Eigenlijk ben ik dit stukje tuin op de blog wat vergeten. Er is nochtans al heel wat gebeurd.
In het bed van de peulen hebben de erwtjes er lange tijd alleen gestaan. Ik zette stampeultjes ‘Norli’. Vroeg geoogst heel lekkere peultjes. Of wat langer laten hangen en dan zijn het lekkere erwtjes. Morgen zal ik de eerste boontjes kunnen oogsten.
De kolen doen het dit jaar heel goed. We aten al enkele keren bloemkool. Ook de rode kolen groeien als… kool. Ik zette ook brocolli ‘Violet du Cap’. Daarop is het nog even wachten. Ook de savooikolen groeien goed. Spruitkool heb ik dit jaar niet zelf gezaaid maar enkele plantjes gaan halen. Ze doen het ook goed. Ook rode bietjes staan op dit bed en zijn echt lekker.
In het bed van de blaadjes groeit vanalles. Peterselie, toch nog uitgekomen uit een pakje van Velt dat zogezegd al vervallen was. Pluksla, die nu al aan ’t opschieten is en ik ga laten bloeien om zelf zaad te oogsten. Ondertussen al nieuwe gezaaid en terug aan ’t oogsten. Rucola, gekregen van de buurvrouw. Groene snijselder, lekker voor bij de mosselen of in de soep. Kropsla ‘Meikoningin’. Bernagie of komkommerkruid. Een tagetesplantje dat ik kreeg van de buurjongen. Zonnebloemen. En natuurlijk onze Nieuw-Zeelandse spinazie. Die zaai ik niet meer zelf. Ik laat die gewoon staan tot na de vorst. In april komen de nieuwe zaailingskes dan vanzelf terug uit. Die verplaats ik dan naar het bed waar dat jaar de blaadjes mogen staan.

En dan de vruchtgewassen. De tomaat die ik kreeg van de buurman en gewoon zonder beschutting buiten zette, doet het ongelooflijk maar waar nog steeds goed. Niks phytophthora aantasting maar wel al mooie kleine groene tomaatjes. Ook de courgette ‘Gold Rush’ doet het goed. De pompoenen ‘Hokkaido Red kuri’ en ‘Butternut’ groeien overweldigend. En de olijfkomkommertjes beginnen ook te bloemen.
Het bed van de wortels staat er ook mooi bij. De prei is klaar om uit te planten. Dat ga ik volgende week doen. De worteltjes staan mooi fris en beloven een overvloedige oogst. Ook van de lenteuitjes hebben we al gesmuld. De charlotjes willen precies beginnen droog vallen. Bijna tijd om te oogsten dus. De schorseneren staan er mooi bij. Ik zette ‘Verbeterde Reuze niet schieters’. En de twee Yaconplanten die ik zelf opkweekte uit knolletjes van vorig jaar staan daar effenaf statig te wezen.
Maar het bed van de aardappelen, dat was een regelrechte ramp! Ik bracht dit jaar plantgoed mee van de ‘Reclaim the seeds’ beurs in Lier. Enkele hollandse jongens verzekerden me dat de rassen ‘Dore’ en ‘Rode eersteling’ niet vlug ten prooi vielen aan phytophthora. Tja, het weer was natuurlijk wel extreem vochtig. Eind juni was het loof ineens triestig slappekes geworden en de aardappelen die ik oogstte, waren nog belachelijk klein. We zitten al lang door onze voorraad heen. Daarbij vertelde de plaatselijke boerin me dat ze elke week gespoten hadden. Bweik, dat moest ze nu echt niet tegen mij vertellen. Ik ben direct op zoek gegaan naar een leverancier van bio-aardappelen en gelukkig in onze buurt gevonden. Op dit bed komt volgende week de prei die ik zaaide.
En zo zijn mijn zes bedjes vol. Nog even vermelden dat hier niks van bestrijdingsmiddelen of kunstmeststoffen aan te pas komen. Gewoon goede compost en de grond tussen de gewassen bedekken met een dun laagje gazonmaaisel. Meer moet dat niet zijn…



Jaren geleden kregen we dit groot gevaarte voor de communie van de tweede zoon. Toegegeven, de kids hebben er al heel veel plezier van gehad. Maar ik had het er niet mee. Ik geraakte er net niet onder met de grasmachine. En om het spel te verzetten, was het veel te zwaar. Het is dan ook nog eens verankerd in de grond. Beroepsmisvorming van de lieve wederhelft die verzekeringsmakelaar is.😜

Het natte weer van de voorbije maanden was voor dit stukje tuin super. De poel bruist van leven. De paddenvisjes hebben allemaal pootjes gekregen en zwermen uit over heel de tuin. De kids van ’t Streukke duiken hier regelmatig met hun neus in het gras als ze weer zo’n springertje ontdekken. Zalig!


Vorige zondag hadden we afgesproken met iemand die ons wilde komen leren maaien met de zeis. Tijdens de ecotuindag van Velt was het ter sprake gekomen dat we wel een zeis hebben maar er niet mee kunnen werken. We deden het met een bosmaaier maar dat is natuurlijk niet zo plezant en veel zwaarder werk. Nog enkele andere mensen aangesproken die interesse hadden en Frans De Smedt, onze lesgever van Velt was er ook bij.



Van al het gras dat we gemaaid hebben, hebben we dan een hooimijt gemaakt. Het is de bedoeling dat dit heel langzaam verteert zodat allerlei diertjes daar deze winter een onderkomen in vinden. Kevertjes, kikkers, padden, salamanders, egels,… mogen bij ons komen schuilen.
De struikboontjes ‘Compass’ en ‘Cupidon’ hebben het zich niet aangetrokken. Die zijn goed weg. Maar van de stokbonen ‘Neckarkonigin’ zijn er maar enkele uitgekomen. Aan elke staak had ik er zes in de grond gestopt. Zestig in totaal dus! Daarvan heb ik nu drie plantjes. Alle andere boontjes zijn rot geregend. Triestig he!
Ik heb een krantenpagina in drie gevouwd, rond een pintje gerold en aan de onderkant dichtgeplooid. Zo heb ik er 35 gemaakt en gevuld met cocopeat potgrond.
Die allemaal op een schotel gezet, de boontjes erin geplant en met de plantenspuit een beetje water gegeven.

Eigenlijk is het een antiek, ouderwets, doodgewoon, heel gemakkelijk te kweken bloemeke… Maar zo speciaal, en met een verhaal voor mij…


Tot de laatste dag hebben de weergoden ons in spanning gehouden. In het weerbericht, hier angstvallig in ’t oog gehouden, bleven ze spreken over wisselvallig en onstabiel. Dankzij de kracht van positief denken, is er boven onze tuin geen druppel regen uitgevallen. Het werd een stralende, zonnige, warme dag.
Vele mensen vonden de weg naar ‘Groen Genot’. Ons bestuur heeft meer dan 350 bezoekers geteld. Maar op een bepaald moment bij het wisselen van de ploegen, is men vergeten door te zeggen om te tellen. Dus we denken dat er wel tegen de 400 bezoekers waren.




Vandaag was het dan eindelijk zover! Onze eerste bak was vol geraakt. Tijd dus om hem over te scheppen naar de tweede bak. Een leuk en eigenlijk poepsimpel werkje. Ik had gedacht dat dit me veel meer tijd zou kosten, dus nog wat tijd over om te bloggen.Zo ziet uiteindelijk de compost eruit als hij overgeschept is in de tweede bak. Een dampende, al lekker ruikende mengeling. Door het verteringsproces wordt er warmte geproduceerd. Dit is heel nuttig. Die warmte (tot 60°C) vernietigt evt aanwezige onkruidzaden. Hier mag de compost rusten. Hij zal stilaan afkoelen en dan kunnen pieren, pissebedden en andere diertjes verder werken aan de vertering.
Gelukkig kreeg ik wat hulp van ons Euphrasie…




In de tweede bak heb ik de compost ‘gedekt’ met een oud deken. Tijdens het overscheppen had ik steeds wat water toegevoegd. Dit is nodig voor de vertering. Compost die te droog is, werkt niet.
Deze maand is het hier serieus veranderd! Zowel in als naast het water krioelt het van het leven.
In het water wemelt het van de dikkopjes. Dit jaar zijn het er heel veel. Ik veronderstel dat het paddenvisjes zijn. Die hebben hier al serieuze orgies gehouden. Bruine kikkers hebben we hier dit jaar nog niet gezien. Dit jaar ook nog maar enkele salamanders gezien. Groene kikkers zitten hier meer in onze buurman zijn vijver. Zij paren later in het seizoen. Omdat ons water nogal vlug zakt, denk ik dat ze zijn vijver verkiezen.
Naast het water is er een weelderige begroeiing van grassen en wilde bloemen, zalig. Op een zonnige dag klinkt het gezoem van allerlei insecten je als muziek in de oren. Genieten, is dat…