We mogen met zijn allen geen chemische bestrijdingsmiddelen meer gebruiken in de tuin. Goede zaak vind ik! Dit is al een eerste stap in de juiste richting. “Jamaar, dat is niet eerlijk. De boeren mogen nog wel spuiten.”, hoor ik dan. Tja, een heel landbouwsysteem verander je niet zomaar van vandaag op morgen. Daar is wat meer tijd voor nodig, maar het komt wel.

Ons terras nu, want daar gaat het hier over. Daar mogen we dus ook niet meer op spuiten. Ik kan me voorstellen dat er al wel wat mensen met de handen in hun haar zitten. Nochtans moeilijk is het helemaal niet.
Na de winter kan er serieus wat groenaanslag zitten op je terrastegels. Veel mensen gaan dan schrobben met javel of bleekwater, chloorproducten dus. Helemaal niet zo gunstig voor het bodemleven en het geeft ook nog eens lelijke vlekken op je kleren. Eigenlijk schrob je beter met ecover (of biotex) waspoeder opgelost in een emmer warm water. Deze waspoeders bevatten bepaalde enzymen die de celwanden van het mos beschadigen. En inderdaad, ik probeerde het dit voorjaar, het mos werd bruin en verdween.
Wat met ongewenste planten tussen de terrastegels? Soms, in ’t passeren, zal ik er wel eens enkele plukken maar er is een snellere en simpeler methode. Alle dagen maak ik thee met zo’n gezellig fluitketeltje. Ik ben een echte theedrinker. De overschot van het hete water giet ik over de planten. Je ziet ze zo slinken als spinazie in de kookpot. De dag erna eens vegen met de stijve borstel en alles is weg. Dit resultaat is natuurlijk niet blijvend. Met gif trouwens ook niet, want anders zouden ze niet meer kunnen verkopen. Maar na enkele weken kan je dit herhalen. Op den duur put je de plant zo uit dat hij er het loodje bij legt. De aanhouder wint.


Als je dan zo’n terras zonder gif hebt, wordt het interessant. Gewenste planten gaan er zich ook thuis voelen. Lavendel bijvoorbeeld groeit graag op een stenige ondergrond. Onze buurvrouw viel onlangs bijna omver van verbazing : “Allee, ik heb daar 2,5 euro per plantje voor betaald en hier groeien die gewoon uit de terrastegels!” Tja… In onze kruidentuin staat lavendel. En die heeft zich gewoon op het terras uitgezaaid. Ook een bloedzuring zie je op de foto.

Of een Muurleeuwenbek (Cymbalaria muralis) stond hier ook ineens. Van waar die kwam, dat weet ik niet.

Je kan het lot ook een beetje helpen. Ik zie graag Steenanjer ( Dianthus deltoides). Wat zaadjes tussen de tegels strooien en voila… Is dit slordig en vuil volgens jou?











Ik heb deze maand terug eens een beetje gewerkt in deze border. Een heel uur lang! Voor een oppervlakte van 16 op 3 meter is dat toch geen hard labeur he? Ben eens rondgeweest met mijn ‘schupje’ om wat kruipende boterbloem uit te steken. En heb de rand van het gazon wat bijgewerkt. Onkruidgroei heb ik hier bijna niet. Ik houd de bodem zoveel mogelijk bedekt met snippers van de vaste planten na de winter. Dat is ook veel mooier dan een blote grond. Binnenkort zijn de planten dan terug zo gegroeid, dat de bodem vanzelf bedekt wordt. Geen plaats voor onkruid om te kiemen dus.




( Viburnum tinus, wintergroene soort, niet gevoelig voor bladluis)
Het bosanemoontje ( anemone nemorosa) is een lage vaste plant uit de ranonkelfamilie. Het heeft lieve, witte bloempjes en bloeit tussen maart en mei. Heel kenmerkend is de wortelstok met witte knoppen erop juist onder het grondoppervlak. Het plantje is niet zomaar tevreden met zomaar elke tuingrond. Het groeit graag op een losse, voedselrijke bodem die winternat is, vooral in bos en onder bladverliezende struiken. In het hallerbos (van de bekende blauwe boshyacinten) vind je ze nu in overvloed. Ik heb ze bij ons in de tuin aan de rand van ons vogelboske, onder de struiken gezet en elk jaar krijg ik er meer en meer. Het plantje groeit aan dankzij zijn kruipende wortelstok. Maar ook mieren zouden helpen bij de verspreiding. De zaden hebben een mierenbroodje waar ze verzot op zijn. De noeste werkertjes zeulen de zaden mee, morsen wat onderweg en een nieuw plantje kan ontstaan. Toch prachtig he!
Speenkruid (Ficaria verna of Ranunculus Ficaria) is ook zo’n tof vast plantje uit de ranonkelfamilie. Het is een laagblijvend plantje, niet hoger dan 5 cm met boterbloemgele bloempjes. Deze groeit liever in de zon of lichte schaduw en ook op vochtige, humeuze grond. De wortelstokken zijn knotsvormig verdikt, de zogenaamde speentjes. Dit zijn reserveorganen waaruit het volgende jaar de nieuwe planten ontstaan. Er is ook een ongeslachtelijke voortplanting door okselknolletjes die vooral na de bloei in de oksels van de bladstelen zitten. Speenkruid kan veel voedsel opslaan en zo de planten in de buurt benadelen. Daarom wordt het door sommigen als onkruid beschouwd. Alle soorten kolen doen het naast dit plantje niet goed. Het bloeit van maart tot april en verdwijnt daarna terug onder de grond.
Steeds meer en meer kleur vind ik hier in deze border. Het is echt plezant om alle dagen eens te komen kijken. Deze maand heb ik niks gewerkt hier. Ik ben van plan dit jaar eens bij te houden hoeveel werkuren ik hier spendeer. En wat ik dan doe. Zo kunnen jullie zelf oordelen hoe arbeidsintensief zo’n border is.













