En toen zat ik bijna te janken

Momenteel ben ik de cursus ‘Klimaatcontact’ aan het volgen.

Waarschijnlijk heb je daar nog nooit van gehoord want de cursus bestaat nog niet zo lang in België. We hadden het er ook over in ‘Onze Aarde Vieren’.  Het concept is ontstaan in het Verenigd Koninkrijk en heet daar ‘Carbon Conversations’. Nederland volgde met ‘Klimaatgesprekken’. En nu kan je het ook bij ons volgen.

Bedoeling is dat mensen samenkomen en aan de hand van een boek en werkboek leren hoe ze hun koolstofvoetafdruk kunnen verlagen. En hun handafdruk verhogen. Om de klimaatverandering tegen te gaan.  Blogvriendin Loes is één van de coaches en door haar wilde ik er meer over te weten komen.

Een groep bij ons in de buurt vond ik niet en kilometers gaan rijden om te praten over hoe je minder fossiele brandstoffen kan gebruiken, vond ik al te zot. Dus koos ik voor de online versie onder begeleiding van Kathleen en Emeliek. Beide dames doen dat fantastisch! We hadden al vier bijeenkomsten en hebben er nu nog twee tegoed.

We zijn met z’n achten en hebben al enorm veel tips gekregen en gegeven aan elkaar. We werkten al rond wonen, voeding en vervoer. Niemand van ons is ‘klimaatheilig’. En dat moet ook niet. De sfeer in de groep is heel sereen en respectvol.

Tot hiertoe hadden we het altijd over zeer praktische dingen gehad. Over hoe je kan besparen op verwarming. Of lekkere recepten zonder vlees gedeeld. Een ‘vervoersdagboek’ bijgehouden en besproken. Daarbij kwam ook steeds de opdracht om te proberen met andere mensen een ‘klimaatgesprek’ aan te gaan. Zeer boeiend allemaal.

Vorige week kwam de opdracht om eens te verwoorden hoe we ons voelen bij de klimaatverandering. We werden in een ‘break-out groepje’ per twee gezet en ik kwam bij Emeliek terecht. Dat was zo’n zalig gesprek!

De klimaatverandering roept bij mij ambivalente gevoelens op. Ik kan daar soms zo verdrietig, teleurgesteld, kwaad en moedeloos van worden. Zoals toen beslist werd dat vliegtuigtickets binnen Europa 10 € duurder gingen worden om klimaatverandering tegen te gaan. Wat helpt dat nu? De trein moet goedkoper. Zodat mensen andere keuzes kunnen maken. En de échte kost van een vliegtuigreis is veel hoger dan 10 € extra. Van zulke ‘nepoplossingen’ kan ik zo wanhopig worden. Hebben onze politiekers nu echt niet door dat de tijd dringt?!

Langs de andere kant heb ik wel iets gevonden om ermee om te gaan. Ik heb het nooit zo beseft tot ik het vorige week op tv een psycholoog hoorde uitleggen. “ Doorheen alle moeilijke momenten in het leven is het belangrijk dat je jouw doel voor ogen houdt en daarop focust. Je mag je door tegenslagen wel eens laten gaan. Maar denk aan je doel en wat je kan doen om dat te bereiken.” Mijn doel is onze planeet terug in evenwicht brengen. Wat een grootheidswaanzin, ik kan dat natuurlijk niet. Maar dan denk ik aan de quote die Louis De Jaeger vorige week deelde: ‘Als je een probleem wil oplossen dat je nog in je eigen leven kan oplossen, dan denk je niet groot genoeg.’ – Wes Jackson. Zo kan je het natuurlijk ook bekijken.

Door als kleintje mee te proberen dat doel te bereiken, heb ik al heel veel mensen leren kennen. Mensen die ook vanalles willen doen. Met hen erover praten, doet me terug grip krijgen over die negatieve gevoelens. Als ik denk aan wat we misschien wel zouden kunnen bereiken, dan word ik zelfs gelukkig.

En toen zei Emeliek: “Jouw doel is dus ‘Onze Aarde Vieren’.” Dat pakte me zo en toen zat ik bijna te janken van geluk. Dan deelde Emeliek haar gevoelens rond klimaatverandering en dat was zó herkenbaar. De verbondenheid die ik toen voelde, dat deed zo deugd.

Terug in de grote groep praatten we nog verder over die gevoelens. Gelukkig zijn de schermpjes in een zoom-meeting niet zo groot want ik zat weer te vechten tegen opkomende tranen. Het komt misschien nog wel goed met onze planeet. Toch als al deze mensen die ik de laatste tijd leer kennen, blijven verder doen waarmee ze bezig zijn. Doe jij ook mee?

Wat vind jij van hormoonverstoorders?

Of wij als kleintjes daar iets over te vinden hebben of daar zelfs iets kunnen aan doen? Enkele jaren geleden ondervond ik professioneel dat dat zeer moeilijk is. Maar daar kan ik uiteraard hier niks over vertellen.

Het zou zelfs goed kunnen dat de gemiddelde lezer hier zelfs niet weet wat hormoonverstoorders zijn. Waarmee ik uiteraard niet wil zeggen dat mijn lezers dom zouden zijn! We krijgen er gewoon geen informatie over.

Wat zijn ze?

Hormoonverstoorders zijn chemische stoffen die het hormonaal systeem van mens en dier ontregelen. Ze zitten in water, bodem, lucht, voeding, speelgoed, cosmetica, bouwmaterialen, kleding, enz. Ze hebben een ‘chronische giftigheid’. Het is niet zo dat je van de x-stof de y-ziekte krijgt. Nee, door de cocktail van al die giftige stoffen krijgen we allerlei ziektes en afwijkingen. Het kan zelfs pas na een generatie duidelijk worden dat er iets mis is. Vooral zwangere vrouwen en baby’s zijn kwetsbaar maar eigenlijk is het voor niemand gezond. In Europa kosten deze stoffen zo’n 150 à 200 miljard euro per jaar. Vooral de blootstelling aan pesticiden jaagt de volksgezondheid op kosten. In België wordt de kost geschat op 4,4 miljard euro per jaar. 

En dat ‘de politiek’ daarmee bezig zou zijn, wist je dat?

Ik ben het te weten gekomen dankzij vriendin Barbara die in het federaal parlement zetelt. In haar blog vraagt ze ons om te reageren op ‘NAPED’. Dit is een openbare raadpleging over het ontwerp van het nationaal actieplan hormoonverstoorders. Tot en met 14 februari ’22, 17 uur, kunnen wij, burgers, onze opmerkingen daarover geven.

Dat nationaal actieplan is ontstaan dankzij een informatierapport over hormoonverstoorders. In 2018 heeft de senaat daarover gestemd. Het ontwerpplan is nu klaar en op basis van opmerkingen die ze van de bevolking ontvangen, gaat dit verfijnd worden. (Mijn bedenking hierbij is dat dit in elke krant en op het journaal had mogen meegedeeld worden, maar soit)

Dat plan bevat drie pijlers:

  1. preventie (ons informeren)
  2. reglementering (juridisch kader om ons te beschermen)
  3. wetenschappelijk onderzoek (deze stoffen verder bestuderen)

Doel van dit eerste nationaal actieplan (van 2022 tot 2026) is de blootstelling aan hormoonverstoorders verminderen en onze gezondheid en milieu beter beschermen.

Sinds 2006 is er de REACH-regelgeving waardoor producenten moeten info geven over welke schadelijke stoffen ze gebruiken. Die schadelijke stoffen zijn hier opgelijst. Maar verder dan dit, komen onze beleidsmakers niet. Er is nog altijd geen regelgeving om ons tegen die hormoonverstoorders te beschermen. Probleem is dat er zoveel belangengroepen zijn die vrezen dat als Europa voor de gezondheid van zijn burgers zou kiezen, ze economische schade zullen hebben.

Met het actieplan dat nu in de maak is, gaan onze beleidsmakers ons nog steeds niet kunnen beschermen. Wat ze eigenlijk zeggen, is: “Een gezonde leefomgeving waarin geen hormoonverstorende stoffen zitten, kunnen we jullie niet garanderen. Daarom vragen we jullie om zelf heel bezorgd te zijn en producten waarin deze stoffen zitten, te vermijden.”

Allee zeh! Daar word je toch kwaad van? Ik alleszins wel! Dus wilde ik dat actieplan lezen. Amai, dat was 88 bladzijden vol moeilijke tekst. Welke normale burger reageert daar op?! Ik heb het dus maar diagonaal gelezen en me wat laten helpen door Barbara.

Wat ik schreef als reactie? Dat ik van onze beleidsmakers graag wat meer ambitie zou willen. Dit plan is tijdverlies en een voorbeeld van ‘gelobby’ om zoveel mogelijk partijen ‘content’ te stellen. Het helpt ons niet om het doel te verwezenlijken: de burgers hun gezondheid beschermen.

Naast de drie pijlers zou ik er nog ene aan toevoegen: over de producten die zouden moeten verboden worden.

Bij actie A2 schreef ik dat producten met hormoonverstorende stoffen zouden moeten gelabeld worden met grote waarschuwingen (zoals bij sigaretten) en dat ze op deze producten meer taxen zouden moeten heffen zodat gezonde producten goedkoper worden.

Bij actie B5 merkte ik op dat ze maximaal zouden moeten inzetten op alternatieven die wel gezond zijn. (zoals het voorbeeld in ons boek over de ecologische bouw) zodat de industrie geen reden tot lobby meer heeft omdat hun giftige producten zogezegd ‘onvervangbaar en noodzakelijk’ zouden zijn.

Ga jij ook eens ‘goed je gedacht’ zeggen? Je kan dat hier. Veel succes!

Razzia

Het is gebeurd! Jaren en jaren waren ze me al aan ’t ‘ambeteren’ en nu was het plots rood geworden voor mijn ogen. Het moest gedaan zijn! Met de grove borstel ging ik erdoor gaan! Niks maar dan ook niks zou ik nog heel laten!

Ik heb me helemaal laten gaan vorig weekend. Zie mezelf nog hijgend en in het zweet staan maar de overwinning smaakte zo zoet. Allemaal, echt allemaal legden ze het loodje. Niet zonder weerstand en zo geniepig maar bij elke afknapping groef ik nog een stukje dieper. Genadeloos!

Hoe het kwam dat ik zoveel energie had? Aha, net Corona overwonnen en naast die ambetante virussen wilde ik deze sloebers ook temmen. De winter duurt me ook al te lang en ik wil terug buiten spelen.

Je kent ze waarschijnlijk wel: die mooie, frêle, witte bloemetjes in de vorm van een ‘pispotje’? De planten draaien zich overal rond en eens je ze in de tuin hebt, raak je er niet meer vanaf. Ze waren meegekomen met enkele planten die ik van een tante gekregen had. Ik had het helemaal gehad met die haagwinde!

Haagwinde (Convulvus sepium) is een pest voor tuinen. Hij komt heel laat in het voorjaar op zodat je niet direct in de gaten hebt dat hij er is. En dan groeit hij verschrikkelijk snel, overal rond en doorheen. Als je hem laat gaan, verstikt hij met zijn bladeren de andere planten. Hij heeft dikke, witte wortels die je direct herkent. Als je ze wil verwijderen, breken ze af en elk stukje dat blijft zitten, wordt een nieuwe plant. Grrr! Ik ben hem dus gelijk een razende boer die enkele pubers in zijn appelboomgaard ontdekt, met mijn riek te lijf gegaan.

Ik vind zijn bloemen (juni – september), ergens anders dan in mijn tuin, heel mooi hoor. Hij is de waardplant voor de windepijlstaart, een nachtvlinder en ook bijen en hommels smullen van zijn nectar. Dus hem bestrijden met vergif, zou ik nooit of nooit doen. Maar …

Hij is veel te opdringerig dus ik was heel streng maar rechtvaardig en mijn wraak voelt zo zoet 🙂

(gratis foto pixabay)

Pronkbonen

Hebben jullie ook al zo’n goesting in de lente nu je begint te zien dat de dagen al een heel klein beetje aan ’t lengen zijn?

Wij zijn terug met de Malderse zadendoos begonnen. We hebben er nu zelfs twee dozen van gemaakt opdat we mensen nog sneller kunnen bereiken. Wie in Malderen of dichte omgeving woont, kan nog altijd meedoen. Het opzet is simpel. Je krijgt de doos, haalt er uit wat je graag wil zaaien en als je zelf zaadjes over hebt, mag je die er in steken. Dat laatste is niet verplicht. Maar misschien wil je dan wel zaadjes oogsten voor het jaar nadien. Want onze bedoeling is om in Malderen zoveel mogelijk dingen te zaaien.

Vorig jaar zaten er in die doos mooie grote pronkbonen (Phaseolus coccineus). Ik had die ooit al eens in een tuin zien bloeien dus wilde die wel eens proberen.

Zalig! Ik heb daar kunnen van plukken en weken na elkaar boeketjes van maken. Na de bloemen kwamen de peulen. Die kan je eten als snijbonen. Maar ik vond ze nogal ruw en mijn gezin is niet zo zot van snijbonen. Dus dat hebben wij niet gedaan. Eens de peulen geel werden en droogden in de wind, heb ik de bonen geoogst en binnen laten verder drogen.

Die een nachtje laten weken, drie kwartiertjes koken en dan een hartige bonensoep en heerlijk verwarmende ratatouille mee maken.

En natuurlijk hield ik wat bonen over om dit voorjaar weer te planten.

niet op de voorpagina vandaag

Een spijtige aanvulling op mijn vorige bericht. Toeme toch! We moeten echt sneller in actie schieten, we lopen allemaal gelijk ratten in de val. 😥

Low Impact Man

Dit zou een hoofdpunt moeten zijn in alle kranten en nieuwsuitzendingen vandaag. Een nieuwe studie over het overschrijden van de grenzen van vervuiling. Samen met alles wat we al weten over de planetaire grenzen is dit bijzonder verontrustend nieuws.

Het concept van planetaire grenzen werd in 2009 bedacht door de wetenschappers van het Stockholm Resilience Center. Een poging om zo accuraat mogelijk weer te geven hoe het zit met cruciale indicatoren die de gezondheid van de planeet in kaart brengen. Bij de eerste editie waren nog verschillende vakken leeg bij gebrek aan voldoende betrouwbare data. De update van 2015 (figuur links) bracht voor het eerst ook de situatie van de biodiversiteit in kaart. Binnenkort zal de meest recente versie verschijnen met ook gegevens over ‘nieuwe entiteiten’, dan gaat het over plastics, forever chemicals (PFOS) en andere stoffen die door de mens in het leefmilieu zijn gebracht. Recent zijn daar de

View original post 362 woorden meer

Negen grenzen van Moeder Aarde

Onze Moeder Aarde is een ‘specialleke’. Gedurende miljoenen jaren was haar klimaat zeer nukkig en grillig. Er waren ijstijden en warmere tijden en die wisselden elkaar voortdurend af. Leven ontstond en verdween weer.

Tot de periode ‘het Holoceen’ aanbrak. Gedurende 10.000 jaren was er een constante temperatuur op onze planeet waardoor er leven en zelfs een beschaving kon ontstaan. Onze planeet was in evenwicht en om dat evenwicht te bewaren heeft ze negen systemen.

Maar toen was er de Industriële Revolutie. Menselijke activiteiten begonnen een enorme invloed te hebben op de planeet. Deze periode wordt ‘het Antropoceen’ genoemd. En de laatste 50 jaar heeft de mens het mooie evenwicht van tijdens ‘het Holoceen’ kapot gekregen. We gedragen ons als pubers en hebben geen respect meer voor de negen grenzen van Moeder Aarde.

Wat zijn die negen grenzen?

  1. De klimaatopwarming

Het ijs op onze planeet

Zowel in het Hoge Noorden (Groenland) als in het Zuiden (Antarctica) hebben we permanent ijs. Dat is echter aan het smelten. Als het permanent ijs op Groenland verdwijnt, zal de zeespiegel wereldwijd met 7 meter stijgen. Als het ijs op het westelijk deel van Antarctica verdwijnt, zal de zeespiegelstijging met nog eens 5 meter toenemen en als het oostelijk ijs verdwijnt, zelfs met 50 meter.

Euh? Dit is al een hele tijd bezig. Waarom zijn we niet bang dat we het ‘tipping point’ zullen bereiken? (het moment waarop de verandering onomkeerbaar wordt, zoals een trein die de afgrond bereikt heeft en niet meer kan stoppen met vallen)

De CO2-concentratie

In de atmosfeer van onze planeet, haar mantel die ons beschermt tegen invloeden vanuit de ruimte, zitten de zogenaamde broeikasgassen. Het zijn er verschillende maar om gemakkelijk te rekenen worden ze allemaal omgezet naar ‘CO2-equivalenten’. Voor de industriële revolutie was de concentratie 260 ppm (parts per million) CO2-equivalenten. Onze planeet had een constante leefbare temperatuur. Door het gebruik van verbrandingsmotoren steeg die concentratie steeds maar en in 1988 bereikten we 350 ppm. Wetenschappers zeggen dat we toen een gevaarlijke grens hebben overschreden.

Ondertussen zitten we al aan 419 ppm en we beginnen vanalles te voelen, ook in Europa: hittegolven, hevige stormen, bosbranden, waterbommen, … Heel voorzichtig zeiden wetenschappers eerst dat we op 450 ppm het ‘tipping point’ zullen bereiken. Het moment waarop de Aarde zichzelf zal beginnen opwarmen. Al denken ze nu, volgens wat ze wereldwijd zien gebeuren, dat dit ook wel sneller zou kunnen zijn.

Naast deze klimaatgrens zijn er ook nog vier biosfeergrenzen, grenzen in de levende Aarde:

2. De landsamenstelling van onze planeet

Onze planeet heeft drie tropische regenwouden (het Amazonewoud, het regenwoud in Congo en dat in Indonesië). We hebben gematigde bossen en boreale wouden (naaldwouden in Rusland en Canada). Er zijn graslanden en watergebieden (wetlands). Deze bossen, graslanden en watergebieden hebben een functie, ze houden het hele systeem in evenwicht.

Het Amazonewoud is men echter massaal beginnen ontbossen omwille van soja- en veeteelt. Doordat het bos zoveel kleiner geworden is, (bomen trekken regen aan) worden de droge seizoenen steeds langer en langer. De bomen sterven en er ontstaat een savannebegroeiing. We hebben al 20% van het Amazonewoud verloren. Al die bomen die er sterven, geven CO2 af. Zo zou één van onze longen van onze planeet de komende 30 jaar wel 200 miljard ton CO2 kunnen afgeven ipv opnemen. Dat komt overeen met alle CO2 die de afgelopen vijf jaar wereldwijd is uitgestoten.

Deze grens hebben we overschreden en we zitten zeer dicht bij een ‘tipping point’.

3. Oceaanverzuring

Door alle CO2 die er neerslaat in de oceanen, worden die zuurder. Hun ph verandert waardoor koraalriffen afsterven.

Het verkeerslicht staat op oranje voor deze grens.

4. De biodiversiteit (soortenrijkdom) op onze planeet

We hebben zo’n 8 miljoen soorten planten en dieren op de Aarde. Eén miljoen daarvan is met uitsterven bedreigd! In 50 jaar tijd hebben we 68% van alle soorten uitgeroeid. Daardoor functioneert de natuur niet meer goed en gaan we onszelf niet meer kunnen voeden. Denk maar aan de vele insecten die verdwijnen. We hebben die echter nodig voor de bestuiving van onze landbouwgewassen. We hebben de natuur uitgemolken. Van alle vogels op Aarde is maar 30% nog wild. Al de rest is pluimvee. En van alle zoogdieren op onze planeet is nog maar 4% wild.

Waar de gevaarlijke grens ligt, kunnen wetenschappers niet zeggen omdat het leven zo ingewikkeld is. We zijn er wel al ver over menen ze. We mogen géén natuurverlies meer hebben, als we het leefbaar willen houden.

5. Zoet water op onze planeet

De hydrologische cyclus is eigenlijk de bloedbaan van Moeder Aarde. Wij in het Westen hebben 3.000 liter water per persoon per dag nodig om in leven te blijven. 2.500 liter hebben we nodig om voedsel te produceren. De rest is nodig voor dagelijks gebruik en hygiëne. Dat zoet water halen we uit rivieren. Er zijn al rivieren die aan het uitdrogen zijn.

Wereldwijd zitten we momenteel nog niet over een onveilige grens maar we stevenen er wel op af. We gaan dus voorzichtig moeten beginnen omspringen met zoet water.

6. De voedingsstoffen stikstof en fosfor op onze planeet

Op een bepaald moment werden kunstmeststoffen ontwikkeld waardoor we in staat waren om de wereldwijde bevolking te voeden. (Niet dat we dat deden. Bij ons hadden we boterbergen en melkplassen en in Afrika stierven mensen van honger) Dankzij kunstmest kreeg onze economie een enorme boost. Maar doseren was moeilijk en het teveel spoelt uit naar het grondwater, onze rivieren en de oceanen. Die worden overbemest en daardoor krijg je een enorme groei van algen. Die algen gebruiken zuurstof. Omdat er minder zuurstof aanwezig is, komt er nog meer fosfor vrij op de bodem van meren en oceanen. (Da’s een systeem dat zichzelf versterkt). Daardoor hebben we al op verschillende plaatsen ‘dode zones’. Er komt geen dierlijk of plantaardig leven meer voor.

Deze grens hebben we al serieus overschreden. Er wordt nochtans geen aandacht aan besteed. We blijven kwistig vee en stalmest én kunstmest produceren.

Dan zijn er nog twee grenzen waarvan wetenschappers nog niet weten waar die liggen:

7. Nieuwe entiteiten op onze planeet

Dit zijn onder andere microplastics en nucleair afval. Hoeveel we daarvan nog mogen produceren, is niet geweten. We kennen de langetermijneffecten nog niet. Of weten nog niet wat de cumulatieve effecten zijn.

8. Luchtvervuiling op onze planeet

Aërosolen of luchtvervuilende deeltjes die een globaal dimeffect hebben. Als we deze niet zouden hebben, was de klimaatopwarming nog veel erger. Alleen hebben die deeltjes een enorme impact op onze gezondheid en onze luchtwegen. Waar deze grens ligt, weten we ook nog niet.

9. De ozonlaag

Waarschijnlijk heb je al wel gehoord van het gat in de ozonlaag? Dat is een gat boven de Zuidpool dat elk jaar in september ontstaat. Door schadelijke gassen (cfk’s) in spuitbussen en oude koelkasten wordt dit gat steeds groter.

Deze grens is de enige grens waar we de goede kant opgaan. Wetenschappers sloegen alarm en eind jaren ’80 reageerde de wereld. De politiek schoot in actie en verbood de schadelijke stoffen die het gat gemaakt hebben.

Gelukkig zijn er voor de andere grenzen ook nog steeds oplossingen. Maar we moeten wel nu eraan beginnen! We hebben nog 8 jaar, de toekomst van onze planeet hangt af van wat we nu tussen 2020 en 2030 gaan doen.

Oplossingen:

  • minder tot in 2030 geen fossiele brandstoffen meer gebruiken
  • veel bomen planten
  • een gezond dieet met veel minder rood vlees en meer planten
  • een zero-waste / circulaire economie

Ook mensen die niks om de planeet of het milieu geven, zullen hiermee gebaat zijn. Als we binnen de grenzen blijven, zullen wijzelf en onze kinderen gezonder blijven. Er zullen minder conflicten en gevaarlijke situaties uitbreken. En de economie zal stabieler blijven.

Waarop wachten we eigenlijk?

(bron: Breaking bounderies – D. Attenborough, J. Rockström – Netflix)

De ecologische zwemvijver (2)

Het was een werk van lange adem. Door de Covid-crisis was materiaal niet voorhanden en zo, ge kent dat he. Maar ondertussen is hij helemaal af en wachten we ongeduldig op de lente.

De vijver bestaat uit drie delen: een zwemzone, een filterzone en een amfibieënzone met stilstaand water. Tussen de zwemzone en de andere twee zones is een muur gemetst. In heel de kuip ligt een folie in EPDM Greenyard. In de filterzone liggen lavasteentjes waar waterplanten in gezet zijn. Ik koos voor grote waterweegbree (Alisma plantago aquatica), gewone dotterbloem (Caltha palustris), Japanse Iris (Iris ensata), kattenstaart (Lythrum salicaria), watermunt (Mentha aquatica), witte waterkers (Nasturtium officinale) en pijlkruid (Sagittaria sagittifolia). Ik zie het al helemaal zitten als die allemaal gaan bloeien! En al dat leven dat daar gaat naartoe komen!

De planten in de amfibieënzone ga ik zetten in het voorjaar. De zone is zo’n 30 cm diep en ongeveer 2 m2 groot. Tips voor mooie planten die niet woekeren, zijn altijd welkom.

Toen kwam het moment dat we mochten vullen met water. Blijkbaar raadt men aan om een zwemvijver met leidingwater te vullen. Maar Ecoworks zei dat we de helft regenwater mochten gebruiken. Da’s zelfs beter voor de pH. Dan is het water niet te basisch of te zuur. Wij vulden met 2/3 regenwater en 1/3 leidingwater. Daarna voegden we een ‘starter’ voor het vijverwater toe. Dit zijn heterotrofe microörganismen. In mensentaal wil dit zeggen: reinigingsbacteriën die vuil in het water opeten en zo kunnen blijven leven. Zij zorgen ervoor dat nitriet en ammonium wordt afgebroken en het water zuiver blijft. Eigenlijk kan je dit vergelijken met de microörganismen in onze darmen (probiotica) en de schimmels en bacteriën in een gezonde tuinbodem. Zij zorgen er ook voor dat ons lichaam voedingsstoffen kan opnemen.

‘Levende’ darmen waar geen antibiotica nodig is. Een ‘levende’ bodem waar geen pesticiden nodig zijn. En ‘levend’ zwemwater waar geen chloor nodig is.

Daarbij sturen de pompen ook nog eens al dat water vier keer per dag door de filterzone. Je kan je dus wel voorstellen dat zo’n water zeer aangenaam en zacht gaat zijn om in te zwemmen.

Dat zwemmen, daar kon hier trouwens niet mee gewacht worden. Twee weken geleden om twee uur ’s nachts heeft een kameraad van jongste zoon de vijver ‘ingezwommen’. Hilarisch! Ik zat nog beneden wegens niet kunnen slapen door de nachtdiensten die nog niet verteerd waren. Ik hoorde hen overleggen: “Gaat ge dat nu wel doen?” “Ja, hou de handdoek klaar.” En toen een plons en brullen van de kou. Welgeteld 24 seconden en hij was er terug uit! Ik ben toen lekker warm wat dieper onder mijn dekentje gekropen en heb zitten lachen met zoveel jeugdig enthousiasme.

We eten ons dood

We eten ons dood

Ik volgde Louis De Jaeger al een tijdje als fan van zijn acties ‘Bye Bye Grass’ en ‘maai mei niet’. Prominent aanwezig in de media, jong en enthousiast en afkomstig uit de Westhoek. Niet iemand die ik ooit persoonlijk zou ontmoeten … dacht ik.

En toen was ons boek ‘Onze Aarde Vieren’ af en gingen we op zoek naar een uitgever. Snel waren er twee zeer geïnteresseerd en eentje wilde zelfs direct een afspraak met ons. Tot ze daags voordien afbelde. Want Louis De Jaeger had ook een boek geschreven, zei ze. Over dezelfde thematiek als wij, met focus op de landbouw. En vermits hij zo’n mediafiguur is, wilde ze zich met ons niet in een financieel avontuur storten.

Toeme toch! Onze teleurstelling was gelukkig van korte duur want de klik die we daarna met Stichting Kunstboek hadden, was fantastisch.

Als we nu eens aan Louis vroegen om ons boek te lezen en een commentaar op de achterflap te zetten. Want hij had ‘ons goed liggen gehad’ en kon nu maar iets terugdoen, vonden we zeer stout. (En nu hoor ik zijn zalige lach bulderen tot hier)

Louis bleek ook gewoon in de omgang een zeer toffe gast te zijn! We werden uitgenodigd op zijn boekvoorstelling en hij kwam naar de onze. Een warme vriendschap ontstond. ‘Samen voor onze planeet, alle kleintjes doen ertoe en we trekken iedereen mee’ is het gevoel dat we hebben.

‘We eten ons dood’ leek mij aan de titel te zien een negatief boek. Maar de ondertitel ‘Hoe we met onze landbouw de wereld kunnen redden’ geeft hoop. Het verhaal leest als een trein en een plooifietske (als je het boek leest, kan je mee). Ik werd helemaal meegezogen in de avonturen van Louis en zijn vriendin.

De achtienjarige Louis wil boer worden maar weet niet goed wat voor een soort boer. Daarom trekt hij samen met zijn vriendin op reis. Hij begint een zoektocht gedurende vijf jaren van in Amerika tot in de Westhoek en bezoekt allerlei boeren.

Ik vind het zo mooi hoe hij zichzelf voortdurend in twijfel trekt. Louis stelt zich ook open voor landbouwmethodes waar hij instinctief een afkeer voor heeft. Hij gaat zelfs op bezoek bij Bayer-Monsanto. De Sustainable Operations Manager, Marc Sneyders, die hem ontvangt is zo’n vriendelijk man. Die vertelt dat Bayer zich in de toekomst veel minder met pesticiden zal bezighouden. ‘Precision farming’ is de toekomst. Als Louis hem vraagt of hij zijn kinderen liever onbespoten appels of pesticidenappels geeft, kiest hij resoluut voor het laatste! Hij gelooft écht dat pesticiden geen kwaad kunnen. Louis is er helemaal zijn kluts van kwijt en gaat uithuilen bij zijn vriendin. Hij heeft er een ‘identiteitscrisis’ van zoals hij zelf zo mooi beschrijft.

Het gaat natuurlijk over veel meer dan pesticiden alleen in dit boek. Louis praat met bodemdeskundigen, professors, topdokter Guy T’Sjoen (endocrinoloog), klimaatexpert Pieter Boussemaere, … Zelfs met Kate Raworth, uitvinder van de donuteconomie, drinkt hij een biertje. En velen meer. Je krijgt het ene inzicht na het andere en denkt ‘maar ja, dat is het!’

Wat mij het meest bijgebleven is uit dit boek is hoe hij vertelt over onze maatschappij die polariseert. Die polarisatie is niet ‘bio’ tegen ‘non-bio’. Maar wel: ‘we moeten zorg dragen voor de bodem’ tegen ‘we moeten de wereld voeden’.

Naar mijn gevoel is dat ‘de wereld voeden’ niet helemaal juist. We voeden momenteel de wereld toch niet? Hoeveel armoede en honger is er niet? Deze stelling wordt gebruikt als excuus voor het feit dat we onze planeet en de dieren aan het uitbuiten zijn!

Zo vertelt Louis over koeien die gras eten. Ha ja, want gras heeft de beste energie-eiwitverhouding voor hen. Maar het landbouwbedrijf moet zo rendabel mogelijk zijn. Da’s het belangrijkste. Met gras alleen kan een koe niet de productiviteit halen waarvoor ze gefokt is. Daarom wordt er ook maïs gegeven. En soja waarvoor regenwouden in Brazilië gekapt worden. Dat wordt dan met vervuilende schepen naar Europa vervoerd. Zo ontstaat er een ‘stikstofonbalans’. Ik citeer wat Louis schrijft: “We onttrekken alle stikstof aan Brazilië, exporteren die naar Europa om onze dieren mee te voederen, die dieren doen ‘kaka’ en die ‘kaka’ komt op onze bodem terecht.” De natuur in Vlaanderen wordt verstikt door de stikstof en in Brazilië is er te weinig.

Ik denk aan wat wij schreven in ons boek over koeien. Koeien zijn niet slecht voor het klimaat. We moeten ze gewoon in het gras laten. Daarvoor zijn ze gemaakt. Er zijn wereldwijd veel permanente graslanden, waar niks anders kan groeien. Maar mensen eten geen gras. Door koeien te laten grazen, zetten ze niet eetbaar land voor de mens om tot beefsteak, voedsel voor ons.

Enorm veel bewondering heb ik voor Louis! Hij wil de ‘symptoombestrijdingsmaatschappij’ achter ons laten en het ‘tijdperk van samenwerken’ ingaan. Zijn jeugdigheid, intelligentie en bevlogenheid zouden er wel eens kunnen voor zorgen dat het hem lukt onze planeet te redden! Na #ByeByeGrass en #maaimeiniet wil hij nu een #ByeByePesticide revolutie starten. Blijf hem zeker volgen!

Hoe Apodemus het hazenpad koos

Ik hol nog steeds achter de feiten aan door dat ene project. Maar gisteren was het er uiteindelijk toch van gekomen om de serre winterklaar te maken. Een maand te laat, ik weet het. Het enige wat ik nu nog kon proberen, was pluksla en veldsla zaaien.

Eerst begon ik met de laatste tomaten en komkommers te oogsten. De gele bes tomaat had niet zo goed opgebracht, vond ik. Nochtans hadden er veel bloemetjes op de struik gestaan. Tijdens het opruimen van de struiken zag ik ineens hoe de grond omgewoeld was en met een bergje lag.

Mmm, toch maar eens met mijn riek in geprikt. Vliegensvlug sprongen daar drie pluizige beestjes uit. Twee ervan vonden direct de weg door de open deur. De derde sprong, holde zichzelf voorbij en zoefde steeds voorbij de deur. Het beestje was helemaal in paniek. Hij had een glimmende, gezonde vacht met een beetje een rosse schijn. Dat kon ik al waarnemen terwijl hij me steeds maar voorbij rende.

Uiteindelijk, helemaal buiten adem kwam hij in een hoekje van de serre terecht. Voorzichtig bukte ik me en vroeg zijn naam. Hij antwoordde niet maar bleef me brutaal met zijn donkere oogjes aankijken. Dan maar een foto genomen en Waarnemingen.be vertelde me dat hij Apodemus sylvaticus heet.

Apodemus vertrouwde het echt niet. Trillend bleef hij me in ’t oog houden en ik hem. Het was een man, dat wist ik zeker. Want omdat ik zo bleef staren, werd ie helemaal onzeker. Hij begon zijn schattige handjes te wassen. Wilde hij een goede indruk maken op mij? Of zou hij me nu terstond een pandoering willen geven? Voorzichtig schuifelde ik een beetje dichter. Zoveel avances had ik niet mogen maken want Apodemus sprong op, liep vliegensvlug weg en verstopte zich onder een blaadje in de serre.

Daar moest ik geen moeite meer in steken, die zou ik toch nooit over zijn angst voor vrouwen heen krijgen. Dus besloot ik hem maar te negeren en ging ik terug verder tomaten plukken.

Apodemus deed me denken aan ‘Circle of life’ uit The Lion King. Hij hoort erbij. In het wild leeft hij ongeveer een jaar en staat op het menu van bosuilen en wezels. Maar ook vossen, marterachtigen, kerkuilen en ransuilen lusten hem. Die komen hier allemaal in den hof. Hijzelf is een opportunist en eet wat hij kan vinden. Maar hij eet ook slakken! In Groengenot zijn dat de enige beesten die een beetje té overvloedig aanwezig zijn.

Op een bepaald moment had Apodemus toch de deur gevonden. Want toen ik even opkeek door het raam, zag ik hem door den hof ‘sjeezen’. Hij had het hazenpad gekozen. Of was het het ‘bosmuizenpad’?

Infuus

Nee, deze titel heeft niks te maken met mijn job in de zorg. 😉

Wel met mijn bijberoep. Ja, zot hè, ik ben nu een schrijver in bijberoep. Heb een ondernemingsnummer moeten aanvragen en mag nu net als andere kleine zelfstandigen klungelen met papieren en paperassen. Oh help, ik krijg daar koorts van!

Maar allee, we wijken af. Een boek schrijven, deden Karen en ik eerst voor de fun maar dat ging ons zo goed af dat Stichting Kunstboek ons oppikte. Wie had toen gedacht dat ik als gevolg daarvan voor publiek ging moeten spreken? Had ik dat geweten, …

Karen is dat al gewoon maar op 21 november is het mijn vuurdoop in Infuus – Theehuis in Ternat. We gaan daar een interactieve lezing geven, een boekvoorstelling ‘Onze Aarde Vieren’. Ik heb daar best wel wat zenuwen voor, mijn verlegenheid speelt me parten.

Daarom gingen we gisteren al eens kennismaken. Karen had er een levering van tisanes te doen en zo kon ik ook al eens Eric, de sympathieke uitbater van Infuus, ontmoeten. Eric is een goedlachse man met baardje en pet die leeft voor zijn zaak. We werden verwend met thee en koffie en gezellige babbels tussendoor.

We bleven er een hele voormiddag om onze boekvoorstelling voor te bereiden. Werken in zo’n theehuis, da’s echt wel het aangename aan het nuttige koppelen hoor. De gezellige inrichting, zitten tussen de mensen die van een drankje kwamen genieten, de zon die door het grote raam naar binnen scheen, het uitzicht over Eric zijn kruidentuintje, ik kon dat daar wel uithouden.

Heb je goesting om onze eerste lezing mee te maken? Dan ben je welkom op zondag 21 november om 14 u. Graag inschrijven via de website van Infuus Ternat.