’s Morgens en ’s avonds voel en zie je het al goed: het zomerliedje is bijna uitgezongen. Daarom doet september nog even zijn best met veel kleuren.
Zalig vind ik dat: de laatste strootjes uit het dak trekken en nog even profiteren, wetende dat na de winter terug een nieuwe lente komt…
Ook in onze tuin vinden insecten ‘meer dan sprietjes’. Het nieuwe projectje mag er voor het eerste jaar best wezen, vind ik. Enkele vaste planten gekocht, eens in mijn zaaibakje gerommeld en wat overschotjes uit de rest van de tuin uitgeplant en het gazon is heel goedkoop ‘gepimpt’.
In de bloemenweide heeft zich een Speerdistel gevestigd. Ik ben content, hij heeft zich gezet waar ik het graag heb. ’t Is een afstammeling van mijn Gespierde Speerdistel die twee jaar geleden ineens in de tuin verscheen. Hier lees je hoe ik me wapende tegen de kritiek van sommigen.
‘Moestuinstoefen’ is een term, uitgevonden door Barbara van Velt. Veel Velters doen daar gretig aan mee.
Wat ik momenteel uit de moestuin haal is zo lekker! Die smaken vind je in de winkel niet. Enkele foto’s om jullie te verlekkeren … 😉
Veel soorten tomaten‘Tel Aviv Train tomaatjes’ meegenomen op een picknick in het bos met de buren en lekker zoet bevonden…Mijn paradijsje…Wortelen mix … uit zaadjes van Velt natuurlijkKomkommers‘Black Plum tomaatjes’ vind ik persoonlijk heel lekkerPrinsessenboontjes, Faraday, Purple Teepee en Helios die regelmatig maar niet overvloedig veel dragen. Ideaal voor de moestuinier: je kan een hele zomer vers oogsten. Ahum, tja in de moestuin kom je soms spannende dingen tegen 😉
Toen oudste zoon nog op de humaniora zat, kwam hij op een dag thuis en zei dat hij een bekentenis moest doen. De pretlichtjes in zijn ogen verraadden niet veel goeds.
“Mijn vrienden noemen jou een ‘veggie burger’, gniffelde hij. We schaterden het beiden uit. “Waarom?” vroeg ik. Ik at toen niet eens vegetarisch. Tja?
Ondertussen probeer ik wel vier keer in de week vegetarisch te eten. ’t Was een goed voornemen in het begin van dit jaar en tot hiertoe is me dat meestal wel goed gelukt. Dat is het voordeel van goede voornemens: lukt het eens niet, so what?
In de plaats van vlees eet ik dan dingen die je op een andere manier van eiwitten voorzien : eitjes van onze kippen, Berloumi grillkaas, notenburgers, eens een vleesvervanger uit de winkel, portobello in een lekker sausje, … en daarbij heel veel verschillende groenten. Die maak ik dan klaar in de wok in combinaties die ik ‘a la moment’ uitprobeer.
Of ik maak een lading burgertjes met kikkererwten. Die bewaar ik dan in de diepvriezer en da’s lekker makkelijk.
Momenteel voorziet de moestuin ons van massa’s rode bietjes en worteltjes. En op de Velt-markt dit voorjaar had ik iets tof gevonden: biologische witte lupinebonen. Lupine is zeer eiwitrijk, wordt in Nederland geteeld en is een prima duurzaam alternatief voor vlees. Tijd om daar iets mee te maken: rode biet burgertjes en wortel burgertjes.
Week de bonen 24 uur in ruim koud water, kook ze in 100 minuten gaar en spoel ze na. Lupinebonen zijn knapperiger dan andere bonen. 400 gram droge bonen wordt ruim 1 kg gekookte bonen. Tip: kook het zakje bonen in 1 keer en bewaar de gekookte bonen in porties in de diepvries.
.
Daarna kon ik een namiddagje prutsen in de keuken. De stoomfunctie van mijn nieuwe oven uitgeprobeerd en 2 bietjes gestoomd en puree van gemaakt. 500 g gekookte lupineboontjes gemixt en onder de puree gemengd. En dan moet je de juiste consistentie zoeken zodat je er burgertjes kan van ‘boetseren’. Ik maalde ook nog 3 eetlepels havermout, 2 eetlepels zonnebloempitten en 2 eetlepels cashewnoten en voegde die toe. Kruiden met peper, zelfgemaakt kruidenzout, sojasaus, paprika, knoflook, … of wat je zelf lekker vindt.
Daarvan heb ik balletjes gerold en die gepaneerd met gebroken lijnzaad. Hetzelfde deed ik met de worteltjes. Nu heb ik een hele lading veggie burgertjes in de diepvries. En ze zijn lekker!
‘k Heb er hier in de tuin nog wat toffe gevonden. Lievesgarden begon met dit blogprojectje en ik vind het wel plezant om mee te doen. Haar volgen, mocht. ‘Graag zelfs’, stuurde ze.
Voila …
‘vondelingske’ tussen de kruidenVerbena bonariensis met Japanse anemoon (‘k weet het, ze is nogal invasief maar ik vind ze zo mooi. Ik beloof plechtig dat ik ze in toom houd 😉 )Clematis met ‘Dilleveldje’ op de achtergrond. De Dille staat tussen de prinsessenboontjes om de zwarte boonluis tegen te houden (en dat werkt zeer goed!)Phlox paniculata ‘Hesperis’ met Rudbeckia fulgida ‘Early Bird Gold’ tussen Citroenmelisse, Lavendel en Stinkende Gouwe Heliopsis helianthoides JS ‘Sunny Wink’ met Gaura lindheimeri ‘Whirling Butterflies’ en Echinacea purpurea ‘JS ROHO’
Ik weet niet hoe het bij jullie zit, maar hier zijn er zo weinig vlinders dit jaar.
Waar ik vorig jaar in augustus hier nog enorm veel blauwtjes en soorten zandoogjes kon spotten, heb ik er nu nog geen enkel gezien.
Wat ik vandaag wel kon tellen : drie atalanta’s waarvan ene met een stuk uit zijn vleugel gehapt, twee gehakkelde aurelia’s en zo’n zeven koolwitjes. De koolwitjes zullen zich dit jaar hier niet zo goed kunnen voortplanten want dankzij een slakkeninvasie staat er maar welgeteld één spruitkool in de moestuin.
Doodgewone, algemene vlinders dus maar ‘k heb toch enkele foto’s genomen om te bewaren voor het nageslacht. Stel je voor dat deze vlinders ook verdwijnen.
Dit jaar wel de eerste keer één koninginnenpage gezien in de tuin maar ondanks de massa’s Dille, Wilde Peen, Venkel en worteltjes die ik gezet heb, geen rupsen ervan. Ik blijf hopen …
Witte Salie of Salvia apiana, op de Velt-markt dit voorjaar kreeg ik er zaadjes van.
Wist ik veel dat dit zo’n bijzondere plant is. Hij zou gebruikt worden om huizen en personen ritueel te reinigen en van boze geesten te ontdoen. Maar om daarin te geloven, ben ik net iets te nuchter. Wat me wel interesseert, is dat als je deze plant brandt en de rook verspreidt, deze bacteriedodend is. Dus in tijden van ‘winterverkoudheden die maar niet uit huis geraken’ wil ik dat wel eens proberen.
Dus ik heb de zaadjes in een bakje gezaaid. Dat was niet zo makkelijk. Het duurde heel lang eer er iets opkwam en ondanks de beste zorgen kwijnden enkele plantjes terug weg. Drie kon ik er overhouden en voorzichtig in potjes verplanten. En ze groeiden.
Na de Ijsheiligen heb ik de potjes in de serre gezet. Eentje kreeg bladluizen, werd dagelijks liefdevol afgespoeld met water en kwam er terug door. Ondertussen staan ze in volle grond in de serre en doen het goed.
Voor de winter ga ik ze wel terug oppotten en binnen zetten want deze Salvia zou absoluut niet tegen vorst kunnen.
Iedereen zal deze bessen wel kennen. Want ook al vind je ze niet in de supermarkt, in gedroogde vorm kan je ze ondertussen wel kopen.
Toen wij hier 10 jaar geleden kwamen wonen, wilde ik een Moerbeiboom. We plantten een Morus nigra aan in het kippenhok. De boom deed het eigenlijk niet zo goed. Hij groeide slecht, had geen mooie vorm en meer dan een handvol bessen leverde hij niet.
Tot dit jaar. Ineens is hij spectaculair gegroeid en heeft hij veel donkergroen blad gekregen. En bessen … enorm veel!
Ik vind moerbeibessen heel lekker. Ze zijn zeer zoet met iets licht zurig erin. Alleen, ze plukken, da’s niet zo makkelijk. De vruchten hangen goed vast aan de boom maar ze verliezen snel sap als je ze aanraakt. Het sap maakt dan ook nog eens vlekken die je moeilijk kan verwijderen. Daarom had iemand me een tijd geleden aangeraden om ze te plukken in een oude bikini. Daar ik geen goesting had om de hele buurt te laten meegenieten van mijn elegante (ahum) lijf in bikini vanboven op een ladder, heb ik maar een oud t-shirt aangetrokken.
De bessen zelf, die waren verrukkelijk! Daar vanboven in die boom heb ik gesnoept en met een halve emmer ben ik terug naar beneden gekomen. Het sap drupte van mijn armen en eerlijk gezegd, zagen de bessen er niet ‘appetijtelijk’ uit. Waarschijnlijk is het daardoor dat je ze niet vers kan kopen.
Ik heb er siroop mee gemaakt voor nog eens een andere zomerse limonade. En die is echt lekker …
Gisteren ging ik met vriendin Karen van Ortiga op uitstap naar onze Nationale Plantentuin in Meise. Ik citeer : “een betoverende botanische tuin gelegen in een historisch domein van 92 hectare vlakbij Brussel.”
Aan de kassa begon het al goed en kregen we een fikse korting met onze Velt lidkaart. Toen we vertelden dat we vooral de nieuwe rozentuin en het herbetum wilden zien, kregen we prompt een kaart met plattegrond in onze handen geduwd.
Dat werd lachen want twee vrouwen bijeen die babbelen, babbelen, babbelen, … en terwijl op de weg moeten letten, da’s niet gemakkelijk. De kaart werd gedraaid en gedraaid en wij draaiden een paar keren mee en toen vonden we de rozentuin.
Wauw! Ze hadden ons wel verwittigd dat er nu nog geen rozen te zien zijn. De tuin werd ingeplant begin juni dit jaar en de struikjes zijn nu nog klein en uitgebloeid. Maar het ontwerp van de tuin, dat is prachtig! De perken liggen in de vorm van een ontluikende roos. Het was nu al zo mooi, wat gaat dat volgend jaar wel niet zijn? We hebben afgesproken dat we dus in juni zeker nog eens teruggaan.
Rosa minutifolia (Kleinbladige roos)Rosa setigera (Prairieroos)
Wandelen in de Plantentuin, da’s echt rustgevend. We waren wat bang dat het er druk zou zijn want de parking was wel goed gevuld. Maar de tuin is zo uitgestrekt dat je eigenlijk weinig volk tegenkomt.
We struinden ook rond tussen de geneeskrachtige planten. Met een herboriste aan mijn zijde was dat heel boeiend!
Het herbetum, daar moesten we weer naar zoeken. Gelukkig passeerde er een medewerker op de fiets die ons wel even wilde helpen. In het herbetum vind je ongeveer 1300 eenjarigen en vaste planten. Je kan je dus wel voorstellen dat wij daar een hele poos vertoefden. Zo plezant! De Balatkas die daar staat, die vind ik prachtig.
En dan kregen we dorst. Aan de Orangerie gingen we naast de vijver een homemade limonade drinken.
De namiddag was veel te vlug voorbij. We gaan zeker nog terug want het kasteel, het plantenpaleis, het houtlab en zoveel andere dingen hebben we nog niet gezien.
Dat is ’s avonds voor het slapengaan mijn puppy wakker maken voor een laatste plasje buiten. Haar oppakken (nu het nog kan, ze weegt ondertussen al twaalf kilo), voelen hoe mijn slaapdronken hondje haar kopje tegen mijn schouder vleit
en dan …
… smelt ik
Geluk …
Dat is dansen in de regen als eindelijk die vreselijke hitte waar ik bang van ben, voorbij is …
Geluk …
Dat is ’s morgens om zeven uur met alle buren in de kletsende regen het huis versieren van de buren die 50 jaar gehuwd zijn. We zien er allemaal uit als verzopen kiekens maar dat doet … deugd
Het samenhorigheidsgevoel, stiekem, allemaal samen en dan ons verkneukelen als we het gelukkige paar wakker maken …
… en dan van hen ontbijt krijgen
Geluk …
Dat is dansen, dansen, dansen op hun feest met alle buren, vrienden, mensen uit ons dorp …
… doorgaan, alles geven … tot onze voeten pijn doen (fijne dansschoentjes als je tuinschoenen gewoon bent, da’s niet simpel zeh) en dan onze schoenen uitdoen en doorgaan op blote voeten
Geluk …
Dat is vriendschap, plezier, alles geven, alles … voor elkaar …
“Kan er ons iemand komen helpen aub?” #Puppyinderegen
Voor wie geen schrik heeft van kleur en vrolijkheid, hier nog wat toffe plantencombinaties …
De blauwe Echium (Slangenkruid) met Hemorocallis ‘Aten’, Achillea ‘Walther Funcke’ en Heuchera villosa var. macrorrhiza
Agastache ‘Blue Fortune’ op de voorgrond met links achter gewone Oregano (Oreganum vulgare) en rechts achter Sint-Janskruid (Hypericum perforatum)‘Meer dan sprietjes’ in het gras : witte Margrieten, wit Moederkruid (Tanacetum parthenium) en “jeeuj!” een witte Digitalis met daartussen gele ganzenbloem (Chrysanthemum segetum), mottenkruid (Verbascum blattaria), Echinacea tennesseensis ‘Glowing Dream’, Knoopkruid (Centaurea jacea), Verbena bonariensis en CosmeaOp de voorgrond Echinacea purpurea met een mengeling van Beemdkroon, stokrozen, klaprozen, Ruig Klokje (Campanula trachelium), Lychnis coronaria en eenjarige Ridderspoor (Consolida ajacis)