Spannende verrassingen in de tuin

Een zacht en schattig gepiep, dat deed me voorbije zaterdag op zoek gaan.

Het kwam van aan de poel. Al turend door het hoge gras, viel mijn oog ineens op hen: een eend met twaalf kuikens. Haha, ik had het nog gedacht. Sinds enkele maanden kwam hier steeds een koppeltje ‘romantisch doen’. Maar nu was vader nergens meer te bekennen. Misschien omdat de horeca terug open is?

Gisteren waren ze er weer. Het wieden in de fruitkooi met dat gefrunnik en gepiep van het klein grut op de achtergrond, was effenaf gezellig.

En dan … ’s Avonds rond een uur of elf ga ik steeds mijn kippen ‘in hun bed leggen’. De zijdehoenders willen voor ze gaan slapen, steeds nog wat op hun terras zitten. Genieten van de zonsondergang en van de merel zijn avondlied. Maar dan vallen ze daar in slaap en da’s te gevaarlijk in een biodiverse tuin. Ik steek ze dan in hun kot en doe het deurtje dicht.

Op weg naar het kippenhok, hoorde ik in de verte moeder eend luid snaterend van haar oren maken. Welke kleine was er nu al te laat thuis gekomen? Of zat er een kat misschien? Vlug mijn zaklamp genomen en eens poolshoogte gaan nemen. Was me dat verschieten zeg! Anderhalve meter van mij (ja echt! Coronaproof!) zat in het hoge gras een vos! Ik scheen met mijn lamp op zijn kop (een prachtige kop trouwens, met schattige oortjes) en hij had het niet eens door. Zo geconcentreerd was hij op zijn prooi.

Ik voelde me zoals op safari in Afrika. Ontmoetingen met wilde natuur vind ik zo spannend. Moeder eend was naar het midden van de poel gezwommen en haar kuikens wriemelden rond haar heen. De kop van het vosje volgde en ik zag hoe hij zijn spieren opspande. Zou een vos kunnen zwemmen eigenlijk? Ik hield mijn adem in maar toen ik zag dat hij wilde springen, was het sterker dan mezelf. Heel instinctief riep ik ‘Hey!’. Voor mijn ogen een moord laten gebeuren, dat lukte niet. Vosje sprintte als een pijl uit een boog weg en op het water keerde de rust weer.

Allee! Wat had ik nu gedaan?! Zo ingegrepen in de natuur! Nu moest het beestje met honger terug de nacht in. En dertien eenden op onze poel, dat kan toch nooit goed komen? Er zitten wel veel dikkoppen van padden in het water maar die populatie zal snel uitgedund worden met al die hongerige snaters.

In bed vroeg de lieve wederhelft: ‘Zou hij deze nacht terugkomen?’

Deze morgen ben ik nog in pyjama direct eens gaan kijken. Alle eendjes zwommen in het water. Vrolijk piepend en moeder eend druk in de weer om haar kroost bij elkaar te houden. Oef …

Indische loopeenden

We woonden nog niet zo lang in ons paradijsje toen we een gigantische slakkenplaag kregen.  Niet zo van die mooie huisjesslakjes, nee … vieze, slijmerige, bruine naaktslakken.  Elke avond moest ik op tocht met de schaar om ze in twee te knippen.  Bah, ik voelde me een bloeddorstige moordenaar.  ‘Warom houd je geen Indische loopeenden?’  vroeg Frans De Smedt van Velt.  ‘Indische wat…?!’

Indische loopeenden worden ginder achter ingezet in de rijstvelden om slakken op te eten.  Zij vliegen niet en hebben geen vijver nodig.  En ze zijn verzot op slakken.  Yes, dat was de oplossing!  Frans zijn eendjes hadden toevallig juist aan gezinsuitbreiding gedaan en ik kreeg een koppeltje.  Zo’n koddige diertjes!  En mijn slakken, die overleefden het niet.  Het koppeltje was onafscheidelijk en al vlug werd er een nestje gemaakt.  Op een ochtend kwamen ze met een hele rij kleintjes aangewaggeld.  Zo plezant!

Onze jongste zoon wilde eigenlijk wel eens zien waar dat nestje was, ik had het heel die tijd goed kunnen verzwijgen.  Kwestie van mama eend niet te storen.  Maar nu mocht hij het wel zien.  We kropen tussen de struiken en achter de klimop en daar goed verstopt vonden we het nestje.  Nog één eitje lag erin.  ‘Dat eitje zal niet bevrucht geweest zijn.’ zei ik en nam het op.  En toen piepte dat ei toch, zeker!  Oei, en er was een barstje in.  Voorzichtig pelde ik het eitje verder open en toen lag er een piepklein eendje, met de dooier nog uit zijn poepke, in mijn hand.  ‘Mag ik dat eens vasthouden?’ vroeg mijn zoon. ‘Ik ga dat verder uitbroeden.’  Ik moest lachen, onze zoon en zijn liefde voor dieren.  Dat beestje zou het toch niet overleven.  Het lag op zijn zijde in zijn handjes. ‘Jawel, ik ga dat warm houden!’  Onze zoon is nogal van de koppige soort.  Een uur later liep hij nog steeds met het beestje rond.  En zowaar, het lag niet zomaar meer, het zat op zijn pootjes.  Handjes terug dicht en warm houden.  Tegen ’s avonds kon het zelfs al op zijn pootjes staan!  En toen moesten we op familiebezoek.  ‘Mijn eendje moet mee!’ besliste de zoon.  Ja zeg, dat kon nu toch niet he!  Maar niks aan te doen, zoon hield vol.  Dan maar een ijscreme doosje en een warm doekje genomen en daar het beestje in gezet.  Tante en nonkel keken raar op.  Maar eigenlijk verstonden ze het wel, moeke Hilde had als kind ook zo’n dingen gedaan.😜.  En het eendje zette daar zijn eerste stapjes, op onze zoon zijn schoot.  ‘Ik noem hem Waggel!’  riep onze zoon uit.   Terug thuis wilde zoonlief het eendje mee naar zijn bed nemen.  Maar daar hebben we wel een stokje voor gestoken.  Een kersenpitkussentje warm gemaakt en in zijn doosje gelegd.  Zou hij de nacht overleven?  En ja, de volgende morgen was hij er nog.  Waggel groeide goed.  Onze zoon gaf hem kuikenmeel, mieren, stukjes slak en regenworm.  En als hij in de tuin liep, waggelde Waggel achter hem aan.

image Lees verder