Als je zelf niet zo handig bent, is het een werk van lange adem om aan een fruitkooi te geraken. Al enkele jaren was ik bezig met de voorbereidingen : mijn vader de oren van zijn kop zeuren om er voor mij één te maken.
Ik had al bessenstruiken in de tuin staan, rode, witte en zwarte aalbessen. Maar ik vertikte het om er vogelnetten over te hangen. Ik zag steeds het beeld voor me van vogeltjes die zichzelf in de nesten gewerkt hadden en vastzaten in zo’n net. Als kind had ik het dikwijls gezien, in de tuin van mijn vader. Resultaat hiervan was dat mijn bessenstruiken elk voorjaar verkracht werden. Dikke bosduiven en kraaiachtigen lieten zich op de takken vallen waardoor die afbraken. En nog voor de bessen enige kleur bekenden, waren ze al opgevreten. 
Vorig jaar heb ik dan mijn vader eindelijk kunnen overtuigen. Met houten balkjes heeft hij een geraamte gemaakt. Daarop hebben we dan kippengaas geniet. We hebben gaas van 1 meter hoogte gebruikt en de verschillende delen met ijzerdraad aan elkaar ‘genaaid’. Het resultaat was heel tof!
Wij hadden ineens kilo’s bessen. We hebben ze verwerkt tot sap en gelei. Met het sap hebben we een ‘tuinaperitiefje’ gemaakt : cava met een scheutje bessensap. Dat samen met een zomerse barbecue was heerlijk! Ook de aardbeien kregen een plekje in de fruitkooi. Hier hetzelfde verhaal : mooie, gave aardbeien voor ons ipv voor de vogels.
Nu heb ik ook blauwe bessen geplant. Ik bestelde planten bij de Blauwe bessenplantage Schrijnwerkers in Gruitrode. Gelukkig moest ik niet helemaal naar het verre Limburg rijden. Ze leverden de planten in een plaatselijke hoevewinkel, het Torenhof in Brussegem.
Blauwe bessen groeien het liefst in zure grond. Daarom heb ik heel veel bladcompost rond de struiken gelegd. Ik koos voor de rassen Spartan, Brigitta en Chandler. Ik ben benieuwd hoe ze het gaan doen.
Jullie mogen natuurlijk altijd eens naar de tuin komen kijken op 5 juni 2016 tijdens de ecotuindagen van Velt.😊


Anemone blanda, een blauweke, komt ook al piepen…
Helleborus hoekje…
Resultaten van de winterwerkjes : vlechtwerk van de gesnoeide knotwilgen.
En dit zijn takken van de Salix Viminalis, katwilg. Hij vormt lange twijgen. Daarom wordt deze soort zo veel gebruikt om manden enzo te vlechten. Hij staat ook aan onze poel.






Twintig jaar geleden deed ik het zoals mijn vader en schoonvader : in het begin van het seizoen de grond omspitten. Zo’n hard labeur! Gelukkig ben ik ondertussen slimmer geworden. Spitten is echt niet goed voor de bodem. Het brengt je bodemleven uit balans. De micro organismen die zorgen dat voedingsstoffen bij je planten geraken, worden massaal vermoord. Ze worden weggerukt uit hun plekje en bedolven onder nieuwe aarde. Daarbij breng je ook de zadenbank van onkruidzaden die in je bodem zitten aan de oppervlakte zodat die allemaal vrolijk kunnen ontkiemen. Resultaat : een explosie van eenjarige onkruiden! Derde reden om het niet te doen : het is heel slecht voor de rug en niet plezant.



“Het leven van de werkende vrouw is hard.” Dat zegt één van m’n collega’s dikwijls. En gelijk heeft ze. Vandaag ging ik de knotwilgen aan de poel onder handen nemen. Ging… Twee heb ik er kunnen doen! Grrrr… Het begon al deze ochtend. Mijn boterham was nog maar net doorgeslikt of er hing al een collega aan de telefoon. Er zijn wat problemen op het werk dus een andere collega moest ik hierover ook gauw eens inlichten. Moest ook dringend nog een hoop was wegwerken en eer ik terug was van de winkel was het al tijd om eten klaar te maken. Op woensdag kook ik tegen ’s middags want dan komt iedereen thuis eten. Na de afwas kon ik nog niet beginnen. De jongste dochter had een hoop moeilijk huiswerk, het lukte haar niet zonder wat morele ondersteuning. En dan was het tijd voor de dansles. Dochter weggevoerd en eindelijk een uurtje vrij voor de tuin. Dochter terug gaan halen en gepasseerd langs het gezin vanwaar Karoo, onze hond komt. Daar is terug jong leven in huis en had de kinderen beloofd dat ze eens naar de puppies mochten gaan kijken. Eindelijk terug thuis nog één uurtje kunnen werken en dan was het donker. Toeme toch!



Onze knuffelkipjes, ze zijn de aaibaarheidsfactor van onze tuin. ” Oh, jullie hebben pluchen kipjes!” riep een speelkameraadje van onze dochter eens uit. Met hun zachte, donzige pluimpjes, rustig scharrelend en altijd zo lief…




