Hoe maak je een bloemenweide?

Vorige week kreeg ik een berichtje van iemand uit ons dorp. Dat ze graag een bloemenweide wilde bekomen. En of ik wist of ze hun gazon moesten omspitten of ze bloemen rechtstreeks in de grasmat konden zaaien. En of ik een zaadjesmengsel kon aanbevelen?

Heel blij werd ik van dat bericht! De kortgeschoren gazons die eruit zien als een biljartlaken, die zijn nu eindelijk stilaan aan het verdwijnen. Ge kunt die niet meer mooi houden door de klimaatverandering. Zo’n kort gras wortelt niet diep genoeg en in onze tegenwoordig droge, hete zomers wordt dat direct dor. Daarbij is zo’n woestijn van alleen maar grassprietjes niet interessant voor onze biodiversiteit.

Leve de nieuwe hype van de bloemenweides en bloemenakkers dus! Vele soorten insecten die massaal aan ’t uitsterven zijn maar die we broodnodig hebben, varen er wel bij. Alleen al om plaaginsecten onder controle te houden, hebben we hen nodig.

Maar wat is nu het verschil tussen een bloemenakker en een bloemenweide? In een bloemenakker groeien eenjarige bloemen zoals klaproos, korenbloem en kamille. Je zag die vroeger langs de akkerranden. Het zijn eenjarigen, dus je moet daarvoor elk jaar opnieuw de grond verstoren door te spitten of te freezen. De zaden die het jaar voordien in de grond gevallen zijn, kunnen dan terug kiemen. Verstoor je de grond niet, dan gaan deze bloemen weg en nemen andere soorten het over. Over een bloemenakker ga ik het hier verder niet hebben. Teveel werk voor mij, ik ben een luie tuinier… 😉

In een bloemenweide staan dus tweejarige en vaste soorten. Eigenlijk kan je op twee manieren een bloemenweide aanleggen: een snelle en een trage manier.

De snelle manier

Deze manier is eigenlijk het meest arbeidsintensief omdat je moet starten met verstoorde grond door te spitten of te frezen.  Dit doe je gelukkig maar één keer, alleen bij de aanleg.  Daarna, best in april of mei, ga je een bloemenmengsel zaaien. Je kiest hier voor een graslandmengsel met vaste en tweejarige bloemen. Bij De Bolderik of bij Ecoflora vind je toffe inheemse mengsels. Het is belangrijk niet voor ‘carnavalsmengsels’ te kiezen want die zijn niet interessant voor onze inheemse insecten, bijen en vlinders en daar helpen we hen dus niet mee. Het eerste jaar ga je nog niet veel bloem hebben van deze vaste en tweejarige planten. Daarom is het interessant er toch wat eenjarige bloemenzaden (korenbloem, klaproos, phacelia) tussen te mengen. Dan heb je na enkele weken al bloem en die maken dan in het jaar daarna plaats voor de andere soorten. En heb je het geluk dat er een mol in je bloemenweide woont, dan komen de klaprozen en korenbloemen terug daar waar hij gewroet heeft.  Grassen moet je er niet bij zaaien.  Die komen er wel vanzelf bij.  In je plaatselijke zadenbank zitten verschillende graszaden.

Aan de poel die wij deze winter wat uitgediept hebben waardoor de grond ernaast verstoord was, daar heb ik vorige week zo’n mengsel gezaaid. Ook in het weitje rechtover ons werd wat gewerkt door de buren waardoor er wat blote grond was. We spraken af daar ook wat te zaaien. Ik koos voor het vlinder en bijenmengsel vb2 van De Bolderik. En dat heb ik gemengd met Phacelia. Ik ben dus nu heel blij dat het regent zodat de zaden kunnen kiemen.

De trage manier

Op deze manier begon ik zo’n zeven jaar geleden. In het achterste deel van de tuin maaide ik het gazon niet meer. Ik reed gewoon nog met de grasmachine naar het poortje aan de poel en het poortje naar het vogelboske. En rond het geheel maaide ik ook een rand. Zo was direct het drogbeeld dat lang gras slordig zou zijn, doorprikt. Zelfs mijn schoonmoeder die het graag netjes en proper heeft en die niet moet hebben van lang gras, vond de structuur mooi.

Het eerste jaar hadden we alleen maar bloeiende grassen met wat boterbloemen ertussen. Ook heel mooi hoor! In het najaar heb ik dan gemaaid met de zeis en biobloembollen erin geplant. In het voorjaar hadden we krokussen en narcissen en werd dit stukje gedoopt tot ons biobloembollengraslandje.

Daarna kwamen er al wat meer bloemen uit de buurt: Pinksterbloemen, biggenkruid, duizendblad, … In juli en oktober maaide ik en voerde het maaisel af zodat de grond verschraalde. Een bloemenweide is het mooist op arme grond. Anders worden de planten te groot en vallen ze omver. En vanaf dan ben ik beginnen ‘bedrog doen’. Ik verzamelde zaden van wilde bloemen, knoopkruid uit de wegbermen, sint-janskruid van een velt-markt, zaadjes van wilde margrieten die ik gekregen had, … Die zaaide ik uit in de moestuin. En in het najaar als het gras de laatste keer gemaaid was en niet meer groeide, plantte ik deze plantjes uit in de bloemenweide. Tegen dat het gras in het voorjaar terug begint te groeien, zijn die plantjes goed geworteld en sterk geworden. Op deze manier kan ik steeds nieuwe soorten introduceren.

Waarom het een hype geworden is …

… omdat we nu doorhebben dat een gazon met alleen maar sprietjes saai is, veel werk en direct kapot in onze droge zomers.

Net voor de lockdown kon ik nog een lezing meepikken van landschaps- en tuinarchitect Wim Colet. Ook hij ziet alleen maar voordelen in bloemenweides ipv gazon. En ken je Louis De Jaegher? Hij is landschapsarchitect en lid van verschillende agro-ecologische denktanks. Ik ben fan van zijn acties zoals ByeByeGrass en Make Belgium Wild Again.

Laten we met z’n allen maar wat meer luisteren naar deze mannen! Zij helpen ons om onze tuinen klimaatbestendig te maken. En ’t is nog een mooie hype ook …