Waarom zou je het nog kopen als je tuin of terras vol staat met kruiden? Het is zo makkelijk zelf te maken! Vroeger kocht ik herbamare van dr Vogel maar ik vind mijn eigen mengeling even goed. Daarbij is het altijd plezant als je kan zeggen dat het uit de tuin en zelfgemaakt is.

Ik leerde het jaren geleden van Moniek Van De Voorde, echtgenote van Frans De Smedt van Velt. Bij die mensen kom ik graag! Hij weet alles maar dan ook alles over planten en tuinieren. Zij tovert de meest originele, gezonde en smakelijke dingen met zijn oogst. Je krijgt gewoon energie van hen! Hoe zij in het leven staan, daar word ik zo super blij van… In haar gezellige keuken toonde ze ons hoe je kruidenzout maakt. Dit doe ik haar nog steeds na.

Ik begin met een mooie bokaal uit te zoeken. Want hij staat wel enkele maanden op mijn keukenkast. Als de kruiden in ons kruidentuintje mooi staan, oogst ik. Ergens in april ben ik begonnen met Roomse kervel. Die heb ik fijn gesneden, in de bokaal gedaan en daar een flinke laag zout over gestrooid. Bokaal afsluiten en voilà.
Zo heb ik een hele zomer kruiden geoogst, steeds fijn gesneden en een laag zout erop gedaan. Na de Roomse kervel oogstte ik Rozemarijn, Marjolijn, Bieslook, Salie, Lavas, Groene selder en Tijm. Na elke laag kruiden, kwam een laag zout. De laatste laag kruiden met zout erop heb ik ook nog enkele weken laten trekken. Het zout wordt nat door de kruiden en krijgt een zalige geur en smaak.

Op een druilerige, donkere, koude dag in het najaar, zo’n dag waarop je niet buiten wil komen, doe ik dan de afwerking. Allee ja, veel moet je niet meer doen. Gewoon je oven op 50° zetten, het natte zout en kruiden op een ovenschaal storten en in de oven laten drogen. Je huis vult zich dan met een heerlijke geur! Ik plaats een vork tussen de ovendeur zodat het vocht goed weg kan. En dan genieten…
’s Avonds als alles droog is, maal ik dan fijn. Ik doe het gewoon met een electrisch koffiemolentje. Maar als je een blender hebt, is dat nog makkelijker.

Ik heb altijd al een mengeling van kruiden gebruikt. Maar zo kan je ook selderijzout of basilicumzout of … maken. Wees maar creatief, dit kan jij ook…

Dit jaar oogstte ik mijn yacon op 25 oktober. Ik ging een aantal drukke dagen tegemoet zodat ik echt niet kon oogsten en ik wilde niet overvallen worden door de vorst. Yacon, zowel de plant zelf als de knollen kunnen echt niet tegen vorst. De eerste lichte nachtvorst, dat kan geen kwaad. Die hadden we trouwens al gehad. Enkele bladeren waren zwart geworden. Maar de jonge groeiknoppen stonden nog mooi groen. Dus de planten konden nog wel even blijven staan. Pas na 21 september beginnen de ondergrondse knollen dikker te worden. Het is dus belangrijk ze lang genoeg te laten staan.







Nog zo’n bloemekes die ik plezant vind om te hebben. Allee, zeg maar bloemen, want ze hebben zo’n vijf cm diameter. Hibiscus trionum of drie-urenbloem, elke bloem zou maar drie uren bloemen. Dat merk je echter niet, er staan er genoeg op. Ze is van de kaasjeskruidfamilie of malvaceae. In Azië, Afrika en Australië wordt ze beschouwd als onkruid. Ze staat er op braakliggende terreinen en zaait zich er vrolijk uit. Ik kocht ooit enkele plantjes bij ‘Silene’, kwekerij van speciale een- en tweejarigen. Ze zaaien zichzelf steeds uit en zo staan ze elk jaar in onze tuin te blinken.
Nee, niet de blauwe bloemen die je ziet, die zijn van ipomoea, blauwe winde. Die zaaide ik ooit eens in de moestuin en sindsdien komt die steeds terug. De bloemen van yacon zijn gele ‘zonnebloemekes’. Sinds vorig jaar teelt ik deze onbekende groente in de moestuin. Ik kreeg een plantje van Frans De Smedt van velt en dat werd meer dan een meter hoog.
Van deze groente, superfood wordt ze ook wel genoemd, eet je de ondergrondse knollen. De eetknollen dan, want er groeien nog een andere soort knollen aan de plant : de groeiknollen. Meer info vind je 
Vorig jaar volgde ik een workshop ‘zaden oogsten’ bij plantenkwekerij Silene in Buggenhout. Lieve Adriaenssens nam ons mee in haar tuin en vertelde honderduit over haar planten. We mochten van onze favorieten zaden nemen. Hier nam ik zaad mee van Tagetes linnaeus. De bloemen zijn enkelbloemig, niet gevuld en ogen daardoor veel natuurlijker. De plant zelf kan wel tot een meter hoog worden. Tagetes die mooi te combineren is in een natuurlijke beplanting.







De voorbereiding vind ik natuurlijk het leukst : de kool telen. In maart zaai ik binnen in een zaaiteiltje. Ik zweer bij de varieteit ‘Rodynda’, een biodynamische selectie met een donkerrode, zeer dichte en ovalen krop.
Ze lukken altijd goed bij mij. Als de plantjes twee echte blaadjes hebben, naast de twee kiemblaadjes, mogen ze elk in een eigen potje. Daar nog een beetje groeien en dan de tuin in. Dit jaar heb ik mijn kolenbed afgedekt met een insectenvlies. Niet dat ik al last gehad heb van de koolvlieg, maar wel van koolwitjes. Ik heb hier al serieus mijn best gedaan om de vlinderpopulatie in stand te houden. Alleen de rode kolen, daar blijven ze af.
Wat heb je eigenlijk nodig voor rode kool? Een flinke kool natuurlijk. Ook nog een kilo of twee appeltjes. En dan een ui, ongeveer drie soeplepels azijn en evenveel water, peper, zout en ahum, suiker. Over die suiker ga ik straks een geheim verklappen.











