Lievesgarden

Moet ge nu es weten waar ik geweest ben?! Ha nee, ja, ge weet het al, van in de titel. 😉

Al jaren volg ik Lieve haar prachtige tuinblog en was super benieuwd naar haar tuin. Maar op de vraag of die ook te bezoeken was, antwoordde ze dat ze omwille van haar leeftijd geen opentuindagen meer deed.

Maar toen was er de oorlog in Oekraïne die Lieve en haar man Herman enorm naar de keel greep. Ze dachten eraan vluchtelingen in hun huis op te vangen. Maar door hun 81-jarige leeftijd lieten ze dat idee toch maar varen. Toch wilden ze iets doen en besloten dan hun tuinpoorten nog eens open te zetten en hun passie te delen met het grote publiek.

Lievesgarden is een romantische cottagetuin met 17 verschillende borders en tuinkamers. De tuin is 20 are groot en de eigenaars hebben hem volledig zelf ontworpen. De serre en een biologische moestuin is het paradepaardje van Herman. Lieve heeft hem daarvan wel een stukje ontfutseld en er een grassen- en prairieborder van gemaakt. Lievesgarden is een echte ‘verzameltuin’: meer dan 560 verschillende vaste planten, 130 verschillende heesters, 40 verschillende variëteiten rozen en enkele eenjarigen. De waterpartijen vond ik heel gezellig. En de secret garden zou ik zonder Lieve haar hulp nooit gevonden hebben. In de verschillende tuinkamers vind je gezellige zithoekjes en vlinders, hommels, bijen, kikkers, salamanders en egels voelen zich er helemaal thuis.

Ik vond het zo tof om Lieve eindelijk eens in ’t echt te zien. Hoe ze kan praten over haar planten, ze is zo’n gepassioneerde dame. Ook jongste dochter was in de tuin aanwezig met een tentoonstelling van haar abstracte schilderijen. Her en der vonden we een mooi tuinornament of een bloemschikkunstwerkje.

De inkom van 2,5 € gaat integraal naar het Consortium 12-12 voor Oekraïne. Lieve verkoopt ook zelfgekweekte planten voor het goede doel. Ge kunt u voorstellen dat ik daar dus zonder schuldgevoelens mijn koopdrang toeliet.

Lievesgarden in de Bosstraat 68 b in 1742 Sint-Katherina-Lombeek is nog open op 10 en 31 juli, 14 en 28 augustus en 11 september van 14 tot 17 uur. Ik ga zeker nog eens terug want Lieve heeft me nog plantjes beloofd. 😉

Home cinema

Aan de vijver, naast het tuinhuis, waar niemand ons ziet zitten, hebben we twee gemakkelijke stoelen geplaatst.

Na het middagmaal, voordat de lieve wederhelft terug naar kantoor vertrekt, gaan we daar steeds even zitten. Hij met een tas koffie, ik met een theetje. En dan kijken we naar alles wat er op en rond het water gebeurt.

We voelen ons zoals toeristen op safari, in onze eigen tuin. Zo konden we al vijf soorten libellen/waterjuffers determineren.

Vuurjuffer, de eerste libel die bij onze nieuwe vijver verscheen.
Azuurwaterjuffers, een koppeltje dat zich van ons gluren niks aantrok
Lantaarntje. De foto is serieus mislukt maar je ziet wel duidelijk het ‘lantaarntje’ dat ze achteraan meedraagt.
Weidebeekjuffer. Heel mooi als ze rondvliegt zoals een vlinder.
Adellijk bezoek: de Grote Keizerlibel. Groot en brommend, af en toe even gaan zitten terwijl ze haar legboor in het water doopt. Hopelijk heeft ze veel eitjes gelegd.

Gisteren kwam ik net met een grote bloemkool uit de moestuin toen dochter riep: “Moeke, er is volk!” Het tuinpoortje zwaaide open en Moniek en Frans, ‘mijn Veltouders’ stapten binnen. Wat een leuke verrassing! Ze hadden geen tijd om binnen te komen, maar een rondleiding in de tuin, dat zagen ze wel zitten. Na veel oh’s en ah’s zei ik dat ik volgend jaar graag terug eens zou meedoen met de Ecotuindagen van Velt. “Dan gaat ge nog eens moeten komen controleren of mijn tuin wel ecologisch genoeg is he”, grapte ik tegen Frans.

De pretlichtjes in zijn ogen verraadden dat hij een uitspraak ging doen en hij begon te vertellen. “Vroeger hebben wij veel tuinbezoeken gedaan. Zelfs tot in het buitenland en bij bekende tuiniers. Awel, er was geen enkele tuin bij die zo mooi is als de jouwe.” Zoiets uit de mond van Frans, dat kwam binnen. Hij heeft vroeger in het onderwijs gestaan en daardoor (het is waarschijnlijk beroepsmisvorming) kan hij heel goed verwoorden welke punten verbeterd kunnen worden. Ik kreeg er geen.

“Deze tuin moet gezien worden.” zei hij nog. Dus bij de volgende Ecotuindagen van Velt mag iedereen naar de home cinema komen.

De wilde tuin in mei

Geen strak gemaaid gazon, netjes aangeharkte paadjes of onkruidvrije borders hier. En dat is prima. Op het terras staan ‘stoepplantjes’ en dat mag. Op de rozen zitten bladluizen en dat mag ook. ‘The circle of life’ heet dat.

Er is zoveel te beleven in een wilde tuin! Tussen de rommel in het tuinhuis heeft een roodborst een nest gebouwd en vijf kleintjes grootgebracht. Nog effe wachten met opruimen dus, geen probleem.

De bladluizen hebben larven van lieveheersbeestjes aangetrokken. En prachtige zweefvliegen. Ik probeer er eentje te fotograferen. Maar ze wil niet gaan zitten. Elke keer als ik afdruk, draait ze net haar gat naar mij. Ik snap niet hoe natuurfotografen dat doen, grr!

Bovenop ons dak zit een macho mus de hele dag te tsjilpen alsof heel den hof van hem alleen is. Onopvallend verdwijnt hij regelmatig onder de dakpannen. Niemand die doorheeft dat hij daar een nest heeft, denkt hij.

In het nestkastje aan de rozenboog zitten ook kleintjes. Ma en pa pimpelmees vliegen constant af en aan met lekkere hapjes. Volgens de lieve wederhelft gaan er struisvogels uit dat nestkastje komen.

Ik ga regelmatig op safari in de tuin. Foto’s nemen van beestjes en dan invoeren in de app Obsidentify. Zo boeiend! Aan de vijver ontdekte ik al drie soorten waterjuffers: Een Vuurjuffer, enkele Lantaarntjes en een tandem Azuurwaterjuffer. Het zijn algemeen voorkomende soorten, leer ik, maar voor een nieuw aangelegde vijver is dat toch niet slecht he.

Een prachtig blauw gekleurd kevertje heet ‘fraaie schijnbok’ ontdek ik. Wat zo leuk is aan de app: je waarnemingen worden gevalideerd door vrijwilligers. Ze sturen een mailtje als ze je waarneming aanpassen. Heel leerrijk allemaal!

Ik heb nochtans ook gewerkt in de tuin: achter de vijver een nieuw stuk border aangelegd. Het is er dus nog wel wat ‘bloot’. Nu is het afwachten tot alles in bloei zal staan. Is jouw tuin ook zo lekker wild?

Infuus

Nee, deze titel heeft niks te maken met mijn job in de zorg. 😉

Wel met mijn bijberoep. Ja, zot hè, ik ben nu een schrijver in bijberoep. Heb een ondernemingsnummer moeten aanvragen en mag nu net als andere kleine zelfstandigen klungelen met papieren en paperassen. Oh help, ik krijg daar koorts van!

Maar allee, we wijken af. Een boek schrijven, deden Karen en ik eerst voor de fun maar dat ging ons zo goed af dat Stichting Kunstboek ons oppikte. Wie had toen gedacht dat ik als gevolg daarvan voor publiek ging moeten spreken? Had ik dat geweten, …

Karen is dat al gewoon maar op 21 november is het mijn vuurdoop in Infuus – Theehuis in Ternat. We gaan daar een interactieve lezing geven, een boekvoorstelling ‘Onze Aarde Vieren’. Ik heb daar best wel wat zenuwen voor, mijn verlegenheid speelt me parten.

Daarom gingen we gisteren al eens kennismaken. Karen had er een levering van tisanes te doen en zo kon ik ook al eens Eric, de sympathieke uitbater van Infuus, ontmoeten. Eric is een goedlachse man met baardje en pet die leeft voor zijn zaak. We werden verwend met thee en koffie en gezellige babbels tussendoor.

We bleven er een hele voormiddag om onze boekvoorstelling voor te bereiden. Werken in zo’n theehuis, da’s echt wel het aangename aan het nuttige koppelen hoor. De gezellige inrichting, zitten tussen de mensen die van een drankje kwamen genieten, de zon die door het grote raam naar binnen scheen, het uitzicht over Eric zijn kruidentuintje, ik kon dat daar wel uithouden.

Heb je goesting om onze eerste lezing mee te maken? Dan ben je welkom op zondag 21 november om 14 u. Graag inschrijven via de website van Infuus Ternat.

Hoe geef je een boek uit?

Voor jullie een vraag en voor ons … ook.

Ons verhaal is af! Yes! Eigenlijk zijn we best wel fier op ons kindje. Karen en ik hebben er zoveel plezier aan beleefd en het is echt mooi.

Momenteel zijn we druk aan het herlezen en nog wat kleine dingen aan ’t veranderen. Deze week hadden we een videocall met de leesfee, Emy Geyskens. Zij schreef al 60 kinderboeken en maakte ons wat wegwijs in de wereld van uitgeverijen. Zo boeiend!

We hebben onszelf nog maar eens een deadline opgelegd. Tegen woensdag moet ons script volledig herlezen en af zijn. Dan gaat het naar mijn nichtje. Zij doet op haar werk eindredactie en wil ons schrijfsel ook wel eens onderhanden nemen. Begin juni willen we het dan opsturen naar een uitgeverij.

We hebben al besloten dat we niet met een grote, commerciële partner willen werken. Het zou niet kloppen met ons verhaal. We schrijven over duurzaamheid en we laten lokale wereldverbeteraars aan het woord. Stel je voor dat ons gedrukt boek dan zou komen vast te zitten op een schip in het Suezkanaal! We zien onszelf dan weer wel liggen in zo’n schattig, klein boekenwinkeltje gelijk ’t Oneindige verhaal.

We gaan dus voor een kleine uitgeverij. Dan hebben we veel meer kans dat onze fotograaf ook zijn ‘eigen goesting’ mag doen. Of misschien geven we ons boek wel zelf uit? Dan zoeken we een professionele eindredacteur, vormgever en drukker. Nog veel werk voor de boeg, maar zo plezant!

Natuurkampje

Tien kleuters tussen vier en zes jaar vertellen over de tuin en hen ook iets laten doen … of ik dat zag zitten? Frauke van We-Time overviel me even met die vraag. Maar lang moest ik er niet over nadenken. Zoiets leek me echt wel tof!

De kindjes gingen van aan het station langs de veldbaantjes naar onze tuin wandelen. Dat was een kans om nog eens het kind in mezelf los te laten en ‘pijltje trek’ te doen. Met krijt hartjes, bloemetjes en pijlen op straat tekenen, dat was lang geleden. En zo vonden de kleuters de weg.

Om half één kwamen Frauke en Iris met die hele bende schattigheid door het tuinpoortje gestapt. Tijd om kennis te maken met onze kippen. Er werden eitjes geraapt en kippen geaaid en vastgehouden. De kinderen vroegen honderduit over eieren en kuikentjes en of er nu kuikentjes in die eieren zaten. Als onze haan een lekker hapje vond en zijn kippen riep om het op te eten, daarvan vielen hun mondjes open. De kip die steeds op wandel ging, dat vonden ze grappig. (“Blijf in uw kot!” van Maggie De Block is niet aan haar besteed.)

We gingen kikkers zoeken in de poel. Maar die vonden we spijtig genoeg niet. (De weide achter ons wordt tegenwoordig nogal erg bemest en onlangs zag ik dat er ook ‘korreltjes’ gestrooid werden.) Daardoor geen kikkers meer, vrees ik.

We zagen wel twee hazen in de wei die met elkaar aan ’t spelen waren. “Aan ’t vechten!” riep een jongetje. “Nee, ik denk dat ze verliefd zijn op elkaar” zei ik. Waarop een meisje met twee staartjes en grote ogen uitriep: “Gaan die dan mama en papa worden?”

Toen gingen we bloemetjes plukken. Ik voelde ineens een klein warm handje in mijn hand schuiven toen we ernaar toe wandelden. (Smelt!) Eigenlijk was het echt tof hoe nieuwsgierig die kindjes waren. Toen ik hondsdraf toonde en vroeg of iemand wist wat je daarmee kan doen, hingen ze aan mijn lippen. Er waren wel een paar kindjes bij die ooit al eens een ‘netelprik’ gekregen hadden. Toen ik vertelde dat ze dan zo’n plantje moeten kneuzen en erop wrijven en dat de pijn dan weg is, was er prompt een jongetje die dat wilde proberen. Hij mocht van Frauke maar het zou dan wel even pijn doen, verwittigde ze hem. Bij nader inzien heeft hij het dan toch maar niet gedaan.

Tijd voor het grote werk dan. Er waren namelijk dinoresten gevonden in onze tuin. Frauke had gevraagd om dinobotten te verstoppen en die mochten ze dan opgraven. Daar zijn ze wel even zoet mee geweest. Ik had ze nochtans onder een dun laagje aarde verstopt maar als tien kleuters gaan graven door elkaar… Eén meisje vond wel haar roeping. Zij gaat archeologe worden later. Op den duur ontstond er een soort van ‘teamwork’. Eén jongetje ging aan het poortje van het kippenhok staan. De regenwormen die gevonden werden, moesten bij hem gebracht worden zodat hij die aan de kippen kon geven. Eerst nog voorzichtig vanop afstand. Maar hij werd steeds moediger.

Dan werd het groepje in twee gesplitst. De ene helft ging eieren beschilderen aan de tuintafel met Iris. Frauke en ik trokken de moestuin in met de andere helft om erwtjes te zaaien. En in potjes mochten ze boontjes planten om mee naar huis te nemen. Daarna werd er gewisseld.

De archeologische site waar de kinderen alle dinoresten gevonden hadden, heb ik dan terug gelijk geharkt. En dan mochten ze bloemetjes voor de bijen zaaien. De metselbijen waren actief bezig in het insectenhotel en dat vonden ze ook boeiend.

Ik weet eigenlijk niet wie het meest genoten heeft van de namiddag, de kinderen of ik. Maar ik heb een vermoeden dat het die laatste is 😉

Malderse groene vingers

Het was het najaar van 2020 en ik was doelloos aan ’t scrollen op Facebook. Corona en geen mensen mogen ontmoeten, ge kent dat wel hè.

In een zadenruilgroep kwam ik een tof initiatief tegen: iemand stelde voor een doos te laten rondgaan in de provincie Oost-Vlaanderen. Wie wilde meedoen, mocht reageren. Wij wonen eigenlijk in Vlaams-Brabant maar wel op de grens met Oost-Vlaanderen. Dus ik gaf me op en tagde nog een paar vriendinnen, kwestie van wat meer kans te hebben dat de doos de provinciegrens over mocht.

Van ’t één kwam ’t ander en zo begonnen de vriendinnen en ik te chatten en stelden we voor in ons eigen dorp ook zo’n doos te lanceren. We verzamelden zaden die we oogsten in onze tuin of zaden die we teveel gekocht hadden, stopten ze in een wijndoos en lanceerden een berichtje in de Facebookgroep van ons dorp. Algauw hadden we een kleine twintig mensen die wilden meedoen.

We hebben er ons een hele winter mee geamuseerd. Veerle werd gebombardeerd tot beheerder van de doos. Om de privacy van de deelnemers te garanderen, werden alleen haar adresgegevens in de doos gestopt. Wie ze kreeg, mocht een berichtje naar Veerle sturen. Van haar kreeg die dan het adres van de volgende kandidaat. Zo konden we onze doos goed volgen, wisten we waar ze zat en kon ze niet verloren gaan.

De doos uit Oost-Vlaanderen die eigenlijk een envelop geworden was, passeerde hier ook. Ondertussen is die blijkbaar terug bij de initiatiefnemer en kan je bij hem zaadjes verkrijgen.

Twee weken geleden stond er dan ineens een dame uit Opwijk aan mijn deur. Op de dorpel stond (coronaproof) een megagrote doos met het etiket ‘Malderse Zadendoos’ dat ik in het najaar op een wijndoos geplakt had. “Amai, die is gegroeid!” was mijn reactie. Ik kwam nog potjes van mezelf tegen waar mensen al goed van geoogst hadden. En enorm veel andere zaden, zo plezant! Iemand had zelfs de groenten- en bloemenzaden apart gesorteerd in kleinere doosjes.

En nu is onze doos helemaal rond. Alle mensen die zich opgegeven hadden, hebben ze gekregen. We kregen zelfs enkele enthousiaste berichtjes over huiskamers die serres geworden zijn. Ik word daar echt gelukkig van. Eigenlijk hebben we een ‘gezond virus’ verspreid.

We hebben dus besloten om ons experiment verder te zetten. Veerle stelde voor een Facebookgroepje op te richten. We brainstormden over een naam en die werd: ‘Malderse groene vingers’. Iedereen die zich verbonden voelt met één van die drie woorden, mag meedoen. We hebben zelfs al leden vanuit Frankrijk!

Ondertussen is de doos terug begonnen aan haar reis. (Spijtig genoeg lukt dat alleen maar in Malderen en omstreken, ze is echt te groot geworden om via de post verstuurd te worden.) Via ons groepje bereikten we nog kandidaten die willen zaaien en genieten van groen. Ook andere groene goestingen worden in dat Facebookgroepje gedeeld. Benieuwd wat voor moois daar nog zal uit groeien!

Straf

Op 51-jarige leeftijd moeten straf schrijven. Wie dat al heeft voorgehad, mag nu rechtstaan. Nu staat ‘de dees’ dus recht.

Gewoon omwille van twee woordjes als reactie op de blog van Thomas Pannenkoek! Straf hè … Dit schreef hij:

Zeventien bladzijden straf. Je kunt kiezen: ofwel telkens hetzelfde lijntje schrijven: ‘Ik zal nooit meer mijn handen wassen in het wijwatervat’, of een verhandeling over ‘de kweek van patatten op de maan’.

Allee zeh, dat eerste kan ik toch niet doen?! Dan ben ik al mijn volgers kwijt. 😉 De verhandeling over ‘de kweek van patatten op de maan’ dan maar.

En nu zit ik hier schoon hè! Hoe begint ge daar nu aan?

In mezelf lachend met de ongebreidelde fantasie van meneer Pannenkoek, besluit ik eens te googelen. Ik val begot bijna achterover: de Chinezen zijn daar mee bezig! Ik wist dat niet. Dankjewel meester Pannenkoek, weer wat bijgeleerd.

In januari 2019 is er een onbemande Chinese ruimtesonde, de Chang’e-4 geland op de achterkant van de maan. Dat is de kant die wij vanop aarde nooit zien. Omdat de maan even snel rond haar as draait als rond de aarde zien wij steeds maar één kant. Op de achterkant zijn er veel meer kraters. Tussen de zuidpool en één van die kraters hebben de Chinezen hun ruimtesonde laten landen. Daarvoor hadden ze hulp nodig van een satelliet want de maan zat in de weg om radiocontact met de aarde te kunnen hebben.

En die patatten dan? Awel, zij hadden zaadjes van patatten mee! Ook katoenzaadjes, zijderupsen, fruitvliegjes en gist trouwens. Dat ecosysteempje hebben ze in een blik geplaatst op het maanoppervlak. In dat blik zit ook een buisje dat zonlicht binnenbrengt. De planten kunnen zuurstof afgeven waardoor de zijderupsen uit hun cocon komen. Zij produceren CO2 en afval waardoor de planten kunnen groeien. Slim bedacht hè! Makkelijk is het wel niet want de temperatuur op de maan varieert nogal sterk, 100°C overdag en -100°C ’s nachts. En de lage zwaartekracht heeft ook een invloed op de groei.

De katoenzaden zouden gekiemd zijn en groeien ondanks die moeilijkheden. Maar patatten op de maan? Dat zou nog niet gelukt zijn, meneer Pannenkoek. Eerst moeten de Chinezen uitzoeken hoe dat ecosysteempje zichzelf in evenwicht gaat houden. Bedoeling is dan in de toekomst eten te kweken in de ruimte, voor onderweg tijdens langere missies.

Dat ze maar doen hoor. Ik heb daar geen ambitie voor. Ik kweek mijn patatten in mijnen hof! Et voilà, mijn straf is ook geschreven. Is ’t goed zo, meneer Pannenkoek?

Kleine gelukjes van Groengenot

Ik zag deze passeren bij enkele bloggers en wil de mijne er ook wel aan toevoegen. In deze donkere, eenzame Corona-dagen doen zo’n kleine gelukjes echt deugd.

Eerst en vooral het bloggen zelf. Het doel was een dagboek maken van onze tuin zodat bezoekers ook online een beetje konden volgen. Wie had gedacht dat ik daar zo ‘rijk’ zou van worden?! Ik heb de blogwereld ontdekt en ben zo blij dat ik daar deel mag van uitmaken. ’t Is een warme wereld. Er zijn zelfs vriendschappen uit ontstaan. Nog elke dag leer ik nieuwe mensen kennen. Enkelen mocht ik al ‘live’ ontmoeten. Met Vief zijn er zelfs al vage, wilde plannen om na de Coronacrisis van grote blogmeet te doen. Daar kijk ik naar uit …

Nog een klein gelukje: in de moestuin bezig zijn en ineens op de oprit een zwaaiende man met pet, mondmasker en boek in de hand ontdekken. De zon zat vlak achter hem en dus herkende ik hem niet. Tot hij zijn mondmasker even naar beneden trok. Mijnen ecomaat Frans De Smedt begot! Dat was zo lang geleden door die stomme Corona! Of ik iets kon doen met een ‘Vademecum Wilde Planten’? Want hij had dat boek dubbel gekregen. Niet alleen super blij met het boek zelf maar ook omdat hij daarvoor aan mij dacht. We hadden ook weer zo nen toffen babbel. Ik heb al zoveel geleerd van hem en zijn vrouw!

Eigenlijk een groot geluk: Velt! Momenteel liggen activiteiten stil, door de gekende crisis. Maar onderhuids en online is er zoveel aan ’t ‘broebelen’. Het Messenger-groepje van onze plaatselijke afdeling is actiever dan ooit. Er wordt gezeverd en gelachen maar ook serieus gewerkt. En regelmatig steken we elkaar een hart onder de riem. Wacht maar, als we terug in ’t echt gaan mogen samenkomen …

Nog zo een tof online ding: de Malderse zadendoos. Op een avond in september was ik aan ’t chatten met twee Malderse dames. Van ’t één kwam ’t ander en er ontstond een idee om een zadenruilsysteem op te zetten. Zaden die we zelf geoogst hadden of teveel gekochte zaden in een doos stoppen en die doos laten rondgaan. We lanceerden ons idee in de Facebookgroep van ons dorp en kregen heel wat reacties. De doos is ondertussen vertrokken en zit al bij de vijfde deelnemer. Benieuwd hoe dit experiment gaat aflopen …

Nog een zot gelukje: onze hond. Hoe ze steeds enthousiast en super blij is als we thuiskomen … Hoe ze merkt als iemand verdrietig is en dan haar kopje op je schoot komt leggen … Haar vriendschap is zo warm …

Of dat er hier nog geblogd wordt?

Amai, ik verschiet dat het zo lang geleden is dat ik nog op mijn virtueel erf kwam!

Nochtans ben ik steeds maar aan ’t schrijven de laatste weken. Schrijven, lezen, nadenken, discussiëren, schrappen, herschrijven, luisteren, kijken, meningen vormen, hervormen, … Pff, bloggen da’s gemakkelijk. Maar een boek schrijven, soms denk ik dat het te hoog gegrepen is.

We namen ook al wat foto’s voor in dat boek. Bedoeling was een kip die een zandbad neemt, op beeld vast te leggen. Oh man! Ge kunt dat een kieken niet uitleggen hè wat ze moet doen. Maar met heel veel geduld en gelach is het toch gelukt. Die foto ga ik hier natuurlijk nog niet tonen hè.

(foto van Johan Dermaut)

Ondertussen is het hier herfst. Een Corona-herfst. Gisteren werden we op het werk in het WZC voor een derde keer getest. Morgen verwachten we de uitslag. Vorige week hadden we ineens twee positieve medewerkers. Onze bewoners werden getest. Er bleken er twee positief, gelukkig zonder symptomen. Ondertussen zijn ze terug negatief en wij hopen dat we onze mensen het leed dat dit virus veroorzaakt, kunnen besparen.

Maar herfst is ook tof. Ik vind het plezant dat ik dan terug ‘kansen’ krijg in de tuin. Planten en verplanten, ik leerde deze zomer stekjes nemen en kon de plantjes nu een plaats in de tuin geven.

De biobloembollen van Velt zijn toegekomen en ze in de grond steken, da’s effenaf spannend. Ik ben vol verwachting naar de lente en verheug me er al op.

In de tuin geven de Asters een laatste kleurenspektakel.

En ik kan het me niet laten er wat te plukken voor in huis. Het hout dat ik in het voorjaar oogstte van onze knotwilgen, wordt op kille avonden in de houtkachel gebrand. Een praline (of meer dan één 😉 ), een tas thee, de hond aan mijn voeten, een goed boek en de laatste kleuren uit de tuin op de salontafel … meer moet dat niet zijn.