Indringers

EĆ©n keer per jaar houd ik een onverbiddelijke razzia. Als de bosaardbeien (Fragaria vesca) beginnen te bloeien, duik ik onder de trampoline.

Ik ben zot van bosaardbeien. Ze zijn zoveel zoeter en subtieler van smaak dan gewone aardbeien. Mijn ecomaat vertelde een aantal jaren geleden eens hoe zijn vrouw een hele kom geplukt had en dat hij die ‘met de lepel’ mocht opeten. Decadent vond ik dat! Van ware liefde gesproken šŸ˜‰

Maar die razzia nu. Sinds een jaar of drie komt er een indringer onder de trampoline. Ene met prachtige gele bloemetjes: de schijnaardbei, Potentilla indica of Duchesnea indica. Ik ben er echt niet zot van. Hij krijgt smakeloze vruchten en hij is super invasief. Hij dringt mijn bosaardbeien weg. Ik heb hem nooit in onze tuin gezet. Ik denk dat hij uit een bostuin komt, zo’n 200 meter van hier want daar heb ik hem ook gezien.

Het is niet zo makkelijk om bosaardbeien en schijnaardbeien uit elkaar te houden. Behalve als je ze beiden hebt, dan zie je het verschil wel goed. Als ze bloemen, is het makkelijk: de bosaardbei bloemt wit, de schijnaardbei geel. Aan de vruchtjes kan je het ook zien. De bosaardbei heeft ‘hangende’ vruchtjes, de schijnaardbei ‘staande’. Het blad van de schijnaardbei is iets donkerder groen dan dat van de bosaardbei.

De schijnaardbei staat op de Consensus lijst van Alterias. Dit wil zeggen dat ze in BelgiĆ« niet meer mag gekweekt of verkocht worden omdat het eigenlijk een invasieve exoot is. Hij is inheems in AziĆ«. In de jaren ’50 werd hij aangeplant rond het domein van Hertoginnedal in Brussel als sierplant en vandaar is hij aan zijn opmars begonnen. In WalloniĆ« zou hij nog niet voorkomen. Of hij echt schade aanricht in natuurgebieden, daar is men nog niet helemaal uit. (Zoals Japanse Duizendknoop, Fallopia Japonica). Maar voorzichtigheid is wel geboden. Ik beschouw deze indringer dus als niet welkom in onze tuin …