Vorige week kreeg ik een telefoontje van een tante van de lieve wederhelft. Of ik geen drie ganzen moest hebben? Een nichtje van de tante was weduwe geworden. Haar man had haar twintig ganzen nagelaten maar eigenlijk was ze bang van ganzen. Niet zo gemakkelijk om ze te verzorgen dan, he. Drie ganzen, dat vond ik wel wat veel maar een nieuwe man voor ons Sieke, dat zag ik wel zitten.
Afgesproken met het nichtje dat ik een mannetje zou komen halen. Alleen wist zij ook niet hoe je dat kan zien bij ganzen. Dus ben ik te rade gegaan bij een vriend van Natuurpunt, een echte vogelaar. Hij zou het verschil wel kunnen zien, dacht ik. Helaas, hij is heel goed met een verrekijker en bij de minste piep die hij hoort, weet hij over welk vogeltje het gaat. Maar het geslacht van een gans bepalen, dat is echt niet simpel. “De mannetjes zijn hoger en de vrouwtjes hebben een uitgezakte buik” zei hij. Tja, die theorie kende ik ook maar in de praktijk had ik zo al enkele keren een mannetje als vrouw aanzien. Dat verhaal lees je hier. Dan krijg je ganzen die ‘judo doen’…
“Je kan ze ook seksen”, zei hij dan. Huh, eendagskuikens seksen, dat wist ik dat dat gedaan wordt. Maar volwassen vogels?! Jaja, zei hij en hij stuurde me een link door hoe ik dat moest doen. De uitleg was heel duidelijk : je neemt de vogel met beide handen vast, draait hem op zijn rug met de nek naar jou toe. Je legt je armen naast zijn lichaam en met je handen hou je zijn staart vast. Je duwt met je wijsvingers zijn staart naar beneden en met je duimen duw je de geslachtsopening een beetje open. Met de andere drie vingers druk je lichtjes op de rug. Als dit niet te krampachtig gebeurt en de vogel kan zich ontspannen, zie je bij de mannetjes een klein penisje tevoorschijn komen en bij de vrouwtjes niets. Dit is een gangbare methode en de vogel zou er geen last van hebben.

Deze maand hebben we een beetje ‘gewerkt’ in onze poel. Allee ja, gewerkt, lees : spelen, plonzen en plodderen. Het wateroppervlak was nogal erg begroeid geraakt met vooral gras. Zo erg zelfs dat onze hond dacht dat ze een korter wegje kon nemen, langs het gras wilde wandelen en helemaal kopje onder ging. Nu moet je weten dat ze helemaal niet van water houdt! Zelfs van een beetje regen heeft ze schrik! Ze zal haar plasje dan wel ophouden en niet naar buiten gaan.😜 Ik heb het gras dus verwijderd.







We hebben ons wel serieus uitgeleefd tussen de bloemen. Het concept is trouwens heel tof. Er staat een karretje waar je snoeischaren, emmers en water vindt. In de brievenbus die er hangt, mag je de centjes stoppen. Voor tien bloemen vragen ze 5 € en voor een ruikertje van twintig bloemen, 9 €.





Op 27 mei was onze tweede ‘bevalling’ en kregen we twee lieve lichtbruine kuikentjes, kruising tussen het baardkrieltje en onze rode zijdehoenhaan. Het zijn schatjes, onafscheidelijk van elkaar. Maar ze lopen bij de zijdehoentjes en als ze gaan beginnen eieren leggen, vergroot mijn probleem alleen maar.




Met twee ‘Velt-vriendinnen’ bezocht ik vorige week de Kruidtuin in Leuven. Madrina van 
Eigenlijk was het de bedoeling dat we een fotozoektocht gingen doen. Maar die was veel te moeilijk. We moesten op zoek naar gaten in houten deuren, roosters over water, engeltjes,… Maar wij hadden veel te veel interesse in de planten zelf. Wat het eerst onze aandacht trok, waren de perkjes gazon. Zo gelijk, zonder een klavertje of ander soort plantje. Dat kon niet zonder pesticiden, dachten we. De twee tuinmannen die een beetje verder aan ’t werken waren, gingen we daarover wel eens op de rooster leggen. Den oudste kwam niet meer uit zijn woorden bij zoveel vrouwelijk schoon. Maar de jongsten, die scoorde. Hij werkte er nog maar zes maanden, zei hij, maar al die tijd had hij er nog niks van pesticiden gezien. Ze hebben wel een speciale grasmachine. Het gras wordt er mee plat geduwd en dan afgekapt. Zo ligt het plat op de grond en kunnen zaden van andere planten niet wortelen. Goed gevonden, alleen kost zo’n machine wel negen duizend euro. Dan vind ik mijn levendige grasmat toch net iets mooier, hoor!





Voor het waterleven was al die regen wel positief. Nu hebben we zelfs drie groene kikkers! Het is geleden van toen we ons huis hier gebouwd hebben dat we die hier gehoord hebben. Gezellig vinden wij dat, het gekwaak van die diertjes.






In het bed van de blaadjes groeit vanalles. Peterselie, toch nog uitgekomen uit een pakje van Velt dat zogezegd al vervallen was. Pluksla, die nu al aan ’t opschieten is en ik ga laten bloeien om zelf zaad te oogsten. Ondertussen al nieuwe gezaaid en terug aan ’t oogsten. Rucola, gekregen van de buurvrouw. Groene snijselder, lekker voor bij de mosselen of in de soep. Kropsla ‘Meikoningin’. Bernagie of komkommerkruid. Een tagetesplantje dat ik kreeg van de buurjongen. Zonnebloemen. En natuurlijk onze Nieuw-Zeelandse spinazie. Die zaai ik niet meer zelf. Ik laat die gewoon staan tot na de vorst. In april komen de nieuwe zaailingskes dan vanzelf terug uit. Die verplaats ik dan naar het bed waar dat jaar de blaadjes mogen staan.

En dan de vruchtgewassen. De tomaat die ik kreeg van de buurman en gewoon zonder beschutting buiten zette, doet het ongelooflijk maar waar nog steeds goed. Niks phytophthora aantasting maar wel al mooie kleine groene tomaatjes. Ook de courgette ‘Gold Rush’ doet het goed. De pompoenen ‘Hokkaido Red kuri’ en ‘Butternut’ groeien overweldigend. En de olijfkomkommertjes beginnen ook te bloemen.
Het bed van de wortels staat er ook mooi bij. De prei is klaar om uit te planten. Dat ga ik volgende week doen. De worteltjes staan mooi fris en beloven een overvloedige oogst. Ook van de lenteuitjes hebben we al gesmuld. De charlotjes willen precies beginnen droog vallen. Bijna tijd om te oogsten dus. De schorseneren staan er mooi bij. Ik zette ‘Verbeterde Reuze niet schieters’. En de twee Yaconplanten die ik zelf opkweekte uit knolletjes van vorig jaar staan daar effenaf statig te wezen.
Maar het bed van de aardappelen, dat was een regelrechte ramp! Ik bracht dit jaar plantgoed mee van de ‘Reclaim the seeds’ beurs in Lier. Enkele hollandse jongens verzekerden me dat de rassen ‘Dore’ en ‘Rode eersteling’ niet vlug ten prooi vielen aan phytophthora. Tja, het weer was natuurlijk wel extreem vochtig. Eind juni was het loof ineens triestig slappekes geworden en de aardappelen die ik oogstte, waren nog belachelijk klein. We zitten al lang door onze voorraad heen. Daarbij vertelde de plaatselijke boerin me dat ze elke week gespoten hadden. Bweik, dat moest ze nu echt niet tegen mij vertellen. Ik ben direct op zoek gegaan naar een leverancier van bio-aardappelen en gelukkig in onze buurt gevonden. Op dit bed komt volgende week de prei die ik zaaide.



