Dit stukje schrijf ik speciaal voor mijn buurvrouw, collega en boezemvriendin. (Jaja, dit is een en dezelfde persoon, zalig he.) Ze weet wel waarom ik dit schrijf, inside joke…😜 Ook een beetje voor mijn jongens, die hopelijk vanavond nog tegen mij zullen spreken…
Ondertusen staat mijne pot gezellig te pruttelen en zal ik hier eens vertellen hoe ik rode kool klaarmaak.
De voorbereiding vind ik natuurlijk het leukst : de kool telen. In maart zaai ik binnen in een zaaiteiltje. Ik zweer bij de varieteit ‘Rodynda’, een biodynamische selectie met een donkerrode, zeer dichte en ovalen krop.
Ze lukken altijd goed bij mij. Als de plantjes twee echte blaadjes hebben, naast de twee kiemblaadjes, mogen ze elk in een eigen potje. Daar nog een beetje groeien en dan de tuin in. Dit jaar heb ik mijn kolenbed afgedekt met een insectenvlies. Niet dat ik al last gehad heb van de koolvlieg, maar wel van koolwitjes. Ik heb hier al serieus mijn best gedaan om de vlinderpopulatie in stand te houden. Alleen de rode kolen, daar blijven ze af.
Deze morgen dan een dikke rode kool gaan oogsten. Tot daar het leuke deel. In de keuken ben ik eigenlijk niet zo in mijn nopjes. De zon lonkt dan, de kippen verwittigen dat er een eitje ligt te wachten, maar soit, ne mens moet ook eten he…
Wat heb je eigenlijk nodig voor rode kool? Een flinke kool natuurlijk. Ook nog een kilo of twee appeltjes. En dan een ui, ongeveer drie soeplepels azijn en evenveel water, peper, zout en ahum, suiker. Over die suiker ga ik straks een geheim verklappen.
Ik ben begonnen met de kool in vieren te snijden en dan in reepjes. Dan heb ik twee sjalotten uit de tuin gesnipperd in een grote pot met wat vetstof. Je kan natuurlijk ook een flinke ui nemen. Daar de gesneden kool, een scheutje azijn, klein beetje water, peper en zout bij. Dit laten pruttelen en terwijl kan je de appeltjes schillen en in partjes snijden. Ik had ongeveer 1,5 kg vruchtvlees voor 1 rode kool. Dit gewoon bovenop de intussen al een beetje geslinkte rode kool leggen.
En dan het geheim over de suiker. Ik hoop dat hierdoor geen rel gaat ontstaan want eigenlijk ‘bedot’ ik mijn gezinsleden al jaren. Maar ze weten het niet. Ooit, lang geleden leerde ik van mijn schoonmoeder rode kool klaarmaken. Ik doe het nog altijd zoals ze het me leerde, behalve het laatste stukje. Van haar moest ik tweeëndertig, ja 32! klontjes suiker bij de rode kool doen. Zo van die witte, ongezonde, geraffineerde klontjes van Tienen! Ik maakte toen ‘rode kool konfituur’!!! Mijn mannen vonden dat top en gebruikte ik minder suiker, dan werd er duchtig ‘gezaagd’. Verschrikkelijk! En nu gebruik ik al jaren geen suiker meer en niemand die het weet. Ik moet steeds in mijn eigen lachen als ze smullen van mijn rode kool. Maar nu is het tijd om mijn geheim prijs te geven. In plaats van ongezonde, witte, geraffineerde suiker, gebruik ik kokosbloesemsuiker. Dit is een 100% onbewerkte, ongebleekte en ongeraffineerde ‘suiker’ uit de kokosbloesem. Het is uitgeroepen tot de meest duurzame suiker ter wereld. Het heeft zelfs een hoge nutritionele waarde! Er zit kalium, magnesium, zink en ijzer in. En ook vitamine B1, B2, B3, B6 en C zit erin! Voor de diabeten : het is een trage suiker met een glycemische index van 35, te vergelijken met de GI van de meeste groenten en fruit. Het geeft dus minder sterke schommelingen in de suikerspiegel en je zal er dus ook niet zo vermoeid van worden. Ik koop hem gewoon in de Colruyt.
Mijn mannen eten dus gezond zonder dat ze het weten, haha… Ik gebruik wel nog 8 soeplepels voor een rode kool, kwestie dat het niet opvalt he. Vanavond eten we rode kool he jongens… Dikke kus van moeke!











Deze maand hebben we een beetje ‘gewerkt’ in onze poel. Allee ja, gewerkt, lees : spelen, plonzen en plodderen. Het wateroppervlak was nogal erg begroeid geraakt met vooral gras. Zo erg zelfs dat onze hond dacht dat ze een korter wegje kon nemen, langs het gras wilde wandelen en helemaal kopje onder ging. Nu moet je weten dat ze helemaal niet van water houdt! Zelfs van een beetje regen heeft ze schrik! Ze zal haar plasje dan wel ophouden en niet naar buiten gaan.😜 Ik heb het gras dus verwijderd.







We hebben ons wel serieus uitgeleefd tussen de bloemen. Het concept is trouwens heel tof. Er staat een karretje waar je snoeischaren, emmers en water vindt. In de brievenbus die er hangt, mag je de centjes stoppen. Voor tien bloemen vragen ze 5 € en voor een ruikertje van twintig bloemen, 9 €.





Op 27 mei was onze tweede ‘bevalling’ en kregen we twee lieve lichtbruine kuikentjes, kruising tussen het baardkrieltje en onze rode zijdehoenhaan. Het zijn schatjes, onafscheidelijk van elkaar. Maar ze lopen bij de zijdehoentjes en als ze gaan beginnen eieren leggen, vergroot mijn probleem alleen maar.




Met twee ‘Velt-vriendinnen’ bezocht ik vorige week de Kruidtuin in Leuven. Madrina van 
Eigenlijk was het de bedoeling dat we een fotozoektocht gingen doen. Maar die was veel te moeilijk. We moesten op zoek naar gaten in houten deuren, roosters over water, engeltjes,… Maar wij hadden veel te veel interesse in de planten zelf. Wat het eerst onze aandacht trok, waren de perkjes gazon. Zo gelijk, zonder een klavertje of ander soort plantje. Dat kon niet zonder pesticiden, dachten we. De twee tuinmannen die een beetje verder aan ’t werken waren, gingen we daarover wel eens op de rooster leggen. Den oudste kwam niet meer uit zijn woorden bij zoveel vrouwelijk schoon. Maar de jongsten, die scoorde. Hij werkte er nog maar zes maanden, zei hij, maar al die tijd had hij er nog niks van pesticiden gezien. Ze hebben wel een speciale grasmachine. Het gras wordt er mee plat geduwd en dan afgekapt. Zo ligt het plat op de grond en kunnen zaden van andere planten niet wortelen. Goed gevonden, alleen kost zo’n machine wel negen duizend euro. Dan vind ik mijn levendige grasmat toch net iets mooier, hoor!





Voor het waterleven was al die regen wel positief. Nu hebben we zelfs drie groene kikkers! Het is geleden van toen we ons huis hier gebouwd hebben dat we die hier gehoord hebben. Gezellig vinden wij dat, het gekwaak van die diertjes.



