Nog mooie nazomerkleuren deze dagen in onze tuin. De zon heeft overuren geklopt en geregend heeft het nog bijna niet. Eigenlijk niet goed en niet normaal, besef ik ergens diep in mij. Maar toch geniet ik van het extra licht.
In de voortuin werd deze maand niks meer gedaan. Niet door mij maar er waren ook geen bezoekers meer, geen bijen, hommels of vlinders. Tijd om stilletjesaan tot rust te komen…
Dit boek van boswachter Peter Wohlleben mocht ik lenen van een collega. Ik denk dat hij ‘compassie’ met mij had omdat ik met het vorige boek zo geworsteld heb.
Het was voor mij echt een feel-good boek. Ik heb genoten van de romantische wijze waarop Peter het leven van de bomen voorstelt. Nochtans zijn al zijn inzichten wetenschappelijk onderbouwd.
Als hij uitlegt wat een oerbos is en waarom bomen daar zoveel gezonder zijn, vergelijkt hij bomen in de straat met straatkinderen. Hij beschrijft bomen als sociale wezens die met elkaar communiceren langs hun wortels door middel van chemische verbindingen. Ze houden elkaar in leven en waarschuwen elkaar zelfs bij gevaar, bijvoorbeeld door insectenvraat. Dan gaan ze allemaal samen stoffen afscheiden waardoor hun bladeren minder lekker worden. Ongelooflijk toch hè?!
Toch ontdek ik tussen zijn gezellige voorstelling over het bomenleven ook een boodschap. Peter Wohlleben waarschuwt dat veel oerbossen verdwijnen. Nochtans zijn die de beste bescherming tegen de klimaatverandering. Bomen vangen CO2 en houden die vast. Als ze niet gekapt worden, oud mogen worden en nadien mogen sterven en omvallen, verdwijnt die CO2 in de bodem en blijft daar gevangen. Zo is er in het verleden bruinkool en uiteindelijk zelfs steenkool gevormd. Sinds de industriële revolutie zijn wij die massaal aan het opgebruiken. Met de gekende gevolgen…
Ik bekijk bossen nu met nog meer respect, mijn hart bloedt als ik hoor dat er weer bomen gekapt zijn. Wat me positief stemt, is dat dit boek in 2015 het best verkochte non-fictie boek in Duitsland was. Meer dan 320.000 exemplaren zijn toen verkocht. Bewijs dat mensen er toch mee bezig zijn hè…
Gisteren was het triestig, koud en miezerig weer. ‘t Was de eerste dag dat ik geen zin had om buiten bezig te zijn. Tijd dus om het binnen gezellig te maken en het kruidenzout af te werken.
Een geurig werkje! Wil je de uitgebreide werkwijze lezen? Dat kan je hier.
Na de middag kwam een goede vriendin en haar dochter hier aangewaaid. Onze dochter waarschuwde hen direct : “ Pasop hè want het stinkt hier!” Het vriendinnetje en haar mama snuifden maar waren het niet met haar eens. “Het ruikt hier gezellig!” riepen ze uit.
“Goesting voor een theetje dan?” probeerde ik de vriendin te verleiden en ze liet zich direct overhalen. De meisjes verdwenen naar de dochter haar kamer en wij ‘placeerden’ ons aan de keukentafel. Mmmm! Een goeie babbel, kruidendrank van Ortiga, de wind en regen buiten, de geur van kruidenzout in de oven en de warmte binnen … meer moet ne mens toch niet hebben hè…
Deze maand heb ik me enkele uren geamuseerd in de voortuin : ik heb tweehonderd voorjaarsbloeiende biobloembollen geplant. Als velt-lid kreeg ik een fikse korting bij Natural Bulbs en daar heb ik van geprofiteerd.
Ik plantte : Allium Purple Sensation, Camassia leichtlinii Caerulea, Chionodoxa Blue Giant, Krokus Vanguard, Narcissus Gigantic Star, Narcissus Minnow, Narcissus Sundisc en Tulipa Lilac Wonder. En nu reikhalzend uitkijken naar het voorjaar…😊
Bijen en hommels zijn nog steeds heel content. Ze zoemen van de ene bloem naar de andere. Er was hier heel de tijd zo’n gezellig dik teddybeertje bij mij (een hommel) die precies aan een vergelijkende studie bezig was. Hij proefde eens van de ene soort en dan van een andere en had hij kunnen praten, hij zou het zeker gezegd hebben hoe lekker hij het vond.😉
De phacelia is aan een zoveelste bloeiperiode bezig. Eigenlijk vind ik dat echt een toffe plant om tussen nieuw aangeplante prairieplanten te zaaien. Tuinaannemers raden aan lavasteentjes tussen prairieplanten te leggen. Maar omwille van de zware ecologische last daarvan wilde ik dat niet. Dan maar even wat meer wieden tot de planten wat groter zijn, dacht ik. Maar door de phacelia was dat heel makkelijk. Onkruid werd er door onderdrukt. Ik moest gewoon af en toe de uitgebloemde phacelia uittrekken en ervoor zorgen dat de forse planten de jonge vaste plantjes niet te veel in de weg stonden. Forse phaceliaplanten hebben kriebelige haartjes, dus als je gevoelige handen hebt, draag je hiervoor best handschoenen.
Volledigheidshalve wil ik hier wel vermelden dat ik de phacelia niet meer zelf gezaaid heb. Vorig jaar nadat de aangetaste buxussen op dit perceel gerooid waren, heb ik phacelia als groenbemester gezaaid om de uitgeputte grond wat te laten bekomen. De groenresten en zaaddozen zijn een hele winter blijven liggen. Dus daarom komen die prachtige lila bloempjes nu nog steeds boven. Ik vermoed dat als de vaste planten verder groeien, ze wel zullen verdwijnen.
Echinacea bloeit nog steeds overvloedig. ‘t Zijn echt aandachtstrekkers.
Tricyrtis ‘Dark Form’ zal ik wel moeten in ‘t oog houden. Van late vorst zouden die kunnen last hebben.
Gaura lindheimeri nog steeds volop in bloei
Helenium ‘Kupferzwerg’, een toffe bijenplant
De witte schermbloemige met fijn blad : Selinum tenuifolium
Normaal doe ik niet aan boekbesprekingen. Op school had ik daar al een hekel aan. Lezen, laten doordringen en een eigen mening vormen, is voor mij genoeg.
Maar dit boek van Ludo De Witte ‘Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op Het kapitalisme versus de aarde’ heeft me enorm geïntrigeerd.
Pasop, ‘t is geen makkelijk boek. Ik heb het regelmatig moeten wegleggen. Soms werd ik er moedeloos van. Maar ik werd er toch steeds terug naartoe getrokken.
Ludo De Witte legt uit wat er met onze aarde aan het gebeuren is. Klimaatopwarming, de ‘pesticidenbusiness’, de bijensterfte, de scheefgetrokken vleesindustrie, … Het boek staat vol met miserie. Hij vergelijkt de mensheid met een kudde rendieren die in volle galop op de afgrond afstevent.
Alle groene initiatieven die er nu zijn, neemt hij serieus op de korrel. Wat brengt het op van naar je werk te fietsen als er terwijl hectaren regenwoud gekapt worden om te vervangen door plantages voor palmolie? Wereldwinkels en korteketenlandbouw, het zijn eigenlijk peanuts die niet groot genoeg zijn om de wereld in verandering te brengen.
Hij hoedt voor grootbedrijven die zichzelf ‘greenwashen’. Eigenlijk moet je als consument tegenwoordig echt wantrouwig zijn. Iedereen belooft dat hij met respect voor de aarde bezig is. Maar is het wel echt zo? Is het geen reclameslogan?
Ons systeem dat we nu hebben, heeft als doel winst te maken. Waarin die winst gemaakt wordt, dat speelt niet zoveel rol. Vervuilende bedrijven, wapens, vergif, als men er maar rijk van wordt. Waarom steeds meer besparen in het openbare vervoer en terwijl de kans geven aan grootbedrijven in de automobielsector om belastingen te ontduiken? Daarmee gaan we onze files en koolstofuitstoot toch niet oplossen?
Landen in het zuiden worden voor die winst voor ons misbruikt. Voor hongerlonen moeten ze daar produceren voor ons. Wij wrijven onszelf in de handen want onze lucht wordt schoner. Tja, we transporteren onze vuiligheid naar ginder. En dan zijn we boos als die mensen vluchten en naar hier willen komen. Economische vluchtelingen buiten en eigen volk eerst! Tja…
Pas in de laatste vijf bladzijden van het boek komt hij met een oplossing : het ecosocialisme. Een deel van de oplossing, geeft hij zelf toe. Het moet nog veel verder uitgebouwd worden dan de voorstellen die hij doet. Hoe we eigenlijk uit dit zelfvernietigende systeem gaan geraken, weet hij ook niet.
Eigenlijk vind ik dat alle mensen die aan het beleid staan, dit boek zouden moeten lezen.
Aan de collega waarmee ik even over dit boek praatte, wil ik nog zeggen : “ Doe en denk voort, jong! Mensen zoals jij hebben we nodig! Ik ga nu in het boek beginnen dat ik van jou mag lenen : Het verborgen leven van bomen – Peter Wohlleben”
Ken jij eigenlijk het verhaal van de biobloembollen al? Het is er één vol positiviteit en enthousiasme van ondertussen al vele mensen. En ik wil het hier graag vertellen om ook jou te overtuigen met ons mee te doen!
Het zit zo : ook jij hebt waarschijnlijk al gehoord over de massale bijensterfte van tegenwoordig? Wacht, nu niet gaan lopen hè want ik moet eerst even iets erg vertellen voordat het verhaal positief wordt. Eigenlijk werken wij mee aan die bijensterfte door gangbare bloembollen aan te planten. Die bollen worden behandeld met pesticiden, meer bepaald neonicotinoïden. Deze stoffen worden opgeslagen in de bol en blijven daar zeer lang aanwezig. Elke keer als de bollen bloeien, komen die neonicotinoïden tot in de bloem en onze bijen worden daarvan ziek. Hun weerstand vermindert. Denk maar aan de varroamijt die zo oprukt. En uiteindelijk sterven ze. Wat nog het allerstrafste is : wetenschappers hebben ontdekt dat als een bij kan kiezen tussen een bloem mét of één zonder die neonicotinoïden, ze die mét kiest. Ze raakt er als het ware aan verslaafd zoals mensen aan de nicotine uit hun sigaret.
Dus is het belangrijk dat we zo veel mogelijk bloemen aanbieden zonder gif. Maar wereldwijd zijn er maar 8! bloembollenkwekers die deze aanbieden. Met bestuursleden en lesgevers van Velt kregen we dit voorjaar de kans om er zo ene te bezoeken. (John Huiberts in Nederland)
Mannekes! Helemaal blij werd ik daarvan! We kwamen daar terecht op een terrein van hectaren groot waar niks van pesticiden of kunstmest gebruikt werd. We mochten ‘s middags onze bokes opeten in zijn hangaar. Daar hingen tientallen nesten van zwaluwen aan de zoldering en de beestjes scheerden gewoon boven onze hoofden! In de velden hingen leeuweriken te zingen in de lucht! Die bodem, dat had ik nog nooit gezien : zo mooi, zacht, donker en kruimelig! Daar werd voor gezorgd, dat zag je. John gebruikt alleen compost en groenbemesters. Om te wieden heeft hij een kar op zonne-energie met in het midden een bestuurder en vier gemakkelijke zetels waar mensen op hun buik in liggen. Zij rijden tussen de rijen en wieden zo het onkruid. Zálig!
Je kan ook andere variëteiten verkrijgen dan bij de gangbare bloembollen. Zwakke soorten die pesticiden nodig hebben, komen er bij biobloembollenkwekers gewoon niet in. In de plaats daarvan hebben zij sterke soorten die zichzelf ook nog eens vermeerderen. En dat voor dezelfde prijs als gangbare bloembollen! Waarom zou je die dan in ‘s hemelsnaam nog kopen?!
En dan het allerbeste nieuws van heel dit verhaal : binnenkort kan je ook bij Velt biobloembollen aankopen. Dit najaar worden er op verschillende ‘toonplaatsen’ in Vlaanderen en Nederland biobloembollen aangeplant. Ook onze afdeling doet mee in Comité Jean Pain, Holle Eikstraat 34 in Londerzeel. Samen met vele vrijwilligers, buurtbewoners en andere verenigingen willen we er ongeveer 1000 aanplanten op 13 oktober 2018 vanaf 9u30. Je krijgt een deskundige uitleg over het waarom van biobloembollen, over soorten, planten, het beheer ervan, wat je met biobollen thuis kan doen en bio in het bijzonder.
Plant je mee op de plantdag van de biobloembol… schrijf je dan vlug invia e-mail : comite.jean.pain@skynet.be… Ze zorgen voor een natje en een droogje.
In het voorjaar van 2019 kan je dan op al die ‘toonplaatsen’ gaan kijken en jezelf laten overtuigen van het effect van biobloembollen. Vanaf het najaar van 2019 kan je dan bij Velt, ook in onze afdeling, biobloembollen bestellen.
Ben je echter, net als ik 😉, nu al zo zotjes enthousiast en kan je niet wachten, ook bij De Warande kan je biobollen vinden. Ik heb er daar vorig jaar gekocht en ze waren prachtig. Of bij Natural Bulbs krijg je als veltlid 20% korting op alle orders vanaf €15. Je moet gewoon de code ‘VELT1809’ invoeren bij het bestellen.
Ben ik in mijn missie geslaagd en krijg jij ook al goesting?😜
Ik wil hier even vertellen dat ik momenteel het boek van Ludo De Witte aan het lezen ben : ‘Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op. Het kapitalisme versus de aarde’. Een heel negatief boek waar ik af en toe eens moet over ventileren tegen de lieve wederhelft waardoor die al zei : “Zeg, stop eens met het lezen van dat boek!”
Awel, ik ga het wel uitlezen want ik wil het weten hoe die mens denkt. Maar ik kan al zeggen dat hij geen gelijk heeft! We stevenen misschien wel af op een ramp door het niet goed zorgen voor onze aarde maar wij als individu kunnen daar wél iets aan veranderen.
Alle kleine beetjes helpen. Zelfs het planten van bloemen voor onze bijen. Onze voortuin is een echte wildernis geworden. Geniet je even mee van de bloemenpracht?
Dit weekend moesten we naar een receptie in het dorp. We stapten er naartoe langs het veldbaantje naast de spoorweg en daar zag ik ze staan : vlasleeuwenbekjes. Ineens werd ik terug gekatapulteerd naar mijn kindertijd. In de veldbaantjes achter ons, waar wij altijd speelden, stonden die bloempjes ook.
Wij noemden ze : gapertjes, omdat als je op de onderkant van zo’n bloempjes duwt, ze hun bekje opensperren. Die gapertjes hebben veel van ons gezien. In die tijd waren er nog geen smartphones of computerspelletjes dus wij speelden tussen de velden waar zij stonden. Met de kinderen uit de buurt hadden we een club opgericht, de heldenclub. We hadden een geheimschrift, een clubhuis ( het tuinhuisje in onze tuin) en een echte clubschat ( wat mooie stenen en gedroogde ‘gapertjes’)
We deden aan bergbeklimmen, ja we waren helden hè. We bonden ons aan elkaar vast met onze springtouwen en gingen dan bergen bouwafval van een bouwbedrijfje in de buurt beklimmen. Stoer hè! Of rolschaatsen en speelkaarten met wasspelden aan de spaken van onze fietsen vastmaken zodat die kletterden als je reed en het was alsof je op een ‘brommer’ zat. Of kampen bouwen in het ‘kriekenboske’, een perceeltje met wat bomen op van de gemeente. Dat bestaat nu niet meer, er staat een turnzaal op.
Onze ‘meisjeskant’ kwam ook aan bod hoor. Dan gingen we wandelen met onze poppenwagen tussen de velden. Maar … dat was gevaarlijk! Want er was nog een andere club in onze straat : de Kat ( naar een tv-feuilleton van toen). Dat waren drie jongens, iets ouder dan wij. Zij kwamen met hun fietskes ons de weg versperren en onze poppenwagens ‘uitkappen’. Zo leerden we het verschil tussen jongens en meisjes want het onderwijs was nog gescheiden natuurlijk. Toen we tieners werden en de jongens begonnen haantjesgedrag te vertonen, liep dat op een sisser af. Ge kunt toch niet iets beginnen met een man waarvan je niet zeker bent of hij je kind niet uit de kinderwagen zal kappen?!
Ooo, vlasleeuwenbekjes … nostalgie. Ik geniet van de herinneringen en van de bloempjes zelf. Zachtgeel met een klein zweempje licht oranje. Ze komen zeer algemeen voor in België. Vlasleeuwenbekjes of Linaria vulgaris groeien op zonnige, open, droge plaatsen op minerale, niet te voedselarme grond. Langs spoorwegen en veldbanen vind je ze wel. Ze bloeien van juni tot de eerste vorst. Kom jij ze tegen in je buurt of heb jij er herinneringen aan?
Ooit heb ik gezworen dat ik ze nooit of nooit in mijn tuin zou zetten. Dahlia’s, zo’n lelijke, veel te grote, pretentieuze, opzichtelijke bloemen. Ik vond ze lomp en bombastisch. Daarbij moet je de knollen ook nog rooien voor de vorst, vorstvrij bewaren en in het voorjaar terug planten. Veel te veel werk!
Maar … dit voorjaar gingen we met bestuursleden en lesgevers van Velt een biobloembollenkwekerij in Nederland bezoeken. En dat was daar zo tof! De manier waarop zij daar werken zonder iets van pesticiden of kunstmest… Hoe zij daar zorg dragen voor de bodem waar die bloembollen in groeien… ik werd er helemaal warm van!
In de hangar waar we onze boterhammetjes opaten, verkochten ze biologisch opgekweekte dahliaknollen. En toen heeft ‘de dees’ al haar principes opzij gezet en heeft ze enkele knollen gekocht. En zeg nu zelf : ze zijn toch mooi en niet lomp hè? 😉