtjes later na een zwangerschap van drie jaar bevallen zijn van een pracht van een dochter. Drie weken later zijn we haar mogen gaan ophalen in Zuid-Afrika.

Dochter geniet zichtbaar van de herinneringen die we ophalen. We zijn altijd heel open geweest over haar adoptie, toch heeft ze er meestal niet veel oren naar. Afrika is voorbij en ze is blij dat ze hier is, zegt ze. Soms maak ik me bezorgd of ze niet teveel ‘wegduwt’. Maar blijkbaar werkt dat goed voor haar. Ze danst door het leven en heeft massa’s vriend(inn)en. Daarom ben ik blij dat we toch af en toe eens kunnen stilstaan en deze zware materie kunnen benoemen.

Ondertussen is de echtgenoot hier in slaap gevallen, ligt de hond te ronken aan mijn voeten en wordt het warm op het terras nu de zon onder de zonnetent komt geschenen.

Ik ga een wandelingetje maken door de tuin. Aan iedereen een zalige Pasen en een dikke (virtuele) knuffel! Hopelijk mogen we snel terug echte knuffels geven want ik begin dat serieus te missen …

Twee borsten

Deze namiddag moest ik naar het jaarlijks medisch onderzoek bij de arbeidsgeneesheer. Een nogal nutteloos tijdverdrijf vind ik zelf, maar ja…

De arts maakte me opmerkzaam op een bijzondere verjaardag. Ik ben al vijf jaar mijn twee vriendinnen kwijt.

Niet dat ik daar rouwig om ben hoor! Die twee vriendinnen hebben me ‘van ze leven genoeg gekoeioneerd’.

Ik was nog maar 23 toen die ene ineens een kanjer van een gezwel kreeg waarvoor ik onder het mes moest. Gelukkig was het goedaardig maar vanaf dan moest ik elk half jaar naar de mammografie. Gruwelijk! Zorgelijk kijkende dokters. Verschillende radiologen die elkaar tegenspraken maar me op het hart drukten zeker snel terug te komen. Want “gevaarlijke borsten, mevrouw!” Een gynaecologe die met de handen in het haar zat maar me terwijl beschuldigde van cancerofobie.

Ik deed mijn beklag bij de huisarts en toen is die brave man in actie geschoten. “Vanaf nu regel ik alles voor die twee vriendinnen van u want ze zijn inderdaad gevaarlijk maar we gaan ons niet laten opjagen.” Dat stelde me gerust. “Gevaarlijk of niet, dokter, ze hebben me toch nog nooit gebeten hoor.” “Nu ken ik u weer zeh!” lachte de man.

Vanaf dan geen mammo’s meer voor mij! Maar wel elk half jaar een MRI (magnetische resonantie). Daarop was het beeld veel duidelijker. Men kon zien dat die twee vriendinnen inderdaad geen ‘simpele trienen’ waren maar alles bleef wel goedaardig. Ik moest al maar jaarlijks meer gaan. Ze hielden zich zo rustig dat ik op het einde maar om de twee jaar moest.

En dan, als ik het helemaal niet meer verwachtte, had de ene vriendin ineens 3 ‘carcinoma in situ’. Er waren dus cellen met kwaadaardige kenmerken maar ze hadden het omliggende weefsel nog niet geïnfiltreerd en waren nog niet uitgezaaid. Maar het verdict van de chirurg was hard: ze moesten eraf, alletwee de vriendinnen! Want de andere ging dit ook krijgen.

Er was wel geen haast bij, het duurt wel even eer die cellen uit hun kapsel groeien. En nabehandeling ging ook niet nodig zijn omdat we er op tijd bij waren. Ik mocht enkele maanden wennen aan het idee en nadenken wat ik in de plaats van die vriendinnen wilde.

Ik kon direct een reconstructie laten doen in dezelfde operatie. Dus ik zou niet wakker worden zonder vriendinnen. In het UZ in Brussel kreeg ik een dubbele mastectomie met reconstructie door middel van diepflap. De operatie door professor Hamdi en zijn team duurde acht uren. De twee zieke vriendinnen werden verwijderd en van buikvet en -weefsel werden er twee nieuwe gemaakt. Een super techniek vind ik. Buiten wat littekens onder een bikini ziet ge daar bijna niets meer van. En er zitten geen lichaamsvreemde protheses in mijn lijf.

Het herstel was wel enorm zwaar. Ik bleef een week in het ziekenhuis. En dat was afzien. Vooral die buik waar een heel stuk uit was, dat was pijnlijk. Maar de verpleegkundigen en het medisch team, die waren fantastisch. Ik mocht daar wenen maar we hebben ook enorm gelachen met al die miserie. Ik mocht ook enkele maanden niet heffen of tillen en na een half jaar was er nog een kleine vervolgoperatie.

Onze huisdokter, die is nu met pensioen. Maar voor hij ging, heeft hij me wel nog eens op controle gestuurd. Ik liet een echografie doen en daarop kon de radioloog zien dat deze vriendinnen heel braaf en rustig zijn. En ikke content!

Voor alle duidelijkheid: dit ben ik niet 😉