Twintig jaar geleden deed ik het zoals mijn vader en schoonvader : in het begin van het seizoen de grond omspitten. Zo’n hard labeur! Gelukkig ben ik ondertussen slimmer geworden. Spitten is echt niet goed voor de bodem. Het brengt je bodemleven uit balans. De micro organismen die zorgen dat voedingsstoffen bij je planten geraken, worden massaal vermoord. Ze worden weggerukt uit hun plekje en bedolven onder nieuwe aarde. Daarbij breng je ook de zadenbank van onkruidzaden die in je bodem zitten aan de oppervlakte zodat die allemaal vrolijk kunnen ontkiemen. Resultaat : een explosie van eenjarige onkruiden! Derde reden om het niet te doen : het is heel slecht voor de rug en niet plezant.

Wat doe ik dan wel? In de winter de gond die bloot komt te liggen, bedekken met vanalles. (Grond ligt echt niet graag bloot, hoe zou je zelf zijn als ’t zo koud is?!). Grasmaaisel, bladeren, compost, … al die dingen zijn perfect. Dit jaar had ik zelf niet veel compost gemaakt dus ik ben een remorque vlaco compost gaan halen.

Mijn tuintje had ook wel een boost nodig. De knotwilgen achter de laatste perceeltjes waren met alle voedsel gaan lopen. Van het ene jaar op het andere had ik ineens maar potlooddunne preitjes meer en mijn rode kolen leken meer op rode spruiten. Wat was hier aan de hand?! Met de woelvork eens in de grond gestoken en wat bleek. Mijn grond was keivast geworden en zat vol kleine boomworteltjes. Dan heb ik wel gezwoegd. Alle worteltjes eruit gehaald en phacelia, een groenbemester ingezaaid. De twee knotwilgen achter het tuintje met de grond gelijk gemaakt. Een rijtje van acht is even mooi als een rijtje van tien hoor. De drie percelen phacelia stonden deze zomer prachtig te bloeien! En een hoop bijtjes dat we hadden! Zalig…
Als de eerste drie perceeltjes leeg gegeten waren en de phacelia door de vorst plat gevallen, heb ik alles bedekt met de compost. Dat vond ik een plezant werkje, 36 kruiwagens compost heb ik uitgevoerd. Compost of het Zwarte Goud : zalig vind ik dat! De compost rook heerlijk naar verse bosgrond en was gezellig warm aan de handen. Het was dan ook nog een zonnige, frisse dag. Zie je me genieten?

Vandaag ben ik nog eens een remorque gaan halen maar nu met gehakseld hout. Dit heb ik op de wegskes tussen de perceeltjes gelegd. Die hou ik graag onkruidvrij. Ik leg dan eerst een laag karton. Als je in een woonzorgcentrum voor bejaarden werkt, raak je gemakkelijk aan veel karton (de dozen van de luiers). Op het karton de houtsnippers en je bent een paar jaren gerust.

Voor mij mag het seizoen beginnen! Ik ben er klaar voor…
“Het leven van de werkende vrouw is hard.” Dat zegt één van m’n collega’s dikwijls. En gelijk heeft ze. Vandaag ging ik de knotwilgen aan de poel onder handen nemen. Ging… Twee heb ik er kunnen doen! Grrrr… Het begon al deze ochtend. Mijn boterham was nog maar net doorgeslikt of er hing al een collega aan de telefoon. Er zijn wat problemen op het werk dus een andere collega moest ik hierover ook gauw eens inlichten. Moest ook dringend nog een hoop was wegwerken en eer ik terug was van de winkel was het al tijd om eten klaar te maken. Op woensdag kook ik tegen ’s middags want dan komt iedereen thuis eten. Na de afwas kon ik nog niet beginnen. De jongste dochter had een hoop moeilijk huiswerk, het lukte haar niet zonder wat morele ondersteuning. En dan was het tijd voor de dansles. Dochter weggevoerd en eindelijk een uurtje vrij voor de tuin. Dochter terug gaan halen en gepasseerd langs het gezin vanwaar Karoo, onze hond komt. Daar is terug jong leven in huis en had de kinderen beloofd dat ze eens naar de puppies mochten gaan kijken. Eindelijk terug thuis nog één uurtje kunnen werken en dan was het donker. Toeme toch!



Onze knuffelkipjes, ze zijn de aaibaarheidsfactor van onze tuin. ” Oh, jullie hebben pluchen kipjes!” riep een speelkameraadje van onze dochter eens uit. Met hun zachte, donzige pluimpjes, rustig scharrelend en altijd zo lief…





Eerlijk gezegd, moet ik toegeven dat het niet mijn favoriete plekje in de tuin is, de moestuin. Op de een of andere manier slaag ik er steeds in om achter de feiten aan te lopen. De erwtjes te laat geplant, de spinazie doorgeschoten, de prinsessenboontjes te dik geworden… Structuur, moeke Hilde, structuur! Daarom besloot ik hulp te zoeken. Dit jaar doe ik immers mee met het Ecotuinenweekend van Velt en als we de mensen een tuin tonen, moet het toch op iets trekken,hé. Ik vroeg me af of we met Velt geen lessen konden geven in de moestuin, dan hadden andere mensen er ook nog iets aan.



Dat zijn bolletjes die voor mollen een penetrante geur verspreiden. Zelf vond ik ze nogal naar lavendel ruiken, niet slecht.Alle molshopen opgeschept en 3 bolletjes per hoop in de gangen gestopt. Wat een werk! En denkende dat uit deze bollen geen bloemen gingen groeien. Eerlijk gezegd vond ik het geen plezant werkje. En zou het iets uithalen? De volgende morgen zonk de moed me in de schoenen. Terug 2 hopen in het gras!😁. Bij de ene lagen de bolletjes er zelfs bovenop! Wat een regelrechte oorlogsverklaring! Toen heb ik mijn mollenklem weer boven gehaald. Ik ben ook niet heiliger dan de paus he. Gelukkig is het beestje er niet in getrapt.😄. En dan was er een kentering. Een week geen enkele molshoop! Tot er weer ene verscheen. Maar al de ecostyle bolletjes waren op. Dan heb ik maar, hopelijk zit u niet aan het ontbijt terwijl u dit leest, paaseitjes van onze hond in de gang gestopt.
En dat is nu 2 weken geleden! Ik heb geen enkele molshoop meer!!! Yes, en dat zonder dat ik heb moeten moorden! Ik vind mollen terug heel schattig, lief en heel nuttig voor de tuin…
En dan mijn lievelingsnarcis : Narcisus poeticus var. recurvus. Helderwitte bloemblaadjes met een cupje van geel met rood randje heeft ie. Zo schattig! En zalig geuren…mmmm! Hij geeft een voorkeur aan een niet te droge standplaats dus dat zou moeten lukken niet zo ver van de poel.
Dan heb ik ook nog Crocus biflorus ‘MissVain’ besteld en blauwe Anemone blanda. Ik kan al bijna niet wachten tot al die schone bloemekes tevoorschijn zullen komen…