Dagboek van een Tuinranger (4)

Nu ben ik er echt ene! Vorige maand werd onze opleiding afgerond met een bijeenkomst in het begijnhof van Diest. We kregen de laatste praktische tips, konden kennismaken met nieuwe tuinrangers van andere gemeenten en met de mensen van de vrijwilligerswerking. We merkten al direct dat Elisa, onze vrijwilligersverantwoordelijke, een joviale, goedlachse madam is. Ik kreeg al enkele toffe mailtjes van haar. De contacten met zo’n mensen maken dat je van vrijwilligerswerk zoveel voldoening krijgt.

De eerste 12 tuinen die we in Londerzeel bezoeken, gaan we met twee doen. Dan staan we wat sterker he ;). Mijn eerste tuinbezoek deed ik samen met Annick. Gisteren hielp ik Erna. De week erna helpt Rita mij en help ik Martine met een tuin. Ik ging ook al mee ‘als stagiaire’ met Kristien uit Asse. Zij heeft al meer dan 100 tuinen gedaan. Dus daar heb ik wel wat van geleerd.

Dat eerste tuinbezoek is enorm goed meegevallen. Een hele lieve jonge mevrouw die al direct toegaf dat ze geen groene vingers heeft maar wel enorm om de natuur geeft.

Ze had zich in de luren laten leggen door de tuinaannemer. Die had haar terras behandeld met gif tegen ‘onkruid’. De middelen die nu gebruikt worden, kunnen geen kwaad meer, had hij gezegd. Dat is spijtig genoeg niet juist. Het kankerverwekkende glyfosaat zal wel vervangen zijn door pelargonzuur. Maar dat is even giftig voor bodemorganismen en waterleven. Op de verpakking staat dat je minstens 10 meter verwijderd moet blijven van oppervlaktewater. En dat kan niet op een terras of oprit met een afvoer naar de riool. Daarbij werkt het niet echt. Alleen de bovengrondse delen van de plant worden aangetast. Dus na een maand staat het er terug. Ze heeft veel geld betaald voor niks. Wij adviseerden het onkruid tussen haar tegels te lijf te gaan met een grastrimmertje of een scheut heet water.

Wat hebben we nog verteld?

Dat je mos tussen de tegels op de oprit zelfs in gerenommeerde Engelse tuintijdschriften ziet. Dat het tussen onze oren zit, dat het weg moet. Mos is een echte luchtzuiveraar. Dus in onze living moeten we stofzuigen maar buiten niet. Zij was vooral bang dat ‘de mensen’ haar vuil zouden vinden. Dus dat de Tuinrangers haar zeiden dat het voor de natuur beter is, vond ze eigenlijk wel tof.

Dat je met een metserskuip ingegraven in de grond en waterplanten erin kikkers en salamanders kan aantrekken.

Dat bosaardbeitjes lekkere en makkelijke bodembedekkers zijn in dat stukje tuin waar ze geen weg mee weet.

Dat ze in dat moeilijk hoekje tegen de muur biobloembollen in de grond kan steken en tuingeraniums kan zetten.

We gaven haar zaadjes van inheemse bloemen, nuttig voor bijen. Want het carnavalsmengsel dat ze voor hen gezaaid had, daar zijn ze eigenlijk niet veel mee. Volgend jaar gaat ze onze bloemen zaaien. En ook de Margrietenzaadjes die we haar gaven, gaat ze gebruiken en uitdelen.

Dat ze heel goed bezig is in haar gazon. De kinderen voetballen er. Maar de mol mag er wroeten. Ze trekt de molshopen gewoon open. Daardoor kunnen madeliefjes en andere kruiden kiemen en krijgt ze een kruidenrijk gazon.

Dat in het gaatje in de muur waar steeds een bijtje naartoe ging, nu baby’tjes zitten die volgend voorjaar zullen uitkomen. Dat eerst de mannetjes zullen komen die de vrouwtjes zullen opwachten. Dat de Franse veldwesp die we tegenkwamen, niet naar limonade komt. En de groene schildwants die ineens op tafel landde en we in een loeppotje staken zodat ze haar kon bekijken, daar werd ze zowaar emotioneel van.

Of ons tuinbezoek positief was? Ik denk het wel. Vooral omdat ze op een bepaald moment uitriep: “Amai, het is hier precies mijn verjaardag vandaag!” Daar doet een mens het voor he?

De andere bezoeken deze week waren ook allemaal zo positief. En Kristien uit Asse stuurde ons allerlei informatie over inheemse planten door. Zij maakte daarmee een map, aangevuld met foto’s uit haar tuin. Dat wil ik deze winter ook maken. Als je foto’s kan tonen aan de mensen, dat spreekt meer aan.

Ik doe het echt graag: vertellen over de tuin, mensen tips geven om meer natuur te verwelkomen en zo onze gemeente een beetje mooier maken.

(Foto’s zijn van Bjorn Weynants tijdens onze Ecotuindag ’23)

Maai mei … slim

Met zijn blitse wagen kwam hij afgereden, parkeerde zich en draaide duwde zijn venstertje naar beneden. “Hela, hela!” riep hij, “het is wel maai mei niet hè!” Vrolijk liep ik verder achter de grasmachine, zwaaide eens naar hem en riep lachend: “Het is maai mei slim!”

Ik weet dat hij hier komt lezen en niets zal begrepen hebben van mijn betoog dat probeerde boven het grasmaaier-geronk uit te komen. Daarom hier mijn uitleg.

Ik vind de actie ‘Maai mei niet’ super! Een eye-opener van formaat die ervoor zorgt dat iedereen hoort hoe we onze biodiversiteit kunnen helpen. Het is heel laagdrempelig en laat mensen die niet zo met natuur bezig zijn, ook eens kennismaken met het leven dat er komt als je het gras niet steeds millimetert.

Voor wie nog steeds twijfelt, ook na ‘maai mei niet’ kan je het gras terug onder bedwang krijgen. Grasmaaier op de hoogste stand zetten en eventueel zelfs enkel op de achterste wielen rijden. Daarna ga je er nog eens gewoon over en klaar is kees. Alles is terug netjes.

Maar ik was in de maand mei juist wél aan ’t maaien in het weitje rechtover ons. Dat zit zo:

Dat weitje werd onderhouden door iemand van de gemeente. Hij maaide het twee keer per jaar en liet het maaisel gewoon liggen. Grasmaaisel, da’s voedsel voor de bodem. Daardoor is het een zeer vette wei met veel brandnetel en sterk gras, zoals gestreepte witbol, geworden. Bloemen kregen er geen kans.

Wij mochten van de eigenaars tijdens de aanleg van onze zwemvijver, de grond die eruit kwam er tijdelijk op parkeren. En op 4 juni tijdens de Ecotuindag op 4 juni mogen we ons tentje van Velt erop zetten. In ruil daarvoor onderhoud ik het nu een beetje. Ik zou er heel graag een bloemenweide van maken. Ik kreeg er al wat boterbloemen, smeerwortel, knoopkruid, rolklaver, witte dovenetel, wilde kaardebol in maar er staat ook nog steeds zeer veel vet gras. En dat gras moet je juist temmen door te maaien in mei én het grasmaaisel af te voeren. Dan kan het geen zaad zetten en put het uit.

Ik maaide wel niet alles af. Daar waar meer bloemen dan gras stonden, reed ik rond. Een buurvrouw die passeerde, zei: “Je bent zo’n mooie perkjes aan ’t maken.” In augustus en oktober zal ik nog eens maaien en direct afvoeren. Dit beleid zal ik waarschijnlijk enkele jaren moeten aanhouden tot het vette gras wat uitgeput is. Dan kunnen zaden van bloemen die ongetwijfeld in de zadenbank van het weitje zitten, ontkiemen. Dan zal ik zoals in onze bloemenweide niet meer moeten maaien in mei. Wist je dat langs de A12 waar het gras al decennialang zo beheerd wordt, zeldzame orchideeën staan? Boeiend toch hè?

Velt Ecotuindagen 2023 in Groengenot

Rondleidingen, demo’s en beestjes speuren in ecotuin Groengenot

Op zondag 4 juni 2023 van 10 tot 17 uur, tijdens het weekend van de Velt ecotuindagen, gaan ook in de Zwaluwstraat 72/1 in Malderen de tuinpoorten open. Groengenot is een ecologische en klimaatbestendige tuin, maar bovenal een tuin om van te genieten. Velt is de vereniging voor ecologisch leven, tuinieren en koken. Ze organiseert elk jaar tijdens het eerste weekend van juni deze tuinhoogdagen. Meer dan 250 tuineigenaars in Vlaanderen, Brussel en Nederland doen hieraan mee.

Allemaal samen

De afdeling Velt Neer-Brabant, insectenwerkgroep Voelspriet van Natuurpunt en Oxfam Londerzeel hebben de handen in elkaar geslagen om er in Groengenot een onvergetelijke dag van te maken.

genieten

Sinds 2009 genieten Hilde en Franky samen met hun kinderen, hond en kippen van deze tuin. Hilde is vrijwilliger bij de lokale afdeling van Velt en tuiniert zonder pesticiden. Naast haar job als nachtverpleegkundige is ze co-auteur van het boek ‘Onze Aarde Vieren – Enthousiasme in tijden van klimaatverandering’ en gaat ze binnenkort aan de slag als vrijwillige ‘Tuinranger’ voor gemeente Londerzeel. Ze wil graag tonen dat tuinieren zonder gif niet moeilijk of lastig is.

op een luie manier

Kom je graag te weten hoe je op een ‘luie manier’ een nieuwe bloemenborder aanlegt? Wandelen in de bloemenweide? Ontdekken hoe een ecologische zwemvijver werkt? Hoe je regenwater kan opvangen en in de tuin houden? De serre ontdekken? Of leren hoe je als moestuinier nooit meer moet spitten? Er worden meerdere rondleidingen gegeven, gespreid over de dag.

en verwend worden

De plaatselijke Velt-afdeling is aanwezig met een boekenstand en zelfgekweekte plantjes. Insectenwerkgroep Voelspriet van Natuurpunt komt kriebelbeestjes en waterleven determineren. Je kan een demo van Ortiga meepikken over hoe je een natuurlijke anti insectenroller kan maken. Dorst gekregen tijdens je bezoek? Ook de vrijwilligers van het Oxfam-café staan te popelen om je te verwennen.

gratis en vrijblijvend

Je kan gratis een kijkje komen nemen. Inschrijven is niet nodig. Mogen we jou verwelkomen?

Meer info:https://velt.nu/groengenot

Waarom geen worteldoek gebruiken?

Dit weekend deelde ik een paar foto’s op Facebook over de ‘kartontechniek‘. Daarop kreeg ik reactie van een mevrouw dat ze worteldoek veel beter vindt. Omdat een reactie op FB niet zo handig is, schrijf ik mijn antwoord hier en kunnen jullie meelezen. 🙂

Jaren geleden kregen we nieuwe buren. Echt toffe mensen, wij hebben nu een hele goede band. Ze kwamen uit de stad en hadden nog geen ervaring met tuinieren. Dus alle tips die ze in tuincentra kregen, namen ze gretig aan. Om het onkruid in de tuin de baas te kunnen blijven, plaatsten ze worteldoek. Het principe daarvan klonk zo mooi. Maar als iets te mooi klinkt om waar te zijn, is het dat meestal …

Daarna leerden we elkaar kennen, zagen ze onze tuin en vroegen ze om ‘mijn gedacht’ te komen zeggen over hun tuin en wat tips te geven. Het was daar een ramp, ze zaten met de handen in hun haar. Heermoes en haagwinde was alles wat ik zag. Die hadden zich door het plastiek geboord en groeiden er weelderig overheen.

Er zat niks anders op dan de worteldoek terug te verwijderen. Gelukkig is buurman heel sterk want dat was een beestenwerk.

Houdt worteldoek onkruid tegen? Nee! In de literatuur lees ik dat het alles wat onder het doek zit, zou tegenhouden. Maar zaden die aangewaaid komen, kunnen ontkiemen en zich vastzetten in de plastiek. Daarna zijn die onkruiden zeer moeilijk te verwijderen. Bij onze buren maakten zelfs de onkruiden die eronder zaten het doek gewoon kapot. Na het verwijderen van het doek heeft buurman nog weken plastiek vezels moeten rapen. En nu vindt hij er nog terug.

Wat met de planten die je in worteldoek zet? Die verstikken! Alles wat leeft, moet lucht hebben. Dat zegt ook de tuinkabouter die naakt tuiniert. 😉 Maar ook plantenwortels hebben lucht nodig. Door de plastiek doek krijgen ze water maar geen lucht. Daardoor vieren schimmels hoogtij. Je vaste planten groeien niet mooi uit, ze kunnen niet dikker worden of zich uitzaaien. Maar ook bodembedekkende planten kunnen niet verder kruipen. Ze zijn niet zo sterk als de superonkruiden. Ondergrondse uitlopers geraken niet door het doek. Bovengrondse uitlopers kunnen geen contact maken met de grond en verdrogen op de plastiek.

En wat met de worteldoek na een jaar of tien? Die is uitgerafeld en versleten door de invloed van zon, wind en vorst. Je tuin zit vol met microplastics en je hebt veel werk als je die terug netjes wil krijgen.

Hoe krijg ik een nieuwe border onkruidvrij? In augustus maak ik met de schop de omtrek van een border in het gras. De graszoden uitsteken, doe ik niet. Da’s veel te veel werk. Ik leg karton op het gras en daarover compost.

Wortelonkruiden zullen snel door het karton priemen. Da’s niet erg. Voor de winter moet ik toch nog enkele keren het gazon errond maaien. Het grasmaaisel leg ik elke keer over de compost en de onkruiden. Zo gaat dit stukje tuin goed bedekt de winter in. Bodemorganismen kunnen hun werk doen.

Terwijl nestel ik me in de zetel met een dekentje en een tas thee en zoek in http://www.kwekerijdevlindertuin.be/ of https://vasteplant.be/ toffe planten die ik wil zetten.

In het voorjaar is de graszode eronder verteerd. Ik hou van paardenbloemen in het gazon en die durven in de lente wel terug opkomen in de nieuwe border. Met de riek steek ik die dan effe uit. Dat gaat makkelijk want de bodem is mul geworden en het karton is ook verteerd.

Nu wordt mijn geduld beloond en kan ik planten zetten. Wil jij graag dat je border snel dichtgroeit? Dan zet je best het maximum aantal planten per m2. Onkruid krijgt dan geen kans. Je kan ook de grond bedekken met houtsnippers. (geen schors, die maakt de grond zuur en vaste planten hebben dat niet graag. Tussen struiken kan schors wel.) Ik speel graag buiten en houd liever wat plaats over om eenjarigen er tussen te zaaien of plantjes die ik krijg van tuinvrienden, toe te voegen. De vaste planten breiden mettertijd wel uit.

En nu mag het van mij wat warmer worden zodat heel de boel kan groeien! Vinden jullie ook niet?

Dagboek van een Tuinranger (3)

De 7 Tuinranger-madammen uit Londerzeel, een toffe, enthousiaste bende, dat is het! Deze maand hebben we al enorm genoten van ons Tuinranger-avontuur. We hebben onze theorielessen online gekregen en deden al een eerste tuinbezoek. Op 22 april gaan we een tweede bezoek doen. Maar in ons WhatsApp-groepje spraken we af om eerst nog eens extra te oefenen in elkaars tuin.

De theoriecursus is echt basis. Voor mij was het allemaal herhaling en eens op een andere manier verteld. Wat ik natuurlijk wel heel plezant vond. Alleen mocht er voor mij nog meer info over goede inheemse tuinplanten inzitten. Daarvoor werd de website van Ecopedia aangeraden. Zelfstudie dus.

Het huiswerk dat we kregen was plezant om te doen en met momenten echt hilarisch. Zo moesten we eens een plan tekenen van onze tuin met de hulp van Geopunt. De uitleg was: leg een wit blad op uw scherm en teken over. Maar met een touchscreen lukt dat natuurlijk niet. Deze digibeet zat in een mum van tijd 700 km verder in de sterren! 🙂 Helemaal mijne weg kwijt en goed gelachen! Dankzij een tuincursus heb ik toch weer wat bijgeleerd over de computer.

Tuinrangers vertrekken met respect voor wat mensen willen in hun tuin. Daarbij kunnen we dan advies geven hoe ze ook plaats kunnen geven aan natuur.

Een voorbeeldje: De struik ‘Forsythia’ is eigenlijk een waardeloze plant voor bijen. Hij produceert geen nectar of stuifmeel en heeft geen voedsel voor hen. Ook rupsen leven er niet op. Dus vogels vinden ook geen voedsel op een Forsythia. Moeten we daarom aanraden om de Forsythia uit te spitten? Maar nee, jong! Als mensen die struik mooi vinden, mag die absoluut blijven. Maar wat we wel kunnen voorstellen: laat de paardenbloemen in de buurt van die Forsythia staan. Want die zijn de absolute kampioen in het aanbieden van voedsel voor wilde bijen. Daarover lees je meer hier. En toegegeven, het geel van de paardenbloemen past toch mooi bij dat van de Forsythia hè?

Ik denk dat onze grootste opdracht zal zijn om mensen te tonen hoe ze kunnen houden van onze inheemse planten en ze niet zomaar te catalogeren als ‘onkruid’ en ‘vuiligheid’. Heb jij tips voor ons?

Bloemrijk grasland

Eigenlijk heb ik hier nog niet zoveel verteld over het project ‘FlowerPower De Tuin’ waar ik aan meewerk sinds vorig jaar.

Als burgerwetenschapper (precies echt hè 🙂 ) help ik mee onderzoeken hoe gazons makkelijkst kunnen omgevormd worden tot bloemrijk grasland. Oorspronkelijk was het de bedoeling dit twee jaar te doen. Nu start het tweede jaar. Maar we gaan verder, ik heb getekend om nog een derde jaar mee te doen.

Zo plezant dat dat is! Een saaie pelouse omtoveren tot een vrolijk, levendig schilderij. Ik was daar al langer mee aan ’t experimenteren, gewoon met de natte vinger. Met het team van FlowerPower De Tuin doen we dit heel gedisciplineerd en wetenschappelijk.

Op drie afzonderlijke anderhalve vierkante meter – grasveldjes tellen we bloemen en bloembezoekers. Veldje 1 lieten we ongemoeid. Dat werd gewoon gemaaid in juni en september. In veldje 2 werden zaden gezaaid, gewoon tussen de grassprieten. Veldje 3 mocht ik afplaggen en daarin zaaien. Vorig jaar stonden daar éénjarigen zoals klaproos, korenbloem, bolderik, … te bloemen. Nu staat het vol met meerjarigen zoals Margrieten, Duizendblad, Slangenkruid. Dat gaat daar deze zomer een bloemrijk geheel worden. Dit weekend kregen we een ‘kiemplantenbingo’ voor wie niet kan wachten op de bloemen. Ik zit te popelen om te gaan determineren als het stopt met regenen.

Waarom zo’n bloemrijk grasland belangrijk is? Omdat veel van onze inheemse insecten daar voedsel vinden. Gewone honingbijen (eigenlijk is dat vee) zijn generalisten en vinden op gecultiveerde bloemen ook wel wat te smikkelen. Maar onze wilde bijen en andere soorten insecten die we broodnodig hebben in ons systeem om de mensheid in leven te houden, verhongeren in onze borders uit het tuincentrum.

Wat ik kon tellen en determineren in mijn proefvlakjes? Bijlange niet alles wat er zat, die beestjes willen niet stilzitten hè. Variabel elfje, Bandzweefvlieg, Tuingitje, Geelgerande tubebij, Blinde bij, Weidehommel, Snorzweefvlieg, Behangersbij, Terrasjeskommazweefvlieg, Smaragdgroefbij, Gehakkelde aurelia, Bont zandoogje kon ik op naam brengen. En honingbijen zaten er ook natuurlijk. Ook Lieveheersbeestjes en mooie blauwe Fraaie schijnbokken.

Laat het nu maar stoppen met regenen en wat warmer worden! Ik kijk al uit naar al dat leven in de tuin. En ik probeer jullie met mijn foto’s te verleiden om ook eens wat meer in de hangmat te gaan liggen deze zomer. En de grasmaaier wat minder te laten werken. Is dat gelukt? Dan kan ik hier nog wel meer tips geven hoe je heel makkelijk zoveel bloemen in het gras kan krijgen.

Weet je wat? Kom op 4 juni 2023 eens kijken. Want dan doen we terug mee met de Ecotuindagen van Velt. Meer info volgt hier nog. 😉

Dagboek van een tuinranger (2)

Opgewonden zoals een kind op de eerste schooldag fietste ik zaterdag naar Londerzeel. Helemaal klaar voor de eerste les van de Tuinrangers.

Het is dus inderdaad gelukt! Ik mag meedoen!

Het Tuinrangersteam in Londerzeel bestaat uit 7 madammen. Dat dat heel plezant is, moet ik u niet uitleggen zeker? Samen met 6 mensen uit Edegem zaten we ‘in de klas’, het zaaltje van Gerard Walschap. Eigenlijk gingen er ook nog 3 mensen uit Sint-Niklaas meedoen. Maar die waren al aan ’t ‘brossen’.

Frans De Smedt, lesgever van dienst, begon met het uitdelen van ons lesmateriaal en cursus. Zo’n schoon gerief! In ons team klikt het echt, zo tof. Annick, onze verantwoordelijke, maakte al een WhatsApp-groepje. Met Erna, het nieuwe vriendinnetje naast mij in de klas heb ik al honderduit zitten babbelen. We gaan nog moeten oppassen of meester Frans zwiert ons uit elkaar. 😉

We werkten wel goed mee hoor. Zo goed dat Frans ons op een bepaald moment wel even temperde. “Jullie zijn allemaal zo enthousiast. Maar besef wel dat je bij de mensen met kleine stapjes zal moeten beginnen.” zei hij. Dat gaan we doen. Met zachte hand en veel begrip, zoals alleen vrouwen dat kunnen. Maar we hebben allemaal hetzelfde doel. Wij willen, hoe klein onze inbreng ook is, deel uitmaken van die groeiende groep mensen die onze planeet terug mooi en gezond wil maken. Zodat wij als mensheid nog lang kunnen blijven. Het voelt goed iets te kunnen doen in deze toch wel rare tijd.

En hoe begin je daar best aan? Door eerst in onze eigen vijver te vissen, dicht bij huis. In Vlaanderen beslaan tuinen 12% van de open ruimte. Als we al die tuinen ecologisch en klimaatvriendelijk inrichten, is dat al een enorme winst. Want we hebben onze natuur en biodiversiteit nodig om ons te helpen de klimaatcrisis te bestrijden.

Daarom nam de gemeente Londerzeel ons in dienst. Als vrijwilligersteam gaan we Londerzeelse mensen helpen hun tuin zo in te richten dat vogels, bijen, vlinders, libellen, egels, … terug meer plaatsen vinden om te leven. Want we hebben hen broodnodig. Eigenlijk is het makkelijk en simpel: In een tuin met veel variatie en ook wat inheemse planten ontstaat een natuurlijk evenwicht en dan heb je geen pesticiden nodig. Want dat is het enige waar wij heel streng tegenover zijn: pesticiden gebruiken we echt niet. En ook tuinen met alleen maar stenen, daar hebben we het niet voor.

Ik heb al enorm veel goesting in de volgende lessen. Onze theoretische cursus gaan we verder verwerken in 3 online lessen. Om te oefenen, gaan we 3 tuinbezoeken doen. En op 13 mei is er een bijeenkomst van alle tuinrangers in Vlaanderen. Daarna kunnen we starten. In september is er een terugkomdag. Hier zit een ‘content kind’! 😉

Mooie plantencombinaties in februari

In de maand februari had ik in deze reeks nog niks gedeeld, zag ik. Tijd dus om dat eens te doen. Effe tonen dat de bloeiboog in Groengenot bijna het hele jaar overspant. Die bloeiboog is heel belangrijk voor teddybeertjes zoals deze. Als zij nu al wakker worden, hebben ze voedsel nodig.

De allereerste bloemen die hier in december al verschijnen, zijn breedbladige sneeuwklokjes (Galanthus elwesii). Op de foto zie je dat ze nu uitgebloeid zijn. Om ze te vermeerderen, kan ik nu de pol opnemen, delen en opnieuw wat uit elkaar planten. Galanthus nivalis, achteraan rechts op de foto is het gewoon sneeuwklokje dat nu pas begint te bloeien hier.

Daarna komen de krokussen. De gele biokrokussen zijn de eerste. Ik vind ze nogal hard van kleur maar samen met de paarse Crocus vernus combineren ze wel tof. (Volgens ‘Obsidentify’ is het C. vernus. Ik ben het moeten gaan opzoeken want heb ooit enkele bolletjes gekregen). Eigenlijk gedraagt hij zich hier zoals onkruid, hij zaait zichzelf uit. Heel tof!

Vanaf nu kunnen de speurtochten in de bloemenweide beginnen. Er komt altijd wel iets nieuw boven.

Samen met Crocus chrysanthus ‘Romance’ combineert die Crocus vernus trouwens ook tof.

Eigenlijk vind ik die romantische krokus de allermooiste? Welke is jouw favoriet?

Ook in de voortuin is die romantisch subtiel aanwezig.

En de Crocus vernus ‘Vanguard’ in de voortuin, daar blijven mensen regelmatig voor staan. Maar ja, hij staat daar echt met zijn goesting. Iedere pol van 7 bolletjes die ik 4 jaar geleden in de grond stopte, ziet er nu zo enorm uit. Ook de witte Crocus chrysanthus ‘Ard Schenk’ staat in de voortuin.

Herfst en lente samen in de bloemenweide. Crocus vernus ‘King of the Striped’ blijft hier bescheiden aanwezig. Maar dat is helemaal perfect. Hij is iets te grotesk en zelfgenoegzaam voor mij.

Ondanks zijn harde kleur is deze gele biokrokus dan toch sympathieker he?

Anemone blanda op de voorgrond en de kleine narcisjes ‘Tête-a-tête’ zijn heel tof om te combineren samen met krokussen. Kriebelt de lente bij jou ook al zo?

Hoe krijgt een 16-jarige haar zin?

Stel je voor, je bent 16 en je wil wat: weeral een jas. En je weet zeker dat je van je ‘duurzaam denkende moeder’ ze niet zal krijgen. Dan moet je creatief zijn hè.

Drie weken geleden trokken Antje en Jitske naar Antwerpen. Ze houden ervan om te snuisteren in tweedehands kledingwinkels en hebben echt een neus voor toffe spulletjes. Deze keer hadden ze een ‘keimooie’ jas gevonden. Maar geen van beiden had nog genoeg geld op haar rekening om ze te kopen.

Wat hebben ze dan gedaan? Hun centen bij elkaar gelegd en de jas samen gekocht. Het is nu een ‘deel-jas’. Wij hebben zalig gelachen met zoveel creativiteit. De eerste week bleef de jas bij Antje. Op zaterdagavond gingen ze wisselen en zo hebben ze nu een soort van co-ouderschap over de jas.

De eerste zaterdagse ‘overdracht’ was er al eentje met obstakels. Antje moest vertrekken naar de fuif die ze met haar Chirogroep organiseerde. Maar Jitske was nog niet thuis. Geen probleem, wij hadden vrienden op bezoek en gingen de jas wel overhandigen. Zoals afgesproken ging rond achten de deurbel maar daar stond Dauke in plaats van Jitske. Zij kwam de jas halen. De lieve wederhelft zei wat lacherig: “Ik hoop dat ik de jas nu aan de juiste persoon meegegeven heb hè.” Waarop één van de vrienden opperde: “Ze hebben hem misschien voor een avond verhuurd?” Hilariteit alom!

En wat denkt ge? Een uur daarna ging de deurbel weer. De lieve wederhelft ging terug opendoen en wij zagen van aan de livingtafel dat Jitske aan de deur stond. Oh nee! Toch de jas aan iemand verkeerd meegegeven?

Dus ging ik ook even kijken. Jitske had de jas aan, naast haar stond Dauke en nog een vriendin die we niet kennen. Jaja, alles was in orde hoor. Maar of ze mijn zonnebril niet mochten meenemen voor Antje? Want zij gingen ook vertrekken naar de fuif en Antje die er al hard aan ’t werken was, was die vergeten. “Aha, voor haar imago zeker?” knipoogde ik. De meisjes grinnikten om zo’n begripvolle moeder.

Ik zeg het u! Pubers in huis, da’s steeds avontuur en plezier. En wij genieten mee!

PS: Loes haar blogbericht deed me eraan denken om dit waargebeurd verhaal te delen.

Dagboek van een Tuinranger (1)

Vorige maand was ik present op de infoavond over de Tuinrangers in onze gemeente. Er waren een kleine twintig toehoorders. Projectleider Werner Van Craenenbroeck kwam ons vertellen wat de tuinrangers doen en hoe je er ene kan worden.

Ik volg hen al van bij de start en vind het fantastisch wat ze doen. ‘Tuinrangers‘ is een dienst van Inverde voor steden en gemeenten om bij te dragen aan hun klimaat- en biodiversiteitsbeleid via de tuinen van inwoners. Dit gebeurt via een lokale vrijwilligerswerking. Want 12% van de open ruimte in Vlaanderen is ‘vertuind’. Dat wil zeggen dat we zelf gigantisch veel mogelijkheden hebben in de strijd tegen de klimaat- en biodiversiteitscrisis. En voelen dat je er iets kan aan doen, dat maakt gelukkig.

Door onderzoek in tuincentra is gebleken dat mensen vol goede wil zitten om onze inheemse wilde dieren te helpen. De afdeling met producten voor tuinbewoners (nestkastjes, vetbollen, insectenhotels, …) is enorm winstgevend. Alleen is er een probleem. Een nestkastje in een compleet verharde tuin, dat werkt niet. Want jonge koolmezen eten geen vetbollen, maar rupsen. En voor rupsen heb je inheemse bomen en struiken nodig. Vlinders en bijen hebben bloemen nodig. En egels in een volledig afgesloten tuin? Die raken er niet in of uit.

Maar zo’n dingen worden niet verteld door een tuinaannemer of -architect. Daarom is de Tuinranger-methode uitgevonden. Zoals de vrijwilliger het hulpje van de verpleegkundige in het woonzorgcentrum is, is de tuinranger dat van de tuinaannemer of -architect. Tuinrangers kunnen ook advies geven over welke aannemers of architecten in de buurt natuurvriendelijk werken.

Wat doen Tuinrangers dus niet? Ze geven geen technisch advies over tuinaanleg. Maken geen tuinontwerp of geven geen esthetisch oordeel.

Wat doen ze dan wel? Op maat van jouw tuin en jouw leven geven ze (gratis) advies over hoe je meer natuur kan verwelkomen. Ze kijken naar de bodem en de oriëntatie van de tuin. En wat haalbaar is, bijvoorbeeld geen grote eik in een kleine voortuin. Ze werken op maat van de mensen, hun smaak en hun tuingebruik. Bijvoorbeeld als er veel gevoetbald wordt in de tuin, gaan ze geen bloemenweide voorstellen.

Er zijn nochtans boeken en websites over natuurvriendelijk tuinieren. Toch hebben veel mensen nog schroom. Want we hebben wel van onze ouders geleerd hoe we het gras moeten afrijden. Maar hoe onderhoud je bijvoorbeeld een bloemenakker? Dat leer je niet zo makkelijk uit een boek. Daarom is er de Tuinranger! Hoe begin je daaraan? En hoe zit het specifiek voor jouw tuin? Je tuin moet natuurlijk een tuin blijven, het moet geen wildernis worden.

De opleiding van de Tuinranger en de bezoeken die hij aflegt, worden gefinancierd door de gemeente. Gedurende een tweetal uurtjes komt hij bij je thuis advies op maat geven. Hij werkt rond tuinbiotopen, tuinproblemen en hulp voor specifieke diersoorten. Hij gaat ook met jou op ‘tuinsafari’. Je krijgt een pakket met een mapje in A4-formaat met adviesmateriaal en een safarikit met zoekkaarten en een vergrootglaspotje. Ook zadenmengsels en een tuinbordje zitten in het pakket. Bedoeling is je vooral ‘goesting in tuinnatuur’ te geven. Je tonen dat je met weinig moeite een aards paradijs aan je achterdeur kan creëren.

Da’s iets waar ik heel graag wil aan meehelpen. Ik heb gesolliciteerd en op 4 maart start de opleiding. Wordt hopelijk vervolgd!