Waarom geen worteldoek gebruiken?

Dit weekend deelde ik een paar foto’s op Facebook over de ‘kartontechniek‘. Daarop kreeg ik reactie van een mevrouw dat ze worteldoek veel beter vindt. Omdat een reactie op FB niet zo handig is, schrijf ik mijn antwoord hier en kunnen jullie meelezen. 🙂

Jaren geleden kregen we nieuwe buren. Echt toffe mensen, wij hebben nu een hele goede band. Ze kwamen uit de stad en hadden nog geen ervaring met tuinieren. Dus alle tips die ze in tuincentra kregen, namen ze gretig aan. Om het onkruid in de tuin de baas te kunnen blijven, plaatsten ze worteldoek. Het principe daarvan klonk zo mooi. Maar als iets te mooi klinkt om waar te zijn, is het dat meestal …

Daarna leerden we elkaar kennen, zagen ze onze tuin en vroegen ze om ‘mijn gedacht’ te komen zeggen over hun tuin en wat tips te geven. Het was daar een ramp, ze zaten met de handen in hun haar. Heermoes en haagwinde was alles wat ik zag. Die hadden zich door het plastiek geboord en groeiden er weelderig overheen.

Er zat niks anders op dan de worteldoek terug te verwijderen. Gelukkig is buurman heel sterk want dat was een beestenwerk.

Houdt worteldoek onkruid tegen? Nee! In de literatuur lees ik dat het alles wat onder het doek zit, zou tegenhouden. Maar zaden die aangewaaid komen, kunnen ontkiemen en zich vastzetten in de plastiek. Daarna zijn die onkruiden zeer moeilijk te verwijderen. Bij onze buren maakten zelfs de onkruiden die eronder zaten het doek gewoon kapot. Na het verwijderen van het doek heeft buurman nog weken plastiek vezels moeten rapen. En nu vindt hij er nog terug.

Wat met de planten die je in worteldoek zet? Die verstikken! Alles wat leeft, moet lucht hebben. Dat zegt ook de tuinkabouter die naakt tuiniert. 😉 Maar ook plantenwortels hebben lucht nodig. Door de plastiek doek krijgen ze water maar geen lucht. Daardoor vieren schimmels hoogtij. Je vaste planten groeien niet mooi uit, ze kunnen niet dikker worden of zich uitzaaien. Maar ook bodembedekkende planten kunnen niet verder kruipen. Ze zijn niet zo sterk als de superonkruiden. Ondergrondse uitlopers geraken niet door het doek. Bovengrondse uitlopers kunnen geen contact maken met de grond en verdrogen op de plastiek.

En wat met de worteldoek na een jaar of tien? Die is uitgerafeld en versleten door de invloed van zon, wind en vorst. Je tuin zit vol met microplastics en je hebt veel werk als je die terug netjes wil krijgen.

Hoe krijg ik een nieuwe border onkruidvrij? In augustus maak ik met de schop de omtrek van een border in het gras. De graszoden uitsteken, doe ik niet. Da’s veel te veel werk. Ik leg karton op het gras en daarover compost.

Wortelonkruiden zullen snel door het karton priemen. Da’s niet erg. Voor de winter moet ik toch nog enkele keren het gazon errond maaien. Het grasmaaisel leg ik elke keer over de compost en de onkruiden. Zo gaat dit stukje tuin goed bedekt de winter in. Bodemorganismen kunnen hun werk doen.

Terwijl nestel ik me in de zetel met een dekentje en een tas thee en zoek in http://www.kwekerijdevlindertuin.be/ of https://vasteplant.be/ toffe planten die ik wil zetten.

In het voorjaar is de graszode eronder verteerd. Ik hou van paardenbloemen in het gazon en die durven in de lente wel terug opkomen in de nieuwe border. Met de riek steek ik die dan effe uit. Dat gaat makkelijk want de bodem is mul geworden en het karton is ook verteerd.

Nu wordt mijn geduld beloond en kan ik planten zetten. Wil jij graag dat je border snel dichtgroeit? Dan zet je best het maximum aantal planten per m2. Onkruid krijgt dan geen kans. Je kan ook de grond bedekken met houtsnippers. (geen schors, die maakt de grond zuur en vaste planten hebben dat niet graag. Tussen struiken kan schors wel.) Ik speel graag buiten en houd liever wat plaats over om eenjarigen er tussen te zaaien of plantjes die ik krijg van tuinvrienden, toe te voegen. De vaste planten breiden mettertijd wel uit.

En nu mag het van mij wat warmer worden zodat heel de boel kan groeien! Vinden jullie ook niet?

Dagboek van een Tuinranger (3)

De 7 Tuinranger-madammen uit Londerzeel, een toffe, enthousiaste bende, dat is het! Deze maand hebben we al enorm genoten van ons Tuinranger-avontuur. We hebben onze theorielessen online gekregen en deden al een eerste tuinbezoek. Op 22 april gaan we een tweede bezoek doen. Maar in ons WhatsApp-groepje spraken we af om eerst nog eens extra te oefenen in elkaars tuin.

De theoriecursus is echt basis. Voor mij was het allemaal herhaling en eens op een andere manier verteld. Wat ik natuurlijk wel heel plezant vond. Alleen mocht er voor mij nog meer info over goede inheemse tuinplanten inzitten. Daarvoor werd de website van Ecopedia aangeraden. Zelfstudie dus.

Het huiswerk dat we kregen was plezant om te doen en met momenten echt hilarisch. Zo moesten we eens een plan tekenen van onze tuin met de hulp van Geopunt. De uitleg was: leg een wit blad op uw scherm en teken over. Maar met een touchscreen lukt dat natuurlijk niet. Deze digibeet zat in een mum van tijd 700 km verder in de sterren! 🙂 Helemaal mijne weg kwijt en goed gelachen! Dankzij een tuincursus heb ik toch weer wat bijgeleerd over de computer.

Tuinrangers vertrekken met respect voor wat mensen willen in hun tuin. Daarbij kunnen we dan advies geven hoe ze ook plaats kunnen geven aan natuur.

Een voorbeeldje: De struik ‘Forsythia’ is eigenlijk een waardeloze plant voor bijen. Hij produceert geen nectar of stuifmeel en heeft geen voedsel voor hen. Ook rupsen leven er niet op. Dus vogels vinden ook geen voedsel op een Forsythia. Moeten we daarom aanraden om de Forsythia uit te spitten? Maar nee, jong! Als mensen die struik mooi vinden, mag die absoluut blijven. Maar wat we wel kunnen voorstellen: laat de paardenbloemen in de buurt van die Forsythia staan. Want die zijn de absolute kampioen in het aanbieden van voedsel voor wilde bijen. Daarover lees je meer hier. En toegegeven, het geel van de paardenbloemen past toch mooi bij dat van de Forsythia hè?

Ik denk dat onze grootste opdracht zal zijn om mensen te tonen hoe ze kunnen houden van onze inheemse planten en ze niet zomaar te catalogeren als ‘onkruid’ en ‘vuiligheid’. Heb jij tips voor ons?

Bloemrijk grasland

Eigenlijk heb ik hier nog niet zoveel verteld over het project ‘FlowerPower De Tuin’ waar ik aan meewerk sinds vorig jaar.

Als burgerwetenschapper (precies echt hè 🙂 ) help ik mee onderzoeken hoe gazons makkelijkst kunnen omgevormd worden tot bloemrijk grasland. Oorspronkelijk was het de bedoeling dit twee jaar te doen. Nu start het tweede jaar. Maar we gaan verder, ik heb getekend om nog een derde jaar mee te doen.

Zo plezant dat dat is! Een saaie pelouse omtoveren tot een vrolijk, levendig schilderij. Ik was daar al langer mee aan ’t experimenteren, gewoon met de natte vinger. Met het team van FlowerPower De Tuin doen we dit heel gedisciplineerd en wetenschappelijk.

Op drie afzonderlijke anderhalve vierkante meter – grasveldjes tellen we bloemen en bloembezoekers. Veldje 1 lieten we ongemoeid. Dat werd gewoon gemaaid in juni en september. In veldje 2 werden zaden gezaaid, gewoon tussen de grassprieten. Veldje 3 mocht ik afplaggen en daarin zaaien. Vorig jaar stonden daar éénjarigen zoals klaproos, korenbloem, bolderik, … te bloemen. Nu staat het vol met meerjarigen zoals Margrieten, Duizendblad, Slangenkruid. Dat gaat daar deze zomer een bloemrijk geheel worden. Dit weekend kregen we een ‘kiemplantenbingo’ voor wie niet kan wachten op de bloemen. Ik zit te popelen om te gaan determineren als het stopt met regenen.

Waarom zo’n bloemrijk grasland belangrijk is? Omdat veel van onze inheemse insecten daar voedsel vinden. Gewone honingbijen (eigenlijk is dat vee) zijn generalisten en vinden op gecultiveerde bloemen ook wel wat te smikkelen. Maar onze wilde bijen en andere soorten insecten die we broodnodig hebben in ons systeem om de mensheid in leven te houden, verhongeren in onze borders uit het tuincentrum.

Wat ik kon tellen en determineren in mijn proefvlakjes? Bijlange niet alles wat er zat, die beestjes willen niet stilzitten hè. Variabel elfje, Bandzweefvlieg, Tuingitje, Geelgerande tubebij, Blinde bij, Weidehommel, Snorzweefvlieg, Behangersbij, Terrasjeskommazweefvlieg, Smaragdgroefbij, Gehakkelde aurelia, Bont zandoogje kon ik op naam brengen. En honingbijen zaten er ook natuurlijk. Ook Lieveheersbeestjes en mooie blauwe Fraaie schijnbokken.

Laat het nu maar stoppen met regenen en wat warmer worden! Ik kijk al uit naar al dat leven in de tuin. En ik probeer jullie met mijn foto’s te verleiden om ook eens wat meer in de hangmat te gaan liggen deze zomer. En de grasmaaier wat minder te laten werken. Is dat gelukt? Dan kan ik hier nog wel meer tips geven hoe je heel makkelijk zoveel bloemen in het gras kan krijgen.

Weet je wat? Kom op 4 juni 2023 eens kijken. Want dan doen we terug mee met de Ecotuindagen van Velt. Meer info volgt hier nog. 😉

Dagboek van een tuinranger (2)

Opgewonden zoals een kind op de eerste schooldag fietste ik zaterdag naar Londerzeel. Helemaal klaar voor de eerste les van de Tuinrangers.

Het is dus inderdaad gelukt! Ik mag meedoen!

Het Tuinrangersteam in Londerzeel bestaat uit 7 madammen. Dat dat heel plezant is, moet ik u niet uitleggen zeker? Samen met 6 mensen uit Edegem zaten we ‘in de klas’, het zaaltje van Gerard Walschap. Eigenlijk gingen er ook nog 3 mensen uit Sint-Niklaas meedoen. Maar die waren al aan ’t ‘brossen’.

Frans De Smedt, lesgever van dienst, begon met het uitdelen van ons lesmateriaal en cursus. Zo’n schoon gerief! In ons team klikt het echt, zo tof. Annick, onze verantwoordelijke, maakte al een WhatsApp-groepje. Met Erna, het nieuwe vriendinnetje naast mij in de klas heb ik al honderduit zitten babbelen. We gaan nog moeten oppassen of meester Frans zwiert ons uit elkaar. 😉

We werkten wel goed mee hoor. Zo goed dat Frans ons op een bepaald moment wel even temperde. “Jullie zijn allemaal zo enthousiast. Maar besef wel dat je bij de mensen met kleine stapjes zal moeten beginnen.” zei hij. Dat gaan we doen. Met zachte hand en veel begrip, zoals alleen vrouwen dat kunnen. Maar we hebben allemaal hetzelfde doel. Wij willen, hoe klein onze inbreng ook is, deel uitmaken van die groeiende groep mensen die onze planeet terug mooi en gezond wil maken. Zodat wij als mensheid nog lang kunnen blijven. Het voelt goed iets te kunnen doen in deze toch wel rare tijd.

En hoe begin je daar best aan? Door eerst in onze eigen vijver te vissen, dicht bij huis. In Vlaanderen beslaan tuinen 12% van de open ruimte. Als we al die tuinen ecologisch en klimaatvriendelijk inrichten, is dat al een enorme winst. Want we hebben onze natuur en biodiversiteit nodig om ons te helpen de klimaatcrisis te bestrijden.

Daarom nam de gemeente Londerzeel ons in dienst. Als vrijwilligersteam gaan we Londerzeelse mensen helpen hun tuin zo in te richten dat vogels, bijen, vlinders, libellen, egels, … terug meer plaatsen vinden om te leven. Want we hebben hen broodnodig. Eigenlijk is het makkelijk en simpel: In een tuin met veel variatie en ook wat inheemse planten ontstaat een natuurlijk evenwicht en dan heb je geen pesticiden nodig. Want dat is het enige waar wij heel streng tegenover zijn: pesticiden gebruiken we echt niet. En ook tuinen met alleen maar stenen, daar hebben we het niet voor.

Ik heb al enorm veel goesting in de volgende lessen. Onze theoretische cursus gaan we verder verwerken in 3 online lessen. Om te oefenen, gaan we 3 tuinbezoeken doen. En op 13 mei is er een bijeenkomst van alle tuinrangers in Vlaanderen. Daarna kunnen we starten. In september is er een terugkomdag. Hier zit een ‘content kind’! 😉

Mooie plantencombinaties in februari

In de maand februari had ik in deze reeks nog niks gedeeld, zag ik. Tijd dus om dat eens te doen. Effe tonen dat de bloeiboog in Groengenot bijna het hele jaar overspant. Die bloeiboog is heel belangrijk voor teddybeertjes zoals deze. Als zij nu al wakker worden, hebben ze voedsel nodig.

De allereerste bloemen die hier in december al verschijnen, zijn breedbladige sneeuwklokjes (Galanthus elwesii). Op de foto zie je dat ze nu uitgebloeid zijn. Om ze te vermeerderen, kan ik nu de pol opnemen, delen en opnieuw wat uit elkaar planten. Galanthus nivalis, achteraan rechts op de foto is het gewoon sneeuwklokje dat nu pas begint te bloeien hier.

Daarna komen de krokussen. De gele biokrokussen zijn de eerste. Ik vind ze nogal hard van kleur maar samen met de paarse Crocus vernus combineren ze wel tof. (Volgens ‘Obsidentify’ is het C. vernus. Ik ben het moeten gaan opzoeken want heb ooit enkele bolletjes gekregen). Eigenlijk gedraagt hij zich hier zoals onkruid, hij zaait zichzelf uit. Heel tof!

Vanaf nu kunnen de speurtochten in de bloemenweide beginnen. Er komt altijd wel iets nieuw boven.

Samen met Crocus chrysanthus ‘Romance’ combineert die Crocus vernus trouwens ook tof.

Eigenlijk vind ik die romantische krokus de allermooiste? Welke is jouw favoriet?

Ook in de voortuin is die romantisch subtiel aanwezig.

En de Crocus vernus ‘Vanguard’ in de voortuin, daar blijven mensen regelmatig voor staan. Maar ja, hij staat daar echt met zijn goesting. Iedere pol van 7 bolletjes die ik 4 jaar geleden in de grond stopte, ziet er nu zo enorm uit. Ook de witte Crocus chrysanthus ‘Ard Schenk’ staat in de voortuin.

Herfst en lente samen in de bloemenweide. Crocus vernus ‘King of the Striped’ blijft hier bescheiden aanwezig. Maar dat is helemaal perfect. Hij is iets te grotesk en zelfgenoegzaam voor mij.

Ondanks zijn harde kleur is deze gele biokrokus dan toch sympathieker he?

Anemone blanda op de voorgrond en de kleine narcisjes ‘Tête-a-tête’ zijn heel tof om te combineren samen met krokussen. Kriebelt de lente bij jou ook al zo?

Hoe krijgt een 16-jarige haar zin?

Stel je voor, je bent 16 en je wil wat: weeral een jas. En je weet zeker dat je van je ‘duurzaam denkende moeder’ ze niet zal krijgen. Dan moet je creatief zijn hè.

Drie weken geleden trokken Antje en Jitske naar Antwerpen. Ze houden ervan om te snuisteren in tweedehands kledingwinkels en hebben echt een neus voor toffe spulletjes. Deze keer hadden ze een ‘keimooie’ jas gevonden. Maar geen van beiden had nog genoeg geld op haar rekening om ze te kopen.

Wat hebben ze dan gedaan? Hun centen bij elkaar gelegd en de jas samen gekocht. Het is nu een ‘deel-jas’. Wij hebben zalig gelachen met zoveel creativiteit. De eerste week bleef de jas bij Antje. Op zaterdagavond gingen ze wisselen en zo hebben ze nu een soort van co-ouderschap over de jas.

De eerste zaterdagse ‘overdracht’ was er al eentje met obstakels. Antje moest vertrekken naar de fuif die ze met haar Chirogroep organiseerde. Maar Jitske was nog niet thuis. Geen probleem, wij hadden vrienden op bezoek en gingen de jas wel overhandigen. Zoals afgesproken ging rond achten de deurbel maar daar stond Dauke in plaats van Jitske. Zij kwam de jas halen. De lieve wederhelft zei wat lacherig: “Ik hoop dat ik de jas nu aan de juiste persoon meegegeven heb hè.” Waarop één van de vrienden opperde: “Ze hebben hem misschien voor een avond verhuurd?” Hilariteit alom!

En wat denkt ge? Een uur daarna ging de deurbel weer. De lieve wederhelft ging terug opendoen en wij zagen van aan de livingtafel dat Jitske aan de deur stond. Oh nee! Toch de jas aan iemand verkeerd meegegeven?

Dus ging ik ook even kijken. Jitske had de jas aan, naast haar stond Dauke en nog een vriendin die we niet kennen. Jaja, alles was in orde hoor. Maar of ze mijn zonnebril niet mochten meenemen voor Antje? Want zij gingen ook vertrekken naar de fuif en Antje die er al hard aan ’t werken was, was die vergeten. “Aha, voor haar imago zeker?” knipoogde ik. De meisjes grinnikten om zo’n begripvolle moeder.

Ik zeg het u! Pubers in huis, da’s steeds avontuur en plezier. En wij genieten mee!

PS: Loes haar blogbericht deed me eraan denken om dit waargebeurd verhaal te delen.

Dagboek van een Tuinranger (1)

Vorige maand was ik present op de infoavond over de Tuinrangers in onze gemeente. Er waren een kleine twintig toehoorders. Projectleider Werner Van Craenenbroeck kwam ons vertellen wat de tuinrangers doen en hoe je er ene kan worden.

Ik volg hen al van bij de start en vind het fantastisch wat ze doen. ‘Tuinrangers‘ is een dienst van Inverde voor steden en gemeenten om bij te dragen aan hun klimaat- en biodiversiteitsbeleid via de tuinen van inwoners. Dit gebeurt via een lokale vrijwilligerswerking. Want 12% van de open ruimte in Vlaanderen is ‘vertuind’. Dat wil zeggen dat we zelf gigantisch veel mogelijkheden hebben in de strijd tegen de klimaat- en biodiversiteitscrisis. En voelen dat je er iets kan aan doen, dat maakt gelukkig.

Door onderzoek in tuincentra is gebleken dat mensen vol goede wil zitten om onze inheemse wilde dieren te helpen. De afdeling met producten voor tuinbewoners (nestkastjes, vetbollen, insectenhotels, …) is enorm winstgevend. Alleen is er een probleem. Een nestkastje in een compleet verharde tuin, dat werkt niet. Want jonge koolmezen eten geen vetbollen, maar rupsen. En voor rupsen heb je inheemse bomen en struiken nodig. Vlinders en bijen hebben bloemen nodig. En egels in een volledig afgesloten tuin? Die raken er niet in of uit.

Maar zo’n dingen worden niet verteld door een tuinaannemer of -architect. Daarom is de Tuinranger-methode uitgevonden. Zoals de vrijwilliger het hulpje van de verpleegkundige in het woonzorgcentrum is, is de tuinranger dat van de tuinaannemer of -architect. Tuinrangers kunnen ook advies geven over welke aannemers of architecten in de buurt natuurvriendelijk werken.

Wat doen Tuinrangers dus niet? Ze geven geen technisch advies over tuinaanleg. Maken geen tuinontwerp of geven geen esthetisch oordeel.

Wat doen ze dan wel? Op maat van jouw tuin en jouw leven geven ze (gratis) advies over hoe je meer natuur kan verwelkomen. Ze kijken naar de bodem en de oriëntatie van de tuin. En wat haalbaar is, bijvoorbeeld geen grote eik in een kleine voortuin. Ze werken op maat van de mensen, hun smaak en hun tuingebruik. Bijvoorbeeld als er veel gevoetbald wordt in de tuin, gaan ze geen bloemenweide voorstellen.

Er zijn nochtans boeken en websites over natuurvriendelijk tuinieren. Toch hebben veel mensen nog schroom. Want we hebben wel van onze ouders geleerd hoe we het gras moeten afrijden. Maar hoe onderhoud je bijvoorbeeld een bloemenakker? Dat leer je niet zo makkelijk uit een boek. Daarom is er de Tuinranger! Hoe begin je daaraan? En hoe zit het specifiek voor jouw tuin? Je tuin moet natuurlijk een tuin blijven, het moet geen wildernis worden.

De opleiding van de Tuinranger en de bezoeken die hij aflegt, worden gefinancierd door de gemeente. Gedurende een tweetal uurtjes komt hij bij je thuis advies op maat geven. Hij werkt rond tuinbiotopen, tuinproblemen en hulp voor specifieke diersoorten. Hij gaat ook met jou op ‘tuinsafari’. Je krijgt een pakket met een mapje in A4-formaat met adviesmateriaal en een safarikit met zoekkaarten en een vergrootglaspotje. Ook zadenmengsels en een tuinbordje zitten in het pakket. Bedoeling is je vooral ‘goesting in tuinnatuur’ te geven. Je tonen dat je met weinig moeite een aards paradijs aan je achterdeur kan creëren.

Da’s iets waar ik heel graag wil aan meehelpen. Ik heb gesolliciteerd en op 4 maart start de opleiding. Wordt hopelijk vervolgd!

9.6 Een verweer

… omdat ik er zo van onder de indruk ben …

Theater dat ontroert, je met de mond vol tanden doet zwijgen en blijft nazinderen … daar ben ik fan van. De dag erna moet je dat dan opschrijven, omdat het niet loslaat.

Gisteren zagen we ‘9.6 Een verweer’ van theatergezelschap Het Nieuwstedelijk. Een rauw, alternatief, modern stuk over de klimaatcrisis. Actrice Sara Vertongen is helemaal doordrongen van de urgentie van de crisis waar we ons nu in bevinden. Ze vroeg aan regisseur Stijn Devillé om voor haar een monoloog te schrijven.

“Amai, die speelt dat goed!” fluisterde de lieve wederhelft op een moment. “Nee, die speelt dat niet, die IS zo.” antwoordde ik vol ontzag. Prachtig gewoon, hoe zij ons vanop dat podium toesprak. Ze begeesterde ons! De emoties van woede en kwaadheid tegenover zij die al decennia weten waar ze mee bezig zijn en toch voor het lieve geld voortdoen. De talmende minister die zijn ontlasting niet kwijtraakt. De zwaluwen die uit hun nest vallen van de hitte. De overstromingen. Het meisje met de vlechten. En terwijl blijft het letterlijk regenen op de scène.

We schreven al boeken, liepen hand in hand en zongen voor het klimaat. Maar het helpt allemaal niks. Het wordt erger en erger. Dit theater roept op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Ik besef, hoezeer dit me ook tegen de borst stuit, dat het zal nodig zijn.

Als ze overmand door verdriet is neergezegen op de grond omdat ze het allemaal al gezegd heeft en het niet helpt, lopen mijn ogen ook vol. Toeme toch! De onmacht en de liefde voor onze planeet is immens. Hoe kunnen we haar en onze kinderen toch redden?!

Ze staat voor een scherm waarop videokunstenaar Walter Verdin zeer experimenteel lichtflitsen en abstracte beelden op ons loslaat. (Walter Verdin ken je van de groep Pas de deux en de song ‘Rendez-vous’ op het Eurovisie songfestival in 1983). De muziek van Bert Hornikx en Joy Adegoke is buitengewoon excentriek, prachtig.

En nu de vraag die me maar niet loslaat: Waarom blijven wij eigenlijk zo braaf? Moeten we echt burgerlijk ongehoorzaam worden? Kan jij het me zeggen?

Als de wijn is in de vrouw …

… ligt zo’n weggetje er gauw.

De quote is van Menck. En dat zit zo.

In de border achter de zwemvijver ligt de pomp van de filter van die vijver. Maar ik had vorig jaar alles vol planten gezet en er geen rekening mee gehouden dat je daar eigenlijk nog moet aan kunnen. Slim he? Deze winter ben ik dus een weggetje daar naartoe aan ’t maken. En heb het eigenlijk al een naam gegeven: ‘Het zat weggetje’.

Het moet een heel smal weggetje worden met hakselhout en afgeboord met omgekeerde wijnflessen. Dat moeten natuurlijk allemaal wat dezelfde flessen zijn he. Hier bij ons in ’t Streukke wordt er wel regelmatig wat wijn gedronken. Als we bijeen geraken, is het altijd heel gezellig. Dus ik koos de wijn die de buren op dit moment lekker vinden en zette een oproep op Facebook om te helpen … met drinken.

Mijn oproep werd 17 keer gedeeld en ik kreeg veel toffe reacties. ‘Straks lopen ze in Malderen allemaal op hunne kop!’ ‘Aanzetten tot drinken, is dat niet strafbaar?’ ‘Ik drink normaal niets in januari, maar ja, als ik iemand kan helpen natuurlijk …’ ‘Nu weet ik wie de drankorgels zijn van de familie’ En de beste vond ik van Menck: ‘Als de wijn is in de vrouw, ligt zo’n weggetje er gauw.

Ondertussen ben ik met hulp van familie, vrienden en buren aan 54 flessen geraakt. Ik heb er in totaal 112 nodig. Dus da’s toch wel nog veel he. Ik heb nu veel gehakseld hout van de wilgen en weinig geduld om te wachten. Daarom gingen we dit weekend eten naar het Molenhuis in Malderen. Wij gaan daar graag. De eigenaars zijn super vriendelijk, het is er gezellig ingericht en het eten is zeer lekker. We vroegen er om de lege flessen van de huiswijn bij te houden en dat gaan ze nu doen met veel plezier. Die kan ik dan combineren met de flessen die ik al heb.

Ik kreeg de opmerking van iemand dat ik niet ecologisch bezig ben omdat ik niet recycleer. Hij heeft dus niet helemaal begrepen waar het over gaat. Ken jij het 5R model?

  1. Refuse: Deze is de belangrijkste. Afval weigeren, nee zeggen. (geen plastic zakjes in de winkel nemen, een sticker ‘geen reclamedrukwerk’ op je brievenbus plakken, geen onnodige aankopen doen)
  2. Reduce: Of verminderen. Alleen datgene wat je echt nodig hebt, kopen en niks meer.
  3. Reuse: Of hergebruiken. Dit is wat ik met de lege wijnflessen ga doen. Ipv ze naar de glascontainer te doen om opnieuw te laten smelten en andere flessen van te maken, gebruik ik ze zo. De flessen krijgen een andere leven en ik moet niks nieuw kopen om mijn weggetje af te boorden.
  4. Recycle: Deze komt dus pas op de 4de plaats. Als het niet lukte om de vorige 3 stappen te volgen, kunnen we nog recycleren. Goed sorteren is hiervoor belangrijk.
  5. Rot: Dit is zeker niet de vuilste R. Nee, als je de vorige stappen goed hebt doorlopen, hou je hier enkel materiaal over dat in de natuur kan verteren, rotten. En dan krijg je het zwarte goud: compost.

Doe jij creatieve of zotte dingen die passen in dit 5R model? Wij hebben er hier in ieder geval al veel plezier mee gehad. Hik 😉

Winterwerken

Dat je in de winter niet kan buitenspelen? Wie zegt dat?

Half december is de ‘vriend met verstand van groenwerken’ nog eens komen helpen om de wilgen te knotten. Wij hebben acht knotwilgen. De helft daarvan hebben we teruggezet tot op de stammen. De andere helft zullen we binnen een jaar of twee doen. Zo zullen onze vroege bijen dit voorjaar niet verhongeren, ze hebben nog vier bomen waarop ze stuifmeel vinden. Op de vier geknotte bomen zullen dit jaar nog geen wilgenkatjes groeien. Daarom knotten we ze nooit allemaal tegelijk.

Het was heel koud maar het had nog steeds niet geregend in december. Daardoor stond er geen water in de (poel)gracht. Eigenlijk was dat wel makkelijk. Alleen met de afsluiting moesten we rekening houden. Daarvoor bond de ‘vriend met verstand van groenwerken’ een spankabel rond de takken in de boom. Mijn vader en ik trokken die dan naar de richting van de weide. En dan gaan lopen als die gevaartes met veel gedruis op ons afkwamen. Een spannend werkje en rennen op bevroren ondergrond, da’s niet zo makkelijk.

Eens het knotten zelf gedaan was, mocht vader naar huis. Hij is vorig jaar op tram 8 gestapt en is wat rapper moe ook al wil hij dat natuurlijk zelf niet toegeven ;). Al de takken en stammen op den hof sleuren, dat was de volgende klus waar we ons konden mee verwarmen.

Mijn pijp is uit …

’s Avonds vanuit de zetel stuurde ik deze foto van Swenga naar de ‘vriend met verstand van groenwerken. “En hoe is het met uw pijp?” antwoordde hij. “Mijn koppeke is nog fris maar mijne rug jong😅!” stuurde ik terug. “Daarmee dat ik wat langer gebleven ben om u te helpen om alles uit de beek te halen.” Ik voel me heel rijk met zo’n vrienden!

Het hout sorteren, dat was nog zo’n tof werkje waar ik het lekker warm van kreeg. De takken snoeien, dikke stammen bij elkaar en dunnere takjes bij elkaar leggen. De dunnere takjes heb ik ondertussen gehakseld. Deze week begin ik te zagen. De stammen he, in huis zaag ik al genoeg, zegt de tienerdochter.

In de moestuin heb ik de randen van de bedden hersteld. Daarvoor had ik van iemand uit ons dorp oude dakpannen gekregen. De weggetjes heb ik bedekt met het gehakseld hout.

Tijdens al die winterwerken merk ik dat de dagen stilaan beginnen te lengen. Het heeft gelukkig eindelijk geregend maar op een maand tijd is er zoveel regen gevallen dat de gracht overloopt. Gaat het straks terug maanden droog blijven eens het stopt met regenen? We krijgen een raar klimaat, vind ik.