Mollen!

Ik heb er een haat-liefde verhouding mee, met die beestjes.  Ik weet wel dat ze heel goed zijn voor de bodem.  Ze houden die luchtig en verorberen heel wat schadelijke insecten.  Alleen hun molshopen, daar krijg ik het van.  Het grasveld ziet eruit als een huid vol acne.  En in de border komen ze boven juist daar waar met veel zorg nieuwe plantjes gezet zijn.  Grrr!   Vroeger ging ik ze te lijf met een mollenklem en spijtig genoeg voor hen was ik daar wel bedreven in.  Maar door de jaren heen kreeg ik wroeging.  Al die moorden op mijn geweten!  Nu ging ik het anders aanpakken.  Ik haalde een potje ‘Anti Ravage van Ecostyle’.imageDat zijn bolletjes die voor mollen een penetrante geur verspreiden.  Zelf vond ik ze nogal naar lavendel ruiken, niet slecht.Alle molshopen opgeschept en 3 bolletjes per hoop in de gangen gestopt.  Wat een werk!  En denkende dat uit deze bollen geen bloemen gingen groeien.  Eerlijk gezegd vond ik het geen plezant werkje.  En zou het iets uithalen?  De volgende morgen zonk de moed me in de schoenen.  Terug 2 hopen in het gras!😁. Bij de ene lagen de bolletjes er zelfs bovenop!  Wat een regelrechte oorlogsverklaring!  Toen heb ik mijn mollenklem  weer boven gehaald.  Ik ben ook niet heiliger dan de paus he.  Gelukkig is het beestje er niet in getrapt.😄. En dan was er een kentering.  Een week geen enkele molshoop!  Tot er weer ene verscheen.  Maar al de ecostyle bolletjes waren op.  Dan heb ik maar, hopelijk zit u niet aan het ontbijt terwijl u dit leest, paaseitjes van onze hond in de gang gestopt.Karoo & Fideel (17 van 17)  En dat is nu 2 weken geleden!  Ik heb geen enkele molshoop meer!!!  Yes, en dat zonder dat ik heb moeten moorden!  Ik vind mollen terug heel schattig, lief en heel nuttig voor de tuin…

image

Indische loopeenden

We woonden nog niet zo lang in ons paradijsje toen we een gigantische slakkenplaag kregen.  Niet zo van die mooie huisjesslakjes, nee … vieze, slijmerige, bruine naaktslakken.  Elke avond moest ik op tocht met de schaar om ze in twee te knippen.  Bah, ik voelde me een bloeddorstige moordenaar.  ‘Warom houd je geen Indische loopeenden?’  vroeg Frans De Smedt van Velt.  ‘Indische wat…?!’

Indische loopeenden worden ginder achter ingezet in de rijstvelden om slakken op te eten.  Zij vliegen niet en hebben geen vijver nodig.  En ze zijn verzot op slakken.  Yes, dat was de oplossing!  Frans zijn eendjes hadden toevallig juist aan gezinsuitbreiding gedaan en ik kreeg een koppeltje.  Zo’n koddige diertjes!  En mijn slakken, die overleefden het niet.  Het koppeltje was onafscheidelijk en al vlug werd er een nestje gemaakt.  Op een ochtend kwamen ze met een hele rij kleintjes aangewaggeld.  Zo plezant!

Onze jongste zoon wilde eigenlijk wel eens zien waar dat nestje was, ik had het heel die tijd goed kunnen verzwijgen.  Kwestie van mama eend niet te storen.  Maar nu mocht hij het wel zien.  We kropen tussen de struiken en achter de klimop en daar goed verstopt vonden we het nestje.  Nog één eitje lag erin.  ‘Dat eitje zal niet bevrucht geweest zijn.’ zei ik en nam het op.  En toen piepte dat ei toch, zeker!  Oei, en er was een barstje in.  Voorzichtig pelde ik het eitje verder open en toen lag er een piepklein eendje, met de dooier nog uit zijn poepke, in mijn hand.  ‘Mag ik dat eens vasthouden?’ vroeg mijn zoon. ‘Ik ga dat verder uitbroeden.’  Ik moest lachen, onze zoon en zijn liefde voor dieren.  Dat beestje zou het toch niet overleven.  Het lag op zijn zijde in zijn handjes. ‘Jawel, ik ga dat warm houden!’  Onze zoon is nogal van de koppige soort.  Een uur later liep hij nog steeds met het beestje rond.  En zowaar, het lag niet zomaar meer, het zat op zijn pootjes.  Handjes terug dicht en warm houden.  Tegen ’s avonds kon het zelfs al op zijn pootjes staan!  En toen moesten we op familiebezoek.  ‘Mijn eendje moet mee!’ besliste de zoon.  Ja zeg, dat kon nu toch niet he!  Maar niks aan te doen, zoon hield vol.  Dan maar een ijscreme doosje en een warm doekje genomen en daar het beestje in gezet.  Tante en nonkel keken raar op.  Maar eigenlijk verstonden ze het wel, moeke Hilde had als kind ook zo’n dingen gedaan.😜.  En het eendje zette daar zijn eerste stapjes, op onze zoon zijn schoot.  ‘Ik noem hem Waggel!’  riep onze zoon uit.   Terug thuis wilde zoonlief het eendje mee naar zijn bed nemen.  Maar daar hebben we wel een stokje voor gestoken.  Een kersenpitkussentje warm gemaakt en in zijn doosje gelegd.  Zou hij de nacht overleven?  En ja, de volgende morgen was hij er nog.  Waggel groeide goed.  Onze zoon gaf hem kuikenmeel, mieren, stukjes slak en regenworm.  En als hij in de tuin liep, waggelde Waggel achter hem aan.

image Lees verder

Het droeve liefdesverhaal van Sieke en Fideel

Voorwoord :

Sieke en Fideel waren een tante en nonkel van mijn vader.  Zij woonden naast mijn oma in het naburige dorp.  Hij zat altijd op een bankje op het dorpsplein.  Zijn dag was goed als hij iemand had kunnen beetnemen.  Zij was een beetje ziekelijk, zat altijd binnen zichzelf te beklagen.  Het was een koddig koppel!  Maar ze waren een begrip, iedereen in het dorp kende hen.

Wat ik nu eigenlijk wil vertellen :

We hadden een ‘vogelbosje’ aangelegd in onze tuin met hulp van het Regionaal Landschap Groene Corridor.  Streekeigen groen zoals Gelderse Roos, Kardinaalsmuts, Sleedoorn, Rode kornoelje, Vlier  e.a. waren ze komen aanplanten.  Maar het gras groeide even weelderig als de struikjes zelf en ik was er al een paar keren met de grasmachine door gegaan.  Dat vond ik niet zo plezant.  Lopend achter dat ronkende beest, bedacht ik dat een koppel ganzen die het gras afbijten, toch wel veel gezelliger zou zijn.  Zo gezegd zo gedaan, een zoekertje op de Velt website gezet.  Ik kreeg nogal vlug reactie van enkele tuinmannen van het Vrijbroekpark in Mechelen.  Of ik een koppeltje witte ganzen wilde adopteren want op hun vijver zaten er veel te veel.  Ze wilden ze zelfs tot bij ons brengen!  Natuurlijk was ik enthousiast!  Hilarisch was het hoe ze bij ons toekwamen.  In een bakkersautootje met de ganzen los op de achterbank!!!  De ene tuinman kroop langs de kofferdeur in de camionette terwijl de andere de deur vasthield.  Dan begon de auto te schokken omdat de ganzen van hier naar daar vlogen.  Na heel wat tumult mocht de deur terug open en na een wolk van stof en pluimen kwam daar de tuinman uit gekropen met onder iedere arm een gans…

Het koddige koppeltje voelde zich al heel snel thuis bij ons.  We doopten hen Sieke en Fideel.  Heel ijverig deden zij hun werk, bijten aan het gras.  Het was zo’n mooi koppel, ze bleven steeds bij elkaar.  In het voorjaar maakte Sieke een nestje en legde daar mooie, grote, witte eieren in.  Kleine gansjes zijn er spijtig genoeg niet uitgekomen.  Maar niet getreurd, ze hadden elkaar en volgend jaar een nieuwe kans.  Tot het noodlot toesloeg!  Het had die nacht heel hard gestormd.  Echt ruig had het gedaan, gedonderd en gebliksemd.  De volgende morgen lag Sieke…dood.  Hoe kon dit nu?!  Ze was de dag ervoor helemaal gezond en ze was ook niet gekwetst.  Gestorven van de schrik van de storm?  We weten het niet.

Nu was Fideel weduwnaar.  Hij liep daar zo alleen, het was echt aandoenlijk.  Nu heb ik op mijn werk een hele toffe collega die bij haar thuis ook veel dieren heeft.  Zij stelde voor dat ik bij haar een ander Sieke mocht komen halen.  Ik was zo blij!  Het is wel moeilijk om het geslacht bij een gans te zien dus na wat vergelijkende studie dachten we wel dat we een vrouwtje gepakt hadden.  Wij naar huis met de nieuwe gans, wel in een hokje, niet zoals de mannen van het Vrijbroekpark.  Onze Fideel was zo blij!

En dan kwam de lente.  Onze jongste zoon zei : ” moeke, die ganzen doen judo!”   Inderdaad!  Onze Fideel probeerde zijn huiswerk te maken maar hij mocht er niet op!  Ons Sieke was geen Sieke maar ne Gerard!  Tja, de toffe collega verwittigd dat we ons vergist hadden. ” Na de zomer kom je maar een andere halen, dan kunnen we goed observeren welke de vrouwtjes zijn.” zei ze.  Eindelijk was het zover.  Gerard terug in de auto gezet en wij weg.  Maar de man van de toffe collega was niet thuis en ineens was het toch weer moeilijk om het verschil tussen de mannetjes en de vrouwtjes te zien. Om een lang verhaal kort te maken, het volgende voorjaar deden ze weer judo.

“Nu gaan we het anders doen”zei de toffe collega.  “Alle ganzen die dit voorjaar op een nest zitten, doen we een strikje aan.  En als de kuikens groot genoeg zijn, krijg je een vrouwtje.  En dan zullen ze geen judo meer doen.”  En zo geschiedde het.  We kregen een echt Sieke.  We zagen het direct.  Zij liep veel lager dan Fideel en haar buikje was zo wat uitgezakt van het eieren leggen.  Eindelijk gelukt!   Maar… hun geluk was van korte duur!  We hadden al enkele keren bezoek gehad van een vos.  Die had al enkele kipjes verschanst en ook onze loopeendjes had hij verorberd. (Over die diertjes vertel ik een andere keer).  De kippen werden vanaf dan ’s nachts opgesloten in hun hok.  Maar ganzen slapen buiten.  We waren er echter gerust in dat ze zich niet zomaar zouden laten pakken.  Onze hond, een Rhodesian Ridgeback, was zelfs bang van Fideel.  Helaas!  Op een ochtend kwam Sieke alleen aangewaggeld.  In het gras vond ik een spoor van witte pluimen.  Onze Fideel is over twee afsluitingen gesleurd en uiteindelijk vond ik zijn overblijfselen vanachter aan de poel.  Wat een beest had dat gedaan!image  Nu was Sieke weduwe!  Hoe konden we haar nu beschermen?!  De lieve wederhelft had de oplossing.  We zetten haar in het andere kippenhok aan het tuinhuis en ’s nachts laten we daar een radio spelen.  Dit werkt heel goed.  De vos is hier nog geweest, buren zagen hem door de straat sluipen maar Sieke die naast de radio slaapt, laat hij gerust.

Maar nu is zij alleen.  De toffe collega heeft ondertussen geen ganzen meer.  Dus nu zoeken we terug een Fideel…Karoo & Fideel (11 van 17)
Onze Fideel en Karoo, de hond.

De kippenwoonwagen

’t was zo’n druilerige zondagnamiddag zoals nu toen de lieve wederhelft en ik met de auto ergens naartoe reden.  Mijn blik was zoals altijd op de tuintjes gericht en ineens zag ik het staan : een versleten woonwagentje gemaakt van een oude driewielskar.  ‘Wauw!’ riep ik uit, ‘zo iets tof!’  Toen passeerden we het karretje en zag ik de achterkant.  Daar hing een bordje ‘te koop’ op.  ‘Stop, stop!’ riep ik.  Mijn schat dacht al dat hij iets aangereden had ofzo en drukte met bonzend hart op de rem.  ‘Dat karretje is te koop.  Zou dat niet tof zijn voor onze kippen?’ zei ik stilletjes, toch wat verschoten van zijn snelle reactie.  Hij zag mijn glinsterende ogen en begon te lachen.  Ik zag hem zo denken : ‘o jee, daar gaat ze weer!  Wat gaan we nu weer beleven?!’  Maar hij stapte toch mee uit en we gingen wat naderbij kijken.  Het telefoonnummer genoteerd en terug thuis heb ik dan gebeld.  Ik heb het gekocht.image Lees verder