Indische loopeenden

We woonden nog niet zo lang in ons paradijsje toen we een gigantische slakkenplaag kregen.  Niet zo van die mooie huisjesslakjes, nee … vieze, slijmerige, bruine naaktslakken.  Elke avond moest ik op tocht met de schaar om ze in twee te knippen.  Bah, ik voelde me een bloeddorstige moordenaar.  ‘Warom houd je geen Indische loopeenden?’  vroeg Frans De Smedt van Velt.  ‘Indische wat…?!’

Indische loopeenden worden ginder achter ingezet in de rijstvelden om slakken op te eten.  Zij vliegen niet en hebben geen vijver nodig.  En ze zijn verzot op slakken.  Yes, dat was de oplossing!  Frans zijn eendjes hadden toevallig juist aan gezinsuitbreiding gedaan en ik kreeg een koppeltje.  Zo’n koddige diertjes!  En mijn slakken, die overleefden het niet.  Het koppeltje was onafscheidelijk en al vlug werd er een nestje gemaakt.  Op een ochtend kwamen ze met een hele rij kleintjes aangewaggeld.  Zo plezant!

Onze jongste zoon wilde eigenlijk wel eens zien waar dat nestje was, ik had het heel die tijd goed kunnen verzwijgen.  Kwestie van mama eend niet te storen.  Maar nu mocht hij het wel zien.  We kropen tussen de struiken en achter de klimop en daar goed verstopt vonden we het nestje.  Nog één eitje lag erin.  ‘Dat eitje zal niet bevrucht geweest zijn.’ zei ik en nam het op.  En toen piepte dat ei toch, zeker!  Oei, en er was een barstje in.  Voorzichtig pelde ik het eitje verder open en toen lag er een piepklein eendje, met de dooier nog uit zijn poepke, in mijn hand.  ‘Mag ik dat eens vasthouden?’ vroeg mijn zoon. ‘Ik ga dat verder uitbroeden.’  Ik moest lachen, onze zoon en zijn liefde voor dieren.  Dat beestje zou het toch niet overleven.  Het lag op zijn zijde in zijn handjes. ‘Jawel, ik ga dat warm houden!’  Onze zoon is nogal van de koppige soort.  Een uur later liep hij nog steeds met het beestje rond.  En zowaar, het lag niet zomaar meer, het zat op zijn pootjes.  Handjes terug dicht en warm houden.  Tegen ’s avonds kon het zelfs al op zijn pootjes staan!  En toen moesten we op familiebezoek.  ‘Mijn eendje moet mee!’ besliste de zoon.  Ja zeg, dat kon nu toch niet he!  Maar niks aan te doen, zoon hield vol.  Dan maar een ijscreme doosje en een warm doekje genomen en daar het beestje in gezet.  Tante en nonkel keken raar op.  Maar eigenlijk verstonden ze het wel, moeke Hilde had als kind ook zo’n dingen gedaan.😜.  En het eendje zette daar zijn eerste stapjes, op onze zoon zijn schoot.  ‘Ik noem hem Waggel!’  riep onze zoon uit.   Terug thuis wilde zoonlief het eendje mee naar zijn bed nemen.  Maar daar hebben we wel een stokje voor gestoken.  Een kersenpitkussentje warm gemaakt en in zijn doosje gelegd.  Zou hij de nacht overleven?  En ja, de volgende morgen was hij er nog.  Waggel groeide goed.  Onze zoon gaf hem kuikenmeel, mieren, stukjes slak en regenworm.  En als hij in de tuin liep, waggelde Waggel achter hem aan.

image Lees verder